Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26828

2026-09-14 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.48876
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-09-14
Publicatiedatum
2026-09-15
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
NL25.48876
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

MK Somalië, ongeloofwaardig asielrelaas over de problemen en bedreigingen door haar voormalige zwager van Al-Shabaab, wisselende verklaringen, het behoren tot een minderheidsclan en de vereenzelviging met gendergelijkheid zijn geen asielmotieven, geen vluchtelingschap, kan terugreizen via boot of vliegtuig, federale overheid is aan de macht in Barawe, geen 15c-situatie in Lower Shabelle, geen reëel risico op ernstige schade.

Citeert (9)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (35.388 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Zwolle



Bestuursrecht



zaaknummer: NL25.48876


uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres
(gemachtigde: mr. A.M. Veld),


en


de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. N. Eijpe).


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop


2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1979. De minister heeft met het bestreden besluit van 11 september 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.



2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 14 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, M.A. Hersi als tolk, tevens aan de zijde van eiseres mr. S. Rafi en mr. S. Pamir van de Commissie Strategisch Procederen en de landsadvocaat als gemachtigde van de minister.




Beoordeling door de rechtbank



De omvang van de beoordeling

3. Uit de arresten Quotal en Ebilum van 4 juni 2026 van het Hof volgt dat een rechter in eerste aanleg, bij wie beroep is ingesteld tegen een beslissing tot afwijzing van een verzoek om internationale bescherming, de bevoegdheid heeft om een bindende uitspraak te doen over de geloofwaardigheid van het ter staving van dat verzoek overgelegde asielrelaas, over de aannemelijkheid van de vrees voor vervolging van de verzoeker of het reële risico voor hem op ernstige schade bij terugkeer naar zijn land van herkomst, alsmede over de gegrondheid van dat verzoek, rekening houdend met alle elementen die in de beroepsprocedure naar voren zijn gebracht. Op grond van deze arresten zal de rechtbank het besluit van de minister als volgt beoordelen.



3.1.
Het besluit van de minister is nog steeds het startpunt voor de beoordeling door de rechtbank. Het is immers ook op grond van artikel 46 van richtlijn 2013/32/EU nog steeds het afwijzende besluit waartegen beroep is ingesteld. Daarin brengen de arresten Quotal en Ebilum geen verandering. De rechter kan zich echter niet beperken tot het ‘toetsen’ van het bestreden besluit van de minister, maar moet een eigen, op zichzelf staande, uitputtende en geactualiseerde beoordeling verrichten.



3.2.
Bij de beoordeling betrekt de rechtbank alle elementen die door de vreemdeling ter staving van het asielrelaas naar voren zijn gebracht en door de minister zijn beoordeeld. De rechtbank richt zich daarbij vooral op de elementen die aan het besluit van de minister ten grondslag liggen en door de vreemdeling zijn bestreden, maar zij is daartoe niet beperkt. De rechtbank mag ook de feitelijke en juridische gronden van het besluit – volledig en ex nunc – onderzoeken, op basis van alle elementen die in de beroepsprocedure naar voren zijn gebracht. Daarbij is de rechtbank dus niet strikt beperkt tot de beroepsgronden.



3.3.
Deze beoordeling brengt ook mee dat eventuele nieuwe elementen, die na het nemen van het besluit naar voren zijn gekomen, moeten worden beoordeeld op geloofwaardigheid, aannemelijkheid van de vrees voor vervolging of het reële risico op ernstige schade en de gegrondheid van het verzoek om internationale bescherming.



3.4.
De rechtbank zal bij de beoordeling van alle elementen verder de algemene bronnen en landeninformatie betrekken waarvan de rechtbank niet onkundig mag zijn.



3.5.
Als voor de beoordeling van het asielrelaas, van nieuwe elementen of van de vrees voor vervolging dan wel het reële risico op ernstige schade nader onderzoek nodig is, dan zal de rechtbank zo mogelijk zelf nader onderzoek doen. Dat kan bijvoorbeeld door ter zitting verduidelijkingsvragen te stellen of de vreemdeling te horen. Ook kan de rechtbank de minister en de vreemdeling in de gelegenheid stellen om een nader onderzoek te (laten) doen of tot een nadere standpuntbepaling te komen, op een wijze die gelet op de aard, omvang en intensiteit van het nader onderzoek het meest gepast is.


