Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:28230
2026-09-25
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL23.27772
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Asiel Somalië, asielstatus in Griekenland, problemen met Al-Shabaab, alleenstaande vrouw, Mogadishu als binnenlands beschermingsalternatief, beroep gegrond.
Citeert (4)
- ECLI:NL:RVS:2023:3275 Raad van State 30-08-2023
- ECLI:EU:C:2024:524
- ECLI:EU:C:2024:524
- ECLI:NL:RVS:2025:2865 Raad van State 02-07-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (25.951 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL23.27772
V-nummers: [V nummer 1]
[V nummer 2]
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1993, hierna: eiseres,
mede namens haar minderjarige zoon:
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum 2] 2020,
beiden van Somalische nationaliteit,
(gemachtigde: mr. S. de Schutter),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. D. Gigengack).
Inleiding
1. Eiseres heeft op 17 november 2021 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 22 augustus 2023 afgewezen als ongegrond.
1.1.
Hiertegen heeft eiseres op 6 september 2023 beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft op 4 juni 2024 bepaald dat de behandeling van de zaak op zitting tot nader order werd uitgesteld, in afwachting van de door de Afdeling gestelde prejudiciële vragen op 30 augustus 2023.
1.3.
Verweerder heeft op 4 december 2025 een aanvullend besluit uitgebracht, naar aanleiding van de beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof. Het beroep heeft mede betrekking op dit besluit.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 10 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van verweerder en S. Mahed, als tolk Arabisch.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Asielrelaas
4. Begin september 2020 heeft Al-Shabaab de echtgenoot van eiseres benaderd bij hun woning in [plaats 1] om zich bij hen aan te sluiten. Haar echtgenoot weigerde, maar de leden van Al-Shabaab zeiden dat dit geen optie was en dat ze later terug zouden komen. Twee dagen daarna vonden er gevechten plaats tussen Al-Shabaab en Ugandese troepen in de nabijgelegen stad [plaats 3] . Door deze gevechten was eiseres die dag verhinderd om thuis te komen. Toen zij later die dag thuiskwam met haar jongste zoontje, waren haar echtgenoot en hun andere kinderen verdwenen. Enkele uren later is eiseres ontvoerd door Al-Shabaab. Zij wilden weten waar haar echtgenoot zich bevond. Eiseres werd vijf nachten door Al-Shabaab vastgehouden en bevraagd over waar haar echtgenoot was. Na vijf dagen is zij, dankzij de bemiddeling van de stamoudste [naam] , vrijgelaten door Al-Shabaab. Eiseres is toen direct naar Mogadishu vertrokken. De nicht van eiseres heeft haar daar geholpen om Somalië uit te reizen. Op 5 november 2020 is eiseres uit Somalië vertrokken. Na haar vertrek ontdekte eiseres dat haar echtgenoot samen met haar kinderen was gevlucht uit [plaats 1] , vanwege zijn vrees dat Al-Shabaab hem zou benaderen om mee te vechten. Sindsdien verblijven de kinderen bij een nicht van haar echtgenoot in [plaats 2] . Van haar echtgenoot heeft zij een jaar geleden vernomen dat hij van plan was om naar Uganda te reizen. Sindsdien heeft eiseres geen contact meer met hem gehad. Zijn verblijfplaats is onbekend. Eiseres is hierdoor een alleenstaande vrouw zonder bescherming in Somalië.
Besluitvorming
5. Volgens verweerder bestaat het asielrelaas van eiseres uit de volgende asielmotieven:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. eiseres haar ontvoering door de Al-Shabaab met als doel dat haar echtgenoot zich zou melden;
3. eiseres is een alleenstaande vrouw.
5.1.
Verweerder acht zowel het eerste als het tweede asielmotief geloofwaardig. Dat eiseres een alleenstaande vrouw is, vindt de minister niet geloofwaardig. Uit haar verklaringen volgt namelijk dat zij verschillende familieleden heeft in Somalië en andere personen in haar sociale netwerk heeft waarop zij voor opvang en bescherming kan terugvallen. Dat betreft ten eerste haar nicht, [persoon 1] , waarbij eiseres zes weken heeft verbleven in Mogadishu. Zij heeft eiseres geholpen bij het organiseren van haar vertrek uit Somalië en heeft eiseres geholpen door te achterhalen waar haar kinderen verbleven. Ten tweede heeft eiseres een nicht, [persoon 2] , van de kant van haar echtgenoot in [plaats 2] waar haar kinderen verblijven. Ook heeft eiseres haar sociale netwerk ingezet om haar echtgenoot te spreken. En ten vierde heeft zij verklaard dat haar oma en haar oom in [plaats 3] wonen. Verweerder meent dat het niet geloofwaardig is dat eiseres een alleenstaande vrouw is.
5.2.
Uit eiseres haar verklaringen is niet gebleken dat zij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Ook is volgens verweerder niet gebleken dat eiseres een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Somalië. Ondanks dat [plaats 1] , het gebied waar eiseres woonde, onder de controle van Al-Shabaab staat, heeft zij in Somalië een vestigingsalternatief. Zij kan zich namelijk in Mogadishu vestigen. Eiseres heeft daar eerder zes weken verbleven en heeft daar familie. Daarnaast behoort zij tot de meerderheidsclan en heeft ze scholing gehad. Bovendien wordt ten aanzien van de geloofwaardig geachte ontvoering door Al-Shabaab overwogen dat de daaraan ontleende vermoedens over wat eiseres bij terugkeer te wachten staat, niet aannemelijk worden geacht. Hiertoe wordt overwogen dat eiseres is vrijgelaten door Al-Shabaab ondanks dat haar echtgenoot zich nog niet gemeld had of dat zij informatie kon geven over zijn verblijfplaats.
