Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:27267
2026-09-17
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL26.41133, NL26.41134, NL26.41138 en NL26.41139
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
AMP, asielaanvraag niet-ontvankelijk vanwege veilig derde land, doorreisland, beroepen ongegrond, voorlopige voorzieningen afgewezen.
Citeert (3)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23170 Rechtbank Den Haag 17-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20059 Rechtbank Den Haag 17-06-2026
- ECLI:EU:C:2024:838
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:29006 Rechtbank Den Haag 28-09-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (15.277 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL26.41133 (beroep [eiseres 1] )
NL26.41134 (voorlopige voorziening [eiseres 1] )
NL26.41138 (beroep [eiseres 2] )
NL26.41139 (voorlopige voorziening [eiseres 2] )
V-nummers: [V nummer 1]
[V nummer 2]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiseres 1]
geboren op [geboortedatum 1] 1999, eiseres I/verzoekster I, hierna: eiseres I
[eiseres 2]
geboren op [geboortedatum 2] 2003, eiseres II/verzoekster II, hierna: eiseres II
beiden van Russische nationaliteit,
hierna gezamenlijk te noemen: eiseressen
(gemachtigde: mr. M.A.C. de Vilder)
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. A.R.J. Maas).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) de beroepen van eiseressen tegen de afwijzing van hun asielaanvragen als niet-ontvankelijk en hun verzoeken om een voorlopige voorziening.
1.1.
De minister heeft de aanvragen met de bestreden besluiten van 18 juli 2026 afgewezen als niet-ontvankelijk.
1.2.
Eiseressen hebben tegen de bestreden besluiten beroepen ingesteld en verzocht om voorlopige voorzieningen.
1.3.
De minister heeft op 27 augustus 2026 een verweerschrift ingediend.
1.4.
De rechtbank/voorzieningenrechter (rechtbank) heeft de beroepen en de voorlopige voorzieningen gelijktijdig op 31 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben meegedaan: eiseressen, de gemachtigde van eiseressen, A. Avakyan Gouloyan als tolk in de Russische taal en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het niet ontvankelijk verklaren van de asielaanvragen van eiseressen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseressen.
3. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de beroepen ongegrond en worden de verzoeken om een voorlopige voorziening afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Achtergrond
4. Eiseressen hebben de Russische nationaliteit. Zij hebben op 25 juni 2026 Rusland verlaten en zijn via Istanbul, Buenos Aires en São Paulo naar Nederland gereisd. Eiseressen zijn van 28 juni 2026 tot 3 juli 2026 in Buenos Aires geweest en van 3 juli 2026 tot en met 6 juli 2026 in São Paulo. Eiseressen zijn op 7 juli 2026 aangekomen in Nederland en hebben op 8 juli 2026 asiel aangevraagd. Eiseressen stellen lesbisch te zijn en stellen dat hun geaardheid niet geaccepteerd wordt in Rusland. Zij hebben voor Nederland als land om asiel aan te vragen gekozen omdat LHBTIQ+-personen hier dezelfde rechten hebben als andere mensen en omdat zij hier veilig kunnen wonen.
Besluitvorming
5. De minister wijst de asielaanvragen af als niet-ontvankelijk omdat Brazilië een veilig derde land is voor eiseressen en zij hier voorafgaand aan de asielaanvragen in de Europese Unie doorheen zijn gereisd. Samengevat heeft de minister aan deze besluiten het volgende ten grondslag gelegd. Brazilië voldoet aan de eisen voor een veilig derde land en eiseressen hebben niet aannemelijk gemaakt dat Brazilië geen veilig derde land is voor hen. Eiseressen hebben aangegeven Brazilië geen veilige plek te vinden, omdat aan hen is verteld dat er gewelddadige overvallen zijn en zij denken dat de politie in Brazilië niets zal doen. De redenen die eiseressen hebben gegeven zijn volgens de minister onvoldoende om aan te nemen dat Brazilië geen veilig derde land is voor hen. De minister stelt dat eiseressen tijdens de aanwezigheid in Brazilië geen problemen hebben ondervonden. Ook is het gevoel van onveiligheid gebaseerd op aannames en mede het gevolg van informatie die zij van derden kregen. Redelijkerwijs kan verondersteld worden dat eiseressen ten tijde van hun verblijf in Brazilië de mogelijkheid hebben gehad om bescherming te vragen aan de Braziliaanse autoriteiten. Verder lopen zij bij terugkeer naar Brazilië geen reëel risico op ernstige schade.
