Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26372

2026-08-11 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/708307 / JE RK 26-1155
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-11
Publicatiedatum
2026-09-11
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/708307 / JE RK 26-1155
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter tot verlenging ondertoezichtstelling (artikel 1:260 BW).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.481 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Jeugd- en Zorgrecht



Zaaknummer: C/09/708307 / JE RK 26-1155
Datum uitspraak: 11 augustus 2026




Beschikking van de kinderrechter tot verlenging ondertoezichtstelling




in de zaak van




William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,



over





[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1],





[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2].





[de stiefmoeder]
,
hierna te noemen: de stiefmoeder,
wonende in [woonplaats 2].





1Het verloop van de procedure


1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 juli 2026.




1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:



[naam] namens de gecertificeerde instelling;


de moeder.




De vader en de stiefmoeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de stiefmoeder wel juist zijn opgeroepen.




1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening te geven. [minderjarige] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.





2De feiten


2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].



2.2.

[minderjarige] woont bij zijn vader.



2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 augustus 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 17 augustus 2026.





3Het verzoek


3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.



3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] heeft al een lange periode geen onderwijs gevolgd, waardoor hij op cognitief en sociaal gebied achterloopt. Bij [zorginstantie] heeft hij op laagdrempelig niveau onderwijs gekregen, maar [zorginstantie] is vanwege het gedrag van [minderjarige] gestopt met het aanbieden van onderwijs. Nadien is de begeleiding van [zorginstantie] gericht geweest op de emotieregulatie van [minderjarige]. [minderjarige] mag vanwege zijn fysieke agressie volgend schooljaar echter helemaal niet meer terugkomen. Hij is daarom nu aangemeld voor dagbesteding bij [zorginstelling], maar het is nog niet duidelijk of en zo ja, per wanneer hij daar kan starten. Deze vorm van dagbesteding is niet gericht op onderwijs, maar gericht op hetgeen [minderjarige] aan kan. De gecertificeerde instelling maakt zich daarnaast zorgen over de veiligheid en stabiliteit van de thuissituatie van de vader. Na de scheiding en daarmee het vertrek van de stiefmoeder draagt de vader nu volledig zelfstandig de zorg- en opvoedtaken voor [minderjarige]. Ambulante Spoed Hulp (ASH) is ingezet om zicht te krijgen op de thuissituatie van de vader en heeft structurele hulpverlening geadviseerd. De inzet daarvan is evenwel niet van de grond gekomen als gevolg van het uitblijven van een structureel betrokken jeugdbeschermer. Het voornemen om langdurige opvoedondersteuning voor de vader in te zetten zal nu door de vaste jeugdbeschermer, die sinds anderhalve maand betrokken is, snel worden opgepakt. [minderjarige] heeft sedert enige tijd geen contact meer met de moeder en heeft laten weten dat hij dit ook niet wil. Hoewel de zorgen zeer ernstig zijn, verzoekt de gecertificeerde instelling om de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van zes maanden, nu zij naar eigen zeggen in gebreke is gebleven om met de vereiste voortvarendheid de noodzakelijke hulp in te zetten en op die manier ook voor zichzelf druk op de voortgang wil houden.




4Het standpunt van de moeder


4.1.
De moeder heeft ingestemd met het verzochte. De moeder heeft haar bezwaren en klachten over de tekortschietende hulp van de jeugdbeschermer herhaald, maar ziet de noodzaak van voortduring van de ondertoezichtstelling en zij vindt het fijn als de jeugdbeschermer langer betrokken is. De moeder ziet nog steeds liever dat [minderjarige] terecht kan bij een instelling dan bij [zorginstelling], omdat zij daar zelf goede ervaringen mee heeft gehad. Ook wil ze graag weer contact met [minderjarige].






5De beoordeling


5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.



5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] is het afgelopen jaar in ernst toegenomen. Hoe langer [minderjarige] geen onderwijs volgt, hoe groter de achterstand in zijn ontwikkeling wordt. De uitingen van fysieke agressie - mede veroorzaakt door het feit dat [minderjarige] zich zeer bewust is van zijn ontwikkelingsachterstand - zijn in het afgelopen jaar ook toegenomen. Daarvan is weer het gevolg geweest dat hij niet meer mag terugkeren bij [zorginstantie], waarmee ook de begeleiding die hij daar bij zijn emotieregulatie nog ontving, is gestopt. Dit alles vraagt om veel aandacht, hulp en begeleiding, die in het afgelopen jaar niet van de grond is gekomen. Er is pas sinds korte tijd een vaste jeugdbeschermer betrokken bij het gezin. De kinderrechter stelt vast dat het ontbreken van een vaste, structureel betrokken jeugdbeschermer er toe heeft geleid dat de gecertificeerde instelling in het afgelopen jaar niets steeds in toereikende mate uitvoering heeft kunnen geven aan de ondertoezichtstelling. Mede als gevolg daarvan is ook de door ASH geadviseerde structurele hulp voor de vader niet ingezet en heeft de gecertificeerde instelling nog altijd nauwelijks zicht op de thuissituatie en opvoedvaardigheden van de vader. Dit klemt te meer nu de vader inmiddels volledig zelfstandig de zorg draagt voor [minderjarige] omdat hij na de scheiding hierin niet meer ondersteund wordt door de stiefmoeder.



5.3.
Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling benoemd dat de focus van de jeugdbeschermer op dit moment is gericht op het organiseren van een passende dagbesteding voor [minderjarige]. Deze prioritering lijkt, gelet op de huidige omstandigheden, een terechte. Na het stopzetten van betrokkenheid van [zorginstantie] is het noodzakelijk dat [minderjarige], gelet op zijn bovengemiddelde opvoedbehoefte, onder deskundige begeleiding dagbesteding krijgt. De aanmelding van [minderjarige] bij [zorginstelling] loopt en er is zicht op een plek voor vijf dagen in de week, maar het is nog onbekend of hij daar daadwerkelijk kan starten en per wanneer de plek voor hem beschikbaar is. Voor [minderjarige] is een vorm van dagbesteding noodzakelijk die past bij zijn bijzondere opvoed- en ontwikkelbehoeften. Daarnaast is dagbesteding nodig om de vader, ook gelet op diens draagkracht, te ontlasten.



5.4.
Mede als gevolg van het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer bij het gezin is nog geen aanvang gemaakt met pogingen de contactbreuk tussen [minderjarige] en de moeder te herstellen. De moeder heeft daar moeite mee. Haar wens om het contact weer te herstellen is invoelbaar en het is voor de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] ook van belang dat hij contact kan hebben met beide ouders. In dit traject moet evenwel rekening gehouden worden met zijn behoeften en belastbaarheid. Ter zitting is besproken dat de jeugdbeschermer in de komende periode de mogelijkheden daartoe dient te onderzoeken.



5.5.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de gecertificeerde instelling volgen in het verzoek om daartoe een kortere termijn te hanteren dan de (meer voor de hand liggende) periode van een jaar, en verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de verzochte duur van zes maanden.


5.6.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.



5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 17 februari 2027;


6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026 door mr. M.H. Rochat, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier. De schriftelijke uitwerking daarvan is vastgesteld op 28 augustus 2026.









Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:260 BW.


Artikel 2 Besluit gezagsregisters.