3.6.
Als alle voorgaande stappen zijn gezet, dan zal de rechtbank op basis daarvan – indien mogelijk binnen dezelfde gerechtelijke procedure – een definitieve uitspraak doen over de gegrondheid van het verzoek om internationale bescherming. In dat kader moet de rechtbank beoordelen of de vrees voor vervolging of het reële risico op ernstige schade is gebaseerd op een redelijke mate van waarschijnlijkheid. Als – uitgaande van de geloofwaardigheid – geen verschil van inzicht bestaat over de vrees voor vervolging of het reële risico, dan neemt de rechtbank dat in beginsel aan. Als daarover wel discussie bestaat, dan rust op de rechtbank niet alleen de bevoegdheid, maar ook de beginselplicht om hierover een uitputtend en geactualiseerd oordeel te geven. Als de rechtbank oordeelt dat de verzoeker in aanmerking komt voor internationale bescherming, dan zal de rechtbank de minister opdragen die te verlenen.



3.7.
In dit kader beoordeelt de rechtbank het asielrelaas achtereenvolgens aan de hand van de volgende vragen:
 Heeft de besluitvorming zorgvuldig plaatsgevonden?
In dit kader onderzoekt de rechtbank of wezenlijke procedureregels zijn geschonden.
 Is het asielrelaas (on)geloofwaardig?

In dit kader beoordeelt de rechtbank achtereenvolgens de asielmotieven waarmee de minister rekening heeft gehouden of had moeten houden, het referentiekader en de relevante elementen, die kunnen bestaan uit:
(1) documenten ter onderbouwing van het asielrelaas,
(2) de verklaringen van de vreemdeling,
(3) algemene bronnen en landeninformatie en
(4) eventuele nieuwe elementen, die op dezelfde manier worden beoordeeld.

 Is de vrees voor vervolging of het reële risico op ernstige schade gebaseerd op een redelijke mate van waarschijnlijkheid?



Het asielrelaas


4. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag.



4.1.
Eiseres heeft van haar geboorte tot ongeveer 2008 in [plaats 1] in Somalië gewoond. Haar oudste twee kinderen zijn in Somalië geboren. Haar echtgenoot was militair in dienst van de Somalische federale overheid en in verband daarmee zijn zij in/omstreeks 2008 gevlucht naar Saoedi-Arabië. Daar verbleven zij illegaal. Tijdens het verblijf in Saoedi Arabië zijn de overige zeven kinderen geboren. Bij de geboorte van de laatste twee (een tweeling) in 2015 waren er complicaties. Hierdoor moest eiseres in het ziekenhuis bevallen. Toen is gebleken dat zij illegaal in Saoedi-Arabië verbleven. Na enkele weken zijn zij gedwongen teruggekeerd naar Somalië.



4.2.
Na terugkomst in Somalië is de man van eiseres overleden. Zijn broer, die al met een andere vrouw getrouwd is en een belangrijke regionale functie heeft binnen Al Shabaab, heeft daarna laten weten met eiseres te willen trouwen. Hij heet [naam] (verder: [naam]). Eiseres is in 2020 echter met een andere man getrouwd. [naam] heeft haar daarna benaderd en gezegd dat zij haar bezittingen en grond moet afstaan om Al-Shabaab te helpen. Ook zou zij voor Al-Shabaab moeten spioneren op haar werk als schoonmaakster op een politiebureau. Daarnaast is haar opgedragen bommen te plaatsen op het politiebureau en in het ziekenhuis en om wapens en kleding van Al-Shabaab in haar huis te bewaren. Ook moest zij haar samenwerking met Burundezen stopzetten (met hen had eiseres contact omdat ze een klein winkeltje exploiteerde).



4.3.
Eiseres heeft [naam] de eigendomspapieren van haar land gegeven, maar geweigerd om aan de rest van zijn eisen gevolg te geven. Bij deze gelegenheid heeft hij haar seksueel misbruikt. Als gevolg van het weigeren van medewerking heeft [naam] haar met de dood bedreigd. Zij en haar echtgenoot hebben vervolgens besloten de woning te verkopen en van de opbrengst hun uitreis te betalen. De koper van de woning is ook betrokken bij het arrangeren van de uitreis die vervolgens heeft plaatsgevonden. Eiseres is op 12 juni 2023 per vliegtuig via Mogadishu naar Dobley gereisd. Daar ontmoette zij haar man en kinderen die per boot [plaats 1] hebben verlaten. Zij zijn vervolgens samen naar Kenya gegaan, waar eiseres haar man en kinderen heeft achtergelaten. Op 1 juli 2023 is zij van Nairobi naar Nederland gevlogen.



