Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:27696

2026-02-09 Bestuursrecht SGR 25/780
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-02-09
Publicatiedatum
2026-09-22
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
SGR 25/780
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep tegen afwijzing verzoek om overbrenging naar Nederland op grond van de Tolkenregeling - eiser heeft als ASG-bewaker gewerkt voor de Nederlandse militaire missie in de provincie Uruzgan, Afghanistan - verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eiser niet in aanmerking komt voor overbrenging op grond van de Tolkenregeling - verweerder mocht zich op het standpunt stellen dat eiser geen hoog profiel werkzaamheden heeft verricht - verweerder mocht zich op het standpunt stellen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een actuele dreiging als gevolg van zijn werkzaamheden voor de Nederlandse militaire missie - verweerder hoefde eiser niet in aanmerking laten komen voor overbrenging op grond van de toezegging in de Kamerbrief van 19 december 2023 - eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel kan niet slagen - beroep ongegrond.

Citeert (6)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (22.264 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: SGR 25/780


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaak tussen



[eiser], uit [land], eiser
(gemachtigde: mr. M.A. Krikke),


en




de minister van Defensie, verweerder
(gemachtigden: mr. M.M. van Asperen en mr. A.J.M. Zwiep).




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om overbrenging naar Nederland op grond van de Tolkenregeling.



1.2.
Verweerder heeft dit besluit op 8 mei 2023 genomen. Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. Bij uitspraak van 13 november 2023, heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard.



1.3.
Bij uitspraak van 1 mei 2024 heeft de hoogste bestuursrechter het hoger beroep gegrond verklaard en het beroepschrift teruggestuurd aan verweerder ter behandeling als bezwaarschrift. Bij besluit van 19 december 2024 heeft verweerder eisers bezwaar ongegrond verklaard en het eerdere besluit gehandhaafd.



1.4.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 24 september 2025 op zitting behandeld. Het is gelijktijdig met de beroepen bekend onder nummer SGR 25/1429, SGR 25/1416 en SGR 25/202 behandeld. Hierbij waren aanwezig: eiser via een telefoonverbinding, zijn gemachtigde en de gemachtigden van verweerder. Als tolk is verschenen A. Abdi.





Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?



2. Eiser heeft op 29 november 2022 verzocht om hem vanuit Turkije over te brengen naar Nederland. Eiser is gevlucht uit Afghanistan en verblijft op dit moment illegaal in Turkije. Zijn gezin verblijft illegaal in Iran. Eiser beroept zich op de Tolkenregeling, omdat hij in de periode van 2006 tot en met 2008 als bewaker in dienst van het Afghaanse beveiligingsbedrijf Afghan Security Guard (hierna: ASG) heeft gewerkt voor de Nederlandse militaire missie in de provincie Uruzgan. Hij stelt als gevolg van deze werkzaamheden gevaar te lopen en bedreigd te worden door de Taliban. Met het bestreden besluit heeft verweerder dit verzoek afgewezen, niet is aangetoond dat sprake is van een dreigende situatie als gevolg van werkzaamheden die hij destijds voor Nederland zou hebben verricht. De vraag die aan de rechtbank voorligt is of verweerder het verzoek van eiser om overbrenging naar Nederland op goede gronden heeft afgewezen.



Wat vindt eiser in beroep?



3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Verweerder hanteert het verrichten van hoog-profiel werkzaamheden ten onrechte als een dwingend vereiste om in aanmerking te kunnen komen voor overbrenging op grond van de Tolkenregeling. Bovendien kwalificeren de door eiser verrichte werkzaamheden wel degelijk als hoog-profiel. Door zijn werkzaamheden was eiser zichtbaar en werd hij vereenzelvigd met de Nederlandse militaire missie. Ter onderbouwing heeft eiser een schriftelijke verklaring overgelegd van [naam 1], plaatsvervangend commandant voor de Nederlandse missie in Uruzgan, en verklaringen van ASG-commandant, [naam 2]. Verweerder heeft ten onrechte de positie paper niet of onvoldoende betrokken waardoor het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en niet deugdelijk is gemotiveerd. Aangezien ook ASG-bewakers op grond van de speciale voorziening zijn overgebracht staat vast dat ASG-bewakers in een voor het publiek zichtbare functie hebben gewerkt. Ook Kamerleden menen dat deze bewakers onder de hoog-profielmedewerkers vallen.

