Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:27932

2026-09-25 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht SGR 26/5687
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-09-25
Publicatiedatum
2026-09-24
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
SGR 26/5687
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

vovo toegewezen. Gehandicaptenparkeerkaart bestuurder. Contra expertise.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.057 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht



zaaknummer: SGR 26/5687


uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 september 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker
(gemachtigde: mr. G. Benkolla),


en


het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college
(gemachtigde: [gemachtigde]).


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van verzoeker om verlenging van zijn Europese gehandicaptenparkeerkaart voor een bestuurder (GPK-B). Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoeker.



1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.




Procesverloop


2. Op 8 april 2026 heeft verzoeker een aanvraag ingediend om zijn GPK-B te verlengen. Op 18 mei 2026 heeft het college verzoeker meegedeeld dat het het voornemen heeft de aanvraag af te wijzen. Verzoeker heeft gereageerd op het voornemen. Het college heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 8 juni 2026 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.



2.1.
Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Verzoeker heeft een rapport van een arts overgelegd.



2.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 10 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker vergezeld door [naam], en de gemachtigde van het college.




Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Verzoeker beschikt sinds 2016 over een GPK-B. Op 23 juni 2021 is de GPK-B verlengd met vijf jaar tot 23 juni 2026. Op 8 april 2026 heeft verzoeker een aanvraag om verlenging van de GPK-B ingediend. Op 22 april 2026 is verzoeker op het spreekuur geweest van de keuringsarts werkzaam bij Calder Werkt, aan wie het college advies had gevraagd. De resultaten van het onderzoek staan in een sociaal medisch advies (SMA) van 29 april 2026. De keuringsarts heeft negatief geadviseerd voor een GPK-B. Volgens de keuringsarts kan verzoeker, met de gebruikelijke loophulpmiddelen, in redelijkheid meer dan 100 meter te voet afleggen. Vervolgens heeft het college bij het bestreden besluit de aanvraag van verzoeker afgewezen. Bij afzonderlijk besluit is ook de individuele gehandicaptenparkeerplaats per 8 juni 2026 ingetrokken.

4. Verzoeker heeft hangende bezwaar een arts verbonden aan het sociaal-medisch expertisebureau [adviesbureau] B.V. verzocht een contra-expertise uit te voeren. Deze arts is in het SMA van 24 augustus 2026 tot de conclusie gekomen dat, kort gezegd, verzoeker als gevolg van medische problematiek niet in staat is om in redelijkheid een afstand van meer dan 100 meter aan één stuk te voet af te leggen.



Spoedeisend belang


5. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor de beslissing op het bezwaar of het beroep niet kan worden afgewacht.


5.1.
Voldoende aannemelijk is geworden dat de afwijzing substantiële gevolgen heeft voor de mobiliteit van verzoeker waardoor hij onder andere niet naar medische afspraken kan gaan. De voorzieningenrechter neemt daarom aan dat sprake is van een spoedeisend belang.



Inhoudelijke beoordeling


6. De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

7. Het college heeft de weigering van de aanvraag om een gehandicaptenparkeerkaart gebaseerd op het SMA van 29 april 2026 van Calder Werkt. Het bestuursorgaan mag, indien door een arts in zijn hoedanigheid van medisch deskundige aan een bestuursorgaan een medisch advies is uitgebracht, dit advies betrekken bij zijn beoordeling van een aanvraag, mits het op een onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze is opgesteld. Indien de betrokkene een tegenrapport overlegt, moet worden beoordeeld of er op basis daarvan aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de juistheid van het medisch advies.

8. Verzoeker heeft met het SMA van [adviesbureau] een uitgebreid gemotiveerd rapport met een tegengestelde conclusie overgelegd. In het rapport van [adviesbureau] is onder meer vermeld dat verzoeker blijvende interne aandoeningen heeft. Hierdoor is sprake van een verminderde energetische belastbaarheid. Deze medische problematiek is geobjectiveerd aan de hand van de overgelegde medische informatie. Met deze aandoeningen samenhangend is een terugkerende gewrichtsaandoening. Deze treedt aanvalsgewijs op. Verzoeker heeft daarnaast volgens het rapport een afwijkende stand van diverse been- en voetgewrichten en is bekend met overgewicht. De aard van de aandoeningen en bevindingen en observatie maken dat een loopafstand van minder dan 100 m aaneen aanwezig is, in welke afstand de komende jaren geen aanzienlijke verbetering zal optreden. Het rapport komt tot de conclusie dat verzoeker redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht een afstand van meer dan 100 meter aaneengesloten te overbruggen. In het rapport staat verder dat het advies afwijkt van het SMA van 29 april 2026 van Calder Werkt, dat dat laatste gebruik maakt van standaardteksten waarbij al dan niet kruisjes worden gezet, en dat het SMA van Calder Werkt alleen vaststellingen bevat en geen wegingen.

9. Gelet op het SMA van [adviesbureau] twijfelt de voorzieningenrechter aan de juistheid van de conclusie van het SMA van 29 april 2026 dat verzoeker in redelijkheid in staat is zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan één stuk te voet te overbruggen. Hierbij is met name ook het volgende van belang. Uit het SMA van 29 april 2026 blijkt dat de keuringsarts zelf ook uitgaat van loopbeperkingen als gevolg van energetische beperkingen. Hoe de door verzoeker overgelegde medische informatie is betrokken blijkt echter niet uit het SMA van Calder Werkt. Dat geldt ook voor de omstandigheid dat verzoeker twee keer eerder een GPK-B heeft gekregen op basis van medische adviezen waarin een aantoonbare loopbeperking van langdurige aard aanwezig werd geacht, en uit het advies van Calder Werkt niet goed valt af te leiden in hoeverre dat gegeven is meegewogen.

10. Er bestaat al met al op dit moment gerede twijfel over de juistheid van de afwijzing van de aanvraag en de voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Nu daarnaast verzoeker al sinds 2016 beschikte over een GPK-B en hij genoegzaam heeft toegelicht dat het ontbreken van zo’n kaart voor hem een substantiële belemmering van zijn mobiliteit betekent, ziet de voorzieningenrechter, na afweging van de betrokken belangen, aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening, inhoudend dat het college verzoeker moet behandelen als ware hij in het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart voor een bestuurder, tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Hoewel het bestreden besluit enkel ging om de GPK-B, heeft het college toegelicht dat een eventuele toewijzing ook zal betekenen dat verzoeker voor de duur van de getroffen voorziening weer gebruik kan maken van de aan de GPK-B gekoppelde bewonersvergunning voor de gemeente Den Haag en van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken.





Conclusie en gevolgen

11. De voorzieningenrechter zal het verzoek toewijzen en de voorlopige voorziening treffen zoals hiervoor omschreven.

12. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet het college het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarom krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.



Beslissing


De voorzieningenrechter:

- treft de voorlopige voorziening dat het college verzoeker moet behandelen als ware hij in het bezit van een Europese gehandicaptenparkeerkaart voor een bestuurder, tot zes weken na de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 54,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoeker.




Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Verspuij-Fung, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 25 september 2026.






de griffier is verhinderd deuitspraak te ondertekenen









griffier


voorzieningenrechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Vergelijk de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 8 september 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2238.