Heeft de besluitvorming zorgvuldig plaatsgevonden?


5. Eiseres heeft in de eerste plaats aangevoerd dat de Werkinstructie 2024/6 (WI 2024/6) in strijd met het Unierecht is toegepast, omdat het asielrelaas automatisch ongeloofwaardig is geacht omdat niet aan de cumulatieve voorwaarden zou zijn voldaan. Ten onrechte is niet integraal (samenhangend) beoordeeld of eiseres het voordeel van de twijfel moet worden gegund. Eiseres verwijst daarbij naar twee uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen.

6. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat in dit concrete geval niet gebleken is dat de werkinstructie in strijd met het Unierecht is toegepast. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende gebleken dat de verklaringen van eiseres en de landeninformatie integraal (samenhangend) bij de beoordeling zijn betrokken. De rechtbank merkt hierbij op dat het belang van deze beroepsgrond is achterhaald door de arresten Quotal en Ebilum van 4 juni 2026 van het Hof.

7. Deze beroepsgrond is ongegrond.



Is het asielrelaas (on)geloofwaardig?


De asielmotieven


8. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
- haar identiteit, nationaliteit en herkomst;
- de problemen en bedreigingen met/door haar voormalige zwager [naam].



8.1.
Eiseres heeft in de beroepsgronden betoogd dat ook een asielmotief is dat zij behoort tot een minderheidsclan (Tuni), dat zij is gediscrimineerd/achtergesteld en vreest voor vervolging. Eiseres verwijst daarbij naar het Algemeen Ambtsbericht Somalië en het Country Focus rapport en een bericht van UNHCR. De rechtbank is echter van oordeel dat niet gebleken is dat het behoren tot een minderheidsclan een asielmotief is. In het nader gehoor heeft eiseres op (gerichte) vragen van de hoorambtenaar verklaard dat discriminatie wel een probleem was, maar geen reden om te vertrekken. Zij ‘kon hier wel mee leven’. Ter zitting heeft eiseres op vragen van de rechtbank bevestigd dat dit geen reden is geweest om uit Somalië te vertrekken.



8.2.
In de aanvullende gronden van beroep heeft eiseres verder aangevoerd dat zij zich niet wil houden aan kledingvoorschriften en eigen levenskeuzes zoals een partnerkeuze wil maken. Dat komt volgens haar neer op vereenzelviging met gendergelijkheid en dat is ook een asielmotief. Eiseres verwijst daarbij naar de uitspraak van 30 april 2026. Hoewel dit asielmotief pas in de aanvullende gronden vlak vóór de zitting is aangevoerd, stelt de rechtbank voorop dat uit de arresten Quotal en Ebilum volgt dat een nieuw asielmotief dat in de beroepsfase voor het eerst naar voren wordt gebracht, ook moet worden betrokken bij de beoordeling, op de naar het oordeel van de rechtbank meest geschikte wijze. De rechtbank heeft in dit geval gekozen voor het toepassen van hoor- en wederhoor op zitting over dit asielmotief. Eiseres heeft ter zitting, gevraagd naar de wijze waarop zij beperkt wordt in het maken van eigen levenskeuzes, echter niets over dit asielmotief verklaard. Zij koppelt het niet kunnen maken van eigen keuzes en haar vrees uitsluitend aan haar angst voor [naam]. De rechtbank is daarom van oordeel dat het aangevoerde geen asielmotief is en niet op geloofwaardigheid of zwaarwegendheid hoeft te worden beoordeeld.



8.3.
Dit betekent dat de rechtbank de beoordeling van de geloofwaardigheid en zwaarwegendheid van het asielrelaas beperkt tot de onder 8. genoemde relevante elementen: haar identiteit, nationaliteit en herkomst en de problemen en bedreigingen met/door [naam].



