Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26548

2026-08-13 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/691331 / FA RK 25-6811
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-13
Publicatiedatum
2026-09-13
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/691331 / FA RK 25-6811
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vernietiging erkenning, gezag, omgang c.q. zorgregeling, informatieregeling en kinderalimentatie

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (17.367 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige kamer


Rekestnummer: FA RK 25-6811
Zaaknummer: C/09/691331
Datum beschikking: 13 augustus 2026 (bij vervroeging)



Vernietiging erkenning, gezag, omgang c.q. zorgregeling, informatieregeling en kinderalimentatie



Beschikking op het op 9 september 2025 ingekomen verzoek van:




[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Erdal te Rotterdam.



Als belanghebbende wordt aangemerkt:





[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.M. Kooij te Noordwijkerhout.




Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:


het verzoekschrift, met bijlagen;


het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken, met bijlage;


het verweer tegen het zelfstandig verzoek, met bijlage;


het F9 formulier van 6 november 2025, met bijlage, van de zijde van de moeder;


het F9 formulier van 17 juli 2026, met bijlagen, van de zijde van de moeder;


het F9 formulier van 17 juli 2026, met bijlagen, van de zijde van de vader;


het F9 formulier van 21 juli 2026, met bijlage, van de zijde van de vader;


het F9 formulier van 24 juli 2026. Met bijlage, van de zijde van de moeder;


het F9 formulier van 27 juli 2026, met bijlagen, van de zijde van de vader.




Op 28 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:



de moeder, bijgestaan door haar advocaat;


de vader, bijgestaan door zijn advocaat.





Feiten


Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.


Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats 1].


De vader heeft [minderjarige] voor haar geboorte erkend op 6 november 2024.


De moeder en de vader oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.



[minderjarige] verblijft bij de moeder.





Verzoek en verweer
De moeder verzoekt – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – te bepalen dat:

de moeder, bij uitsluiting van de vader, wordt belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige];



de vader met ingang van 13 juni 2025, althans met ingang van datum indiening verzoekschrift, dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] met een bedrag € 500,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen,
althans per zodanige datum en een zodanig bedrag te bepalen, als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, kosten rechtens.



De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.



De vader verzoekt ook zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:



een DNA-onderzoek wordt gelast, uit te voeren bij Verilabs, en medewerking van beide partijen aan dat onderzoek wordt bevolen;


in geval de vader niet de vader blijkt van [minderjarige], de erkenning d.d. 6 november 2024 wordt vernietigd;



in geval de vader wel de vader is van [minderjarige]:
a. een informatieregeling vast te stellen, die inhoudt dat moeder vader minimaal maandelijks op de hoogte houdt van het welzijn en de ontwikkeling van [minderjarige], en daarbij enkele foto’s en video’s voegt, dan wel een regeling door u in goede justitie te bepalen;
b. een zorgregeling vast te stellen, die inhoudt dat [minderjarige] iedere week, afwisselend op zaterdag en zondag, overdag een periode van twee uur met vader is, en dat deze regeling wordt uitgebreid zodra vader een eigen woonruimte heeft, dan wel een regeling door u in goede justitie te bepalen;
c. de ouders te verwijzen naar een hulpverleningstraject zoals bij de gemeente [gemeente], dan wel een andere zorgaanbieder, ter verbetering van de onderlinge communicatie en het in eerste instantie begeleiden van de omgang;
d. een bijzonder curator te benoemen die adviseert over en opkomt voor de belangen van [minderjarige].





Beoordeling


DNA-onderzoek

De vader heeft, in reactie op de verzoeken van de moeder, zelfstandig verzocht om een DNA-onderzoek, omdat hij stelt twijfels te hebben over zijn vaderschap. Hij verzoekt de rechtbank te bepalen dat éérst een DNA-onderzoek wordt gedaan, voordat verder kan worden besloten op de voorliggende verzoeken. In het geval hij niet de biologische vader is van [minderjarige] verzoekt hij dat de erkenning ongedaan wordt gemaakt. De moeder acht een DNA-onderzoek volstrekt onnodig, maar is bereid haar medewerking te verlenen. Zij is van mening dat de vader de kosten hiervan dient te dragen.



Op de zitting is gebleken dat partijen het met elkaar eens zijn dat een DNA-onderzoek moet plaatsvinden bij Verilabs en dat de vader daarvan de kosten zal dragen. Omdat partijen op de zitting hebben bevestigd niet in staat te zijn dat samen te organiseren, zal de rechtbank na te melden DNA-onderzoek bij Verilabs bevelen. Noodzakelijk is dat het DNA-onderzoek wordt verricht door een laboratorium dat door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd aan de hand van de criteria genoemd in de NEN-EN ISO/IEC 17025 of de NEN-EN ISO/IEC 15189 en de aanbevelingen van de Paternity Testing Commission van de International Society of Forensic Genetics (FSI 2007), zoals Verilabs.