Beroepsgronden
6. Eiseressen hebben – samengevat – het volgende aangevoerd. Eiseressen stellen bij terugkeer naar Brazilië niet veilig te zijn, omdat Brazilië in zijn algemeenheid geen veilig land is en in het bijzonder niet veilig is voor mensen behorende tot de LHBTIQ+-gemeenschap. Hiertoe verwijzen zij naar meerdere bronnen zoals rapporten van Vluchtelingenwerk Nederland en Amnesty International. Verder voeren eiseressen aan dat er een door de minister geregelde garantie moet komen dat zij toegang zullen krijgen tot Brazilië. Ook stellen eiseressen dat de gehoren summier zijn geweest, waardoor zij niet alle bezwaren kenbaar hebben kunnen maken. Tot slot stellen eiseressen dat er volgens de Procedureverordening een document moet zijn waarin de autoriteiten van het derde land worden geïnformeerd dat het verzoek in de lidstaat niet inhoudelijk is onderzocht. Dat is ten onrechte niet gebeurd.
Oordeel van de rechtbank
7. Op grond van artikel 38, eerste lid, onder b, van de Procedureverordening kan een asielaanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard als een land kan worden beschouwd als een veilig derde land voor de verzoeker, tenzij het duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. De voorwaarden voor het beschouwen van een land als veilig derde land staan in artikel 59 van de Procedureverordening. Hierin staat onder andere dat het leven en de vrijheid van onderdanen van derde landen niet worden bedreigd om redenen van ras, religie, nationaliteit, lidmaatschap van een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dat zij geen reëel risico mogen lopen op ernstige schade, dat onderdanen van derde landen worden beschermd tegen refoulement en de mogelijkheid bestaat om doeltreffende bescherming te krijgen. Er zijn volgens de Procedureverordening meerdere redenen waarom een land als veilig derde land aangemerkt kan worden. Dit staat in artikel 59, vijfde lid. Bij de zaak van eiseressen is artikel 59, vijfde lid, onder b van de Procedureverordening van belang. Hieruit volgt dat het tegenwerpen van een veilig derde land een mogelijkheid is als de verzoeker om internationale bescherming op weg naar de Europese Unie door het veilig derde land is gereisd. Het zogenoemde ‘bandencriterium’ dat volgens de Procedurerichtlijn een voorwaarde was om een land als veilig derde land aan te merken, staat niet meer in de Procedureverordening als voorwaarde.
8. De rechtbank zal hieronder beoordelen, aan de hand van de beroepsgronden van eiseressen, of de minister heeft voldaan aan de voorwaarden uit de Procedureverordening om Brazilië aan te merken als veilig derde land.
Gehoren
8.1.
De rechtbank kan eiseressen niet volgen in het standpunt dat de gehoren summier of onzorgvuldig zijn geweest en dat dit moet leiden tot een zorgvuldigheidsgebrek. Alhoewel de rechtbank inziet dat de gehoren niet erg lang zijn geweest en er niet veel vragen zijn gesteld, is de rechtbank van oordeel dat eiseressen voldoende mogelijkheden hebben gehad om hun bezwaren in de gehoren kenbaar te maken. Op de zitting konden eiseressen ook niet duidelijk maken op welk punten doorgevraagd had moeten worden en op welk punt zij meer te vertellen hadden. Bovendien hebben eiseressen in beroep hun bezwaren ook kunnen toelichten en hebben zij landeninformatie kunnen inbrengen. Deze grond slaagt dus niet.
Veilig derde land
8.2.