Het referentiekader

9. Eiseres heeft aangevoerd dat de minister het referentiekader onvoldoende (duidelijk) heeft beschreven. Eiseres heeft alleen een basisopleiding en moeite met het noemen van concrete data (zij noemt ook verkeerde jaartallen). Daar heeft de minister onvoldoende rekening mee gehouden.




9.1.
De minister heeft aangevoerd dat het referentiekader weliswaar niet nadrukkelijk (afzonderlijk) is beschreven, maar dat uit de onderdelen van het besluit blijkt dat wel rekening is gehouden met het referentiekader. De minister heeft eiseres niet tegengeworpen dat zij geen concrete data heeft benoemd. Dit blijkt ook uit de motivering waarin staat dat de minister rekening heeft gehouden ‘met enige marge’.



9.2.
De rechtbank is van oordeel dat het referentiekader door de minister weliswaar summier is beschreven, maar de rechtbank is niet gebleken dat de minister met het referentiekader onvoldoende rekening heeft gehouden en overweegt in dit kader het volgende.



9.3.
Het referentiekader van eiseres houdt naar het oordeel van de rechtbank in dat zij alleen een basisopleiding Somalisch heeft gehad en verder geen opleiding heeft gevolgd en analfabeet is. Verder heeft zij gewerkt in een eigen winkel, was zij schoonmaakster in een politiebureau en ziekenhuis en heeft zij ook in Saoedi-Arabië gewerkt. Ze is traditioneel gehuwd en moeder van negen kinderen. Eiseres heeft ook een pleegdochter. Eiseres komt uit een relatief grote stad en had de beschikking over een telefoon. De rechtbank merkt op dat uit het Medisch Advies verder volgt dat eiseres heeft aangegeven dat zij moeite heeft met het plaatsen van exacte data van gebeurtenissen. De rechtbank is van oordeel dat hieruit volgt dat van eiseres weliswaar niet kan worden verlangd dat zij concrete data benoemt, maar wel dat zij navolgbaar chronologisch moet kunnen verklaren over impactvolle gebeurtenissen. Dit sluit aan bij het referentiekader dat de minister in de motivering van het besluit heeft gehanteerd. De rechtbank zal dit referentiekader ook hanteren bij de beoordeling van de relevante elementen.



9.4.
Deze beroepsgrond slaagt niet.



De relevante elementen

10. De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. De rechtbank ziet geen aanknopingspunt hierover anders te oordelen.




10.1.
De problemen en bedreigingen met/door [naam] zijn niet geloofwaardig geacht. Eiseres is volgens de minister ook geen alleenstaande vrouw omdat haar echtgenoot zich in Kenia bevindt. Het is niet aannemelijk gemaakt dat zij om andere redenen voor Al-Shabaab te vrezen heeft. Uit algemene bronnen blijkt dat haar plaats van herkomst onder controle en macht van de Somalische federale overheid staat. Bovendien is haar woonplaats per boot vanuit Mogadishu bereikbaar. De asielaanvraag is daarom ongegrond verklaard.



10.2.
Eiseres heeft betoogd dat de minister de problemen en bedreigingen met/door [naam] ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Volgens eiseres heeft zij wel degelijk te vrezen voor [naam] / Al-Shabaab. Eiseres heeft bovendien betoogd dat zij een risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar [plaats 1], [plaats 2], Somalië, vanwege de algemene veiligheidsrisico’s daar.



10.3.
De rechtbank beoordeelt de relevante elementen hieronder achtereenvolgens.



De problemen en bedreigingen met/door [naam]

11. De rechtbank stelt voorop dat eiseres geen documenten ter onderbouwing van de problemen en bedreigingen met/door [naam] heeft overgelegd.




11.1.
Volgens de minister heeft eiseres over de problemen en bedreigingen met/door [naam] wisselend en tegenstrijdig verklaard en wordt eiseres daarom niet geloofd. Daarbij gaat het in het bijzonder over de verklaringen van eiseres met betrekking tot de volgende onderwerpen:



het overlijden van haar eerste echtgenoot,


het huwelijk met haar huidige echtgenoot,


de contactmomenten met [naam] en de besproken onderwerpen,


de uitreis.




