Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2018:1240
2018-02-28
Civiel recht
C/05/333775/KG RK 18-186
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Wrakingsverzoek eerst ingediend na einduitspraak in de hoofdzaak.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2010:BN2366 Hoge Raad 02-11-2010
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.219 tekens)
beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Wrakingskamer
Zaaknummer/rolnummer: C/05/333775 / KG RK 18-186
Beschikking van 28 februari 2018
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[naam verzoeker]
wonende te Nijmegen
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. M.J.C. van Leeuwen,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 13 februari 2018, door deze rechtbank ontvangen op 21 februari 2018.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Het verzoek tot wraking strekt tot wraking van de rechter, als rechter in de zaak
met zaaknummer/rolnummer 328343 / FA RK 17/3462. In die zaak is op 8 november 2017 een eindbeschikking gegeven waarbij een rechterlijke machtiging is afgegeven tot voortgezet verblijf van verzoeker bij Pro Persona te Nijmegen.
2.2.
Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke wrakingsverzoek aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de rechter hem heeft gehoord en gezien en heeft beslist tijdens “louter” de bijeenkomst op 8 november 2017 bij Pro Persona.
3De beoordeling
3.1.
De wrakingskamer overweegt dat een verzoek tot wraking in beginsel ter zitting wordt behandeld. De wrakingskamer kan het verzoek tot wraking echter op grond van artikel 9.1 aanhef en sub c. van het Wrakingsprotocol rechtbank Gelderland zonder behandeling ter zitting aanstonds afdoen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek, wanneer dat verzoek is ingediend ná het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is of wordt gedaan. De wet voorziet immers niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van een zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechter die deze uitspraak heeft gedaan (vgl. HR 02-11-2010, ECLI:NL:HR:2010:BN2366, NJ 2010/603).
3.2.
De rechter heeft reeds op 8 november 2017 uitspraak gedaan in de onder 2.1. genoemde zaak, waarmee de behandeling van die zaak is beëindigd. Het nu aan de orde zijnde wrakingsverzoek is ingediend ruim nadien en is reeds daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
3.3.
Gelet op het vorenstaande is van een mondelinge behandeling afgezien.
4De beslissing
De rechtbank
verklaart het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de mrs. T.P.P.E. van Groeningen, Y.M.J.I. Baauw en J.M.C. Schuurman-Kleijberg, in tegenwoordigheid van de griffier [naam griffier] en in openbaar uitgesproken op 28 februari 2018.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
RECHTBANK GELDERLAND
Wrakingskamer
Zaaknummer/rolnummer: C/05/333775 / KG RK 18-186
Beschikking van 28 februari 2018
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[naam verzoeker]
wonende te Nijmegen
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. M.J.C. van Leeuwen,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 13 februari 2018, door deze rechtbank ontvangen op 21 februari 2018.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Het verzoek tot wraking strekt tot wraking van de rechter, als rechter in de zaak
met zaaknummer/rolnummer 328343 / FA RK 17/3462. In die zaak is op 8 november 2017 een eindbeschikking gegeven waarbij een rechterlijke machtiging is afgegeven tot voortgezet verblijf van verzoeker bij Pro Persona te Nijmegen.
2.2.
Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke wrakingsverzoek aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de rechter hem heeft gehoord en gezien en heeft beslist tijdens “louter” de bijeenkomst op 8 november 2017 bij Pro Persona.
3De beoordeling
3.1.
De wrakingskamer overweegt dat een verzoek tot wraking in beginsel ter zitting wordt behandeld. De wrakingskamer kan het verzoek tot wraking echter op grond van artikel 9.1 aanhef en sub c. van het Wrakingsprotocol rechtbank Gelderland zonder behandeling ter zitting aanstonds afdoen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek, wanneer dat verzoek is ingediend ná het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is of wordt gedaan. De wet voorziet immers niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van een zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechter die deze uitspraak heeft gedaan (vgl. HR 02-11-2010, ECLI:NL:HR:2010:BN2366, NJ 2010/603).
3.2.
De rechter heeft reeds op 8 november 2017 uitspraak gedaan in de onder 2.1. genoemde zaak, waarmee de behandeling van die zaak is beëindigd. Het nu aan de orde zijnde wrakingsverzoek is ingediend ruim nadien en is reeds daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
3.3.
Gelet op het vorenstaande is van een mondelinge behandeling afgezien.
4De beslissing
De rechtbank
verklaart het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de mrs. T.P.P.E. van Groeningen, Y.M.J.I. Baauw en J.M.C. Schuurman-Kleijberg, in tegenwoordigheid van de griffier [naam griffier] en in openbaar uitgesproken op 28 februari 2018.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.