De rechtbank is verder van oordeel dat de minister Brazilië in zijn algemeenheid als veilig derde land heeft kunnen aanmerken. De minister heeft mogen wijzen op het IB 2024/33. Dit sluit aan bij een recente uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, waarin is geoordeeld dat de minister zich terecht op het standpunt heeft mogen stellen dat Brazilië kan gelden als een veilig derde land. Eiseressen hebben hiertegen ook geen gronden aangevoerd of onderbouwd dat Brazilië in het algemeen niet te gelden heeft als een veilig derde land. is. Waar eiseressen wel gronden tegen hebben aangevoerd is dat Brazilië voor eiseressen als lesbisch koppel geen veilig derde land is. Uit landeninformatie blijkt dat er toenemend geweld bestaat tegen mensen behorend tot de LHBTIQ+-gemeenschap, en dan met name tegen transpersonen. Daartegenover staat dat de minister er terecht op heeft gewezen dat er ook bescherming mogelijk is tegen dit geweld. Er is wetgeving om mensen tot de LHBTIQ+-gemeenschap te beschermen en er vindt daadwerkelijke opsporing en gerechtelijke vervolging plaats. Ook verwijst de minister onweersproken naar een uitspraak van het Hooggerechtshof van 22 augustus 2023 van Brazilië, waarin homofobe haatzaaiende uitlatingen juridisch gelijkgesteld zijn aan racistische uitlatingen en bestraft kunnen worden met gevangenisstraf. Uit het voorgaande blijkt dat Brazilië maatregelen heeft genomen om het geweld tegen mensen behorend tot de LHBTIQ+-gemeenschap tegen te gaan. Eiseressen hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij in Brazilië geen mogelijkheden hebben om beklag te doen of hiertegen bescherming te krijgen. De beroepsgrond slaagt niet.
Toegang tot Brazilië en de asielprocedure
8.3.
Anders dan eiseressen is de rechtbank ook van oordeel dat de minister niet met een garantie hoeft te komen om aan te tonen dat eiseressen toegelaten zullen worden tot Brazilië. De rechtbank leest dit niet in het arrest van het Hof van Justitie van 4 oktober 2024. Het Hof van Justitie erkent dat wedertoelating tot het grondgebied niet tot de voorwaarden van een veilig derde land behoort. Hieruit blijkt dus niet dat de minister een garantie dient te krijgen van Brazilië voordat hij Brazilië voor eiseressen kan aanwijzen als veilig derde land. Ook blijkt hieruit niet dat de minister meer moet doen dan vaststellen of er een aanleiding is om aan te nemen dat eiseressen geen toegang zullen hebben tot Brazilië. De rechtbank is van oordeel dat de minister dit in de zaak van eiseressen voldoende heeft onderbouwd. De rechtbank kan de minister volgen in dat hij geen reden heeft om aan te nemen dat eiseressen niet toegelaten zullen worden tot Brazilië. Eiseressen beschikken over een Russisch paspoort en kunnen visumvrij naar Brazilië reizen. Uit niets is gebleken dat eiseressen, anders dan de eerste keer, geen toegang zullen krijgen tot Brazilië. Deze beroepsgrond slaagt niet.
8.4.
Vervolgens is de rechtbank van oordeel dat er ook geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat eiseressen niet zullen worden toegelaten tot de asielprocedure in Brazilië. Hier hebben eiseressen namelijk geen gronden tegen aangevoerd en uit landeninformatie blijkt ook niet dat dit niet mogelijk zal zijn voor eiseressen.
Indirect refoulement
8.5.