5.3.
In het aanvullende besluit heeft verweerder, naar aanleiding van het Hof arrest Q.Y., het Griekse asieldossier van eiseres opgevraagd. Hierover stelt verweerder zich op het standpunt dat de verklaringen van eiseres in Griekenland overeenkomen met de verklaringen in Nederland. Het blijkt echter niet uit de informatie van de Griekse autoriteiten waarom zij Mogadishu niet hebben aangemerkt als vestigingsalternatief. Verweerder heeft in het aanvullend besluit ook gekeken naar nieuwe informatie over de veiligheidssituatie in Mogadishu, omdat de toenmalige beoordeling in 2023 plaatsvond. Uit de nieuwe landeninformatie blijkt volgens verweerder nog steeds dat het niet aannemelijk is dat eiseres in Mogadishu te vrezen heeft voor Al-Shabaab. Al Shabaab heeft onvoldoende manschappen om zich te richten op het vinden van mensen die zich hebben onttrokken aan gedwongen rekrutering, laat staan aan familieleden van deze mensen. Verder is de Hawiye clan, nog steeds de dominante clan in Mogadishu en blijkt er uit de landeninformatie dat men bescherming kan vinden bij de clan waartoe hij behoort. Bovendien wonen eiseres haar oma en nicht in Mogadishu en blijkt nergens uit dat zij zich niet staande kunnen houden. En er moet worden opgemerkt dat eiseres nog mannelijke familieleden in andere delen van Somalië heeft wonen en dat gesteld noch gebleken is dat de echtgenoot van eiseres overleden is. Tot slot overweegt verweerder dat er uit het meest recente Ambtsbericht volgt dat met name hoger opgeleide vrouwen zich makkelijker economisch staande hielden. Eiseres heeft de middelbare school afgemaakt en spreekt Somali en Arabisch. Dat is volgens verweerder uitzonderlijk voor Somalische begrippen.
Het oordeel van de rechtbank
6. De rechtbank stelt voorop dat, net als verweerder op de zitting heeft benadrukt, in deze zaak de geloofwaardigheid van het asielmotief dat eiseres een alleenstaande vrouw is en de tegenwerping van het vestigingsalternatief Mogadishu door elkaar heen loopt. Ze zijn in deze zaak zo nauw met elkaar verbonden dat de rechtbank aanleiding ziet om deze gelijktijdig te bespreken.
Het beleid van verweerder
7. Verweerder heeft in zijn beleid ten aanzien van alleenstaande vrouwen in Somalië het volgende opgenomen:
‘Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw.
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:
zij in Somalië geen echtgenoot heeft – of geen persoon met wie zij een duurzame relatie heeft met wie zij kan gaan samenleven; en
er geen grootfamilie – tot de grootfamilie kunnen naast vader, moeder en kinderen ook grootouders, ooms, tantes, neven en nichten behoren – en eventueel een (plaatselijke) meerderheidsclan is waar de vrouw, gelet op haar individuele omstandigheden, voor opvang en bescherming op terug kan vallen.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.’
7.1.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres niet als alleenstaande vrouw kan worden aangemerkt. Daarbij neemt verweerder in aanmerking dat eiseres, zoals ze al eerder heeft gedaan, terecht kan bij haar nicht [persoon 1] voor opvang en bescherming. En als eiseres niet bij haar nicht terecht kan, is verweerder van mening dat de andere leden van haar familie die niet in Mogadishu verblijven haar kunnen helpen om in Mogadishu een netwerk te activeren die haar zal kunnen helpen met opvang en bescherming. Daar komt ook bij dat eiseres bij de meerderheidsclan in Mogadishu behoort en dat zij de steun van haar clan zal kunnen krijgen.
7.2.
Eiseres heeft verklaard dat haar nicht in Mogadishu haar heeft verteld haar niet langer te willen en kunnen ondersteunen. Op de zitting heeft eiseres ook nog toegelicht dat zij al sinds dat zij in Turkije was aangekomen geen contact meer kan krijgen met haar nicht. Haar nicht was erg angstig, ook ten tijde van haar verblijf in Mogadishu, en eiseres mocht niet naar buiten. Eiseres stelt zich daarom op het standpunt dat zij de bescherming van haar nicht niet zal kunnen inroepen.
7.3.
Verweerder acht eiseres haar verklaringen, daar waar zij stelt dat haar nicht haar niet langer kan ondersteunen, ongeloofwaardig. Eiseres heeft dat namelijk niet onderbouwd met stukken.
7.4.
De rechtbank overweegt hiertoe dat verweerder alle verklaringen van eiseres ten aanzien van [persoon 1] geloofwaardig heeft geacht. Verweerder acht het geloofwaardig dat [persoon 1] bestaat en aanwezig is in Mogadishu. Ook acht verweerder het geloofwaardig dat zij eiseres heeft geholpen om de vlucht te regelen en dat zij eiseres zes weken onderdak heeft geboden in Mogadishu. Dit alles heeft eiseres niet onderbouwd met stukken. Ook heeft eiseres niet met documenten onderbouwd dat [persoon 1] heeft gezegd dat ze eiseres niet weer zal beschermen. Het is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende duidelijk waarom enkel dit aspect ongeloofwaardig is bevonden. De stelling van verweerder dat dat komt omdat eiseres dit niet heeft onderbouwd met stukken doet hier niet aan af, nu eiseres al haar verklaringen ten aanzien van haar nicht niet heeft onderbouwd met stukken. Zonder nadere onderbouwing kan verweerder dan ook niet worden gevolgd dat het aannemelijk is dat eiseres opnieuw bij haar nicht [persoon 1] terecht zal kunnen en/of dat [persoon 1] haar zal kunnen helpen om in Mogadishu te overleven.
