Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:27606
2026-09-16
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL26.49232
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
VOVO – connexiteit – niet-ontvankelijk.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.014 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.49232
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. R.P.M. Ngasirin),
en
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit van 25 augustus 2026 beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
1. Op basis van artikel 8:81 Awb, eerste lid, dient een voorlopige voorziening te voldoen aan de vereiste connexiteit. Dit vereiste bestaat uit een formeel en een materieel element. Formele connexiteit houdt in dat een voorlopige voorziening uitsluitend kan worden getroffen indien het relateert aan een hoofdzaak.
2. Dit verzoek relateerde aan het beroep met het zaaknummer: NL26.49231. Dit beroep is per 8 september 2026 ingetrokken. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet langer connex is aan een hoofdzaak. Daarom zal de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.
3. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 16 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Strik, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.49232
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. R.P.M. Ngasirin),
en
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit van 25 augustus 2026 beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
1. Op basis van artikel 8:81 Awb, eerste lid, dient een voorlopige voorziening te voldoen aan de vereiste connexiteit. Dit vereiste bestaat uit een formeel en een materieel element. Formele connexiteit houdt in dat een voorlopige voorziening uitsluitend kan worden getroffen indien het relateert aan een hoofdzaak.
2. Dit verzoek relateerde aan het beroep met het zaaknummer: NL26.49231. Dit beroep is per 8 september 2026 ingetrokken. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet langer connex is aan een hoofdzaak. Daarom zal de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.
3. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 16 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Strik, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.