Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:27115

2026-09-24 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht SGR 26/6283
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-09-24
Publicatiedatum
2026-09-17
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zaaknummer
SGR 26/6283
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vovo niet ontvankelijk ivm geen besluit. Niet voldaan aan formele connexiteit. Wmo onderzoeksverslag is geen aanvraag. Onderscheid tussen melding en aanvraag.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.587 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht



zaaknummer: SGR 26/6283


uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 september 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker


en




het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn, het college
(gemachtigde: mr. B. Khairallah).





Procesverloop


1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen nu volgens hem niet tijdig is gereageerd op zijn aanvraag om opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).



1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 10 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, A. Aksahan, tolk, de gemachtigde van het college en [naam] , werkzaam bij Tom in de buurt.




Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker heeft het verzoek om een voorlopige voorziening ingediend omdat het college volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag om opvang op grond van de Wmo 2015. Bij de beoordeling van zijn verzoek is dus van belang of verzoeker wel of niet daadwerkelijk een aanvraag heeft gedaan. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat verzoeker geen aanvraag in de zin van de wet heeft gedaan. Dat legt de voorzieningenrechter hieronder uit.
3. In de wet staat welke stappen wanneer door wie gezet moeten worden als een betrokkene een maatwerkvoorziening (zoals Wmo-opvang) van het college wenst te ontvangen. Het eerste lid van artikel 2.3.2 van de Wmo 2015 bepaalt dat eerst een melding bij college gedaan moet worden, waarna het college een onderzoek moet verrichten. Het negende lid bepaalt dat een aanvraag pas kan worden gedaan nadat het onderzoek is uitgevoerd.

4. Er is dus eerst een melding, daarna een onderzoek, en pas daarna (eventueel) een aanvraag. Op die aanvraag zal dan moeten worden beslist, welke beslissing een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is. Het onderzoeksverslag is geen beslissing op de aanvraag (als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb). Deze systematiek wordt ook onderschreven in de vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB).

5. Niet in geschil is dat eiser zich heeft gemeld op 5 juni 2026 en daarbij heeft aangegeven dat hij dakloos is geworden. Het college heeft vervolgens onderzoek gedaan en de resultaten neergelegd in een ondersteuningsplan van 10 juni 2026. Vervolgens is niet gebleken dat eiser een aanvraag, in de hiervoor bedoelde zin, heeft ingediend. Dat betekent dat het college niet binnen een bepaalde termijn een besluit hoefde te nemen, en dat verzoeker niet de mogelijkheid had bij de rechter op te komen tegen vermeend niet tijdig beslissen door het college. Omdat verder het ondersteuningsplan geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, staat daartegen ook geen bezwaar open. Er loopt daarom geen bezwaar- of beroepsprocedure, zodat niet is voldaan aan het vereiste van de zogenoemde formele connexiteit. Alleen als dat wel het geval is, kan iemand een verzoek om voorlopige voorziening doen. Dat volgt uit artikel 8:81 van de Awb.

6. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom niet-ontvankelijk. Het verzoek wordt daarom niet inhoudelijk beoordeeld. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing


De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.





Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Verspuij-Fung, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 september 2026.














griffier


voorzieningenrechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Tenzij het onderzoek niet is uitgevoerd binnen de in het eerste lid bepaalde termijn. Van die situatie is in dit geval geen sprake.


Awb = Algemene wet bestuursrecht


Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 4 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2013, en 25 januari 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:168.