4. Verder miskent verweerder dat er nog altijd dreiging bestaat voor eiser door tegen te werpen dat hij nu niet meer in Afghanistan maar in Turkije verblijft en zijn gezin in Iran. Eiser verblijft illegaal in Turkije en zijn gezin verblijft ook illegaal in Iran waardoor zij elk moment kunnen worden uitgezet naar Afghanistan. Eiser verwijst ter onderbouwing naar verschillende nieuwsartikelen en rapporten. Het is niet evenredig om dit aan eiser tegen te werpen. Verder blijkt uit een lijst van de ASG-commandant dat een hoop ASG bewakers zijn aangehouden en/of gedood door de Taliban sinds de machtsovername. Dit risico wordt ook bevestigd in openbare landeninformatie, in de Kamerbrief van 19 december 2023 en in een artikel in het NRC. Het is onevenredig om een individuele onderbouwing van eiser te verlangen van het actuele risico, nu uit openbare landeninformatie volgt dat een algemeen risico op vervolging wordt aangenomen voor bewakers die hebben gewerkt voor de buitenlandse troepen. Daarnaast is het onmogelijk voor eiser om het daadwerkelijke gevaar aan te tonen, nu dit pas kan als het gevaar zich manifesteert en het te laat is. Het bestreden besluit is ook in strijd met het gelijkheidsbeginsel omdat een aantal ASG-medewerkers, waaronder ASG-commandanten en poortwachters zoals eiser, wel zijn overgebracht naar Nederland. Tot slot, is verweerder gehouden aan de toezegging in de Kamerbrief van 19 december 2023 en de Staat van de Consulaire om ASG-bewakers voor overbrenging in aanmerking te laten komen.



Wat is het oordeel van de rechtbank?




Wie kan een beroep doen op de Tolkenregeling?


5. Eiser doet een beroep op de Tolkenregeling. Die regeling komt voort uit een set werkafspraken uit 2014 tussen de ministeries van Defensie, Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie. Met die werkafspraken is uitvoering gegeven aan het kabinetsstandpunt dat lokale medewerkers die voor een Nederlandse militaire missie werkzaamheden hebben verricht en als gevolg daarvan gevaar lopen, op steun kunnen rekenen. Daarmee hebben de betrokken bestuursorganen de publieke taak aan zich getrokken om zich in te spannen voor de groep waarop die regeling ziet. Hoewel de Tolkenregeling geen specifieke wettelijke grondslag kent, kwalificeren beslissingen die aan de hand daarvan worden genomen wel als besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat er geen specifieke wettelijke grondslag bestaat, gaat het bij de Tolkenregeling om zogeheten buitenwettelijk begunstigend beleid. Bij het opstellen van zulk beleid heeft het kabinet veel beleids- en beoordelingsruimte. De rechtbank toetst dit beleid dan ook terughoudend.


5.1.
Het antwoord op de vraag wie een geslaagd beroep op de Tolkenregeling kan doen, moet worden gezocht in een combinatie van verschillende Kamerstukken. Volgens het kerndocument geldt de Tolkenregeling voor lokale medewerkers die voor een substantiële periode ten behoeve van een Nederlandse militaire missie werkzaamheden hebben verricht, en als gevolg daarvan aannemelijk kunnen maken dat zij persoonlijk risico lopen en bescherming nodig hebben. De aard van de werkzaamheden kan van invloed zijn op de aannemelijkheid dat iemand als gevolg daarvan bescherming nodig heeft. In beginsel wordt die kans hoger geacht bij ‘hoog profiel werkzaamheden’. Deze werkzaamheden dienen zodanig te zijn dat een medewerker regelmatig actief door Nederlandse militairen of Nederlandse politiefunctionarissen in posities is gebracht, waar hij/zij extra zichtbaar werd en vereenzelvigd met de missie. Het is in principe aan degene die zich op de Tolkenregeling beroept om aan te tonen of aannemelijk te maken dat hij of zij dergelijke werkzaamheden heeft verricht en daardoor op het moment van de beslissing om overbrenging persoonlijk gevaar loopt. Aan de personen die een beroep kunnen doen op de Tolkenregeling, worden dus eisen gesteld.