7.5.
De rechtbank stelt vast dat er ook nog andere leden van eiseres haar grootfamilie aanwezig zijn in Somalië: een nicht aan de kant van haar echtgenoot [persoon 2] in [plaats 2] en haar oom en oma in [plaats 3] . De rechtbank stelt vast dat deze familieleden in een gebied wonen waarvan verweerder aannemelijk heeft geacht dat eiseres daar te vrezen heeft. De rechtbank begrijpt het standpunt van verweerder ter zitting zo dat verweerder het beleid zo interpreteert dat het niet uitmaakt of eiseres daadwerkelijk bij [persoon 1] of de andere leden van de familie kan verblijven. Het terugvallen op de grootfamilie voor opvang en bescherming is volgens verweerder breder dan dat. Het is namelijk ook mogelijk dat die familieleden hun netwerk activeren om iemand te helpen, en dit kan ook vanaf een afstand.
7.6.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende onderzocht of eiseres voor bescherming en opvang kan terugvallen op haar (beperkt) aanwezige grootfamilie. De benodigde zorgvuldigheid van dit onderzoek volgt naar het oordeel van de rechtbank uit het feit dat aan een alleenstaande vrouw, iemand die niet kan terugvallen op haar grootfamilie en eventueel de meerderheidsclan voor opvang en bescherming, in de regel een asielstatus wordt verleend. Juist omdat zij anders in een situatie terechtkomt die strijdig is met het verbod van artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest. Het onderzoek naar opvang en bescherming luistert dus nauw.
7.7.
Uit de definitie van een alleenstaande vrouw in het beleid van verweerder volgt dat er moet blijken dat zij kan terugvallen voor bescherming en opvang op de aanwezige grootfamilie. Eiseres heeft aangevoerd dat zij niet terecht kan bij haar familieleden. Haar oma is heel oud en kan niet meer voor zichzelf zorgen en allebei haar nichten hebben gezegd haar geen bescherming te kunnen bieden. Ook haar oom kan haar niet helpen.
7.8.
Met de enkele verwijzing dat deze familieleden in Somalië wonen en eiseres tot de meerderheidsclan in Mogadishu behoort, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet aan zijn onderzoeksplicht voldaan.
7.9.
Dit klemt naar het oordeel van de rechtbank temeer nu er uit landeninformatie volgt dat er kanttekeningen moeten worden geplaatst bij de bescherming die iemand kan inroepen vanuit zijn of haar clan. Zo volgt er uit het meest recente Ambtsbericht dat de grootfamilie van de vrouw de voornaamste actor van bescherming is en dat vrouwen die behoren tot een (plaatselijke) meerderheidsclan wel op enige mate van bescherming konden rekenen, maar dat die bescherming zeker voor vrouwen werd beperkt door ongelijke man-vrouw verhoudingen. Uit informatie van VluchtelingenWerk volgt dat de perceptie wijdverbreid was dat als personen gedwongen waren teruggekeerd, dit het gevolg moest zijn van slecht gedrag en dat dit dan gevolgen had voor de mate waarin de clan zich over iemand zou ontfermen. Ook volgt er uit het EUAA Country Guidance rapport dat terugkeerders die jarenlang afwezig zijn geweest, mogelijk niet kunnen beschikken over clanondersteuning. Daarnaast volgt uit de informatie van VluchtelingenWerk:
‘In een mailwisseling van VWN met de Somalië-expert Tony Burns over de steun die verwacht kan worden van de (groot-) familie en sociale/clan netwerken (Bijlage 7, 6 februari 2025) beschrijft hij dat het verwijzen naar het gebied of de clan waar iemand vandaan komt, geen enkele basis biedt voor wat iemand te wachten staat als hij terugkeert. Over het behoren tot de grote clan de Hawiye, antwoordt hij dat "Hawiye" in Somalië nauwelijks wordt gebruikt als clangids.’
7.10.
Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank nagelaten een individuele beoordeling te maken en heeft deze landeninformatie onvoldoende betrokken in de besluitvorming. Hiermee heeft verweerder ook onvoldoende onderzocht of eiseres kan terugvallen op de meerderheidsclan waartoe zij behoort voor bescherming en opvang in Mogadishu. Het enkele behoren tot een meerderheidsclan vindt de rechtbank gelet op de hierboven beschreven landeninformatie onvoldoende om aan te nemen dat clanbescherming beschikbaar is voor eiseres in Mogadishu. Verweerder moet motiveren waarom eiseres, gelet op haar individuele omstandigheden, voor opvang en bescherming terug kan vallen op haar clan.
Binnenlands beschermingsalternatief
8. Niet in geschil is tussen partijen dat eiseres bij terugkeer naar haar voormalige woonplaats [plaats 1] , een reëel risico loopt op ernstige schade. In geschil is tussen partijen of verweerder Mogadishu als binnenlands beschermingsalternatief heeft mogen aanmerken.
8.1.
Verweerder mag een binnenlands beschermingsalternatief tegenwerpen als de vreemdeling in een deel van zijn land van herkomst geen gegronde vrees heeft voor vervolging en daar ook geen reëel risico op ernstige schade loopt. Verder moet dat deel van het land toegankelijk zijn voor die vreemdeling en moet hij op een veilige en wettige manier daarnaartoe kunnen reizen. Ook moet verweerder redelijkerwijs van de vreemdeling mogen verwachten dat hij of zij zich er vestigt. Het is aan verweerder om dat te onderzoeken en aannemelijk te maken.
