Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:26504
2026-08-12
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/09/691812 / FA RK 25-7082
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Vernietiging erkenning: de man is niet de biologische vader. Geen verweer.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.785 tekens)
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7082
Zaaknummer: C/09/691812
Datum beschikking: 12 augustus 2026 (bij vervroeging)
Vernietiging erkenning
Beschikking op het op 12 september 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. V. de Roo in Rotterdam.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[naam],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1],
de minderjarige,
in rechte vertegenwoordigd door mr. I. Aardoom-Fuchs,
advocaat in Gouda,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
het verzoekschrift, met bijlagen;
het verslag van de bijzondere curator van 22 oktober 2025.
De minderjarige [minderjarige 1] heeft een brief geschreven aan de kinderrechter.
Op 29 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw bijgestaan door waarnemend advocaat mr. J. Koenen en de bijzondere curator.
De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen.
Feiten
Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
Uit de vrouw is geboren de minderjarige [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1].
De man heeft [minderjarige 1] op 15 september 2020 erkend.
De vrouw heeft van rechtswege het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1].
Partijen zijn daarnaast de ouders van de minderjarige [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats 2].
Bij beschikking van deze rechtbank van 30 september 2025 is mr. mr. I. Aardoom-Fuchs benoemd tot bijzondere curator teneinde [minderjarige 1] op grond van artikel 1:212 BW te vertegenwoordigen.
Verzoek en verweer
De vrouw verzoekt om de erkenning van [minderjarige 1] door de man te laten vernietigen.
De bijzondere curator verzoekt zelfstanding om de erkenning van [minderjarige 1] door de man te vernietigen.
De man heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Vernietiging erkenning
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:205 lid 1 BW kan een verzoek tot vernietiging van de erkenning, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is, bij de rechtbank worden ingediend:
door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid heeft plaatsgevonden;
door de erkenner, indien hij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens zijn minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen;
door de moeder, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog, of tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden is bewogen toestemming tot erkenning te geven.
De rechtbank overweegt dat de vrouw niet-ontvankelijk is in haar verzoek omdat de man en de vrouw samen hebben besloten dat de man [minderjarige 1] zou erkennen.
De bijzondere curator heeft namens [minderjarige 1] het verzoek op grond van artikel 1:205 lid 1 onder a BW tijdig ingediend, de bijzondere curator is dan ook ontvankelijk in het verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De bijzondere curator stelt zich op het standpunt dat het belang van [minderjarige 1] met zich meebrengt dat de erkenning door de man uit 2020 moet worden vernietigd. Vaststaat dat de man niet de biologische vader is van [minderjarige 1]. Tijdens de zwangerschap van [minderjarige 2] is besloten dat de man zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] zou erkennen. Voor de ontwikkeling van [minderjarige 1] is het volgens de bijzondere curator belangrijk dat zijn geboorteakte weer kloppend is met de werkelijkheid.
De rechtbank overweegt dat [minderjarige 1] erkend is door de man die niet zijn biologische vader is. Uit de stukken en de toelichting van de vrouw op de zitting is gebleken dat [minderjarige 1] en de man geen contact meer met elkaar hebben. De man heeft alleen nog maar sporadisch contact met [minderjarige 2]. Deze situatie heeft voor veel verdriet gezorgd bij [minderjarige 1] doordat hij zich afgewezen voelde door de man. De rechtbank is dan ook met de bijzondere curator van oordeel dat het in het belang van [minderjarige 1] is dat de erkenning door de man wordt vernietigd. Gelet op deze omstandigheden en nu er geen verweer is gevoerd, zal de rechtbank het verzoek van de bijzondere curator toewijzen.
Nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de erkenning door de man geacht nimmer gevolg te hebben gehad. Door vernietiging van de erkenning staat [minderjarige 1] enkel in familierechtelijke betrekking tot de vrouw.
Bijzondere curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige 1] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Beslissing
De rechtbank:
*
vernietigt de erkenning – gedaan op 15 september 2020 bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] – door:
[naam], geboren op [geboortedatum 3] 2001 in [geboorteplaats 3],
van:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1];
*
bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van de beslissing tot vernietiging van de erkenning van [minderjarige 1] door de man;
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 12 augustus 2026.
