Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:28103

2026-08-25 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/710119 / FA RK 26-7839
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-25
Publicatiedatum
2026-09-25
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/710119 / FA RK 26-7839
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening uitsluitend gebruik echtelijke woning. Aanhouding partneralimentatie tot nader te bepalen zitting

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.180 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige kamer


Rekestnummer: FA RK 26-7839
Zaaknummer: C/09/710119
Datum beschikking: 25 augustus 2026


Voorlopige voorzieningen



Beschikking op het op 29 juli 2026 ingekomen verzoek van:




[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P.H.A. de Boer te Rotterdam.



Als belanghebbende wordt aangemerkt:





[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.




Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, met bijlagen.


Op 21 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:



de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;


de man.





Feiten
- Partijen zijn op [datum] 2015 een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan.



Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:


de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;


de man aan de vrouw beschikbaar zal stellen de goederen strekkend tot haar dagelijks gebruik, daaronder begrepen de honden en de valkparkieten;


de man € 397,72 zal storten op de rekening van de vrouw ter zake de hypotheeklasten en subsidiair om te bepalen dat de man aan de vrouw een partneralimentatie zal voldoen van € 397,72 netto,



kosten rechtens.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.






Beoordeling
De man heeft bij aanvang van de zitting aangegeven de oproep voor de zitting en het verzoekschrift pas kort voorafgaand aan de zitting te hebben ontvangen. De oproep en het verzoekschrift zijn gestuurd naar het adres van de echtelijke woning van partijen waar de man momenteel niet verblijft maar nog wel staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen. De man verzoekt de procedure aan te houden om hem de mogelijkheid te geven om een advocaat te vinden die hem tijdens deze procedure kan bijstaan. De vrouw heeft bezwaar gemaakt tegen aanhouding van de zaak en voert daartoe aan dat zij belang heeft bij een spoedige beslissing ten aanzien van de echtelijke woning voordat op woensdag 26 augustus 2026 een beslissing volgt in de lopende strafrechtelijke procedure die er toe kan leiden dat de gedragsaanwijzing op grond waarvan de man niet in de woning mag komen, eindigt.


De rechtbank heeft beslist dat vanwege het spoedeisend belang van de vrouw een beslissing zal worden genomen ten aanzien van het verzoek omtrent de echtelijke woning en de goederen. Het verzoek ten aanzien van de betaling van de helft van de hypotheekkosten dan wel een partneralimentatie houdt de rechtbank aan tot een nader te bepalen zitting zodat de man de gelegenheid krijgt om een advocaat te vinden om hem te vertegenwoordigen tijdens de procedure.




Uitsluitend gebruik van de echtelijke woning

De vrouw verzoekt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] . De vrouw stelt dat zij op 27 mei 2026 door de man is mishandeld waarna een gedragsaanwijzing met een huis- en contactverbod is ingegaan op 24 juni 2026. De vrouw vreest dat het huisverbod niet wordt verlengd waardoor de man weer de woning zou mogen betreden. De vrouw is bang dat zij slachtoffer wordt van nieuwe geweldsincidenten als de man weer toegang heeft tot de echtelijke woning. De vrouw heeft geen andere plek waar zij kan verblijven terwijl de man momenteel bij zijn moeder verblijft en daar ook de komende tijd kan verblijven.



De man voert verweer en voert het volgende aan. De ontstane situatie heeft een grote impact op zijn gezondheid. Hij verblijft al drie maanden noodgedwongen bij zijn moeder welke woning volgens de moeder van de man een seniorenwoning is. De man weet niet of hij daar de komende tijd kan blijven. De man is, zo geeft hij aan, nog niet te kennen gegeven dat hij de woning van zijn moeder moet verlaten. De man heeft verder op de zitting aangegeven dat hij graag toegang wil tot de echtelijke woning vanwege een aantal spullen die in de woning aanwezig zijn. De man wil de auto in de garage weer rijdend maken en zowel de auto als zijn gereedschappen bevinden zich in de garage van de woning. Ook wil de man in de nabijheid zijn van de kart die in de woonkamer hangt. De kart heeft voor de man een bijzondere emotionele waarde. .Verder wil de man ook toegang hebben tot zijn kleding en andere eigendommen.



De rechtbank stelt voorop dat voorlopige voorzieningen het karakter hebben van een ordemaatregel van voorlopige aard in het kader van de echtscheidingsprocedure. Het uitgangspunt daarbij is dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Het is de rechtbank gebleken dat de onderlinge verhouding tussen partijen ernstig is verstoord, dat zich de afgelopen periode verschillende incidenten hebben voorgedaan waar ook de politie bij betrokken is geweest en dat zij niet meer gezamenlijk in de echtelijke woning kunnen verblijven. De rechtbank zal daarom een belangenafweging moeten maken en beoordelen welke partij op dit moment het meeste belang heeft bij verblijf in de woning. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
De rechtbank stelt voorop dat zij niet kan, zeker niet in het kader van een procedure als deze, niet vaststellen of en zo ja, in welke mate sprake is geweest van huiselijk geweld. Dit neemt echter niet weg dat de vrouw in een moeilijke situatie zit, grote angst ervaart en onbetwist heeft gesteld dat zij nergens anders terecht kan. Tegelijkertijd sluit de rechtbank ook niet de ogen voor het feit dat ook de man in een moeilijke situatie zit doordat hij geen toegang heeft tot zijn dierbare spullen.