8.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder gelet op wat in rechtsoverwegingen 8 tot en met 8.9 is overwogen, onvoldoende onderzocht en aannemelijk gemaakt dat van eiseres redelijkerwijs verwacht kan worden dat zij zich in Mogadishu vestigt. In de beoordeling of Mogadishu voor eiseres als binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen dient verweerder kenbaar de conclusie van het EUAA te betrekken dat Mogadishu slechts in uitzonderlijke gevallen redelijk kan zijn als binnenlands beschermingsalternatief. Ter illustratie geeft het EUAA de volgende voorbeelden: ‘zoals bij alleenstaande valide mannen en gehuwde paren zonder kinderen en/of zonder bijkomende kwetsbaarheden, die behoren tot de meerderheid of dominante clans in het gebied van vestiging, die een opleiding en beroepsachtergrond hebben die de toegang tot werk vergemakkelijkt of die beschikken over een ondersteunend netwerk dat hen kan en wil helpen bij het verkrijgen van basisvoorzieningen.’
8.3.
De onderzoeksplicht van verweerder klemt in het geval van eiseres temeer nu de Griekse autoriteiten Mogadishu niet hebben tegengeworpen als binnenlands beschermingsalternatief en het niet duidelijk is waarom zij Mogadishu niet als binnenlands beschermingsalternatief zagen voor eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder hiermee niet voldaan aan de verplichting ten volle rekening te houden met het Griekse dossier. Het standpunt van verweerder ter zitting, dat dat hoogstwaarschijnlijk komt omdat eiseres in Griekenland niet heeft verklaard dat zij een nicht in Mogadishu heeft en dat ze daar eerder heeft verbleven, doet hier niet aan af. Dit is namelijk enkel een suggestie van verweerder. Het is niet duidelijk of dit daadwerkelijk de reden van de Griekse autoriteiten is geweest.
9. Gelet op het voorgaande heeft verweerder onvoldoende onderzocht en onvoldoende gemotiveerd dat eiseres niet als alleenstaande vrouw hoeft te worden aangemerkt en dat zij, ook als vestigingsalternatief, voor opvang en bescherming kan terugvallen op de aanwezigheid van clanbescherming dan wel grootfamilie in Mogadishu.
Artikel 3.6a van het Vreemdelingenbesluit
10. Verweerder stelt zich ook op het standpunt dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op reguliere gronden. Er is volgens verweerder geen sprake van een schrijnende situatie als bedoeld in artikel 3.6a van het Vreemdelingenbesluit.
10.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder in deze beoordeling onvoldoende rekening heeft gehouden met en zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar het belang van het kind. Eiseres is samen met haar jongste zoon in 2020 uit Somalië gevlucht. Hij was destijds nog geen jaar oud. Inmiddels is de zoon zes jaar en kent hij geen ander leven en andere ontwikkeling dan in Nederland. Verweerder dient bij iedere beslissing ook het belang van het kind te belichten en daarbij alle relevante feiten en omstandigheden mee te nemen. Verweerder dient daarbij de ontwikkeling en de behoeftes van het kind te betrekken, maar ook wat het betekent voor het kind als het hier zou mogen blijven of als het moet terugkeren naar Mogadishu. Daarbij moet ook de recente landeninformatie over Mogadishu in acht worden gehouden. Voorts volgt uit het meest recente Ambtsbericht dat terugkeerders uit Europese landen doorgaans eenvoudig herkenbaar zijn na terugkeer naar Somalië, zeker naarmate ze daar langer hebben gewoond, en dat zij daarom moeite hebben met integreren in de Somalische samenleving. Verweerder dient dan ook rekening te houden met het feit dat de zoon van eiseres geen Somalisch spreekt en makkelijk te herkennen zal zijn als iemand die terugkeert uit een westers/Europees land. Verder dient verweerder bij het belang van het kind de veiligheidssituatie in Mogadishu te betrekken. De zoon dient volgens verweerder daar immers naartoe te gaan en daar zal hij, als zesjarige, dan ook dagelijks mee te maken krijgen. Uit het rapport van de EUAA ‘Country Guidance: Somalia’ (mei 2025) volgt dat Mogadishu gekenmerkt blijft door een hoog niveau van willekeurig geweld, waarbij Al-Shabaab regelmatig aanslagen uitvoert op burgers en overheidsdoelen met jaarlijks honderden slachtoffers tot gevolg. Ook in haar ‘Country Guidance: Somalia’ (oktober 2025) gaat de EUAA onverminderd uit van een hoog niveau van willekeurig geweld in Mogadishu.
11. Het beroep is gegrond. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding de overige beroepsgronden te bespreken.
Conclusie en gevolgen
12. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor een termijn van twaalf weken vanwege het vereiste gedegen onderzoek naar de mogelijkheid van een binnenlands vestigingsalternatief en het belang van het kind.
13. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding voor haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding stelt de rechtbank vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het deelnemen aan de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank,
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
draagt de minister op binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak; en,
veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Jongejans, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
ECLI:NL:RVS:2023:3275.
Hof van Justitie van de Europese Unie.
Arrest van 18 juni 2024, ECLI:EU:C:2024:524.
Het Algemeen Ambtsbericht Somalië (april 2025).
Hier wordt verwezen naar Europees Asielagentschap EUAA (2025) Somalia: Country Focus, p. 27.
Zie paragraaf C9/30.3.2.2. van de Vreemdelingencirculaire.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
April 2025, p. 98.
Uit een landeninformatiebrief van VWN van 23 april 2026 ‘Somalië - Mate van ondersteuning en bescherming door (groot)familie en clan’.
European Union Agency for Asylum.
Van oktober 2025.
Artikel 8 van de Kwalificatieverordening.
Zie paragraaf C3/3.4.2. van de Vc.
