Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:27846
2026-08-06
Civiel recht
12157641 \ RL EXPL 26-1109
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Vrijwaringszaak; toegewezen oproeping in vrijwaring
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:1992:ZC0567 Hoge Raad 10-04-1992
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (9.230 tekens)
RECHTBANK
DEN HAAG
RvdB b/c
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Gouda
Zaaknummer: 12157641 \ RL EXPL 26-1109
Vonnis in incident van 6 augustus 2026
in de zaak van
EASYWORX ZZP B.V.,
gevestigd Deventer,
eiseres in conventie in de hoofdzaak,
verweerster in reconventie in de hoofdzaak,
verweerster in het vrijwaringsincident,
hierna te noemen: Easyworx,
gemachtigde: mr. P.F. Schepel,
tegen
1 [gedaagde 1] , h.o.d.n. BUILDINGS GLOBAL,
wonende te [woonplaats 1] ,
2 [gedaagde 2] , h.o.d.n. DREAMSECURITY,
wonende te [woonplaats 2] , België,
3 [gedaagde 3] , h.o.d.n. SPEEDY KOERIERS,
wonende te [woonplaats 3] ,
4 [gedaagde 4] , h.o.d.n. [bedrijf 1] ,
wonende te [woonplaats 4] ,
5 [gedaagde 5] , h.o.d.n. [bedrijf 2] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
6 [gedaagde 6] , h.o.d.n. [bedrijf 3] ,
wonende te [woonplaats 3] ,
gedaagden in conventie in de hoofdzaak,
eisers in reconventie in de hoofdzaak,
eisers in het vrijwaringsincident,
hierna te noemen: [gedaagden] e.a.
gemachtigde: mr. P. Salim.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 28 januari 2026 met 48 producties;
de conclusie van antwoord tevens houdend conclusie van eis in reconventie en incidentele conclusie tot oproep in vrijwaring van 4 juni 2026;
de conclusie van antwoord in het incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2Het geschil in het incident
De vordering in de hoofzaak
2.1.
[gedaagden] e.a. verrichtten als zzp’ers afzonderlijk van elkaar verschillende diensten in opdracht van onder meer Orbit Interieurprojecten B.V. (hierna: Orbit).
2.2.
Orbit heeft een mantelovereenkomst gesloten met Easyworx. In die mantelovereenkomst is afgesproken dat Easyworkx de financiële en administratieve afhandeling verzorgt van de door Orbit ingehuurde zzp’ers. Op basis hiervan heeft Easyworx de door [gedaagden] e.a. gefactureerde uren aan hen uitbetaald, nadat Orbit die uren heeft goedgekeurd. Vervolgens heeft Easyworx de uitbetaalde bedragen gefactureerd aan Orbit. Deze facturen heeft Orbit echter niet betaald.
2.3.
[gedaagden] e.a. hebben ook ieder individueel een overeenkomst van opdracht gesloten met Easyworx. In artikel 6.7 van die overeenkomst(en) staat dat de (individuele) zzp’er het door Easyworx uitgekeerde bedrag moet terugbetalen als – in dit geval – Orbit haar betalingsverplichtingen tegenover Easyworx niet nakomt.
2.4.
Onder meer op basis van artikel 6.7 van de hiervoor genoemde overeenkomst(en) vordert Easyworx terugbetaling van de uitgekeerde bedragen. [gedaagden] e.a. zijn het hier om verschillende redenen niet mee eens.
De incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring
2.5.
[gedaagden] e.a. vragen om Orbit en Atradius in vrijwaring te mogen oproepen. Zij baseren dit op het volgende. Mocht in de hoofdzaak komen vast te staan dat zij aan Easyworx moeten betalen, dan hebben zij op hun beurt een regresvordering op Orbit en haar kredietverzekeraar Atradius. [gedaagden] e.a. hebben namelijk werkzaamheden verricht in opdracht van Orbit. Die werkzaamheden hebben zij gefactureerd aan Orbit en die facturen vallen onder de dekking van de kredietverzekering van Atradius. Als [gedaagden] e.a. Easyworx zouden moeten betalen, dan leiden zij schade door toedoen van Orbit en Atradius. Om die reden willen zij Orbit en Atradius in vrijwaring oproepen.