Kan eiser een geslaagd beroep doen op de Tolkenregeling?


6. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet voor overbrenging in aanmerking komt op grond van de Tolkenregeling. De rechtbank zal dit oordeel hierna uitleggen.



Hoog profiel werkzaamheden


7. De rechtbank stelt voorop dat, anders dan eiser stelt, uit het bestreden besluit niet volgt dat verweerder het verrichten van hoog profiel werkzaamheden hanteert als dwingend of het enige doorslaggevend criterium om in aanmerking te komen voor overbrenging op grond van de Tolkenregeling. Verweerder heeft immers ook beoordeeld of eiser heeft onderbouwd dat er sprake is van een actuele dreiging die gerelateerd is aan de verrichtte werkzaamheden voor de Nederlandse missie. Een en ander dient op grond van de Tolkenregeling wel in samenhang te worden bezien.



7.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat eiser geen hoog profiel werkzaamheden heeft verricht. Verweerder heeft er daarbij op mogen wijzen dat de werkzaamheden van ASG-bewakers niet vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden van tolken die wel als hoog profiel worden aangemerkt. Tolken vergezelden Nederlandse militaire commandanten of functionarissen in hun bezoeken aan lokale overheidsfunctionarissen en aan commandanten van de Afghan National Army (ANA) en hadden daarbij tot taak voor deze functionarissen te vertalen. Zij traden daarmee letterlijk op als 'spreekbuis' van de Nederlandse militairen. Met name in gesprekken met ANA-commandanten werd operationeel vertrouwelijke informatie besproken, waaronder tegen Taliban-strijders gerichte operaties. Tolken verplaatsten zich meestal samen met de Nederlandse militair in één voertuig en waardoor zij 'fysiek' gezamenlijk zichtbaar waren. Verder is van belang dat een zeer beperkt aantal tolken beschikbaar was per Nederlands militair hoofdkwartier wat impliceert dat een tolk regelmatig in die hoedanigheid kon worden waargenomen.



7.2.
De ASG was een Afghaans beveiligingsbedrijf dat in de periode van 2006 tot en met 2010 beveiligingswerkzaamheden voor de kampementen van de Nederlandse eenheden verrichtte. De werkzaamheden van ASG-bewakers bestonden voornamelijk uit het bemensen van de toegangspoort en het controleren van identiteitsbewijzen van bezoekende (buitenlandse en Afghaanse) functionarissen en burgers, die het kampement om verschillende redenen wensten te bezoeken, het bemensen van de wachttorens van de kampementen en het lopen of met voertuigen rijden van beveiligingspatrouilles, om ongewenste bezoekers of andere bedreigingen te signaleren. Verder heeft verweerder tijdens de hoorzitting toegelicht dat in Kamp Hadrian dagelijks ongeveer 60 bewakers werkzaam waren en in Kamp Holland ongeveer 240 bewakers. Dit betrof dus een relatief grotere groep die bovendien rouleerde in werkzaamheden. Ook waren ASG-bewakers zelf doorgaans niet afkomstig uit de provincie Uruzgan.



7.3.
Verder heeft verweerder erop gewezen dat de ASG-bewakers de meeste tijd doorbrachten op de wachttorens of binnen het kamp. Anders dan eiser stelt, vindt de rechtbank in de verklaring van [naam 1] en de verklaringen van de ASG- commandant onvoldoende aanknopingspunten dat dit niet het geval was, ondanks dat daaruit ook de verrichting van andere taken blijken. Ook heeft verweerder erop gewezen dat ASG-bewakers niet zichtbaar waren in de wachttorens nu deze met name ’s nachts bemand werden. Daarnaast heeft verweerder ter zitting toegelicht dat beveiligingspatrouilles uitsluitend plaatsvonden in de buurt van het kampement en dus deel uitmaakten van de reguliere bewakingswerkzaamheden. Dit wordt ook ondersteund door de door eiser ingebrachte verklaring van de ASG-commandant van 12 september 2025. Verder droegen ASG-bewakers uniformen van ASG en reden zij in hun eigen voertuigen. Eisers stelling dat (alle) ASG-bewakers een militaire badge droegen met de Nederlandse vlag wordt door verweerder betwist. De rechtbank is van oordeel dat ook als ASG-bewakers een dergelijke badge droegen, dit gelet op de aard van de werkzaamheden nog niet maakt dat zij dermate zichtbaar waren en met de Nederlandse militaire missie werden vereenzelvigd dat hieraan in het kader van de Tolkenregeling gevolgen moeten worden verbonden.



