Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:28145

2026-08-25 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/680695 / FA RK 25-1341
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-25
Publicatiedatum
2026-09-25
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/680695 / FA RK 25-1341
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wvggz; toewijzing zorgmachtiging na terugwijzing van de Hoge Raad

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.338 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht


Zaak-/rekestnr.: C/09/680695 / FA RK 25-1341
Datum beschikking: 25 augustus 2026


Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg



Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:



[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. J.I. Echteld te Gouda.




ProcesverloopHet verloop van de procedure blijkt uit:


het verzoekschrift van de officier van justitie met bijlagen, ingekomen op 21 februari 2025;


de beschikking van deze rechtbank van 7 maart 2025;


het proces-verbaal van de zitting van deze rechtbank van 7 maart 2025;


de conclusie van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad van 20 maart 2026;


de beschikking van de Hoge Raad van 5 juni 2026.




De voortgezette mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 augustus 2026. Daarbij zijn gehoord:

- de advocaat van betrokkene;
- de casemanager, [naam].


Betrokkene is niet ter zitting verschenen. De advocaat heeft desgevraagd toegelicht dat betrokkene ervoor heeft gekozen niet naar de zitting te komen.



Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.




De feiten
Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 21 februari 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging. Op 7 maart 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van 24 maanden, tot en met 7 maart 2027.


Tegen deze beschikking heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Bij beschikking van 5 juni 2026 heeft de Hoge Raad de beschikking van de rechtbank van 7 maart 2025 in zijn geheel vernietigd en is het geding teruggewezen naar de rechtbank Den Haag ter verdere behandeling en beslissing. Het verzoek is op 25 augustus 2026 opnieuw mondeling behandeld.




Beoordeling



Beschikking Hoge Raad

De Hoge Raad heeft in zijn beschikking van 5 juni 2026, waarbij de beschikking van de rechtbank van 7 maart 2025 is vernietigd, onder meer het volgende overwogen:




“3.2 De rechter die een zorgmachtiging verleent, dient te motiveren dat voor de vormen van verplichte zorg waarvoor de machtiging is verleend, is voldaan aan de criteria voor en het doel van verplichte zorg. De rechter mag daarbij volstaan met een verwijzing naar de medische verklaring en de overige aan het verzoek ten grondslag liggende stukken indien daaruit voldoende duidelijk blijkt dat is voldaan aan de criteria voor en het doel van de verplichte zorg. Indien echter de betrokkene bezwaar maakt tegen een bepaalde vorm van zorg, of de duur daarvan, zal de rechter zijn beslissing op dat punt moeten motiveren. De rechter behoeft alleen in te gaan op een dergelijk bezwaar indien het voldoende is toegelicht.




3.3

In deze zaak heeft de advocaat van betrokkene tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat er geen grond bestaat voor het opnemen van beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen in de zorgmachtiging omdat betrokkene nog nooit misbruik heeft gemaakt van zijn telefoon (zie hiervoor in 2.2). Aldus heeft (de advocaat van) betrokkene zijn bezwaar tegen deze vorm van verplichte zorg voldoende toegelicht. Met de hiervoor in 2.3 weergegeven overweging dat het aan de zorgverleners is om te bezien in hoeverre de onder deze vorm van verplichte zorg vallende onderdelen noodzakelijk zijn om ernstig nadeel van betrokkene te voorkomen, heeft de rechtbank haar beslissing op dit punt niet toereikend gemotiveerd. Daarmee heeft de rechtbank immers, ondanks het voldoende toegelichte bezwaar van betrokkene, niet gemotiveerd waarom voor deze vorm van verplichte zorg is voldaan aan de criteria voor en het doel van verplichte zorg. De klacht slaagt dus.”




Zitting na terugwijzing

De rechtbank stelt vast dat de Hoge Raad op 5 juni 2026 op het verzoek tot cassatie van de beschikking van deze rechtbank van 7 maart 2025 heeft beslist. Vervolgens heeft de mondelinge behandeling na terugwijzing op 25 augustus 2026 plaatsgevonden. Het uitgangspunt is dat in beginsel binnen vier weken na een beslissing van de Hoge Raad tot terugwijzing een mondelinge behandeling plaatsvindt. De beschikking van de Hoge Raad is op 8 juni 2026 door de rechtbank ontvangen, maar deze is aanvankelijk bij de griffie van een andere afdeling van de rechtbank binnengekomen. Dit heeft ertoe geleid dat niet binnen vier weken na de beslissing van de Hoge Raad een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.




