Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:8919

2026-03-12 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.62833 en NL25.62834
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-03-12
Publicatiedatum
2026-04-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.62833 en NL25.62834
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Asiel - Marokko - verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de psychische gesteldheid van eiser in het onderzoek naar zijn asielmotieven - uit het eerste medisch advies bleek dat eiser niet in staat is om op heldere en adequate wijze antwoorden te geven op vragen en dat hij eerst door een arts gezien dient te worden - vervolgens is het nader gehoor gestart zonder verder medisch advies - eisers verklaringen zijn verwarrend, incoherent en grotendeels onnavolgbaar - verweerder had daarin aanleiding moeten zien om te onderzoeken of eiser kan verklaren over zijn relaas en (afhankelijk van de uitkomst van dat onderzoek) of er geschiktere wijzen zijn om informatie te achterhalen over eisers relaas - niet gemotiveerd waarom toch is uitgegaan van de verklaringen van eiser - beroep gegrond

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.727 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummers: NL25.62833 en NL25.62834


uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen





[eiser], [V-nummer], eiser/verzoeker (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. N. Birrou),


en




de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. A.E. van der Burg).




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser.



1.1.
Eiser heeft op 29 november 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 17 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



1.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 26 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.





Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?



2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2001 en heeft de Marokkaanse nationaliteit. Hij heeft aan zijn asielaanvraag ter grondslag gelegd dat hij wordt achtervolgd door verschillende mensen omdat hij heeft geweigerd om voor de autoriteiten te werken.



Het bestreden besluit


3. Het asielrelaas van eiser bestaat volgens verweerder uit twee asielmotieven:

1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. de gestelde problemen omdat hij heeft geweigerd voor de autoriteiten te werken.



3.1.
Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Verweerder vindt niet geloofwaardig dat eiser problemen heeft en wordt bedreigd. Eiser heeft geen documenten overgelegd ter onderbouwing van zijn relaas. De verklaringen van eiser vormen daarnaast geen aannemelijk en samenhangend geheel. De verklaringen zijn namelijk niet gebaseerd op de werkelijkheid. Eiser heeft niet duidelijk kunnen maken voor wie hij vreest en geen enkele uitleg kunnen geven voor het gevaar wat hij ziet. Verweerder heeft eisers aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.



Wat vindt eiser in beroep?



4. Eiser voert aan dat zijn medische omstandigheden onvoldoende zijn betrokken in de besluitvorming. Verweerder heeft de psychische problematiek van eiser niet kenbaar betrokken in de beoordeling van zijn verklaringen en in de beoordeling van het risico op een schending van artikel 3 van het EVRM bij terugkeer naar Marokko. Verder voert eiser aan dat hij wel degelijk consistent en samenhangend heeft verklaard op de grote lijnen. Eiser heeft consistent verklaard over de bedreigingen en het niet durven vragen van bescherming bij de autoriteiten. Subsidiair voert eiser aan dat verweerder had moeten wachten op de beantwoording van de prejudiciële vragen die door de rechtbank zijn gesteld aan het Europese Hof van Justitie.



Wat is het oordeel van de rechtbank?





Procesbelang


5. Ter zitting is gebleken dat eiser niet langer in Nederland verblijft. De rechtbank ziet zich daarom eerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij de behandeling van zijn beroep.



5.1.
De gemachtigde van eiser heeft ter zitting aangegeven nog in contact te staan met eiser, dat eiser in België verblijft vanwege geweldsincidenten in de opvanglocatie waar hij verbleef, en dat eiser uitdrukkelijk navraag doet bij zijn gemachtigde over de stand van zaken in zijn beroep. Gelet op deze omstandigheden en de jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter, gaat de rechtbank er vanuit dat eiser procesbelang heeft bij de behandeling van zijn beroep.



Heeft verweerder voldoende rekening gehouden met de medische omstandigheden van eiser?

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de medische omstandigheden en psychische gesteldheid van eiser bij het onderzoeken van zijn asielrelaas. Er is daarom sprake van een zorgvuldigheidsgebrek in de besluitvorming. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.