EUAA Country Guidance rapport van oktober 2025.
Zie p. 114.
Zoals volgt uit het eerdergenoemde Hof arrest ECLI:EU:C:2024:524; en uitspraak van de Afdeling van 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2865.
April 2025, p. 117.
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL23.27772
V-nummers: [V nummer 1]
[V nummer 2]
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1993, hierna: eiseres,
mede namens haar minderjarige zoon:
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum 2] 2020,
beiden van Somalische nationaliteit,
(gemachtigde: mr. S. de Schutter),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. D. Gigengack).
Inleiding
1. Eiseres heeft op 17 november 2021 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 22 augustus 2023 afgewezen als ongegrond.
1.1.
Hiertegen heeft eiseres op 6 september 2023 beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft op 4 juni 2024 bepaald dat de behandeling van de zaak op zitting tot nader order werd uitgesteld, in afwachting van de door de Afdeling gestelde prejudiciële vragen op 30 augustus 2023.
1.3.
Verweerder heeft op 4 december 2025 een aanvullend besluit uitgebracht, naar aanleiding van de beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof. Het beroep heeft mede betrekking op dit besluit.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 10 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van verweerder en S. Mahed, als tolk Arabisch.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Asielrelaas
4. Begin september 2020 heeft Al-Shabaab de echtgenoot van eiseres benaderd bij hun woning in [plaats 1] om zich bij hen aan te sluiten. Haar echtgenoot weigerde, maar de leden van Al-Shabaab zeiden dat dit geen optie was en dat ze later terug zouden komen. Twee dagen daarna vonden er gevechten plaats tussen Al-Shabaab en Ugandese troepen in de nabijgelegen stad [plaats 3] . Door deze gevechten was eiseres die dag verhinderd om thuis te komen. Toen zij later die dag thuiskwam met haar jongste zoontje, waren haar echtgenoot en hun andere kinderen verdwenen. Enkele uren later is eiseres ontvoerd door Al-Shabaab. Zij wilden weten waar haar echtgenoot zich bevond. Eiseres werd vijf nachten door Al-Shabaab vastgehouden en bevraagd over waar haar echtgenoot was. Na vijf dagen is zij, dankzij de bemiddeling van de stamoudste [naam] , vrijgelaten door Al-Shabaab. Eiseres is toen direct naar Mogadishu vertrokken. De nicht van eiseres heeft haar daar geholpen om Somalië uit te reizen. Op 5 november 2020 is eiseres uit Somalië vertrokken. Na haar vertrek ontdekte eiseres dat haar echtgenoot samen met haar kinderen was gevlucht uit [plaats 1] , vanwege zijn vrees dat Al-Shabaab hem zou benaderen om mee te vechten. Sindsdien verblijven de kinderen bij een nicht van haar echtgenoot in [plaats 2] . Van haar echtgenoot heeft zij een jaar geleden vernomen dat hij van plan was om naar Uganda te reizen. Sindsdien heeft eiseres geen contact meer met hem gehad. Zijn verblijfplaats is onbekend. Eiseres is hierdoor een alleenstaande vrouw zonder bescherming in Somalië.
Besluitvorming
5. Volgens verweerder bestaat het asielrelaas van eiseres uit de volgende asielmotieven:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. eiseres haar ontvoering door de Al-Shabaab met als doel dat haar echtgenoot zich zou melden;
3. eiseres is een alleenstaande vrouw.
5.1.
Verweerder acht zowel het eerste als het tweede asielmotief geloofwaardig. Dat eiseres een alleenstaande vrouw is, vindt de minister niet geloofwaardig. Uit haar verklaringen volgt namelijk dat zij verschillende familieleden heeft in Somalië en andere personen in haar sociale netwerk heeft waarop zij voor opvang en bescherming kan terugvallen. Dat betreft ten eerste haar nicht, [persoon 1] , waarbij eiseres zes weken heeft verbleven in Mogadishu. Zij heeft eiseres geholpen bij het organiseren van haar vertrek uit Somalië en heeft eiseres geholpen door te achterhalen waar haar kinderen verbleven. Ten tweede heeft eiseres een nicht, [persoon 2] , van de kant van haar echtgenoot in [plaats 2] waar haar kinderen verblijven. Ook heeft eiseres haar sociale netwerk ingezet om haar echtgenoot te spreken. En ten vierde heeft zij verklaard dat haar oma en haar oom in [plaats 3] wonen. Verweerder meent dat het niet geloofwaardig is dat eiseres een alleenstaande vrouw is.
5.2.
Uit eiseres haar verklaringen is niet gebleken dat zij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Ook is volgens verweerder niet gebleken dat eiseres een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Somalië. Ondanks dat [plaats 1] , het gebied waar eiseres woonde, onder de controle van Al-Shabaab staat, heeft zij in Somalië een vestigingsalternatief. Zij kan zich namelijk in Mogadishu vestigen. Eiseres heeft daar eerder zes weken verbleven en heeft daar familie. Daarnaast behoort zij tot de meerderheidsclan en heeft ze scholing gehad. Bovendien wordt ten aanzien van de geloofwaardig geachte ontvoering door Al-Shabaab overwogen dat de daaraan ontleende vermoedens over wat eiseres bij terugkeer te wachten staat, niet aannemelijk worden geacht. Hiertoe wordt overwogen dat eiseres is vrijgelaten door Al-Shabaab ondanks dat haar echtgenoot zich nog niet gemeld had of dat zij informatie kon geven over zijn verblijfplaats.
5.3.
