Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:7913

2026-03-05 Civiel recht C/09/664483 / FA RK 24-2612
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-03-05
Publicatiedatum
2026-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
C/09/664483 / FA RK 24-2612
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Stiefouderadoptie

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.215 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Meervoudige kamer


Rekestnummer: FA RK 24-2612
Zaaknummer: C/09/664483
Datum beschikking: 5 maart 2026


Adoptie



Beschikking op het op 14 december 2023 ingekomen verzoekschrift en het op 8 juli 2025 ingekomen aanvullend verzoekschrift van:





[verzoeker] ,

verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: eerst mr. E.A. van Nimwegen, nu mr. R.F.H. Weisz-Hertsworm te Rotterdam.



Als belanghebbenden worden aangemerkt:





[de moeder] ,

de moeder, mede verzoekster met betrekking tot het subsidiaire verzoek ten aanzien van het gezamenlijk gezag,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.F.H. Weisz-Hertsworm te Rotterdam.





[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.




Procedure


De rechtbank heeft kennisgenomen van:

- het verzoekschrift;
- een F9-formulier van 16 mei 2024, met bijlagen, van verzoeker;
- een F9-formulier van 28 mei 2024, met bijlagen, van verzoeker;
- een aanvullend verzoekschrift, ingekomen op 8 juli 2024 van verzoeker en de
moeder;
- een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 24 oktober 2024;
- een F9-formulier van 26 januari 2026, met bijlagen, van verzoeker.


Op 29 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoeker en de moeder, beiden bijgestaan door mr. R.F.H. Weisz-Hertsworm, en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. De vader is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet op de zitting verschenen.



De minderjarige [de minderjarige] heeft in april 2024 in raadkamer haar mening kenbaar gemaakt.





Feiten

- [de minderjarige] is geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] . Zij is op 8 april 2010, voor haar geboorte, door de vader erkend.
- Verzoeker, de moeder, de vader en [de minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit.



Verzoek


Het verzoek strekt tot:


- adoptie door verzoeker van de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] ;

- wijziging van de geslachtsnaam van [de minderjarige] van [geslachtsnaam 1] in [geslachtsnaam 2] ,
voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.


De moeder ondersteunt het adoptieverzoek.



In het geval het verzoek tot adoptie wordt afgewezen, verzoeken verzoeker en de moeder om hen samen met het gezag over [de minderjarige] te belasten, uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.



De vader heeft geen verweer gevoerd.




Beoordeling


Verzoeker, geboren op [geboortedatum 2] 1986 te [geboorteplaats 1] , en de moeder, geboren op [geboortedatum 3] 1991 te [geboorteplaats 2] , [land] , leven blijkens de Basisregistratie Personen in ieder geval samen sinds 1 april 2019 en zijn gehuwd op [datum] 2024 te [plaats] .



Verzoeker heeft dus ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek met de moeder samengeleefd. Ook is voldoende duidelijk geworden dat verzoeker gedurende ten minste één jaar [de minderjarige] , met de moeder, heeft verzorgd en opgevoed.



Bij de stukken bevindt zich een schriftelijke verklaring van de moeder van 8 september 2023, waarin zij aangeeft in te stemmen met de adoptie van [de minderjarige] door verzoeker.



Het is de rechtbank voldoende gebleken dat [de minderjarige] over de gevolgen van de adoptie is voorgelicht in de mate die past bij haar leeftijd en haar ontwikkeling. [de minderjarige] heeft in raadkamer er blijk van gegeven achter toewijzing van het verzoek te staan.



