Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:9640

2026-04-21 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.20156
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-04-21
Publicatiedatum
2026-04-22
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.20156
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vervolgberoep. Geen beroepsgronden ingediend. Rechtbank ziet ambtshalve ook geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten.

Citeert (7)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.409 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Arnhem



Bestuursrecht



zaaknummer: NL26.20156

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2026


in de zaak tussen


[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. F.W. Verweij),


en


de minister van Asiel en Migratie.




Procesverloop


De minister heeft op 19 oktober 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.



Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.



De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring eerder getoetst. Op het eerste beroep heeft de rechtbank beslist bij uitspraak van 31 oktober 2025. Op het eerste vervolgberoep heeft de rechtbank beslist bij uitspraak van 14 januari 2026. Op het tweede vervolgberoep heeft de rechtbank beslist bij uitspraak van 13 maart 2026. Op het derde vervolgeberoep heeft de rechtbank beslist bij uitspraak van 2 april 2026.



De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd.



De rechtbank heeft het vooronderzoek op 16 april 2026 gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.








Overwegingen

1. Als de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 2 april 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, op 27 maart 2026.

3. De rechtbank heeft aan de minister verzocht om inlichtingen te geven over de voortgang van de voorbereiding van de uitzetting van eiser. Bij bericht van 10 april 2026 heeft de rechtbank aan eiser laten weten dat hij na ontvangst van deze inlichtingen, hierop binnen 2 werkdagen kan reageren.

4. De minister heeft de voortgangsrapportage op 10 april 2026 overgelegd. De rechtbank stelt vast dat eiser hier niet op heeft gereageerd. In zoverre bestaat dan ook geen aanleiding het voortduren van de bewaring onrechtmatig te achten. In de door de minister verstrekte gegevens ziet de rechtbank verder geen aanleiding om, ambtshalve toetsend, te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor het voortduren van deze maatregel niet is voldaan.

5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing


De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.



Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van
mr. L.G.C. Lelifeld, griffier.



De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:





Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.




Rb. Den Haag, zp. Arnhem 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:20089.


Rb. Den Haag, zp. Arnhem 14 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:639.


Rb. Den Haag, zp. Arnhem 13 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:5300.


Rb. Den Haag, zp. Arnhem 2 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:8392.


Dit is mogelijk op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000.


Vergelijk HvJEU 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647 (Adrar), HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858 (C, B en X) en ABRvS 12 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:329.