6.1.
Uit vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter volgt dat de gehoorambtenaar tijdens de gehoren rekening dient te houden met de relevante beperkingen zoals weergegeven in het medisch advies, dat de ambtenaar alert moet blijven op signalen dat de vreemdeling niet in staat is zijn asielrelaas naar voren te brengen of vragen daarover te beantwoorden en dat indien de gehoorambtenaar hierover twijfelt de vreemdeling opnieuw dient te worden verwezen voor een medisch advies. Uit de Werkinstructie 2024/9 volgt verder dat indien tijdens het nader gehoor blijkt van ernstige (psychische) problemen die mogelijk interfereren met het vermogen volledig te kunnen verklaren, de gehoorambtenaar tot de conclusie kan komen dat het niet wenselijk is om het gehoor voort te zetten omdat het gehoor naar zijn eigen inschatting op dat moment niet zorgvuldig genoeg kan plaatsvinden. Verweerder kan dus besluiten naar aanleiding van de houding of verklaringen van een vreemdeling tijdens het gehoor om (opvolgend) medisch advies in te winnen of medisch onderzoek te doen naar de geestestoestand van de vreemdeling dan wel de capaciteiten van de vreemdeling om te kunnen verklaren. Verweerder kan ook besluiten om informatie over de asielmotieven van de vreemdeling en de voor de beoordeling daarvan relevante gegevens op een alternatieve wijze te achterhalen, indien de vreemdeling niet in staat is om te verklaren over zijn asielmotieven.



6.2.
De rechtbank stelt vast dat eiser voorafgaand aan zijn nader gehoor een medisch onderzoek is aangeboden om vast te stellen of er sprake is van beperkingen voor het horen en beslissen op zijn asielaanvraag. Op 4 december 2025 is eiser voor het eerst gezien voor een medisch onderzoek. In het medisch advies is aangegeven dat eiser niet in staat was om op een heldere en adequate wijze antwoord te geven op de gestelde vragen en dat hij eerst door een arts dient te worden gezien. Vervolgens is op 11 december 2025 het nader gehoor aangevangen zonder dat eiser door de arts was gezien. Het gehoor is na anderhalf uur onderbroken zodat eiser opnieuw gezien kon worden voor een medisch onderzoek. In het hieruit resulterend medisch advies is aangegeven dat eiser gehoord kan worden met beperkingen en is opgenomen dat eiser psychische klachten heeft en medicatie krijgt. Het gehoor is vervolgens voortgezet.



6.3.
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de verklaringen van eiser duidelijk dat hij last heeft van zijn psychische klachten. Dit beeld rijst zowel uit de verklaringen voorafgaand aan het opvolgend medisch advies als uit de verklaringen ná het opvolgend medisch advies. Eisers verklaringen zijn verwarrend en incoherent. De verklaringen gaan van de hak op de tak, zien niet op de vragen die hem worden gesteld en zijn grotendeels onnavolgbaar. Verweerder had hier aanleiding in moeten zien om nader te onderzoeken of eiser in staat is om over zijn asielrelaas te verklaren en zijn relaas duidelijk te maken. Verweerder had afhankelijk van de uitkomsten daarvan ook kunnen onderzoeken of het geschikter en mogelijk zou zijn geweest om op alternatieve wijze informatie te achterhalen over het asielrelaas van eiser. Nu verweerder dit onderzoek niet heeft gedaan en in het bestreden besluit niet gemotiveerd is waarom desalniettemin uitgegaan kan worden van het gegeven relaas, is het bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd. Het beroep is gegrond.


7. Nu het beroep al vanwege het voorgaande gegrond wordt verklaard, ziet de rechtbank geen aanleiding om de overige beroepsgrond te bespreken.







Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:2 en 3:46 van de Awb. Verweerder zal opnieuw onderzoek moeten doen naar de vraag in hoeverre eiser gehoord kan worden en zo nodig naar de vraag op welke andere manieren er informatie vergaard kan worden over zijn asielrelaas.

9. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

10. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten die eiser heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.802,-.




Beslissing


De rechtbank:




verklaart het beroep gegrond;


vernietigt het bestreden besluit;


draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;


veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.802,-.




De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Jans, griffier.



De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:





Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.



Op grond van artikel 31, zesde lid, onder c van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).


Op grond van artikel 30b, eerste lid, onder e, van de Vw 2000.


Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.


Eiser verwijst hierbij naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 18 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2170.


Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.


Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2084, r.o. 8.3.


WI 2024/9 Medische problematiek en horen en beslissen in de asielprocedure.


1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1.