7.4.
Onder verwijzing naar de verklaring van [naam 1] heeft eiser daarnaast gesteld dat ASG-bewakers samen met Nederlandse militairen hebben gevochten tegen de Taliban. Uit de verklaring volgt dat ASG-bewakers zorgden voor de fysieke bezetting van de tactische positie Roller Coaster Hill en dat ASG-bewakers terugvochten wanneer de Taliban Roller Coaster Hill aanviel en [naam 1] onmiddellijk informeerden. Ook wanneer Kamp Hadrian werd aangevallen door de Taliban met mortieren en raketten bleven ASG-bewakers hun positie op de wachttorens behouden. De rechtbank overweegt dat uit het voorgaande niet valt af te leiden dat ASG-bewakers samen met Nederlandse militairen tactische operaties uitvoerden en dat voornoemde werkzaamheden eerder deel uit lijken te maken van de bewakingswerkzaamheden. Nu uit de positie paper geen wezenlijk ander beeld volgt van de werkzaamheden van ASG-bewakers dan door verweerder geschetst, kan eiser niet worden gevolgd in zijn stelling dat er sprake is van een motiveringsgebrek. Ook is niet gebleken van een zorgvuldigheidsgebrek nu de positie paper aanwezig was in het door verweerder overgelegde procesdossier waardoor verweerder hier dus wel kennis van heeft genomen voor het nemen van het bestreden besluit. De rechtbank begrijpt dat onder meer het feit dat ASG-bewakers in het kader van hun taak soms samen met Nederlandse militairen dreigende situaties voor het kamp bestreden, maakt dat de opstellers van de genoemde verklaringen concluderen tot een morele verantwoordelijkheid van verweerder voor de bewakers die daarbij daadwerkelijk gevaar liepen, maar dit is niet hetzelfde als een juridische plicht op grond van de Tolkenregeling om bewakers zoals eiser naar Nederland over te brengen.



7.5.
Niet in geschil is dat ASG-bewakers door bepaalde werkzaamheden, waaronder het bemensen van de toegangspoort en het lopen of rijden van beveiligingspatrouilles, in enige mate zichtbaar zijn geweest. Zoals door eiser gesteld, is het mogelijk dat ASG-bewakers in aanraking zijn gekomen met spionnen in het kamp en met familieleden van Talibanverdachten bij de poort of dat zij zijn herkend door de Taliban terwijl zij boodschappen deden op de markt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich echter op het standpunt mogen stellen dat dit onvoldoende is om te concluderen dat eiser hoog profiel werkzaamheden heeft verricht in de zin van de Tolkenregeling.





Mate en aard van de gestelde dreiging


8. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een actuele dreiging als gevolg van zijn werkzaamheden voor de Nederlandse militaire missie. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat eiser heeft verklaard momenteel in Turkije te verblijven en zich daar niet bedreigd te voelen en dat zijn gezin momenteel in Iran verblijft. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat het onevenredig is om dit aan hem tegen te werpen nu hij en zijn gezin geen verblijfsstatus hebben in Turkije en Iran en zij dus zouden kunnen worden uitgezet naar Afghanistan waar de dreiging zal herleven. Dit betreft namelijk een onzekere toekomstige gebeurtenis. Daarnaast heeft verweerder ter zitting toegelicht dat de Tolkenregeling tot stand is gekomen met de gedachte dat Nederland zich verantwoordelijk voelt voor personen die gevaar lopen vanwege de werkzaamheden die zij voor de Nederlandse missie hebben verricht en die in Afghanistan geen bescherming kunnen krijgen van de Afghaanse regering en zich niet aan het gevaar kunnen onttrekken door zich te vestigen in andere Afghaanse regio’s en provincies. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de reikwijdte van de Tolkenregeling niet zover strekt dat hier een verplichting uit volgt om personen die buiten Afghanistan verblijven naar Nederland over te brengen.