Omdat deze verklaringen de kern van het asielrelaas van eiseres betreffen, beoordeelt de rechtbank hierna achtereenvolgens dezelfde verklaringen/onderwerpen volgens het onder rechtsoverwegingen 3.-3.7. bedoelde toetsingskader.




De verklaringen over het overlijden van haar eerste echtgenoot




11.2.
De rechtbank is van oordeel dat eiseres te wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard over het moment dat haar eerste echtgenoot is overleden. De rechtbank overweegt dat eiseres in het gehoor bij de AVIM heeft verklaard dat hij twee weken nadat ze Saoedi-Arabië hebben verlaten is overleden (in 2015), in de correcties en aanvullingen dat hij acht maanden na terugkomst in Somalië is overleden en in het aanmeldgehoor van 14 oktober 2023 dat hij vijf jaar geleden is overleden, dus in 2018. In de zienswijze heeft eiseres gesteld dat hij niet in 2018 is overleden, maar heeft zij niet gespecificeerd wanneer dan wel.



11.3.
Eiseres heeft aangevoerd dat ten onrechte voorbij is gegaan aan de correcties en aanvullingen waarin zij heeft uitgelegd dat ze het overlijden van haar echtgenoot heeft verward met haar terugkeer naar Somalië. Dat haar het verschil tussen 2 weken na aankomst, 8 maanden na aankomst, of vijf jaar geleden niet kan worden aangerekend, volgt de rechtbank – gelet op het onder rechtsoverweging 12 beschreven referentiekader – echter niet. Daarvoor zijn de afwijkingen te groot. Daarbij komt dat de rechtbank eiseres ter zitting nog in de gelegenheid heeft gesteld om toe te lichten dat zij het moment van de bevalling en de uitzetting naar Somalië heeft verward, maar zij heeft dit ook ter zitting niet kunnen verklaren.



11.4.
De rechtbank acht de verklaringen van eiseres over het overlijden van haar eerste echtgenoot dus niet geloofwaardig. Dit is relevant omdat eiseres het overlijden van haar eerste man expliciet koppelt aan de reden dat [naam] contact met haar opnam omdat hij met haar wilde trouwen, waarover onder 11.8 e.v. meer.



De verklaringen over het huwelijk met haar huidige echtgenoot




11.5.
De rechtbank is van oordeel dat eiseres ook te wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard over het huwelijk met haar huidige echtgenoot. In het aanmeldgehoor heeft eiseres verklaard dat ze drie jaar geleden is getrouwd met haar huidige echtgenoot, dus in 2020. In het nader gehoor heeft ze ook verklaard dat ze in 2020 met haar huidige echtgenoot getrouwd is. In het nader gehoor heeft zij echter verklaard dat [naam] haar in 2020 voor het eerst heeft benaderd en dat zij toen bij hem op kantoor kwam, dat ze enige tijd later een tweede keer naar hem toe ging waarbij ze is misbruikt en toen besloot dat ze met iemand anders moest gaan trouwen, waarna ze met haar huidige echtgenoot is getrouwd. In de correcties en aanvullingen is vermeld dat [naam] haar in 2022 heeft benaderd met de uitnodiging voor het eerste bezoek en dat ze toen al getrouwd was. In de zienswijze is vermeld dat [naam] haar ten huwelijk vroeg in 2018 en dat zij toen tegen zichzelf zei dat het tijd werd om iemand anders te trouwen. Hiermee verklaart eiseres niet alleen wisselend over het jaar waarin zij met haar huidige echtgenoot getrouwd zou zijn, maar ook wisselend over de reden waarom zij opnieuw getrouwd is, in relatie tot de gestelde actor van de bedreiging.



11.6.
Uit het referentiekader volgt dat van eiseres weliswaar niet kan worden verlangd dat zij concrete data benoemt, maar wel dat zij navolgbaar chronologisch moet kunnen verklaren over impactvolle gebeurtenissen. Gelet op de wisselende en tegenstrijdige verklaringen, is eiseres daar niet in geslaagd. De rechtbank merkt daarbij op dat de wijzigingen in de correcties en aanvullingen en zienswijze zo wezenlijk afwijken van de verklaringen van eiseres tijdens het aanmeldgehoor en nader gehoor, dat deze niet gevolgd worden.



11.7.
Ook de verklaringen over het huwelijk met haar echtgenoot zijn naar het oordeel van de rechtbank dus niet geloofwaardig.