Tot slot is de rechtbank van oordeel dat eiseressen niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij een risico lopen op indirect refoulement bij terugkeer naar Brazilië. Op de zitting hebben eiseressen gesteld dat zij hiervoor vrezen omdat Brazilië banden of afspraken heeft met Rusland en dat Rusland mensen uit de LHBTIQ+-gemeenschap heeft uitgeroepen tot terroristische organisatie. Eiseressen stellen dat zij door Brazilië teruggestuurd zullen worden naar Rusland, omdat Brazilië anders door Rusland aangemerkte terroristen zou helpen. De rechtbank begrijpt van eiseressen dat zij liever hun asielprocedure in Nederland behandeld zien worden en begrijpt ook dat eiseressen niet verwacht hadden om teruggestuurd te worden naar Brazilië. Dat Rusland mensen behorend tot de LHBTIQ+-gemeenschap heeft aangemerkt als extremistische organisatie, maakt niet dat Brazilië vanwege banden met Rusland, eiseressen naar Rusland terug zal sturen. Eiseressen hebben dit niet onderbouwd en de rechtbank heeft geen aanwijzingen gevonden dat hiervan sprake zou zijn. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
9. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de afwijzingen als niet-ontvankelijk van de asielaanvragen van eiseressen in stand blijft.
10. Nu de rechtbank op de beroepen heeft beslist, bestaat geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.
11. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank, in zaken: NL26.41133 en NL26.41138:
- verklaart de beroepen ongegrond.
De voorzieningenrechter, in zaken: NL26.41134 en NL26.41139:
- wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Vegter, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Roefs, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Tegen de uitspraak op de verzoeken om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Volgens artikel 38, eerste lid onder b, en artikel 59, vijfde lid, onder b van de Verordening (EU)
2024/1348 (Procedureverordening).
Een land kon alleen worden beschouwd als ‘veilig derde land’ als de asielaanvrager een band heeft met dat derde land, op grond waarvan het redelijk is dat die asielaanvrager naar dat land gaat.
Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013.
Informatiebericht.
Beoordeling veilig derde land – Brazilië.
Uitspraak van 17 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:23170.
Zie bijvoorbeeld een rapport van Amnesty International “Report 2025/26: The State of the World’s Human Rights en een brief van VluchtelingenWerk Nederland “Brazilië – positie LHBTI” van 20 juli 2026.
Zie bijvoorbeeld het 2018 Country Report on Human Rights Practices van US Department of State en het Amnesty International report 2025/26: Brazil.
Zie ook een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht van 17 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:20059.
ECLI:EU:C:2024:838.
Zie bijvoorbeeld een nieuwsbericht van Amnesty International van 30 november 2023 ‘Rusland zet deuren wagenwijd open voor vervolging lhbti’ers’.
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL26.41133 (beroep [eiseres 1] )
NL26.41134 (voorlopige voorziening [eiseres 1] )
NL26.41138 (beroep [eiseres 2] )
NL26.41139 (voorlopige voorziening [eiseres 2] )
V-nummers: [V nummer 1]
[V nummer 2]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiseres 1]
geboren op [geboortedatum 1] 1999, eiseres I/verzoekster I, hierna: eiseres I
[eiseres 2]
geboren op [geboortedatum 2] 2003, eiseres II/verzoekster II, hierna: eiseres II
beiden van Russische nationaliteit,
hierna gezamenlijk te noemen: eiseressen
(gemachtigde: mr. M.A.C. de Vilder)
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. A.R.J. Maas).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) de beroepen van eiseressen tegen de afwijzing van hun asielaanvragen als niet-ontvankelijk en hun verzoeken om een voorlopige voorziening.
1.1.
De minister heeft de aanvragen met de bestreden besluiten van 18 juli 2026 afgewezen als niet-ontvankelijk.
1.2.
Eiseressen hebben tegen de bestreden besluiten beroepen ingesteld en verzocht om voorlopige voorzieningen.
1.3.
De minister heeft op 27 augustus 2026 een verweerschrift ingediend.
1.4.
De rechtbank/voorzieningenrechter (rechtbank) heeft de beroepen en de voorlopige voorzieningen gelijktijdig op 31 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben meegedaan: eiseressen, de gemachtigde van eiseressen, A. Avakyan Gouloyan als tolk in de Russische taal en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het niet ontvankelijk verklaren van de asielaanvragen van eiseressen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseressen.
3. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de beroepen ongegrond en worden de verzoeken om een voorlopige voorziening afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Achtergrond
4. Eiseressen hebben de Russische nationaliteit. Zij hebben op 25 juni 2026 Rusland verlaten en zijn via Istanbul, Buenos Aires en São Paulo naar Nederland gereisd. Eiseressen zijn van 28 juni 2026 tot 3 juli 2026 in Buenos Aires geweest en van 3 juli 2026 tot en met 6 juli 2026 in São Paulo. Eiseressen zijn op 7 juli 2026 aangekomen in Nederland en hebben op 8 juli 2026 asiel aangevraagd. Eiseressen stellen lesbisch te zijn en stellen dat hun geaardheid niet geaccepteerd wordt in Rusland. Zij hebben voor Nederland als land om asiel aan te vragen gekozen omdat LHBTIQ+-personen hier dezelfde rechten hebben als andere mensen en omdat zij hier veilig kunnen wonen.
Besluitvorming
5. De minister wijst de asielaanvragen af als niet-ontvankelijk omdat Brazilië een veilig derde land is voor eiseressen en zij hier voorafgaand aan de asielaanvragen in de Europese Unie doorheen zijn gereisd. Samengevat heeft de minister aan deze besluiten het volgende ten grondslag gelegd. Brazilië voldoet aan de eisen voor een veilig derde land en eiseressen hebben niet aannemelijk gemaakt dat Brazilië geen veilig derde land is voor hen. Eiseressen hebben aangegeven Brazilië geen veilige plek te vinden, omdat aan hen is verteld dat er gewelddadige overvallen zijn en zij denken dat de politie in Brazilië niets zal doen. De redenen die eiseressen hebben gegeven zijn volgens de minister onvoldoende om aan te nemen dat Brazilië geen veilig derde land is voor hen. De minister stelt dat eiseressen tijdens de aanwezigheid in Brazilië geen problemen hebben ondervonden. Ook is het gevoel van onveiligheid gebaseerd op aannames en mede het gevolg van informatie die zij van derden kregen. Redelijkerwijs kan verondersteld worden dat eiseressen ten tijde van hun verblijf in Brazilië de mogelijkheid hebben gehad om bescherming te vragen aan de Braziliaanse autoriteiten. Verder lopen zij bij terugkeer naar Brazilië geen reëel risico op ernstige schade.
Beroepsgronden
6. Eiseressen hebben – samengevat – het volgende aangevoerd. Eiseressen stellen bij terugkeer naar Brazilië niet veilig te zijn, omdat Brazilië in zijn algemeenheid geen veilig land is en in het bijzonder niet veilig is voor mensen behorende tot de LHBTIQ+-gemeenschap. Hiertoe verwijzen zij naar meerdere bronnen zoals rapporten van Vluchtelingenwerk Nederland en Amnesty International. Verder voeren eiseressen aan dat er een door de minister geregelde garantie moet komen dat zij toegang zullen krijgen tot Brazilië. Ook stellen eiseressen dat de gehoren summier zijn geweest, waardoor zij niet alle bezwaren kenbaar hebben kunnen maken. Tot slot stellen eiseressen dat er volgens de Procedureverordening een document moet zijn waarin de autoriteiten van het derde land worden geïnformeerd dat het verzoek in de lidstaat niet inhoudelijk is onderzocht. Dat is ten onrechte niet gebeurd.
Oordeel van de rechtbank
7. Op grond van artikel 38, eerste lid, onder b, van de Procedureverordening kan een asielaanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard als een land kan worden beschouwd als een veilig derde land voor de verzoeker, tenzij het duidelijk is dat de verzoeker niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. De voorwaarden voor het beschouwen van een land als veilig derde land staan in artikel 59 van de Procedureverordening. Hierin staat onder andere dat het leven en de vrijheid van onderdanen van derde landen niet worden bedreigd om redenen van ras, religie, nationaliteit, lidmaatschap van een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dat zij geen reëel risico mogen lopen op ernstige schade, dat onderdanen van derde landen worden beschermd tegen refoulement en de mogelijkheid bestaat om doeltreffende bescherming te krijgen. Er zijn volgens de Procedureverordening meerdere redenen waarom een land als veilig derde land aangemerkt kan worden. Dit staat in artikel 59, vijfde lid. Bij de zaak van eiseressen is artikel 59, vijfde lid, onder b van de Procedureverordening van belang. Hieruit volgt dat het tegenwerpen van een veilig derde land een mogelijkheid is als de verzoeker om internationale bescherming op weg naar de Europese Unie door het veilig derde land is gereisd. Het zogenoemde ‘bandencriterium’ dat volgens de Procedurerichtlijn een voorwaarde was om een land als veilig derde land aan te merken, staat niet meer in de Procedureverordening als voorwaarde.
