Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:6676

2026-03-04 Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht C/09/678378 / HA ZA 25-50
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-03-04
Publicatiedatum
2026-03-26
Rechtsgebied
Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/678378 / HA ZA 25-50
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Herstelvonnis. Zie ook ECLI:NL:RBDHA:2026:6676

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.726 tekens)
vonnis
RECHTBANK DEN HAAG



Team handel




zaaknummer / rolnummer: C/09/678378 / HA ZA 25-50





Vonnis van 4 maart 2026





in de zaak van




COMFORT-PRODUCTS EUROPE B.V.,
te Woerden,
eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,
hierna te noemen: Comfort Products,
advocaat: mr. A.J. Spiegeler,



tegen




HEAT PERFORMANCE B.V.,
te Noordwijk,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
hierna te noemen: Heat Performance,
advocaat: mr. M.J.M. Kortier.







1Het verzoek tot verbetering

1.1.
Bij emailbericht van 12 februari 2026 is namens Comfort Products de rechtbank verzocht om verbetering van het op 11 februari 2026 in deze zaak gewezen vonnis. Heat Performance meent ten eerste dat in het dictum van het vonnis een kennelijke fout is geslopen. De rechtbank oordeelt in rechtsoverwegingen 4.48 en 4.50 van het vonnis dat het conservatoir beslag op de handschoenen van Heat Performance dient te worden opgeheven. In het dictum van het vonnis is echter niet opgenomen dat de rechtbank het beslag opheft. Ten tweede meent Heat Performance dat in de opsomming van het procesdossier (r.o. 1.1. van het vonnis) beide depots van Heat Performance met handschoenen en overige artikelen – per abuis - niet worden vermeld. Het depot van Comfort Products wordt daarentegen wel benoemd. Dit betreft kennelijke omissies, aldus Heat Performance.



1.2.
De rechtbank heeft Comfort Products in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Comfort Products heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Comfort Products maakt geen bezwaar tegen de verzochte aanvullingen, en verzoekt harerzijds om verbetering van de kennelijk verkeerd geschreven naam van haar advocaat.






2De beoordeling
Het verzoek van Heat Performance


2.1.
De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 11 februari 2026 sprake is van kennelijke fouten, die zich voor eenvoudig herstel lenen op de voet van artikel 31 Rv, althans van omissies die de rechtbank zal aanvullen.



Het aanvullende verzoek van Comfort Products





2.2.
Het aanvullende verzoek van Comfort Products heeft geen betrekking op de door Heat Performance genoemde omissies, maar betreft de juiste spelling van de naam van haar advocaat. Ook dit leent zich voor eenvoudig herstel.






3De beslissing
De rechtbank


3.1.
wijst het verzoek van Heat Performance om verbetering van het op 11 februari 2026 tussen Comfort Products en Heat Performance gewezen vonnis toe;



3.2.
heft op het door Comfort Products op de handschoenen van Heat Performance gelegde beslag;



3.3.
bepaalt dat rechtsoverweging 1.1 van het op 11 februari tussen Comfort Products en Heat Performance gewezen vonnis zal worden aangevuld met de volgende stukken:



de akte depot d.d. 26 februari 2025 met depotnummer 25.6 van de kant van Heat Performance,


de akte depot d.d. 25 september 2025 met depotnummer 25.20 van de kant van Heat Performance;





3.4.
bepaalt dat in rechtsoverweging 1.2 van het op 11 februari 2026 tussen Comfort Products en Heat Performance gewezen vonnis, waar staat


“ (…) waarbij Comfort Products werd bijgestaan door haar advocaat mr. Spiegeler, voornoemd en mr. Cremer, advocaat te Den Haag”,



wordt gewijzigd in:



“ (…) waarbij Comfort Products werd bijgestaan door haar advocaat mr. Spiegeler, voornoemd en mr. Cremers, advocaat te Den Haag”;




3.5.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 4 maart 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 11 februari 2026;



3.6.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 11 februari 2026 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.



Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra, rechter, bijgestaan door
mr. E.E. de Vos, griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.




Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.