In het aanvullende besluit heeft verweerder, naar aanleiding van het Hof arrest Q.Y., het Griekse asieldossier van eiseres opgevraagd. Hierover stelt verweerder zich op het standpunt dat de verklaringen van eiseres in Griekenland overeenkomen met de verklaringen in Nederland. Het blijkt echter niet uit de informatie van de Griekse autoriteiten waarom zij Mogadishu niet hebben aangemerkt als vestigingsalternatief. Verweerder heeft in het aanvullend besluit ook gekeken naar nieuwe informatie over de veiligheidssituatie in Mogadishu, omdat de toenmalige beoordeling in 2023 plaatsvond. Uit de nieuwe landeninformatie blijkt volgens verweerder nog steeds dat het niet aannemelijk is dat eiseres in Mogadishu te vrezen heeft voor Al-Shabaab. Al Shabaab heeft onvoldoende manschappen om zich te richten op het vinden van mensen die zich hebben onttrokken aan gedwongen rekrutering, laat staan aan familieleden van deze mensen. Verder is de Hawiye clan, nog steeds de dominante clan in Mogadishu en blijkt er uit de landeninformatie dat men bescherming kan vinden bij de clan waartoe hij behoort. Bovendien wonen eiseres haar oma en nicht in Mogadishu en blijkt nergens uit dat zij zich niet staande kunnen houden. En er moet worden opgemerkt dat eiseres nog mannelijke familieleden in andere delen van Somalië heeft wonen en dat gesteld noch gebleken is dat de echtgenoot van eiseres overleden is. Tot slot overweegt verweerder dat er uit het meest recente Ambtsbericht volgt dat met name hoger opgeleide vrouwen zich makkelijker economisch staande hielden. Eiseres heeft de middelbare school afgemaakt en spreekt Somali en Arabisch. Dat is volgens verweerder uitzonderlijk voor Somalische begrippen.
Het oordeel van de rechtbank
6. De rechtbank stelt voorop dat, net als verweerder op de zitting heeft benadrukt, in deze zaak de geloofwaardigheid van het asielmotief dat eiseres een alleenstaande vrouw is en de tegenwerping van het vestigingsalternatief Mogadishu door elkaar heen loopt. Ze zijn in deze zaak zo nauw met elkaar verbonden dat de rechtbank aanleiding ziet om deze gelijktijdig te bespreken.
Het beleid van verweerder
7. Verweerder heeft in zijn beleid ten aanzien van alleenstaande vrouwen in Somalië het volgende opgenomen:
‘Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw.
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:
zij in Somalië geen echtgenoot heeft – of geen persoon met wie zij een duurzame relatie heeft met wie zij kan gaan samenleven; en
er geen grootfamilie – tot de grootfamilie kunnen naast vader, moeder en kinderen ook grootouders, ooms, tantes, neven en nichten behoren – en eventueel een (plaatselijke) meerderheidsclan is waar de vrouw, gelet op haar individuele omstandigheden, voor opvang en bescherming op terug kan vallen.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.’
7.1.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres niet als alleenstaande vrouw kan worden aangemerkt. Daarbij neemt verweerder in aanmerking dat eiseres, zoals ze al eerder heeft gedaan, terecht kan bij haar nicht [persoon 1] voor opvang en bescherming. En als eiseres niet bij haar nicht terecht kan, is verweerder van mening dat de andere leden van haar familie die niet in Mogadishu verblijven haar kunnen helpen om in Mogadishu een netwerk te activeren die haar zal kunnen helpen met opvang en bescherming. Daar komt ook bij dat eiseres bij de meerderheidsclan in Mogadishu behoort en dat zij de steun van haar clan zal kunnen krijgen.
7.2.
Eiseres heeft verklaard dat haar nicht in Mogadishu haar heeft verteld haar niet langer te willen en kunnen ondersteunen. Op de zitting heeft eiseres ook nog toegelicht dat zij al sinds dat zij in Turkije was aangekomen geen contact meer kan krijgen met haar nicht. Haar nicht was erg angstig, ook ten tijde van haar verblijf in Mogadishu, en eiseres mocht niet naar buiten. Eiseres stelt zich daarom op het standpunt dat zij de bescherming van haar nicht niet zal kunnen inroepen.
7.3.
Verweerder acht eiseres haar verklaringen, daar waar zij stelt dat haar nicht haar niet langer kan ondersteunen, ongeloofwaardig. Eiseres heeft dat namelijk niet onderbouwd met stukken.
7.4.
De rechtbank overweegt hiertoe dat verweerder alle verklaringen van eiseres ten aanzien van [persoon 1] geloofwaardig heeft geacht. Verweerder acht het geloofwaardig dat [persoon 1] bestaat en aanwezig is in Mogadishu. Ook acht verweerder het geloofwaardig dat zij eiseres heeft geholpen om de vlucht te regelen en dat zij eiseres zes weken onderdak heeft geboden in Mogadishu. Dit alles heeft eiseres niet onderbouwd met stukken. Ook heeft eiseres niet met documenten onderbouwd dat [persoon 1] heeft gezegd dat ze eiseres niet weer zal beschermen. Het is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende duidelijk waarom enkel dit aspect ongeloofwaardig is bevonden. De stelling van verweerder dat dat komt omdat eiseres dit niet heeft onderbouwd met stukken doet hier niet aan af, nu eiseres al haar verklaringen ten aanzien van haar nicht niet heeft onderbouwd met stukken. Zonder nadere onderbouwing kan verweerder dan ook niet worden gevolgd dat het aannemelijk is dat eiseres opnieuw bij haar nicht [persoon 1] terecht zal kunnen en/of dat [persoon 1] haar zal kunnen helpen om in Mogadishu te overleven.
7.5.