8. De rechtbank zal hieronder beoordelen, aan de hand van de beroepsgronden van eiseressen, of de minister heeft voldaan aan de voorwaarden uit de Procedureverordening om Brazilië aan te merken als veilig derde land.
Gehoren
8.1.
De rechtbank kan eiseressen niet volgen in het standpunt dat de gehoren summier of onzorgvuldig zijn geweest en dat dit moet leiden tot een zorgvuldigheidsgebrek. Alhoewel de rechtbank inziet dat de gehoren niet erg lang zijn geweest en er niet veel vragen zijn gesteld, is de rechtbank van oordeel dat eiseressen voldoende mogelijkheden hebben gehad om hun bezwaren in de gehoren kenbaar te maken. Op de zitting konden eiseressen ook niet duidelijk maken op welk punten doorgevraagd had moeten worden en op welk punt zij meer te vertellen hadden. Bovendien hebben eiseressen in beroep hun bezwaren ook kunnen toelichten en hebben zij landeninformatie kunnen inbrengen. Deze grond slaagt dus niet.
Veilig derde land
8.2.
De rechtbank is verder van oordeel dat de minister Brazilië in zijn algemeenheid als veilig derde land heeft kunnen aanmerken. De minister heeft mogen wijzen op het IB 2024/33. Dit sluit aan bij een recente uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, waarin is geoordeeld dat de minister zich terecht op het standpunt heeft mogen stellen dat Brazilië kan gelden als een veilig derde land. Eiseressen hebben hiertegen ook geen gronden aangevoerd of onderbouwd dat Brazilië in het algemeen niet te gelden heeft als een veilig derde land. is. Waar eiseressen wel gronden tegen hebben aangevoerd is dat Brazilië voor eiseressen als lesbisch koppel geen veilig derde land is. Uit landeninformatie blijkt dat er toenemend geweld bestaat tegen mensen behorend tot de LHBTIQ+-gemeenschap, en dan met name tegen transpersonen. Daartegenover staat dat de minister er terecht op heeft gewezen dat er ook bescherming mogelijk is tegen dit geweld. Er is wetgeving om mensen tot de LHBTIQ+-gemeenschap te beschermen en er vindt daadwerkelijke opsporing en gerechtelijke vervolging plaats. Ook verwijst de minister onweersproken naar een uitspraak van het Hooggerechtshof van 22 augustus 2023 van Brazilië, waarin homofobe haatzaaiende uitlatingen juridisch gelijkgesteld zijn aan racistische uitlatingen en bestraft kunnen worden met gevangenisstraf. Uit het voorgaande blijkt dat Brazilië maatregelen heeft genomen om het geweld tegen mensen behorend tot de LHBTIQ+-gemeenschap tegen te gaan. Eiseressen hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij in Brazilië geen mogelijkheden hebben om beklag te doen of hiertegen bescherming te krijgen. De beroepsgrond slaagt niet.
Toegang tot Brazilië en de asielprocedure
8.3.