De verklaringen over de contactmomenten met [naam] en besproken onderwerpen




11.8.
De rechtbank is verder van oordeel dat eiseres ook te wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard over de contactmomenten met [naam] en de besproken onderwerpen.



11.9.
In dit kader overweegt de rechtbank in de eerste plaats dat in de zienswijze is toegelicht dat [naam] haar tijdens het eerste contactmoment in 2018 zou hebben gezegd dat zij met hem moet trouwen na de rouwperiode, terwijl in de zienswijze ook staat dat haar echtgenoot niet in 2018 is overleden. Deze tegenstrijdigheid is niet toegelicht.



11.10.
In de tweede plaats heeft eiseres in het nader gehoor verklaard dat [naam] haar in 2020 opriep en dat ze zelf naar zijn kantoor is gegaan. Daar zei hij dat ze haar grond en bezittingen moest afstaan, waarop zij antwoordde dat ze alleen de grond kon afstaan. Ze heeft verklaard dat ze na een tijdje voor een tweede keer werd uitgenodigd, daarbij de eigendomspapieren heeft overhandigd en dat toen het seksueel misbruik plaatsvond. Ze heeft verklaard dat [naam] bij een derde keer in 2023 in een telefonisch contact zei dat hij roddels hoorde over haar huwelijk, dat zij explosieven voor hem moest brengen en pistolen en kleding van Al-Shabaab die gebruikt werden bij aanslagen in huis moest bewaren en dat ze moest stoppen met de samenwerking met Burundese mensen. Bij een vierde contact heeft hij haar oudste zoon gebeld en daarbij tegen eiseres gezegd dat er 100 dollar op de telefoon stond voor de kinderen of om haar dood voor te bereiden. Verderop in het nader gehoor heeft eiseres echter verklaard dat al bij het eerste contact was gesproken over spionage op haar werkplek en haar al was gevraagd de kleding en pistolen thuis te bewaren en dat [naam] haar later heeft misbruikt. Nog later heeft eiseres verklaard dat bij de eerste ontmoeting alle eisen al waren besproken, waaronder het plegen van aanslagen.



11.11.
In de zienswijze heeft eiseres daarover toegelicht dat zij aan het begin van het nader gehoor eerst globaal heeft verklaard dat ze haar eigendomspapieren moest inleveren en op dat moment nog niet in detail is getreden. De rechtbank is echter van oordeel dat eiseres, ook rekening houdend met het referentiekader, dermate wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard over een essentieel onderdeel van haar asielrelaas, dat haar verklaringen niet geloofwaardig zijn. Daarbij komt dat de omstandigheid dat zij zelf aanslagen moest gaan plegen dusdanig ingrijpend is dat dit niet als detail kan worden aangemerkt en het daarom ongerijmd is dat zij dit in het nader gehoor aanvankelijk geheel achterwege heeft gelaten.



11.12.
De verklaringen over de contactmomenten met [naam] en besproken onderwerpen gelooft de rechtbank dus niet.



De uitreis




11.13.
De rechtbank is verder van oordeel dat eiseres ook onsamenhangend heeft verklaard over de uitreis. In het verhoor bij de AVIM heeft eiseres verklaard dat zij een maand geleden uit Somalië is gereisd met een vrouw die zich voordeed als haar moeder. Tijdens het aanmeldgehoor heeft eisers verklaard dat zij is begeleid door een reisagent, waarbij zij alleen mannelijke verwijswoorden gebruikt. In het nader gehoor heeft eiseres verklaard dat de reisagent een vrouw was, maar ze gebruikt wel mannelijke verwijswoorden. In de zienswijze heeft eiseres toegelicht dat het eerste deel met een vrouw en het tweede deel met een man (de reisagent) is gereisd. De rechtbank vindt dit dermate onsamenhangend, dat ook de verklaringen van eiseres met betrekking tot haar uitreis niet worden gevolgd.



De conclusie

12. Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres wel geloofwaardig zijn, maar de problemen en bedreigingen met/door [naam] gelooft de rechtbank niet.




12.1.
Hierna beoordeelt de rechtbank of eiseres vanwege haar identiteit, nationaliteit en herkomst een reëel risico loopt op ernstige schade.