De Raad heeft in 2024 een onderzoek verricht naar de vraag of adoptie door verzoeker in het belang van [de minderjarige] is en daarover in oktober 2024 een rapport uitgebracht. Uit het rapport blijkt het volgende. Niet ter discussie staat dat [de minderjarige] stabiliteit en een fijne opvoedsituatie bij haar moeder en verzoeker ervaart. Uit het onderzoek blijkt volgens de Raad ook dat [de minderjarige] vragen heeft over haar vader en dat zij een loyaliteitsconflict ervaart. [de minderjarige] heeft veel meegekregen van het belaste verleden van haar ouders. Zij heeft haar vader in 2022 voor het laatst gezien. [de minderjarige] is erg teleurgesteld in haar vader, maar heeft de deur niet helemaal dichtgedaan. Verdriet staat op de voorgrond bij [de minderjarige] . Er is hulpverlening ingeschakeld met als doel door middel van het maken van een levensverhaal te werken aan haar trauma- en stressgerelateerde stoornis, omdat zij niet tot nauwelijks contact heeft met haar vader. De Raad vroeg zich af of [de minderjarige] de gevolgen van adoptie goed kan overzien. De Raad achtte het voor een goede identiteitsontwikkeling van [de minderjarige] belangrijk dat zij de ruimte krijgt om zelf een genuanceerd beeld van haar vader te vormen. Zij moet kunnen beslissen of zij nog contact met haar vader wil en zo ja, dan moet bekeken worden hoe dit vormgegeven kan worden. De Raad kon niet uitsluiten dat [de minderjarige] nog iets te verwachten heeft van haar vader in de rol van ouder. Daarom adviseerde de Raad in rapport van oktober 2024 het verzoek af te wijzen.



Tijdens de zitting heeft de Raad het volgende toegelicht. Vastgesteld is dat de situatie sinds het raadsrapport van oktober 2024 ongewijzigd is. De vader heeft niet gereageerd op het concept-raadsrapport en er is nog steeds geen contact tussen hem en [de minderjarige] . Ook de gesprekken die met de vader in het kader van het raadsonderzoek zijn gevoerd, vormden voor de vader geen aanleiding om een poging te doen om weer in contact met [de minderjarige] te komen, terwijl de moeder en verzoeker dit contact niet belemmeren. Ook heeft de vader nooit verzocht om mede met het gezag over [de minderjarige] te worden belast en is hij niet op de zitting verschenen. De Raad heeft geconstateerd dat de vader dus al langere tijd niet meer betrokken is bij het leven van [de minderjarige] . De Raad is daarom op dit moment van mening dat voldoende vaststaat dat [de minderjarige] van haar vader in de hoedanigheid van ouder weinig te verwachten heeft. Verder is de Raad van mening dat [de minderjarige] op dit moment de gevolgen van een adoptie in voldoende mate kan overzien. Om die reden heeft de Raad het eerdere advies tijdens de zitting gewijzigd. Gelet op de huidige omstandigheden acht de Raad het in het belang van [de minderjarige] dat het verzoek tot adoptie wordt toegewezen.



Nu aan de artikelen 1:227 en 1:228 BW – voor zover in deze zaak van toepassing – is voldaan, zal de rechtbank het verzoek tot adoptie toewijzen.



Verzoeker en de moeder hebben verklaard dat zij wensen dat [de minderjarige] de geslachtsnaam [geslachtsnaam 2] zal hebben. [de minderjarige] heeft zelf ook verklaard dat zij de geslachtnaam [geslachtsnaam 2] wil dragen. Op grond van artikel 1:5 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek zal de minderjarige de geslachtsnaam [geslachtsnaam 2] krijgen.



De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2 lid 1, aanhef en onder sub m van het Besluit gezagsregisters tevens bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.



Omdat het verzoek tot adoptie wordt toegewezen, behoeft het subsidiaire verzoek niet te worden beoordeeld.



De aard van de zaak leent zich niet voor uitvoerbaarverklaring bij voorraad, zodat het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen.





Beslissing


De rechtbank:



*
spreekt uit de adoptie van:

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] ,



door [verzoeker] , geboren op [geboortedatum 2] 1986 te [geboorteplaats 1] ,
juridisch ouder naast: [de moeder] ;



*
onder vermelding van de verklaring van verzoeker en de moeder ten overstaan van de rechtbank dat [de minderjarige] de geslachtsnaam [geslachtsnaam 2] zal hebben;



bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze beschikking;



wijst af het meer of anders verzochte.











Deze beschikking is gegeven door mrs. C.L. Strop, A.M. Brakel en A.P. de Klerk, kinderrechters, bijgestaan door mr. P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 maart 2026.