Kosten DNA-onderzoek

Omdat de vader de verzoeker is en stelt dat hij mogelijk niet de verwekker van [minderjarige] is, rust op hem de bewijslast. Dat betekent dat de vader ook het voorschot voor de kosten van het DNA-onderzoek voor zijn rekening dient te nemen. De vader heeft op de zitting bevestigd bereid te zijn de kosten van het DNA-onderzoek voor zijn rekening te nemen. De definitieve beslissing omtrent de kosten houdt de rechtbank aan in afwachting van de resultaten van het DNA-onderzoek.




Bijzondere curator

Als uit het DNA-onderzoek blijkt dat de vader niet de verwekker van [minderjarige] is, dan zal de rechtbank een bijzondere curator als bedoeld in artikel 1:212 BW benoemen. De rechtbank zal de bijzondere curator in dat geval vragen een verslag van bevindingen te maken en daarin een standpunt in te nemen ten aanzien van het verzoek van de vader tot vernietiging van de erkenning te vernietigen.




Gezag

De moeder verzoekt de rechtbank haar te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] en voert daartoe het volgende aan. De vader heeft sinds het incident dat zich op 21 februari 2025 heeft voorgedaan volledig onttrokken uit het leven van [minderjarige]. Tussen de moeder en de vader is er beperkt contact geweest. De vader heeft regelmatig geweigerd om in gesprek te gaan met de moeder of betrokken instanties. Ook heeft de vader geweigerd toestemming te verlenen aan de moeder om met de [minderjarige] op vakantie te gaan naar Duitsland. De moeder is sinds het incident de enige verzorger en opvoeder geweest van [minderjarige] en zij acht het onmogelijk om nog gezamenlijk met de vader beslissingen te nemen over het welzijn van [minderjarige]. Volgens de moeder is de vader niet in staat de belangen van [minderjarige] te behartigen nu hij al sinds het incident afzijdig heeft gehouden. Het is voor de moeder van wezenlijk belang om in een stabiele en veilige situatie het gezag over [minderjarige] uit te oefenen zonder voortdurende spanning, onzekerheid of belemmeringen veroorzaakt door de afwezigheid of het onbetrouwbare gedrag van de vader.



De man verweert zich en verzoekt de beslissing ten aanzien van het gezag af te wijzen, dan wel aan te houden in afwachting van de uitkomst van het DNA-onderzoek en een eventueel te volgen hulpverleningstraject door de ouders. Als hij de vader is acht hij het in het belang van [minderjarige] dat hij zich zal inspannen voor verbetering van de situatie. De vader erkent dat hij zich na incident heeft onttrokken uit het leven van de moeder en [minderjarige], maar wil, als hij daadwerkelijk de vader is, dit veranderen. Als de rechtbank het momenteel onmogelijk acht dat de vader en de moeder samen het gezag uitoefenen, verzoekt hij het gezag voor een bepaalde periode te schorsen, in plaats van dit nu al van hem weg te nemen.



De rechtbank overweegt als volgt.
Op grond van artikel 1:253n tweede lid BW in samenhang met artikel 1:251a eerste en derde lid BW kan het gezamenlijk gezag worden beëindigd indien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van een eerdere beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Gelet op de overeenkomstige toepassing van artikel 1:251a eerste en derde lid BW dient in dat geval beoordeeld te worden of a) er een onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of b) een wijziging van het gezag anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is.



Het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over het kind blijven uitoefenen. Voor gezamenlijk gezag is echter wel vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over de minderjarigen in gezamenlijk overleg kunnen nemen.



Uit de stukken en op de zitting is gebleken dat niet in geschil is dat de vader sinds het incident van 21 februari 2025 waarbij [minderjarige] door hardhandig optreden van de vader zes of zeven ribben heeft gebroken, niet meer betrokken is geweest in het leven van de moeder en dat van [minderjarige]. Ook is niet in geschil dat er na het incident nagenoeg geen contact is geweest tussen de ouders en dat zij geen overleg voeren over het welzijn van [minderjarige]. De uitoefening van gezamenlijk gezag is daardoor moeilijk uitvoerbaar. Beide ouders volgen individuele hulpverleningstrajecten waardoor ook niet binnen afzienbare tijd hierin verandering zal komen. Nu de vader zich volledig uit het leven van [minderjarige] heeft onttrokken, heeft de vader ook geen zicht heeft op zaken die [minderjarige] aangaan. De vader kan ook niet de belangen van [minderjarige] behartigen als hij geen vaderrol heeft in het leven van [minderjarige]. In de gegeven situatie kan van de moeder ook niet worden verwacht dat zij met de vader in onderling overleg treedt over ten behoeve van [minderjarige] te nemen gezagsbeslissingen. Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank in het belang van [minderjarige] dat de moeder voortvarend beslissingen over haar kan nemen, zonder dat zij daarvoor eerst toestemming moet vragen aan de vader. De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is de moeder (reeds nu) te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige]. De rechtbank ziet geen aanleiding om haar beslissing op dit punt aan te houden in afwachting van de resultaten van het DNA-onderzoek of, zoals namens de vader naar voren is gebracht, de vader in de uitoefening van het gezag tijdelijk te schorsen. Voor dat laatste bestaat in dit geval ook geen wettelijke grondslag.



