Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:8518

2026-03-10 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/701000 / JE RK 26-387
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-03-10
Publicatiedatum
2026-04-10
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/701000 / JE RK 26-387
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.865 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Familie- en Jeugdrecht



Zaaknummer: C/09/701000 / JE RK 26-387
Datum uitspraak: 10 maart 2026




Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing




in de zaak van




de Raad voor de Kinderbescherming, 'sGravenhage,
hierna te noemen: de Raad,



over





[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,





[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .



De kinderrechter merkt als informant aan:




Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling het schriftelijke verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 10 maart 2026.





2De feiten


2.1.

[minderjarige] is erkend door de vader.



2.2.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .



2.3.

[minderjarige] woont bij de moeder.






3Het verzoek


3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de ouder zonder gezag te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.





4De beoordeling


4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen. Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [minderjarige] uit huis wordt geplaatst. De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] en overweegt daartoe als volgt.



4.2.
Er bestaan ernstige zorgen over de ontwikkeling en opvoedsituatie van [minderjarige] . Het afgelopen jaar heeft Veilig Thuis meerdere meldingen ontvangen over de opvoedsituatie van [minderjarige] bij de moeder. Deze meldingen betreffen de psychische gesteldheid en signalen van verwardheid die de moeder laat zien, de wantrouwende houding van de moeder en het welzijn van [minderjarige] . Daarbij wordt door Veilig Thuis, de school en de wijkagent gezien dat de moeder zich isoleert van de mensen om haar heen, ruzie maakt met anderen en dat er weinig zicht is op hoe het met [minderjarige] gaat bij de moeder. De politie en het Sociaal Kernteam hebben aangegeven dat, doordat de moeder het contact afhoudt, er geen (goed) beeld kan worden verkregen van de situatie en niet kan worden ingeschat of de moeder een gevaar is voor zichzelf of voor anderen. Dit doet de vraag rijzen in hoeverre de moeder op dit moment in staat is om de zorg over [minderjarige] te dragen. Daar komt bij dat [minderjarige] sinds augustus 2025 niet meer naar school gaat en dat zij sinds 30 juli 2025 geen omgang met de vader heeft gehad, terwijl [minderjarige] gewend was om ieder weekend naar de vader te gaan. Uit de stukken leidt de kinderrechter daarbij af dat het de (hulpverlenings)instanties de afgelopen periode onvoldoende is gelukt om in contact te komen met de moeder. Daar komt bij dat de moeder heeft aangegeven naar het buitenland te willen vertrekken. Gelet op het voorgaande heeft de kinderrechter grote zorgen over de opvoedsituatie van [minderjarige] en zij vindt het daarom noodzakelijk dat er met spoed een jeugdbeschermer bij [minderjarige] betrokken raakt die zicht houdt op haar ontwikkeling en opvoedsituatie. Het is daarnaast duidelijk dat er zorgen bestaan over de (mogelijke) persoonlijke problematiek van de moeder en de invloed die dit heeft op de opvoedsituatie van [minderjarige] . Zo zijn er zorgen over de veiligheid van [minderjarige] in de thuissituatie bij de moeder. Een plaatsing bij de vader zonder gezag is daarom op dit moment het meest in het belang van [minderjarige] . De vader heeft aangegeven dat [minderjarige] de komende tijd bij hem kan verblijven. Daarom stelt de kinderrechter [minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van twee weken. Ook machtigt de kinderrechter de gecertificeerde instelling om [minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van twee weken.



4.3.
De beslissing tot voorlopige ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.



4.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.



4.5.
De Raad, [minderjarige] , de vader, de moeder en de gecertificeerde instelling worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.



4.6.
De kinderrechter merkt op dat de Raad heeft verzocht om de bevoegdheid ‘ondersteuning sterke arm’ ex artikel 812 jo. 813 van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) op te nemen in de beschikking, teneinde de noodzakelijk ondersteuning vanuit de politie te verkrijgen. De kinderrechter stelt vast dat uit artikel 812, eerste lid, Rv volgt dat iedere beslissing betreffende gezagsuitoefening over minderjarigen, waaronder de machtiging tot uithuisplaatsing zoals bedoeld in artikel 1:265b BW, degene aan wie deze minderjarigen ingevolge de beschikking tijdelijk of blijvend worden toevertrouwd, van rechtswege het recht geeft tot het aan hem doen afgeven van deze minderjarigen, zo nodig met behulp van de sterke arm. Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat een machtiging hiervoor niet nodig is.





5De beslissing


De kinderrechter:



5.1.
stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 10 maart 2026 tot 24 maart 2026;



5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de ouder zonder gezag, te weten de vader, met ingang van 10 maart 2026 tot 24 maart 2026;


5.3.
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;



5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van mr. R.G. de Lange-Tegelaar van 20 maart 2026 om 9.00 uur;



5.5.
gelast de griffier voor voormelde zitting op te roepen:



de Raad;


de moeder;


de vader;


de gecertificeerde instelling;



[minderjarige] voor het kindgesprek.











Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026 door mr. E.E. Schotte, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.M. Goossen als griffier.








Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:257 BW.


Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).


Artikel 2 Besluit gezagsregisters.