De rechtbank constateert verder dat de man al drie maanden bij zijn moeder verblijft en dat aan hem nog niet te kennen is gegeven dat hij uit deze woning moet vertrekken. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het belang van de vrouw om in de woning te blijven zwaarder weegt dan het belang van de man om terug te keren naar de woning.



Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vrouw om het uitsluitend gebruik van de echtelijk woning toewijzen.




De honden en valkparkieten

De vrouw verzoekt te bepalen dat de man aan de vrouw de goederen die tot haar dagelijks gebruik strekken beschikbaar zal stellen, daaronder begrepen de honden en de valkparkieten. Volgens de vrouw is zij degene die de dieren verzorgt. Het is ook niet mogelijk om de dieren elders onder te brengen. De dieren houden de vrouw op de been en zorgen voor structuur, liefde en aandacht.



De man verweert zich en voert daartoe het volgende aan. De man wil ook graag één van de honden bij zich hebben. Deze hond hangt meer aan hem dan aan de vrouw en houdt hem rustig. Deze hond is al op leeftijd en elke dag dat de man de hond niet ziet is voor hem een groot gemis. De hond is volgens de man ook welkom in de woning van de moeder van de man.
De rechtbank overweegt als volgt.
In artikel 822 Rv staan de voorlopige voorzieningen die voor de duur van de echtscheidingsprocedure kunnen worden verzocht, limitatief opgesomd. Uit artikel 822 Rv volgt dat een voorziening kan worden verzocht die inhoudt dat de ene partner de goederen die strekken tot het dagelijks gebruik aan de ander ter beschikking moet stellen. Uit de stellingen van partijen volgt niet dat de honden en de valkparkieten een andere functie voor hen vervullen dan gezelschapsdieren. Onder verwijzing naar bijvoorbeeld de beschikking van de rechtbank Den Haag van 11 april 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:12432) is de rechtbank verder van oordeel dat een gezelschapsdier – anders dan bijvoorbeeld een hulpdier of een dier ter uitoefening van beroepsbezigheden – niet kan worden beschouwd als een goed voor dagelijks gebruik als bedoeld in artikel 822 lid 1 onder b Rv. Daarmee vallen de honden en de valkparkieten niet onder de opsomming van het voormelde artikel, zodat de vrouw niet kan worden ontvangen in haar verzoek ten aanzien van de dieren. De honden en de valkparkieten bevinden zich op dit moment in de echtelijke woning. Uiteraard kunnen partijen zelf, eventueel samen met hun advocaten, afspraken maken over de (verdeling van de) zorg voor de honden en de valkparkieten. Dit is ook op de zitting zo besproken waarbij is aangegeven dat daarbij ook afspraken gemaakt kunnen worden over de goederen die de man zo graag terug wil. Eventuele daarmee verband houdende verzoeken kunnen wellicht ook in de nog aanhangig te maken ontbindingsprocedure behandeld worden als onderdeel van de verdeling van de gemeenschap van goederen nu uit vaste rechtspraak volgt dat dieren in een echtscheiding dan wel ontbindingsprocedure verdeeld kunnen worden, als onderdeel van de wettelijke gemeenschap van goederen.
Voor zover het verzoek betrekking heeft op andere goederen die tot het dagelijks gebruik strekken, heeft de vrouw geen belang bij haar verzoek omdat ze, zo begrijpt de rechtbank, al de beschikking heeft over de goederen tot het dagelijks gebruik en het niet duidelijk is welke goederen de man aan haar ter beschikking zou moeten stellen.




Hypotheeklasten / Partneralimentatie

Zoals hierboven aangegeven zal de rechtbank het verzoek van de vrouw voor een betaling door de man aan de vrouw ten aanzien van de hypotheeklasten dan wel een partneralimentatie aanhouden tot een nader te bepalen zitting zodat de man de gelegenheid krijgt om een advocaat te vinden die hem kan vertegenwoordigen tijdens de procedure of hem kan helpen om voorafgaand aan de procedure hierover tot afspraken te komen.




Beslissing
De rechtbank:


*
verklaart de vrouw niet ontvankelijk in haar verzoek ten aanzien van de honden en de valkparkieten;



*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de man niet mag betreden, en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;



*wijst het met of anders verzochte met betrekking tot de goederen die strekken tot het dagelijks gebruik af.




*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de hypotheekkosten dan wel partneralimentatie pro forma aan tot een nadere te bepalen zitting.











Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 augustus 2026.