Reëel risico op ernstige schade


Terugreis

13. Eiseres voert aan dat zij een reëel risico loopt op ernstige schade. Zij kan niet terugkeren naar haar woonplaats omdat zij daarvoor door ‘Al-Shabaab gebied’ moet reizen. Eiseres en haar familie moeten op individuele basis onderhandelen over een boottocht. Dat dit op de heenreis is gelukt, wil niet zeggen dat het op de terugreis ook zal lukken want er is geen reguliere lijnverbinding.




13.1.
De minister stelt dat in het Algemeen Ambtsbericht Somalië van april 2025 expliciet is vermeld dat eiseres met een boot naar haar woonplaats kan terugkeren. Tussen Mogadishu en Marka varen vissersboten. Dat is gangbaar. Dat het geen reguliere lijnverbinding is, maakt niet dat het niet gevergd kan worden. Dat daarover onderhandeld moet worden maakt ook niet dat dit onmogelijk is. Haar man en kinderen hebben er eerder ook gebruik van gemaakt, dus de omgekeerde reis kan ook samen met hen worden gemaakt. De minister heeft daarbij nog opgemerkt dat de wijze van uitzetting geen deel uitmaakt van de beoordeling en verwijst daarbij naar een uitspraak van de Afdeling. Uit het Security Report blijkt juist dat Mogadishu, Marka en [plaats 1] niet onder de macht of controle van Al-Shabaab staan.



13.2.
De rechtbank is van oordeel dat uit het Algemeen Ambtsbericht (AA) van april 2025 en de meest recente kaart van het EUAA van 31 maart 2026 volgt dat [plaats 1] een zwart bolletje heeft en is gelegen in wit gebied, wat volgens de legenda betekent dat de Somalische federale overheid aan de macht is. De rechtbank heeft dan ook geen (andere) aanwijzingen dat [plaats 1] onder de macht of controle staat van Al-Shabaab. Verder overweegt de rechtbank dat eiseres met een bootverbinding niet door mixed control gebied hoeft te reizen. Uit het AA volgt dat er onregelmatig vissersboten tussen Mogadishu en Marka en [plaats 1] varen en dat op individuele basis onderhandeld moet worden om mee te mogen reizen. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat een reguliere verbinding niet vereist is, maar dat het gaat om wat gangbaar is. Uit het AA en uit de eigen verklaringen van eiseres volgt dat de bootverbinding mogelijk is en ook daadwerkelijk gebruikt is door haar echtgenoot en kinderen. De rechtbank is daarom van oordeel dat terugkeer via een boot mogelijk geacht wordt. Dat eiseres hierbij een reëel risico loopt op ernstige schade, is niet onderbouwd. Daarnaast overweegt de rechtbank dat [plaats 1] ook over een luchthaven beschikt, waardoor zij mogelijk een vlucht van Mogadishu naar [plaats 1] kan nemen om terug te keren, zoals zij ook op de heenweg in omgekeerde richting heeft gedaan.



Artikel 15c van de Kwalificatieverordening

14. Daarnaast stelt eiseres dat de minister er onvoldoende op is ingegaan dat in haar woonplaats een hoog niveau van willekeurig geweld is bereikt. Eiseres wijst naar het Security Situation rapport, waaruit volgt dat er een hernieuwde golf van politiek geweld was van 1 april 2025 tot 30 maart 2026 met een piek in dodelijke slachtoffers en veiligheidsincidenten. Al-Shabaab controleerde bijna alle centrale, zuidelijke en zuidwestelijke plattelandsgebieden. In [plaats 2] vond het hoogste aantal IED incidenten plaats waarbij burgers slachtoffers werden. Ook uit het Country Guidance rapport volgt dat er minder individuele omstandigheden nodig zijn om schending van artikel 15c van de Kwalificatieverordening aan te nemen.




