Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:8351

2026-04-09 Civiel recht C/09/700515 KG ZA 26-212
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-04-09
Publicatiedatum
2026-04-09
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/700515 KG ZA 26-212
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding, verstek

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.823 tekens)
Rechtbank den haag


Team handel - voorzieningenrechter



zaak- / rolnummer: C/09/700515 / KG ZA 26-212




Vonnis in kort geding van 9 april 2026




in de zaak van





[de vrouw] te [woonplaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. M.Y.M. Renken,



tegen:





[de man] te [woonplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: de man,
niet verschenen.





1De procedure


./. 1.1. De vrouw heeft de dagvaarding doen uitbrengen overeenkomstig de aangehechte kopie en heeft tijdens de mondelinge behandeling van 26 maart 2026 bij de daarin opgenomen eis volhard.



1.2.
De man is behoorlijk opgeroepen voor die mondelinge behandeling, maar hij is daar niet verschenen. Tegen de man is verstek verleend.





2De beoordeling van het geschil


2.1.
De vordering komt de voorzieningenrechter noch onrechtmatig noch ongegrond voor en wordt daarom – op de wijze zoals hierna vermeld – toegewezen.



2.2.
Oplegging van dwangsommen als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De op te leggen dwangsommen zullen worden gemaximeerd.



2.3.
In de omstandigheid dat partijen op dit moment nog gehuwd zijn, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.





3De beslissing


De voorzieningenrechter:



3.1.
veroordeelt de man tot medewerking aan de verkoop van de woning aan de [adres 1] , waarbij de man binnen een week na betekening van dit vonnis zijn onvoorwaardelijke medewerking zal moeten verlenen aan het geven van een opdracht tot verkoop van de woning aan één van de in randnummer 15 van de dagvaarding genoemde makelaars, waarbij de voorkeur uitgaat naar de heer [naam] van [makelaar] te [plaats] , waarbij ook wordt bedoeld een potentiële bieding op grond waarvan de makelaar adviseert deze te accepteren;



3.2.
bepaalt dat op het moment waarop de man niet voldoet aan de veroordeling onder 3.1 binnen de gestelde termijn, dit vonnis in de plaats treedt van zijn benodigde instemmende wilsverklaring dan wel toestemming van de man voor het geven van de verkoopopdracht aan de makelaar en de verkoop van de woning ex artikel 3:300 BW;



3.3.
veroordeelt de man om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis zijn onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan alle handelingen die de makelaar noodzakelijk acht, partijen opdraagt en aanraadt, waaronder onder andere, maar niet limitatief, valt:


het toelaten van de verkoopmakelaar ten behoeve van het waarderen van de woning en het maken van verkoopfoto’s;


het toelaten van potentiële kopers/kijkers in de woning, zodat bezichtigingen kunnen plaatsvinden, al dan niet via een open huis, waarbij de man zelf gedurende de bezichtiging de woning verlaat;


de woning goed schoon te houden, te onderhouden en te zorgen dat de woning in goede staat is, ter bevordering van de verkoop;


het toelaten van een makelaar/taxateur na verkoop van de woning ten behoeve de taxatie voor de kopende partij;


het tekenen van het (voorlopig) koopcontract;





3.4.
bepaalt dat op het moment waarop de man zich niet houdt aan de veroordeling onder 3.3, de man een dwangsom verbeurt van € 500,- per dag of dagddeel waarop hij niet voldoet aan de veroordeling onder 3.3, tot een maximum van € 50.000,-;



3.5.
veroordeelt de man om binnen 48 uur na berichtgeving van de notaris over de levering van de woning aan de potentiële kopers zijn onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan alle handelingen die dienen te worden verricht door de notaris om de notariële levering van de woning aan de kopende partij te regelen;



3.6.
bepaalt dat op het moment waarop de man niet voldoet aan de veroordeling onder 3.5 binnen de gestelde termijn, dit vonnis in de plaats treedt van de benodigde instemmende wilsverklaring dan wel toestemming van de man voor de verkoop en levering van de woning ex artikel 3:300 BW;



3.7.
beveelt de man om de woning aan de [adres 1] te ontruimen, met medeneming van al zijn persoonlijke zaken die nodig zijn voor zijn dagelijkse verzorging en de woning bezemschoon achter te laten, binnen 7 dagen na weigering zijn medewerking te verlenen zoals bedoeld onder 3.3, waarbij geldt dat uit de wet volgt dat wanneer de man zijn medewerking weigert de vrouw gemachtigd is om zo nodig de ontruiming te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm justitie en politie;



3.8.
verbiedt de man gedurende de periode tot aan de verkoop en levering van de woning van partijen, met een maximum van achttien maanden na betekening van dit vonnis – anders dan via zijn advocaat – persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met de vrouw, hetzij direct, hetzij via derden;



3.9.
verbiedt de man gedurende de periode tot aan de verkoop en levering van de woning van partijen, met een maximum van achttien maanden na betekening van dit vonnis, om zich te bevinden:


binnen een straal van ongeveer 100 meter van de huidige verblijfplaats van de vrouw aan het [adres 2] , en


binnen een straal van ongeveer 100 meter van de werkplek van de vrouw aan de [adres 3] , en


in het geval de man de echtelijke woning heeft moeten ontruimen; binnen een straal van ongeveer 100 meter van het adres [adres 1] ,


waarbij geldt dat uit artikel 430 Rv volgt dat deze gebiedsverboden zo nodig zijn te doen naleven met behulp van de sterke arm van justitie en politie;



3.10.
veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 500,- voor iedere keer dat hij niet aan een van de verboden onder 3.8 en 3.9 voldoet, met een maximum van € 50.000,-;



3.11.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



3.12.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;



3.13.
wijst af het meer of anders gevorderde.


Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.



JvL