De rechtbank stelt vast dat er ook nog andere leden van eiseres haar grootfamilie aanwezig zijn in Somalië: een nicht aan de kant van haar echtgenoot [persoon 2] in [plaats 2] en haar oom en oma in [plaats 3] . De rechtbank stelt vast dat deze familieleden in een gebied wonen waarvan verweerder aannemelijk heeft geacht dat eiseres daar te vrezen heeft. De rechtbank begrijpt het standpunt van verweerder ter zitting zo dat verweerder het beleid zo interpreteert dat het niet uitmaakt of eiseres daadwerkelijk bij [persoon 1] of de andere leden van de familie kan verblijven. Het terugvallen op de grootfamilie voor opvang en bescherming is volgens verweerder breder dan dat. Het is namelijk ook mogelijk dat die familieleden hun netwerk activeren om iemand te helpen, en dit kan ook vanaf een afstand.
7.6.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende onderzocht of eiseres voor bescherming en opvang kan terugvallen op haar (beperkt) aanwezige grootfamilie. De benodigde zorgvuldigheid van dit onderzoek volgt naar het oordeel van de rechtbank uit het feit dat aan een alleenstaande vrouw, iemand die niet kan terugvallen op haar grootfamilie en eventueel de meerderheidsclan voor opvang en bescherming, in de regel een asielstatus wordt verleend. Juist omdat zij anders in een situatie terechtkomt die strijdig is met het verbod van artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest. Het onderzoek naar opvang en bescherming luistert dus nauw.
7.7.
Uit de definitie van een alleenstaande vrouw in het beleid van verweerder volgt dat er moet blijken dat zij kan terugvallen voor bescherming en opvang op de aanwezige grootfamilie. Eiseres heeft aangevoerd dat zij niet terecht kan bij haar familieleden. Haar oma is heel oud en kan niet meer voor zichzelf zorgen en allebei haar nichten hebben gezegd haar geen bescherming te kunnen bieden. Ook haar oom kan haar niet helpen.
7.8.
Met de enkele verwijzing dat deze familieleden in Somalië wonen en eiseres tot de meerderheidsclan in Mogadishu behoort, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet aan zijn onderzoeksplicht voldaan.
7.9.
Dit klemt naar het oordeel van de rechtbank temeer nu er uit landeninformatie volgt dat er kanttekeningen moeten worden geplaatst bij de bescherming die iemand kan inroepen vanuit zijn of haar clan. Zo volgt er uit het meest recente Ambtsbericht dat de grootfamilie van de vrouw de voornaamste actor van bescherming is en dat vrouwen die behoren tot een (plaatselijke) meerderheidsclan wel op enige mate van bescherming konden rekenen, maar dat die bescherming zeker voor vrouwen werd beperkt door ongelijke man-vrouw verhoudingen. Uit informatie van VluchtelingenWerk volgt dat de perceptie wijdverbreid was dat als personen gedwongen waren teruggekeerd, dit het gevolg moest zijn van slecht gedrag en dat dit dan gevolgen had voor de mate waarin de clan zich over iemand zou ontfermen. Ook volgt er uit het EUAA Country Guidance rapport dat terugkeerders die jarenlang afwezig zijn geweest, mogelijk niet kunnen beschikken over clanondersteuning. Daarnaast volgt uit de informatie van VluchtelingenWerk:
‘In een mailwisseling van VWN met de Somalië-expert Tony Burns over de steun die verwacht kan worden van de (groot-) familie en sociale/clan netwerken (Bijlage 7, 6 februari 2025) beschrijft hij dat het verwijzen naar het gebied of de clan waar iemand vandaan komt, geen enkele basis biedt voor wat iemand te wachten staat als hij terugkeert. Over het behoren tot de grote clan de Hawiye, antwoordt hij dat "Hawiye" in Somalië nauwelijks wordt gebruikt als clangids.’
7.10.
Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank nagelaten een individuele beoordeling te maken en heeft deze landeninformatie onvoldoende betrokken in de besluitvorming. Hiermee heeft verweerder ook onvoldoende onderzocht of eiseres kan terugvallen op de meerderheidsclan waartoe zij behoort voor bescherming en opvang in Mogadishu. Het enkele behoren tot een meerderheidsclan vindt de rechtbank gelet op de hierboven beschreven landeninformatie onvoldoende om aan te nemen dat clanbescherming beschikbaar is voor eiseres in Mogadishu. Verweerder moet motiveren waarom eiseres, gelet op haar individuele omstandigheden, voor opvang en bescherming terug kan vallen op haar clan.
Binnenlands beschermingsalternatief
8. Niet in geschil is tussen partijen dat eiseres bij terugkeer naar haar voormalige woonplaats [plaats 1] , een reëel risico loopt op ernstige schade. In geschil is tussen partijen of verweerder Mogadishu als binnenlands beschermingsalternatief heeft mogen aanmerken.
8.1.
Verweerder mag een binnenlands beschermingsalternatief tegenwerpen als de vreemdeling in een deel van zijn land van herkomst geen gegronde vrees heeft voor vervolging en daar ook geen reëel risico op ernstige schade loopt. Verder moet dat deel van het land toegankelijk zijn voor die vreemdeling en moet hij op een veilige en wettige manier daarnaartoe kunnen reizen. Ook moet verweerder redelijkerwijs van de vreemdeling mogen verwachten dat hij of zij zich er vestigt. Het is aan verweerder om dat te onderzoeken en aannemelijk te maken.
