Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26545

2026-08-13 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/693641 / FA RK 25-8090
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-13
Publicatiedatum
2026-09-13
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/693641 / FA RK 25-8090
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming erkenning ingetrokken. Erkenning in onderling overleg geregeled. Omgangsregeling conform overeenstemming op de zitting.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.397 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige kamer


Rekestnummer: FA RK 25-8090
Zaaknummer: C/09/693641
Datum beschikking: 13 augustus 2026 (bij vervroeging)


Vervangende toestemming erkenning en omgang



Beschikking op het op 23 oktober 2025 ingekomen verzoek van:




[de vader],

de man/de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.F. Nelisse te Rotterdam.



Als belanghebbende wordt aangemerkt:





[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. V. de Roo te Rotterdam,



en





[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats],
de minderjarige,
in rechte vertegenwoordigd door mr. M.N.G.N.H. Brech,
advocaat te ’s-Gravenhage,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.




Procedure
Bij beschikking van deze rechtbank van 4 december 2025 is mr. M.N.G.N.H. Brech voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 BW te vertegenwoordigen.


De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:



het verzoekschrift, met bijlagen;


het F9 formulier van 16 februari 2026, met het verslag van de bijzondere curator, van de bijzondere curator;


het F9 formulier van 24 februari 2026, met bijlagen, van de bijzondere curator.




Op 28 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:



de vader, bijgestaan door zijn advocaat;


de moeder, bijgestaan mr. Koenen, waarnemend advocaat.







Verzoek en verweer
De vader verzoekt – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – :


aan hem vervangende toestemming tot erkenning van [minderjarige] te verlenen;


in het kader van de vervangende toestemming tot erkenning een bijzondere curator te benoemen;


een omgangsregeling vast te stellen inhoudende dat:



- [minderjarige] en de vader in de eerste vier weken van de regeling één à twee keer per week samenzijn gedurende één uur, waarbij de vrouw of iemand anders desgewenst aanwezig kan zijn;
- [minderjarige] en de vader in de vijfde tot en met achtste week van de regeling twee à drie uur per keer zonder aanwezigheid van de vrouw omgang hebben met elkaar, bijvoorbeeld in de stad ([plaats 1]), speeltuin of dergelijke;
- [minderjarige] en de vader na de achtste week van de regeling/toewerken naar tweewekelijkse logeerweekenden bij de moeder van de vader totdat de vader een eigen verblijf heeft.



De moeder heeft op de zitting verweer gevoerd.



De bijzondere heeft de rechtbank in beginsel geadviseerd om het verzoek van de vader om hem vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van [minderjarige], toe te wijzen indien ten tijde van de beschikking nog geen erkenning door de vader heeft plaatsgevonden. De bijzondere curator heeft haar verzoek op 24 februari 2026 vervolgens ingetrokken, omdat gebleken was dat partijen de erkenning inmiddels in onderling overleg hebben geregeld.




Feiten


De moeder en de vader hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.


Zij zijn de ouders de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats].


De vader heeft [minderjarige] erkend op 10 december 2025.


De moeder oefent alleen het ouderlijk gezag over [minderjarige] uit.


De minderjarige verblijft bij de moeder.





Beoordeling


Vervangende toestemming erkenning

Omdat de erkenning van [minderjarige] door de vader en de moeder inmiddels in onderling overleg is geregeld, beschouwt de rechtbank het verzoek van de vader om aan hem vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] te erkennen als ingetrokken. Ook de bijzondere curator heeft haar verzoek ten aanzien van de erkenning ingetrokken. De rechtbank hoeft hier niet meer op te beslissen.



Door de erkenning van [minderjarige] door de vader is vertegenwoordiging van [minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure ook niet meer nodig. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.




Omgangsregeling

Op de zitting is gebleken dat de ouders in de loop van de procedure al afspraken met elkaar hebben gemaakt over een opbouwende omgangsregeling en daaraan ook al uitvoering. De rechtbank begrijpt dat er ook een concept ouderschapsplan is opgesteld, maar dat dit niet door ouders is ondertekend. De vader wenst de huidige onderlinge afspraken nog iets te wijzigen en wenst de omgangsregeling vast te leggen in een beschikking. De vader heeft daartoe op de zitting een voorstel gedaan. De rechtbank heeft het voorstel vervolgens uitvoerig met partijen op de zitting besproken waarna de ouders de navolgende afspraken met elkaar hebben gemaakt over een opbouwende contact/omgangsregeling tussen [minderjarige] en de vader.



De ouders hebben afgesproken dat [minderjarige] bij de vader zal zijn:



acht contacten: om de week op zaterdag of zondag van 11:00 uur tot 20:00 uur;


daarna acht contacten: om de week van zaterdag 12:00 uur tot zondag 12:00 uur (dus met een overnachting);


daarna: om de week van vrijdag uit school tot zondag 16:00 uur (dus met twee overnachtingen).




De rechtbank zal conform de tussen de ouders overeengekomen afspraak beslissen nu het belang van [minderjarige] zich hier niet tegen verzet. Omdat deze beschikking bij vervroeging wordt afgegeven, zal de rechtbank bepalen dat deze regeling zal gelden vanaf 5 september 2026, de eerste zaterdag na de op de zitting genoemde beschikkingsdatum.




Halen en brengen

Op de zitting is ook gesproken over het halen en brengen van [minderjarige]. Tot dusverre wordt [minderjarige] steeds gehaald en thuisgebracht door de vader. De vader heeft aangegeven dat het halen en brengen van [minderjarige] kostbaar is vanwege de afstand tussen [plaats 2] en [plaats 3] en wenst het halen en brengen van [minderjarige] tussen de ouders te verdelen. De moeder heeft aangegeven dat zij bereid is het halen en brengen te verdelen als zij daartoe financieel in staat is, maar de ouders hebben daarover op de zitting nog geen afspraken kunnen maken.



Gelet op de toezegging van de moeder zal de rechtbank bepalen dat het halen en brengen van [minderjarige] tussen de ouders in onderling overleg zal worden verdeeld.




Beslissing
De rechtbank:


bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats], met ingang van 5 september 2026 met de vader zal zijn volgens de volgende opbouwende omgangsregeling:



acht contacten: om de week op zaterdag of zondag van 11:00 uur tot 20:00 uur;


daarna acht contacten: om de week van zaterdag 12:00 uur tot zondag 12:00 uur;


en daarna: om de week van vrijdag uit school tot zondag 16:00 uur,


waarbij het halen en brengen in onderling overleg tussen de ouders zal worden verdeeld;


verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



ontslaat de bijzondere curator mr. M.N.G.N.H. Brech van haar functie als bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats];



wijst af het meer of anders verzochte.











Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 augustus 2026.