Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:27128
2026-08-18
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/09/692519 / FA RK 25-7468
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
afwijzing verzoek doorhaling akte - akte komt niet ten onrechte voor in de regsiters
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.164 tekens)
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7468
Zaaknummer: C/09/692519
Datum beschikking: 18 augustus 2026
Doorhaling akte register burgerlijke stand
Beschikking op het op 6 oktober 2025 ingekomen verzoek van de officier van justitie in het arrondissement Den Haag.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vader] ,
de vader van de minderjarige,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
[de moeder] ,
de moeder van de minderjarige,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Leiderdorp,
zetelend te Leiderdorp,
de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift.
Op 21 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de ouders van de minderjarige en [naam] , namens de ambtenaar. De officier van justitie heeft bij brief van 15 juni 2026 laten weten niet op de zitting te zullen verschijnen. Door de ambtenaar is op de zitting de akte van erkenning van elk kind waarvan een vrouw thans zwanger is (aktenummer 0559 van het jaar 2011 van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Leiden) overgelegd.
Verzoek en verweer
Het verzoek strekt tot doorhaling van de geboorteakte nummer 1A0658-2012 van het jaar 2012, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente Leiderdorp en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Leiderdorp te gelasten een nieuwe geboorteakte van de minderjarige op te maken en in te schrijven in het register van geboorten van de gemeente Leiderdorp, waarbij de heer [de vader] als vader wordt vermeld en wordt aangegeven dat sprake is van een erkenning van de ongeboren vrucht.
De belanghebbenden hebben geen verweer gevoerd tegen het verzoek.
Feiten
- Uit [de moeder] is op [geboortedatum] 2012 geboren [minderjarige] .
- [minderjarige] is voor haar geboorte erkend door [de vader] .
- [minderjarige] is na haar geboorte opnieuw erkend door [de vader]
.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 18 november 2013 is de doorhaling van de akte van erkenning en de verbetering van de geboorteakte gelast.
- Uit de huidige geboorteakte van [minderjarige] blijkt niet dat de vader haar voor de geboorte heeft erkend.
Beoordeling
Op grond van artikel 1:24, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie worden gelast door de rechtbank.
Ter onderbouwing van het verzoek voert de officier van justitie het volgende aan. De vader heeft [minderjarige] prenataal erkend. Na de geboorte is aangifte gedaan van de geboorte, maar is de prenatale erkenning niet toegevoegd aan de geboorteakte en is [minderjarige] opnieuw erkend door de vader. In 2013 is de geboorteakte verbeterd in die zin dat de latere erkenning is doorgehaald en er is een latere vermelding toegevoegd aan de bestaande geboorteakte. Hierdoor staat de vader niet vermeld op het voorblad van de geboorteakte en blijkt uit de geboorteakte ook niet dat sprake is van een erkenning van de ongeboren vrucht. Dit is voor de ouders zeer belastend en is ook juridisch niet juist.
De rechtbank zal het verzoek afwijzen. Zoals hierboven omschreven, biedt de wet de mogelijkheid om een akte dan wel latere vermelding door te halen als de akte of de latere vermelding ten onrechte in de registers voorkomt. Hiervan is in dit geval geen sprake. De geboorteakte van [minderjarige] komt immers niet ten onrechte in de registers voor. De rechtbank begrijpt dat de ouders het wenselijk vinden dat de vader op het voorblad van de geboorteakte wordt vermeld, maar dat levert geen grond op om op basis van de wet de akte door te halen. Wel is op de zitting gebleken dat de akte van erkenning van de ongeboren vrucht met nummer 0559 ten onrechte nog niet als latere vermelding is toegevoegd aan de geboorteakte. Zoals op de zitting ook is besproken, gaat de rechtbank ervan uit dat de ambtenaar van de burgerlijke stand te Leiderdorp hiervoor alsnog zal zorgdragen. Gelet op het bepaalde in artikel 1:20 BW is hiervoor geen last van de rechtbank nodig.
Beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek tot doorhaling van de geboorteakte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2026.
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7468
Zaaknummer: C/09/692519
Datum beschikking: 18 augustus 2026
Doorhaling akte register burgerlijke stand
Beschikking op het op 6 oktober 2025 ingekomen verzoek van de officier van justitie in het arrondissement Den Haag.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vader] ,
de vader van de minderjarige,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
[de moeder] ,
de moeder van de minderjarige,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Leiderdorp,
zetelend te Leiderdorp,
de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift.
Op 21 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de ouders van de minderjarige en [naam] , namens de ambtenaar. De officier van justitie heeft bij brief van 15 juni 2026 laten weten niet op de zitting te zullen verschijnen. Door de ambtenaar is op de zitting de akte van erkenning van elk kind waarvan een vrouw thans zwanger is (aktenummer 0559 van het jaar 2011 van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Leiden) overgelegd.
Verzoek en verweer
Het verzoek strekt tot doorhaling van de geboorteakte nummer 1A0658-2012 van het jaar 2012, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente Leiderdorp en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Leiderdorp te gelasten een nieuwe geboorteakte van de minderjarige op te maken en in te schrijven in het register van geboorten van de gemeente Leiderdorp, waarbij de heer [de vader] als vader wordt vermeld en wordt aangegeven dat sprake is van een erkenning van de ongeboren vrucht.
De belanghebbenden hebben geen verweer gevoerd tegen het verzoek.
Feiten
- Uit [de moeder] is op [geboortedatum] 2012 geboren [minderjarige] .
- [minderjarige] is voor haar geboorte erkend door [de vader] .
- [minderjarige] is na haar geboorte opnieuw erkend door [de vader]
.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 18 november 2013 is de doorhaling van de akte van erkenning en de verbetering van de geboorteakte gelast.
- Uit de huidige geboorteakte van [minderjarige] blijkt niet dat de vader haar voor de geboorte heeft erkend.
Beoordeling
Op grond van artikel 1:24, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie worden gelast door de rechtbank.
Ter onderbouwing van het verzoek voert de officier van justitie het volgende aan. De vader heeft [minderjarige] prenataal erkend. Na de geboorte is aangifte gedaan van de geboorte, maar is de prenatale erkenning niet toegevoegd aan de geboorteakte en is [minderjarige] opnieuw erkend door de vader. In 2013 is de geboorteakte verbeterd in die zin dat de latere erkenning is doorgehaald en er is een latere vermelding toegevoegd aan de bestaande geboorteakte. Hierdoor staat de vader niet vermeld op het voorblad van de geboorteakte en blijkt uit de geboorteakte ook niet dat sprake is van een erkenning van de ongeboren vrucht. Dit is voor de ouders zeer belastend en is ook juridisch niet juist.
De rechtbank zal het verzoek afwijzen. Zoals hierboven omschreven, biedt de wet de mogelijkheid om een akte dan wel latere vermelding door te halen als de akte of de latere vermelding ten onrechte in de registers voorkomt. Hiervan is in dit geval geen sprake. De geboorteakte van [minderjarige] komt immers niet ten onrechte in de registers voor. De rechtbank begrijpt dat de ouders het wenselijk vinden dat de vader op het voorblad van de geboorteakte wordt vermeld, maar dat levert geen grond op om op basis van de wet de akte door te halen. Wel is op de zitting gebleken dat de akte van erkenning van de ongeboren vrucht met nummer 0559 ten onrechte nog niet als latere vermelding is toegevoegd aan de geboorteakte. Zoals op de zitting ook is besproken, gaat de rechtbank ervan uit dat de ambtenaar van de burgerlijke stand te Leiderdorp hiervoor alsnog zal zorgdragen. Gelet op het bepaalde in artikel 1:20 BW is hiervoor geen last van de rechtbank nodig.
Beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek tot doorhaling van de geboorteakte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2026.