Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:4198

2026-02-26 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL24.15807
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-02-26
Publicatiedatum
2026-03-03
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL24.15807
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep tegen brief RTB tot 4 maart 2024 – geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb – beroep niet-ontvankelijk.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.288 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL24.15807


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen



[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. A.A.W.A. Vissers),



en




de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).





Procesverloop


Bij brief van 20 februari 2024 (de bestreden brief) heeft verweerder eiser geïnformeerd over de gevolgen van de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024 voor zijn tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.



Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.



Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.



De rechtbank heeft het beroep op 26 februari 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen. De gemachtigde van eiser is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Als tolk is verschenen [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.



Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.





Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.





Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast dat verweerder met de brief van 20 februari 2024 eiser heeft geïnformeerd dat zijn tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming per 4 maart 2024 van rechtswege eindigt, zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024. De bestreden brief is niet gericht op het doen ontstaan, wijzigen of beëindigen van rechtsgevolgen, maar bevat uitsluitend een mededeling over een rechtsgevolg dat rechtstreeks uit het toepasselijk recht voortvloeit.

2. Reeds op 16 april 2024 heeft deze rechtbank en zittingsplaats in haar uitspraak geoordeeld dat een dergelijke brief een informatief karakter heeft en niet is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De bestreden brief is dan ook geen besluit waartegen beroep openstaat.

3. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en het proces-verbaal daarvan is openbaar gemaakt doormiddel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:





Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.







Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.


ECLI:NL:RVS:2024:32.


Richtlijn 2001/55/EG.


ECLI:NL:RVS:2024:5415.