Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:27478

2026-08-21 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/710512 / FA RK 26-8097
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-21
Publicatiedatum
2026-09-21
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/710512 / FA RK 26-8097
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wvggz; toewijzing aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg voor de duur van twaalf maanden

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.354 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht


Zaak-/rekestnr.: C/09/710512 / FA RK 26-8097
Datum beschikking: 21 augustus 2026


Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg



Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:



[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats], [geboorteland],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. J.B. Peters te Zoetermeer.




ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 5 augustus 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een op 31 juli 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 4 augustus 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 4 augustus 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een brief van de officier van justitie van 8 juli 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn;
- een afschrift van de beschikking waarbij mentorschap is ingesteld.


De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2026. Daarbij zijn gehoord:

- de advocaat van betrokkene
- de arts-assistent, [naam 2].


Betrokkene is niet ter zitting verschenen. Ten tijde van de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene niet bereid was aan te sluiten bij de zitting. De rechter heeft betrokkene voorafgaand aan de zitting bezocht en kort gehoord in de tuin van de instelling, in aanwezigheid van de griffier en de advocaat van betrokkene. Betrokkene heeft te kennen gegeven dat hij zich niet bemoeit met de aanwezigen en dat hij niets hoeft. Betrokkene verklaarde niet aan te willen sluiten bij de zitting. De mondelinge behandeling heeft vervolgens verder buiten aanwezigheid van betrokkene plaatsgevonden.



De officier van justitie heeft een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet
nodig geacht en het is de rechtbank ter zitting gebleken dat diens aanwezigheid ook niet
noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen. Daarom is de officier
van justitie niet gehoord.




Standpunten ter zitting
De advocaat heeft primair afwijzing van het verzoek bepleit en subsidiair betoogd dat alleen de vormen van zorg die zien op de vrijheidsbeperking dienen te worden toegewezen. Verder is aangedragen dat betrokkene niet in persoon is onderzocht door een onafhankelijk psychiater, de medische verklaring is niet opgesteld op basis van eigen waarneming. De onafhankelijk psychiater heeft niet voldaan aan de inspanningsverplichting om betrokkene in persoon te onderzoeken. De pogingen die de onafhankelijk psychiater heeft gedaan om betrokkene te zien zijn niet onderbouwd met data en tijden. Dat is onvoldoende in lijn met de uitgangspunten van de Hoge Raad.


De arts-assistent heeft naar voren gebracht dat betrokkene geen inzicht in zijn belevingswereld geeft. Betrokkene is sinds een week op de afdeling en zijn eigen behandelaar kent hem nog niet goed. Op de vorige afdeling (Kliniek Intensieve Zorg) waar betrokkene zat was hij zorgmijdend en afwerend in zijn gedrag. De kans bestaat dat een ziekenhuisopname geïndiceerd is voor sondevoeding. Betrokkene kan impulsief zijn en de veiligheid van medewerkers dient te worden gewaarborgd.




Beoordeling
Bij arrest van 12 juli 2024 van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2024:1075) is geoordeeld dat een onafhankelijk psychiater het medisch onderzoek in beginsel aldus dient te verrichten dat hij betrokkene in direct contact, dat wil zeggen: in diens fysieke aanwezigheid, spreekt en observeert. Dit is slechts anders indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is. Met inachtneming van dit door de Hoge Raad geformuleerde beoordelingskader overweegt de rechtbank als volgt.


Anders dan de advocaat heeft betoogd is de rechtbank van oordeel dat de onafhankelijk psychiater voldoende inspanningen heeft verricht om het onderzoek in fysiek bijzijn van betrokkene te verrichten en dat de medische verklaring in het verlengde daarvan toereikend is. De rechtbank overweegt daartoe dat uit de medische verklaring blijkt dat de onafhankelijk psychiater drie keer gepoogd heeft een gesprek te voeren met betrokkene. Bij het eerste bezoek was betrokkene direct afwerend. Bij het tweede bezoek weigerde betrokkene ieder contact en onttrok hij zich aan de beoordeling. Bij de derde poging moest de onafhankelijk psychiater vertrekken en wederom werd ieder onderzoek afgewezen. Specifieke data zijn niet genoemd, maar de onafhankelijk psychiater heeft in de medische verklaring vermeld dat hij op verschillende data en tijdstippen heeft geprobeerd om betrokkene in persoon te onderzoeken. De onafhankelijk psychiater heeft betrokkene drie keer in persoon gezien en drie keer van betrokkene zelf te horen gekregen dat medewerking werd geweigerd. Daarmee heeft de onafhankelijk psychiater voldoende inspanningen verricht om het onderzoek in het fysieke bijzijn van betrokkene uit te voeren. De beoordeling is vervolgens mede gebaseerd op gegevens en gedrag die de psychiater zelf heeft waargenomen tijdens de drie pogingen. Het zorgmijdende gedrag is tevens onderdeel van de problematiek van betrokkene. Gelet op die omstandigheden voorgaande stelt de rechtbank vast dat de medische verklaring voldoet aan de daaraan te stellen eisen.



Op 15 september 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden tot en met 15 september 2026.



Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.



Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.


Er is sprake van een recidiverend beloop van de paranoïde schizofrenie, waarbij uit de voorgeschiedenis blijkt dat het verminderen of staken van de antipsychotische behandeling herhaaldelijk heeft geleid tot ernstige psychotische decompensatie en verlies van functioneren. Tijdens eerdere ontregelingen was sprake van zelfverwaarlozing, het onttrekken aan behandeling, weigering van somatische diagnostiek en een zodanige psychiatrische achteruitgang dat zelfstandig functioneren niet meer mogelijk was. In de voorgeschiedenis is ook sprake geweest van ernstig grensoverschrijdend gedrag in de openbare ruimte, waaronder het van de fiets trekken van een fietser en het aanvallen van een voorbijganger. Ook binnen de klinische setting heeft betrokkene agressief en bedreigend gedrag laten zien; hij heeft een verpleegkundige geslagen en een zorgmedewerker met de dood bedreigd. Daarnaast is hij door zijn beperkte ziektebesef en -inzicht onvoldoende in staat de noodzaak van behandeling te overzien, waardoor zonder begeleiding en toezicht een reëel risico bestaat op het opnieuw staken van de medicatie. Hoewel zich tijdens de huidige opname geen fysieke agressie heeft voorgedaan, is recent buiten de kliniek een conflict ontstaan waarvoor aangifte tegen betrokkene is gedaan.



Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.



Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene verzet zich tegen het verlenen van zorg die noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. Betrokkene ontkent dat sprake is van schizofrenie en hij meent niet in behandeling te zijn bij de GGZ. Betrokkene heeft weinig intrinsieke behandelmotivatie. Uit de voorgeschiedenis blijkt dat hij zich in ambulante setting geleidelijk aan de behandeling heeft onttrokken, afspraken niet meer nakwam en vervolgens psychotisch decompenseerde. Daarnaast is sprake van beperkt ziektebesef en ziekte-inzicht, waardoor betrokkene de noodzaak van langdurige behandeling onvoldoende onderkent. Om die reden zijn er op dit moment onvoldoende mogelijkheden om de noodzakelijke zorg uitsluitend op vrijwillige basis te verlenen. Om die reden is verplichte zorg nodig.



De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.



Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.


Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.



Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.




Beslissing
De rechtbank:


verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:





[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats], [geboorteland],


inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;


bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 augustus 2027;



wijst het meer of anders verzochte af.











Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. Rochat, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 augustus 2026.








De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 september 2026.




Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.