2.6.
Easyworx is het daar niet mee eens. Volgens haar heeft [gedaagden] e.a. onvoldoende concreet gemaakt dat zij (individueel en/of afzonderlijk) een rechtsvordering hebben met Orbit en Atradius. Mocht de vrijwaring worden toegestaan, dan heeft Easyworx gevraagd om op basis van artikel 20 van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de vrijwaringszaak niet te koppelen aan de hoofdzaak wat betreft de gedaagden [gedaagde 3] , [gedaagde 5] en [gedaagde 6] , omdat die partijen niet in het geding zijn verschenen. Easyworx heeft ook gevraagd om ter voorkoming van vertraging van de hoofdzaak, de oproepingstermijn van de vrijwaring te bepalen op één maand na datum van de beslissing in het incident.
3De beoordeling in het incident
Orbit en Atradius mogen in vrijwaring worden opgeroepen
3.1.
Voor toewijzing van een vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat [gedaagden] e.a. zich beroepen op een rechtsverhouding met een derde, die meebrengt dat deze derde verplicht is om de nadelige gevolgen van een eventuele beslissing tegen [gedaagden] e.a. in de hoofdzaak (gedeeltelijk) te dragen. Of die rechtsverhouding daadwerkelijk bestaat, hoeft in dit incident niet vast komen te staan.
3.2.
De kantonrechter vindt dat [gedaagden] e.a. voldoende onderbouwd hebben gesteld dat sprake kan zijn van een dergelijke rechtsverhouding met Orbit en Atradius. Tussen partijen staat immers vast dat Orbit met [gedaagden] e.a. afzonderlijke overeenkomsten van opdracht had afgesloten en werkzaamheden heeft laten verrichten. Voor die werkzaamheden hebben [gedaagden] e.a. uren gefactureerd die door Easyworx zijn betaald. Daarbij komt dat [gedaagden] e.a. hebben gesteld dat de facturen van [gedaagden] e.a. onder de kredietverzekering van Atradius zou vallen. Easyworx heeft deze stelling niet bestreden. Als vast komt te staan dat [gedaagden] e.a. een betalingsverplichting hebben tegenover Easyworx, dan kan [gedaagden] e.a. dit mogelijkerwijs afwenden op Orbit en Atradius. Dat tussen [gedaagden] e.a. en Orbit en Atradius mogelijk een andere rechtsverhouding geldt dan in de hoofdzaak is daarbij niet van belang.
3.3.
Het verweer van Easyworx dat gedaagden [gedaagde 3] , [gedaagde 5] en [gedaagde 6] niet in het geding zijn verschenen, vindt geen steun in de feiten. In de incidentele conclusie tot oproep in vrijwaring heeft mr. Salim namens alle gedaagden een vrijwaringsincident opgeworpen.
3.4.
De kantonrechter ziet geen aanleiding voor de vrees van Easyworx voor onnodige vertraging van de hoofdzaak, die zij ook niet nader heeft toegelicht.
3.5.
Dit alles brengt de kantonrechter tot de conclusie dat de oproeping in vrijwaring wordt toegewezen.
Easyworx moet de proceskosten in het incident betalen
3.6.
Easyworx wordt in het ongelijk gesteld. Daarom moet zij de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten vast op € 577,- (1 punt x € 577,-) aan salaris voor de gemachtigde van [gedaagden] e.a.
4De beslissing
De kantonrechter
in het incident:
4.1.
staat toe dat Orbit Interieurprojecten B.V. en Atradius door [gedaagden] e.a. worden gedagvaard tegen de rolzitting van 3 september 2026;
4.2.
veroordeelt Easyworx in de proceskosten van € 577.-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Easyworx niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
in de hoofdzaak:
4.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 3 september 2026 voor het nemen van een rolbeslissing over het vervolg van de procedure.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Jongsma en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026.
Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 april 1992, te vinden onder nummer ECLI:NL:HR:1992:ZC0567.
DEN HAAG
RvdB b/c
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Gouda
Zaaknummer: 12157641 \ RL EXPL 26-1109
Vonnis in incident van 6 augustus 2026
in de zaak van
EASYWORX ZZP B.V.,
gevestigd Deventer,
eiseres in conventie in de hoofdzaak,
verweerster in reconventie in de hoofdzaak,
verweerster in het vrijwaringsincident,
hierna te noemen: Easyworx,
gemachtigde: mr. P.F. Schepel,
tegen
1 [gedaagde 1] , h.o.d.n. BUILDINGS GLOBAL,
wonende te [woonplaats 1] ,
2 [gedaagde 2] , h.o.d.n. DREAMSECURITY,
wonende te [woonplaats 2] , België,
3 [gedaagde 3] , h.o.d.n. SPEEDY KOERIERS,
wonende te [woonplaats 3] ,
4 [gedaagde 4] , h.o.d.n. [bedrijf 1] ,
wonende te [woonplaats 4] ,
5 [gedaagde 5] , h.o.d.n. [bedrijf 2] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
6 [gedaagde 6] , h.o.d.n. [bedrijf 3] ,
wonende te [woonplaats 3] ,
gedaagden in conventie in de hoofdzaak,
eisers in reconventie in de hoofdzaak,
eisers in het vrijwaringsincident,
hierna te noemen: [gedaagden] e.a.
gemachtigde: mr. P. Salim.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 28 januari 2026 met 48 producties;
de conclusie van antwoord tevens houdend conclusie van eis in reconventie en incidentele conclusie tot oproep in vrijwaring van 4 juni 2026;
de conclusie van antwoord in het incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2Het geschil in het incident
De vordering in de hoofzaak
2.1.
[gedaagden] e.a. verrichtten als zzp’ers afzonderlijk van elkaar verschillende diensten in opdracht van onder meer Orbit Interieurprojecten B.V. (hierna: Orbit).
2.2.
Orbit heeft een mantelovereenkomst gesloten met Easyworx. In die mantelovereenkomst is afgesproken dat Easyworkx de financiële en administratieve afhandeling verzorgt van de door Orbit ingehuurde zzp’ers. Op basis hiervan heeft Easyworx de door [gedaagden] e.a. gefactureerde uren aan hen uitbetaald, nadat Orbit die uren heeft goedgekeurd. Vervolgens heeft Easyworx de uitbetaalde bedragen gefactureerd aan Orbit. Deze facturen heeft Orbit echter niet betaald.
2.3.
[gedaagden] e.a. hebben ook ieder individueel een overeenkomst van opdracht gesloten met Easyworx. In artikel 6.7 van die overeenkomst(en) staat dat de (individuele) zzp’er het door Easyworx uitgekeerde bedrag moet terugbetalen als – in dit geval – Orbit haar betalingsverplichtingen tegenover Easyworx niet nakomt.
2.4.
Onder meer op basis van artikel 6.7 van de hiervoor genoemde overeenkomst(en) vordert Easyworx terugbetaling van de uitgekeerde bedragen. [gedaagden] e.a. zijn het hier om verschillende redenen niet mee eens.
De incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring
2.5.
[gedaagden] e.a. vragen om Orbit en Atradius in vrijwaring te mogen oproepen. Zij baseren dit op het volgende. Mocht in de hoofdzaak komen vast te staan dat zij aan Easyworx moeten betalen, dan hebben zij op hun beurt een regresvordering op Orbit en haar kredietverzekeraar Atradius. [gedaagden] e.a. hebben namelijk werkzaamheden verricht in opdracht van Orbit. Die werkzaamheden hebben zij gefactureerd aan Orbit en die facturen vallen onder de dekking van de kredietverzekering van Atradius. Als [gedaagden] e.a. Easyworx zouden moeten betalen, dan leiden zij schade door toedoen van Orbit en Atradius. Om die reden willen zij Orbit en Atradius in vrijwaring oproepen.