De rechtbank zal gelet op het voorgaande het verzoek van de moeder toewijzen en bepalen dat zij voortaan met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] is belast.




Kinderalimentatie

De moeder verzoekt de rechtbank te bepalen dat de vader met ingang van 13 juni 2025, dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] met een bedrag € 500,- per maand.



De vader heeft aangevoerd dat als hij de vader van [minderjarige] blijkt te zijn, hij onderhoudsplichtig is. Er zal dan een bedrag aan kinderalimentatie moeten worden vastgesteld.



De moeder en de vader hebben op de zitting met elkaar afgesproken dat de vader met ingang van heden (1 augustus 2026) een voorlopige kinderalimentatie van € 271,- per maand aan de moeder zal voldoen. Daarbij is ook afgesproken dat de bedragen aan kinderalimentatie die de vader vanaf heden aan de moeder zal betalen niet door de vader worden teruggevorderd als nadien blijkt dat de vader niet de verwekker is van [minderjarige] en het verzoek van de vader tot vernietiging van de erkenning wordt toegewezen.



De rechtbank zal deze afspraak over voorlopige kinderalimentatie in het belang van [minderjarige] in het dictum opnemen. De beslissing ten aanzien van de definitieve kinderalimentatie waaronder ook de beslissing ten aanzien van de ingangsdatum die tussen partijen in geschil is, zal worden aangehouden.




Overige verzoeken

Zoals op de zitting al is besproken, zal de rechtbank in afwachting van de resultaten van het DNA-onderzoek iedere verdere beslissing op de verzoeken ten aanzien van de vernietiging van de erkenning, de bijzondere curator, de zorgregeling c.q. omgangsregeling, de informatieregeling, hulpverlening en de definitieve kinderalimentatie pro forma aanhouden.




Beslissing
De rechtbank:


beveelt een onderzoek door een deskundige van het DNA van:



de man: [de vader], geboren op [geboortedatum 2] 1998 te [geboorteplaats 2],


de minderjarige: [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats 1]


en legt aan deze deskundige de vraag voor welke conclusie er aan de hand van zijn bevindingen moet worden getrokken ten aanzien van het eventuele verwekkerschap van de man;


benoemt tot deskundige die het onderzoek zal verrichten en de bovenstaande vraag zal beantwoorden:

- een deskundige verbonden aan Verilabs Nederland B.V., correspondentieadres: [adres], (telefoonnummer [telefoonnummer]);


beveelt dat partijen binnen twee weken na de datum van deze beschikking telefonisch een afspraak maken met Verilabs;



bepaalt dat de deskundige zijn werkzaamheden pas behoeft aan te vangen nadat de vader een voorschot ter grootte van € 6957 Bij behandeling ter terechtzitting: -aan partijen voorleggen dat deskundige het onderzoek pas aanvangt na storting door (een/ieder der) partijen -in de beschikking aan te wijzen- van een voorschot –met partijen het maximum voorscht bespreken. Na de zitting neemt de gerechtsecretaris telefonisch contact op met de deskundige om te vragen of de deskundige bereid id het onderzoek te verrichten en wat de begrote kosten zijn. Indien het kosten met partijen besproken maximum overschrijden moet nader (telefonisch) overleg met partijen plaatsvinden.,00 (inclusief BTW), heeft gedeponeerd – zulks als voorschot op de nader te bepalen kosten van het deskundigenonderzoek – en de griffier de deskundige van de ontvangst daarvan op de hoogte heeft gesteld; ter voldoening van het genoemde voorschot zal de vader een factuur ontvangen van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR); de vader dient het factuurbedrag binnen drie weken na ontvangst van deze factuur te voldoen;



bepaalt dat de benoemde deskundige een schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend bericht omtrent zijn onderzoek uiterlijk op 13 november 2026, vergezeld van zijn declaratie zal zenden naar de griffie van deze rechtbank, team Familie, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag;



bepaalt dat de griffier van deze rechtbank een afschrift van deze beschikking aan de deskundige zendt;



*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats 1], en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad;



*
bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van 1 augustus 2026 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige], van € 271,- per maand, zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en verklaart de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad;



*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de vernietiging van de erkenning, de bijzondere curator, de zorgregeling c.q. omgangsregeling, de informatieregeling, hulpverlening, de definitieve kinderalimentatie en de proceskosten pro forma aan tot 1 december 2026.











Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 augustus 2026.