Anders dan eiseressen is de rechtbank ook van oordeel dat de minister niet met een garantie hoeft te komen om aan te tonen dat eiseressen toegelaten zullen worden tot Brazilië. De rechtbank leest dit niet in het arrest van het Hof van Justitie van 4 oktober 2024. Het Hof van Justitie erkent dat wedertoelating tot het grondgebied niet tot de voorwaarden van een veilig derde land behoort. Hieruit blijkt dus niet dat de minister een garantie dient te krijgen van Brazilië voordat hij Brazilië voor eiseressen kan aanwijzen als veilig derde land. Ook blijkt hieruit niet dat de minister meer moet doen dan vaststellen of er een aanleiding is om aan te nemen dat eiseressen geen toegang zullen hebben tot Brazilië. De rechtbank is van oordeel dat de minister dit in de zaak van eiseressen voldoende heeft onderbouwd. De rechtbank kan de minister volgen in dat hij geen reden heeft om aan te nemen dat eiseressen niet toegelaten zullen worden tot Brazilië. Eiseressen beschikken over een Russisch paspoort en kunnen visumvrij naar Brazilië reizen. Uit niets is gebleken dat eiseressen, anders dan de eerste keer, geen toegang zullen krijgen tot Brazilië. Deze beroepsgrond slaagt niet.
8.4.
Vervolgens is de rechtbank van oordeel dat er ook geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat eiseressen niet zullen worden toegelaten tot de asielprocedure in Brazilië. Hier hebben eiseressen namelijk geen gronden tegen aangevoerd en uit landeninformatie blijkt ook niet dat dit niet mogelijk zal zijn voor eiseressen.
Indirect refoulement
8.5.
Tot slot is de rechtbank van oordeel dat eiseressen niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij een risico lopen op indirect refoulement bij terugkeer naar Brazilië. Op de zitting hebben eiseressen gesteld dat zij hiervoor vrezen omdat Brazilië banden of afspraken heeft met Rusland en dat Rusland mensen uit de LHBTIQ+-gemeenschap heeft uitgeroepen tot terroristische organisatie. Eiseressen stellen dat zij door Brazilië teruggestuurd zullen worden naar Rusland, omdat Brazilië anders door Rusland aangemerkte terroristen zou helpen. De rechtbank begrijpt van eiseressen dat zij liever hun asielprocedure in Nederland behandeld zien worden en begrijpt ook dat eiseressen niet verwacht hadden om teruggestuurd te worden naar Brazilië. Dat Rusland mensen behorend tot de LHBTIQ+-gemeenschap heeft aangemerkt als extremistische organisatie, maakt niet dat Brazilië vanwege banden met Rusland, eiseressen naar Rusland terug zal sturen. Eiseressen hebben dit niet onderbouwd en de rechtbank heeft geen aanwijzingen gevonden dat hiervan sprake zou zijn. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
9. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de afwijzingen als niet-ontvankelijk van de asielaanvragen van eiseressen in stand blijft.
10. Nu de rechtbank op de beroepen heeft beslist, bestaat geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.
11. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank, in zaken: NL26.41133 en NL26.41138:
- verklaart de beroepen ongegrond.
De voorzieningenrechter, in zaken: NL26.41134 en NL26.41139:
- wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Vegter, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Roefs, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Tegen de uitspraak op de verzoeken om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Volgens artikel 38, eerste lid onder b, en artikel 59, vijfde lid, onder b van de Verordening (EU)
2024/1348 (Procedureverordening).
Een land kon alleen worden beschouwd als ‘veilig derde land’ als de asielaanvrager een band heeft met dat derde land, op grond waarvan het redelijk is dat die asielaanvrager naar dat land gaat.
Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013.
Informatiebericht.
Beoordeling veilig derde land – Brazilië.
Uitspraak van 17 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:23170.
Zie bijvoorbeeld een rapport van Amnesty International “Report 2025/26: The State of the World’s Human Rights en een brief van VluchtelingenWerk Nederland “Brazilië – positie LHBTI” van 20 juli 2026.
Zie bijvoorbeeld het 2018 Country Report on Human Rights Practices van US Department of State en het Amnesty International report 2025/26: Brazil.
Zie ook een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht van 17 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:20059.
ECLI:EU:C:2024:838.
Zie bijvoorbeeld een nieuwsbericht van Amnesty International van 30 november 2023 ‘Rusland zet deuren wagenwijd open voor vervolging lhbti’ers’.