8.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder gelet op wat in rechtsoverwegingen 8 tot en met 8.9 is overwogen, onvoldoende onderzocht en aannemelijk gemaakt dat van eiseres redelijkerwijs verwacht kan worden dat zij zich in Mogadishu vestigt. In de beoordeling of Mogadishu voor eiseres als binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen dient verweerder kenbaar de conclusie van het EUAA te betrekken dat Mogadishu slechts in uitzonderlijke gevallen redelijk kan zijn als binnenlands beschermingsalternatief. Ter illustratie geeft het EUAA de volgende voorbeelden: ‘zoals bij alleenstaande valide mannen en gehuwde paren zonder kinderen en/of zonder bijkomende kwetsbaarheden, die behoren tot de meerderheid of dominante clans in het gebied van vestiging, die een opleiding en beroepsachtergrond hebben die de toegang tot werk vergemakkelijkt of die beschikken over een ondersteunend netwerk dat hen kan en wil helpen bij het verkrijgen van basisvoorzieningen.’
8.3.
De onderzoeksplicht van verweerder klemt in het geval van eiseres temeer nu de Griekse autoriteiten Mogadishu niet hebben tegengeworpen als binnenlands beschermingsalternatief en het niet duidelijk is waarom zij Mogadishu niet als binnenlands beschermingsalternatief zagen voor eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder hiermee niet voldaan aan de verplichting ten volle rekening te houden met het Griekse dossier. Het standpunt van verweerder ter zitting, dat dat hoogstwaarschijnlijk komt omdat eiseres in Griekenland niet heeft verklaard dat zij een nicht in Mogadishu heeft en dat ze daar eerder heeft verbleven, doet hier niet aan af. Dit is namelijk enkel een suggestie van verweerder. Het is niet duidelijk of dit daadwerkelijk de reden van de Griekse autoriteiten is geweest.
9. Gelet op het voorgaande heeft verweerder onvoldoende onderzocht en onvoldoende gemotiveerd dat eiseres niet als alleenstaande vrouw hoeft te worden aangemerkt en dat zij, ook als vestigingsalternatief, voor opvang en bescherming kan terugvallen op de aanwezigheid van clanbescherming dan wel grootfamilie in Mogadishu.
Artikel 3.6a van het Vreemdelingenbesluit
10. Verweerder stelt zich ook op het standpunt dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op reguliere gronden. Er is volgens verweerder geen sprake van een schrijnende situatie als bedoeld in artikel 3.6a van het Vreemdelingenbesluit.
10.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder in deze beoordeling onvoldoende rekening heeft gehouden met en zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar het belang van het kind. Eiseres is samen met haar jongste zoon in 2020 uit Somalië gevlucht. Hij was destijds nog geen jaar oud. Inmiddels is de zoon zes jaar en kent hij geen ander leven en andere ontwikkeling dan in Nederland. Verweerder dient bij iedere beslissing ook het belang van het kind te belichten en daarbij alle relevante feiten en omstandigheden mee te nemen. Verweerder dient daarbij de ontwikkeling en de behoeftes van het kind te betrekken, maar ook wat het betekent voor het kind als het hier zou mogen blijven of als het moet terugkeren naar Mogadishu. Daarbij moet ook de recente landeninformatie over Mogadishu in acht worden gehouden. Voorts volgt uit het meest recente Ambtsbericht dat terugkeerders uit Europese landen doorgaans eenvoudig herkenbaar zijn na terugkeer naar Somalië, zeker naarmate ze daar langer hebben gewoond, en dat zij daarom moeite hebben met integreren in de Somalische samenleving. Verweerder dient dan ook rekening te houden met het feit dat de zoon van eiseres geen Somalisch spreekt en makkelijk te herkennen zal zijn als iemand die terugkeert uit een westers/Europees land. Verder dient verweerder bij het belang van het kind de veiligheidssituatie in Mogadishu te betrekken. De zoon dient volgens verweerder daar immers naartoe te gaan en daar zal hij, als zesjarige, dan ook dagelijks mee te maken krijgen. Uit het rapport van de EUAA ‘Country Guidance: Somalia’ (mei 2025) volgt dat Mogadishu gekenmerkt blijft door een hoog niveau van willekeurig geweld, waarbij Al-Shabaab regelmatig aanslagen uitvoert op burgers en overheidsdoelen met jaarlijks honderden slachtoffers tot gevolg. Ook in haar ‘Country Guidance: Somalia’ (oktober 2025) gaat de EUAA onverminderd uit van een hoog niveau van willekeurig geweld in Mogadishu.
11. Het beroep is gegrond. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding de overige beroepsgronden te bespreken.
Conclusie en gevolgen
12. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor een termijn van twaalf weken vanwege het vereiste gedegen onderzoek naar de mogelijkheid van een binnenlands vestigingsalternatief en het belang van het kind.
13. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding voor haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding stelt de rechtbank vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het deelnemen aan de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank,
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
draagt de minister op binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak; en,
veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Jongejans, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
ECLI:NL:RVS:2023:3275.
Hof van Justitie van de Europese Unie.
Arrest van 18 juni 2024, ECLI:EU:C:2024:524.
Het Algemeen Ambtsbericht Somalië (april 2025).
Hier wordt verwezen naar Europees Asielagentschap EUAA (2025) Somalia: Country Focus, p. 27.
Zie paragraaf C9/30.3.2.2. van de Vreemdelingencirculaire.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
April 2025, p. 98.
Uit een landeninformatiebrief van VWN van 23 april 2026 ‘Somalië - Mate van ondersteuning en bescherming door (groot)familie en clan’.
European Union Agency for Asylum.
Van oktober 2025.
Artikel 8 van de Kwalificatieverordening.
Zie paragraaf C3/3.4.2. van de Vc.
EUAA Country Guidance rapport van oktober 2025.
Zie p. 114.
Zoals volgt uit het eerdergenoemde Hof arrest ECLI:EU:C:2024:524; en uitspraak van de Afdeling van 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2865.
April 2025, p. 117.