2.6.
Easyworx is het daar niet mee eens. Volgens haar heeft [gedaagden] e.a. onvoldoende concreet gemaakt dat zij (individueel en/of afzonderlijk) een rechtsvordering hebben met Orbit en Atradius. Mocht de vrijwaring worden toegestaan, dan heeft Easyworx gevraagd om op basis van artikel 20 van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de vrijwaringszaak niet te koppelen aan de hoofdzaak wat betreft de gedaagden [gedaagde 3] , [gedaagde 5] en [gedaagde 6] , omdat die partijen niet in het geding zijn verschenen. Easyworx heeft ook gevraagd om ter voorkoming van vertraging van de hoofdzaak, de oproepingstermijn van de vrijwaring te bepalen op één maand na datum van de beslissing in het incident.
3De beoordeling in het incident
Orbit en Atradius mogen in vrijwaring worden opgeroepen
3.1.
Voor toewijzing van een vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat [gedaagden] e.a. zich beroepen op een rechtsverhouding met een derde, die meebrengt dat deze derde verplicht is om de nadelige gevolgen van een eventuele beslissing tegen [gedaagden] e.a. in de hoofdzaak (gedeeltelijk) te dragen. Of die rechtsverhouding daadwerkelijk bestaat, hoeft in dit incident niet vast komen te staan.
3.2.
De kantonrechter vindt dat [gedaagden] e.a. voldoende onderbouwd hebben gesteld dat sprake kan zijn van een dergelijke rechtsverhouding met Orbit en Atradius. Tussen partijen staat immers vast dat Orbit met [gedaagden] e.a. afzonderlijke overeenkomsten van opdracht had afgesloten en werkzaamheden heeft laten verrichten. Voor die werkzaamheden hebben [gedaagden] e.a. uren gefactureerd die door Easyworx zijn betaald. Daarbij komt dat [gedaagden] e.a. hebben gesteld dat de facturen van [gedaagden] e.a. onder de kredietverzekering van Atradius zou vallen. Easyworx heeft deze stelling niet bestreden. Als vast komt te staan dat [gedaagden] e.a. een betalingsverplichting hebben tegenover Easyworx, dan kan [gedaagden] e.a. dit mogelijkerwijs afwenden op Orbit en Atradius. Dat tussen [gedaagden] e.a. en Orbit en Atradius mogelijk een andere rechtsverhouding geldt dan in de hoofdzaak is daarbij niet van belang.
3.3.
Het verweer van Easyworx dat gedaagden [gedaagde 3] , [gedaagde 5] en [gedaagde 6] niet in het geding zijn verschenen, vindt geen steun in de feiten. In de incidentele conclusie tot oproep in vrijwaring heeft mr. Salim namens alle gedaagden een vrijwaringsincident opgeworpen.
3.4.
De kantonrechter ziet geen aanleiding voor de vrees van Easyworx voor onnodige vertraging van de hoofdzaak, die zij ook niet nader heeft toegelicht.
3.5.
Dit alles brengt de kantonrechter tot de conclusie dat de oproeping in vrijwaring wordt toegewezen.
Easyworx moet de proceskosten in het incident betalen
3.6.
Easyworx wordt in het ongelijk gesteld. Daarom moet zij de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten vast op € 577,- (1 punt x € 577,-) aan salaris voor de gemachtigde van [gedaagden] e.a.
4De beslissing
De kantonrechter
in het incident:
4.1.
staat toe dat Orbit Interieurprojecten B.V. en Atradius door [gedaagden] e.a. worden gedagvaard tegen de rolzitting van 3 september 2026;
4.2.
veroordeelt Easyworx in de proceskosten van € 577.-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Easyworx niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
in de hoofdzaak:
4.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 3 september 2026 voor het nemen van een rolbeslissing over het vervolg van de procedure.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Jongsma en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026.
Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 april 1992, te vinden onder nummer ECLI:NL:HR:1992:ZC0567.