Toetsing ex nunc

Op grond van artikel 424 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in verbinding met artikel 429 lid 2 Rv moet de rechter naar wie de zaak is teruggewezen de behandeling daarvan voortzetten en beslissen met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad.



De rechtbank constateert dat de zorgmachtiging op 7 maart 2025 is verleend voor de duur van 24 maanden, waardoor opnieuw moet worden beslist over de verlening van de zorgmachtiging op een tijdstip dat binnen de geldigheidsduur van de (opnieuw) te verlenen machtiging valt. Volgens vaste rechtspraak (o.a. HR 18 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1701) betekent dit dat de rechtbank haar beslissing moet nemen op basis van de feiten en omstandigheden die zich ten tijde van die beslissing voordoen (beoordeling ‘ex nunc’).

De casemanager heeft tijdens de zitting van 25 augustus 2026 toegelicht dat de situatie van betrokkene niet substantieel is gewijzigd ten opzichte van de situatie beschreven in het verzoekschrift en de daarbij gevoegde bijlagen. Hoewel het relatief goed gaat met betrokkene, is de zorgmachtiging nog steeds noodzakelijk. De zorgmachtiging is vooral nodig omdat betrokkene ambivalent is over het gebruik van medicatie, terwijl dit wel een belangrijk onderdeel van de behandeling vormt en het gebruik van medicatie nodig is om ernstig nadeel af te wenden, aldus de casemanager van betrokkene. De rechtbank is van oordeel dat zij hiermee over voldoende informatie beschikt om het verzoek inhoudelijk te kunnen beoordelen.




Zorgmachtiging

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten schizofrenie en een stoornis in het gebruik van cannabis.



Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige immateriële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.


Betrokkene is bekend met psychotische episodes, die gepaard gaan met verbaal agressief gedrag. Zo heeft hij bij een opnamegesprek in 2024 een arts met de dood bedreigd. Ook heeft betrokkene zich dreigend opgesteld naar zijn hulpverleners in het ambulante kader. Verder is betrokkene tijdens psychotische episodes suïcidaal geweest. Een aantal jaren geleden is hij als gevolg hiervan van een balkon gesprongen en hij heeft daar blijvend letsel aan overgehouden. Ten slotte is betrokkene tijdens psychotische episodes minder in contact met zijn familie en hij komt dan niet tot een zinvolle dagbesteding. Zonder de bescherming van antipsychotica, loopt betrokkene nog onverminderd het risico om opnieuw psychotisch te worden. Het gebruik van cannabis kan hierbij een luxerende factor zijn.



Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.



Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene is ambivalent ten aanzien van het innemen van de medicatie. Er zijn momenten dat hij twijfelt over het gebruik van medicatie en het risico bestaat dat betrokkene de inname van zijn medicatie staakt met het hierboven beschreven ernstig nadeel tot gevolg. Om die reden is verplichte zorg nodig.



De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.



Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, met uitzondering van beperkingen die zien op het gebruik van communicatiemiddelen.


De advocaat heeft verweer gevoerd tegen het verzoek, in die zin dat bij het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen moet worden uitgezonderd. De casemanager heeft ter zitting toegelicht dat het niet nodig is dat betrokkene wordt beperkt in het gebruik van communicatiemiddelen. De rechtbank ziet daarin aanleiding om de vorm van verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’, te beperken in zoverre dat met de toepassing daarvan niet het gebruik van communicatiemiddelen kan worden beperkt. In zoverre zal de rechtbank het verzoek dan ook afwijzen.



Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:

- beperken van de bewegingsvrijheid;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.


Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal derhalve worden verleend.






Beslissing
De rechtbank:


verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:





[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats],


inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg in ieder geval de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, met uitzondering van beperkingen die zien op het gebruik van communicatiemiddelen;


en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:

- beperken van de bewegingsvrijheid;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie;



bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 maart 2027;


wijst af het meer of anders verzochte.











Deze beschikking is gegeven en op 8 september 2026 in het openbaar uitgesproken door mr. E.E. Schotte, rechter, in aanwezigheid van mr. F.H. Lüchinger als griffier, en op schrift gesteld op 8 september 2026.




Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.