Toezegging


9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiser niet voor overbrenging in aanmerking heeft hoeven laten komen op grond van de toezegging in Kamerbrief van 19 december 2023 en een passage in de Staat van het Consulaire. Uit deze Kamerbrief en de betreffende passage in de Staat van het Consulaire volgt dat het toenmalige kabinet het voornemen had om een aanvullende regeling tot stand te laten komen op grond waarvan een in omvang en tijd afgebakende groep Afghaanse bewakers die zich voor Nederland hebben ingezet voor overbrenging in aanmerking komen. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat hij zich zou kunnen beroepen op deze toezegging om een aanvullende regeling tot stand te laten komen. Uit vaste rechtspraak volgt namelijk dat rechtens niet zonder meer beroep kan worden gedaan op een toezegging van het kabinet aan de Tweede Kamer.



Gelijkheidsbeginsel


10. De rechtbank is van oordeel dat eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel niet kan slagen. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat de ASG-bewakers waar eiser op heeft gewezen zijn overgebracht op grond van een andere regeling waarvoor andere voorwaarden gelden, namelijk de speciale voorziening van 11 oktober 2021. Een belangrijk verschil is dat bij deze regeling niet de eis van een acute en concrete bedreiging werd gesteld. Ook het vereiste van publieke zichtbaarheid zoals opgenomen in de speciale voorziening, kan niet gelijk worden gesteld met het vereiste van extra zichtbaarheid in de zin van de Tolkenregeling. De ASG-commandanten waar eiser naar heeft verwezen zijn onder meer overgebracht omdat destijds uit inlichtingen is gebleken dat deze commandanten gevaar liepen vanwege hun organisatorische werkzaamheden. Verweerder heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat dit geen gelijke gevallen betreffen nu eiser andere werkzaamheden heeft verricht en zich in een andere situatie bevindt. Van een zorgvuldigheidsgebrek is dan ook niet gebleken.





Conclusie en gevolgen


11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder eiser niet in aanmerking heeft hoeven laten komen voor overbrenging op grond van de Tolkenregeling. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.






Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Zie de uitspraak van deze rechtbank met nummer ECLI:NL:RBDHA:2023:21705.


202307788/1/V6.


[naam 1], Positiepaper: Verantwoordelijkheid voor de Afghaanse Bewakers van het ASG in Uruzgan, Oktober 2024.


Brief van de Ministers Buitenlandse Zaken en Defensie en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 11 oktober 2021, Kamerstukken II 2021/22, 27925, nr. 860.


Eiser verwijst naar een debat van 11 oktober 2023, Kamerstukken II 2023/24, 27 925, 36410-V nr. 12.


Amnesty International, ‘Afghanistan pushback report 2022’; IND/SUA/O&A, ‘Migratieradar Asiel najaar 2024’.


European Union Agency for Asylym (EUAA), ‘2024 Country Guidance Afghanistan’, pagina 34; EUAA, ‘Country Guidance Afghanistan 2023’, pagina’s 58 en 59; UNHCR, ‘Guidance note on the international protection needs of people fleeing Afghanistan - Update I’, februari 2023; VluchtelingenWerk Nederland, ‘Afghanistan – Risico voor ASG-bewakers van het Nederlandse leger in Uruzgan’, 21 juli 2025.


Zie Kamerstukken II 2023/24, 27 925, nr. 961.


NRC Handelsblad 6 augustus 2023, Voor 210 dollar per maand waagden Afghaanse bewakers hun leven, nu staan ze op de dodenlijst van de Taliban.


Zie voetnoot 8.


De Staat van het Consulaire 2024, pagina’s 14 en 15.


In de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Zie hiervoor de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 10 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1500.


De rechtbank sluit aan bij het oordeel van de Afdeling over de speciale voorziening die is getroffen in de Kamerbrief van 11 oktober 2021, in haar uitspraak van 22 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:718.


Werkafspraken tolken, te vinden via: https://open.overheid.nl/documenten/05768c10-ed82-4ece-80b5-def86652392b/file.


Zie het antwoord op vraag 11, van Kamerstukken II 2020/21, Aanhangsel van de Handelingen, nr. 3805.


Zie bijvoorbeeld het antwoord bij vraag 11, van Kamerstukken II 2014/15, 34000-X, nr. 10.


Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 15 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:129, r.o. 2.1., en van het Gerechtshof Den Haag van 4 november 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2256, r.o. 6.48 en van 26 juli 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1314, r.o. 3.2.