14.1.
De minister stelt in het aanvullend verweerschrift dat [plaats 1] in [plaats 2] ligt waarvoor een lager niveau van willekeurig geweld wordt aangenomen. De EUAA houdt ook rekening met gesneuvelde strijders en alle geweldsincidenten, maar de minister acht alleen de burgerslachtoffers van belang. De minister verwijst daarbij naar de Kamerbrief over het landenbeleid van 9 september 2025. Uit het Security Situation rapport blijkt dat Al-Shabaab niet aan de macht is in [plaats 1]. In maart 2026 was de federale overheid juist actief om haar positie daar te versterken. Dat onderbouwt het lagere niveau van willekeurig geweld. Subsidiair stelt de minister dat ook bij een hoger niveau nog wel aannemelijk moet worden gemaakt dat eiseres problemen ondervindt. De gestelde problemen zijn ongeloofwaardig en er is niet gesteld of gebleken dat zij een verhoogd risico loopt.


14.2.
De rechtbank is van oordeel dat ook uit het Security Situation rapport, pagina 54, volgt dat [plaats 1] onder de macht van de Somalische federale overheid staat en dat in maart 2026 extra troepen in [plaats 1] zijn geplaatst om hun positie te versterken en een doorgang veilig te stellen naar Buur Hakaba. Verder overweegt de rechtbank dat de EUAA vermeldt dat in de genoemde periode in de regio [plaats 2] door Al-Shabaab 73 incidenten van geweld tegen burgers zijn geregistreerd, door militairen en politie 33 incidenten en door clan-milities 24 incidenten. Daarvan vond in ieder geval één incident plaats in [plaats 1] waarbij 1 persoon is overleden en 2 personen gewond zijn geraakt. De rechtbank overweegt dat er in de omgeving weliswaar veel incidenten plaatsvonden maar dat [plaats 1] vaak genoemd wordt als uitzondering. Gelet op het voorgaande neemt de minister terecht niet het hoogste niveau van willekeurig geweld aan in [plaats 2]. Gelet daarop moet eiseres met individuele omstandigheden aannemelijk maken dat zij een reëel risico loopt op ernstige schade. Daar is eiseres niet in geslaagd.





Conclusie en gevolgen


15. De rechtbank oordeelt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres wel geloofwaardig zijn, maar de problemen en bedreigingen met/door [naam] gelooft de rechtbank niet. De rechtbank oordeelt verder dat eiseres vanwege haar identiteit, nationaliteit en herkomst geen reëel risico loopt op een met artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling. De minister heeft het verzoek om internationale bescherming daarom terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en moet terugkeren naar Somalië. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.





Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.





Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P.W. Esmeijer, voorzitter, en mr. K. Ides en mr. I.M. Brandwacht - Kampman, leden, in aanwezigheid van S. Hitijahubessy - Brussaard, griffier.



Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:





Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Vreemdelingenwet 2000


De arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 juni 2026, in de zaak Quotal, C-198/25, ECLI:EU:C:2026:447, en in de zaak Ebilum, C-440/25, ECLI:EU:C:2026:448.


Vgl. de conclusie van de Advocaat Generaal T. Capeta van 19 maart 2026 bij HvJ EU, ECLI:EU:C:2026:228.


HvJ EU 29 februari 2024, ECLI:EU:C:2024:195, r.o. 77 en 78.


Zie de rechtsoverwegingen 30-34, 37 jo. 39 en 48 van het arrest Quotal.


Uitspraken van 8 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14846 en ECLI:NL:RBDHA:2025:14853.


De rechtbank verwijst naar het oordeel van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 25 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11149.


‘Somalia: Country Focus 2025’ van de European Union Agency for Asylum (EUAA) van mei 2025.


De rechtbank begrijpt: ‘Somalia Operational Update August 2024’ van The UN Refugee Agency (UNHCR) gepubliceerd op 22 september 2024.


NG, p. 24 en 25.


Uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2475.


Van 7 april 2025.


Pagina 8 en 11 van het aanmeldgehoor.


Pagina 18 van het nader gehoor.


Pagina 8 van het aanmeldgehoor.


Pagina 17 van het nader gehoor.


Pagina 6 nader gehoor.


Pagina 6 en 7 van het nader gehoor.


Pagina 10 en 11 van het nader gehoor.


Pagina 20 van het nader gehoor.


Pagina 21 van het nader gehoor.


Pagina 5 van het nader gehoor.


Uitspraak van de Afdeling van 11 oktober 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT8374.


Pagina 53, 56 en 57.


European Union Agency for Asylum


‘Somalia: Security Situation’ van EUAA van 29 mei 2026


Conform het beleid in paragraaf C9/30.4.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000.