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7082
Zaaknummer: C/09/691812
Datum beschikking: 12 augustus 2026 (bij vervroeging)
Vernietiging erkenning
Beschikking op het op 12 september 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. V. de Roo in Rotterdam.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[naam],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1],
de minderjarige,
in rechte vertegenwoordigd door mr. I. Aardoom-Fuchs,
advocaat in Gouda,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
het verzoekschrift, met bijlagen;
het verslag van de bijzondere curator van 22 oktober 2025.
De minderjarige [minderjarige 1] heeft een brief geschreven aan de kinderrechter.
Op 29 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw bijgestaan door waarnemend advocaat mr. J. Koenen en de bijzondere curator.
De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen.
Feiten
Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
Uit de vrouw is geboren de minderjarige [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1].
De man heeft [minderjarige 1] op 15 september 2020 erkend.
De vrouw heeft van rechtswege het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1].
Partijen zijn daarnaast de ouders van de minderjarige [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats 2].
Bij beschikking van deze rechtbank van 30 september 2025 is mr. mr. I. Aardoom-Fuchs benoemd tot bijzondere curator teneinde [minderjarige 1] op grond van artikel 1:212 BW te vertegenwoordigen.
Verzoek en verweer
De vrouw verzoekt om de erkenning van [minderjarige 1] door de man te laten vernietigen.
De bijzondere curator verzoekt zelfstanding om de erkenning van [minderjarige 1] door de man te vernietigen.
De man heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Vernietiging erkenning
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:205 lid 1 BW kan een verzoek tot vernietiging van de erkenning, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is, bij de rechtbank worden ingediend:
door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid heeft plaatsgevonden;
door de erkenner, indien hij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens zijn minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen;
door de moeder, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog, of tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden is bewogen toestemming tot erkenning te geven.
De rechtbank overweegt dat de vrouw niet-ontvankelijk is in haar verzoek omdat de man en de vrouw samen hebben besloten dat de man [minderjarige 1] zou erkennen.
De bijzondere curator heeft namens [minderjarige 1] het verzoek op grond van artikel 1:205 lid 1 onder a BW tijdig ingediend, de bijzondere curator is dan ook ontvankelijk in het verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De bijzondere curator stelt zich op het standpunt dat het belang van [minderjarige 1] met zich meebrengt dat de erkenning door de man uit 2020 moet worden vernietigd. Vaststaat dat de man niet de biologische vader is van [minderjarige 1]. Tijdens de zwangerschap van [minderjarige 2] is besloten dat de man zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] zou erkennen. Voor de ontwikkeling van [minderjarige 1] is het volgens de bijzondere curator belangrijk dat zijn geboorteakte weer kloppend is met de werkelijkheid.
De rechtbank overweegt dat [minderjarige 1] erkend is door de man die niet zijn biologische vader is. Uit de stukken en de toelichting van de vrouw op de zitting is gebleken dat [minderjarige 1] en de man geen contact meer met elkaar hebben. De man heeft alleen nog maar sporadisch contact met [minderjarige 2]. Deze situatie heeft voor veel verdriet gezorgd bij [minderjarige 1] doordat hij zich afgewezen voelde door de man. De rechtbank is dan ook met de bijzondere curator van oordeel dat het in het belang van [minderjarige 1] is dat de erkenning door de man wordt vernietigd. Gelet op deze omstandigheden en nu er geen verweer is gevoerd, zal de rechtbank het verzoek van de bijzondere curator toewijzen.
Nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de erkenning door de man geacht nimmer gevolg te hebben gehad. Door vernietiging van de erkenning staat [minderjarige 1] enkel in familierechtelijke betrekking tot de vrouw.
Bijzondere curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige 1] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Beslissing
De rechtbank:
*
vernietigt de erkenning – gedaan op 15 september 2020 bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] – door:
[naam], geboren op [geboortedatum 3] 2001 in [geboorteplaats 3],
van:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1];
*
bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van de beslissing tot vernietiging van de erkenning van [minderjarige 1] door de man;
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 12 augustus 2026.