Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2022:7232

2022-12-23 Civiel recht C/05/411223 / KG ZA 22-366
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2022-12-23
Publicatiedatum
2022-12-23
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
C/05/411223 / KG ZA 22-366
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering tot waardeloosverklaring hypotheekrecht toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.802 tekens)
vonnis
RECHTBANK GELDERLAND


Team kanton en handelsrecht



Zittingsplaats Arnhem



zaaknummer / rolnummer: C/05/411223 / KG ZA 22-366




Vonnis in kort geding van 23 december 2022




in de zaak van





[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. P.A.C. van Buul te Nijmegen,



tegen



de ontbonden besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


[gedaagde]
,
laatstelijk gevestigd te Rotterdam,
gedaagde,
niet verschenen.



Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.





1De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding van 17 november 2022, met 11 producties;


een kopie van de bekendmaking van een uittreksel van het exploot in de Staatscourant van 21 november 2022;


de mondelinge behandeling van 23 december 2022.





1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De beoordeling


2.1.
Deze procedure strekt tot waardeloosverklaring van een ten laste van [eiser] gevestigd recht van hypotheek op een aan hem in eigendom toebehorende onroerende zaak. Omdat de zaak betrekking heeft op een beperkt recht dat rust op een onroerende zaak in Nijmegen, is deze rechtbank relatief bevoegd (artikel 103 Rv).



2.2.

[eiser] heeft zijn vordering gebaseerd op het bepaalde in artikel 3:274 lid 1 en 3 BW jo. artikel 3:29 lid 1 BW. Blijkens de parlementaire geschiedenis van laatstgenoemd artikel kan ook de voorzieningenrechter in kort geding over een dergelijke vordering beslissen. [eiser] heeft bij zijn vordering een spoedeisend belang, zodat hij daarin ontvankelijk is.


2.3.
Op grond van hetgeen [eiser] heeft aangevoerd, moet worden aangenomen dat [gedaagde] is ontbonden en heeft opgehouden te bestaan met ingang van 14 mei 1998. Op grond van de parlementaire geschiedenis van artikel 3:29 BW kan de ingeschrevene, indien deze onvindbaar blijkt of zijn bestaan onzeker of beëindigd is, niettemin als ingeschrevene worden gedagvaard overeenkomstig de regels betreffende de gedaagde zonder bekende woon- of verblijfplaats (Parl. Gesch. BW Inv. 3, 5 en 6 Boek 3 1990, art. 3.1.2.10, MvT Inv., p. 1113 e.v.). Dat is in dit geval gebeurd. De dagvaarding voor deze zitting is aan het parket van het Openbaar Ministerie betekend en in de Staatcourant gepubliceerd. Genoegzaam is gebleken dat bij de dagvaarding de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen en dat [gedaagde] ondanks behoorlijke oproeping niet is verschenen. Tegen [gedaagde] zal daarom verstek worden verleend.



2.4.

[eiser] heeft gevorderd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Op grond van artikel 3:29 lid 4 BW kan het vonnis (dat de in lid 1 van dit artikel bedoelde verklaring bevat) echter niet worden ingeschreven, voordat het in kracht van gewijsde is gegaan. Dit vonnis gaat in kracht van gewijsde als daartegen geen rechtsmiddel meer open staat. De hoger beroepstermijn voor dit vonnis bedraagt vier weken. [eiser] heeft ter zitting verklaard van zijn recht op hoger beroep af te zien.



2.5.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor; nu [gedaagde] is opgehouden te bestaan, bestaat er geen (kenbaar) rechtens te respecteren belang bij handhaving van de hypothecaire inschrijving. Deze inschrijving is waardeloos geworden. Nu duidelijk is dat [gedaagde] de daartoe strekkende verklaring niet zal (kunnen) afgeven, zal de voorzieningenrechter dat doen. De vordering zal worden toegewezen op de wijze als in het dictum vermeld.



2.6.
Voor een proceskostenveroordeling, die ook niet door [eiser] is gevorderd, bestaat geen aanleiding.





3De beslissing


De voorzieningenrechter



3.1.
verleent verstek tegen [gedaagde] ,



3.2.
verklaart waardeloos de hypothecaire inschrijving ten behoeve van [gedaagde] op de onroerende zaak gelegen aan de [adres] , kadastraal bekend als [kadastrale aanduiding] , met machtiging van de bewaarder om tot doorhaling ervan over te gaan,



3.3.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2022.