Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26338

2026-08-11 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/693810 / FA RK 25-8189
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-11
Publicatiedatum
2026-09-11
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/693810 / FA RK 25-8189
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek OvJ doorhaling latere vermelding naamskeuze toegewezen. Gecombineerde geslachtsnaam in dit geval niet mogelijk. Kan alleen voor de geboorte of uiterlijk bij de geboorteaangifte worden gedaan

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.889 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige kamer


Rekestnummer: FA RK 25-8189
Zaaknummer: C/09/693810
Datum beschikking: 11 augustus 2026


Doorhaling latere vermelding



Beschikking op het op 27 oktober 2025 ingekomen verzoek van de officier van justitie in het arrondissement Den Haag.



Als belanghebbenden worden aangemerkt:





[de vader] en [de moeder] ,

de vader en de moeder in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van,


[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.



en




de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Gouda,

zetelend te Gouda,
de ambtenaar.




Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het e-mailbericht van 4 februari 2026 van de officier van justitie.


Op 14 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader en [naam] namens de ambtenaar.




Feiten
- De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd op [dag] 2014.
- Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige] ( [minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats] .
- Op 13 februari 2025 heeft de vader digitaal aangifte van de geboorte gedaan bij de ambtenaar in de gemeente Gouda.


Op 14 februari 2025 heeft de ambtenaar van de gemeente Gouda een geboorteakte opgemaakt (aktenummer 100267 /2025) zonder dat de ouders een akte van naamskeuze hebben laten opmaken, zodat [minderjarige] de achternaam van de vader heeft gekregen.


Op 28 april 2025 hebben de ouders bij de ambtenaar in de gemeente Woerden een akte van naamskeuze laten opstellen waarbij voor de gecombineerde geslachtsnaam is gekozen, te weten [geslachtsnaam] .


Op basis van deze akte van naamskeuze heeft de ambtenaar van de gemeente Gouda op 2 mei 2025 een “latere vermelding betreffende naamskeuze” aan de geboorteakte gevoegd.





Tijdens een controle in de gemeente Woerden is gebleken dat de akte van naamskeuze ten onrechte is opgemaakt.


Op verzoek van de ambtenaar van de gemeente Woerden heeft de ambtenaar van de gemeente Gouda de officier van justitie bij brief van 4 september 2025 verzocht om de ambtenaar van de gemeente Gouda te gelasten de latere vermelding betreffende naamskeuze door te halen.


De ouders hebben niet ingestemd met het verzoek.





Verzoek en verweer
Het verzoek strekt tot doorhaling van de latere vermelding betreffende naamskeuze, opgemaakt op 28 april 2025 in de gemeente Woerden, behorende bij de geboorteakte nummer 100267 van het jaar 2025, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente Gouda op 14 februari 2025.


De ouders zijn het niet eens met het verzoek tot doorhaling, zij willen dat [minderjarige] de gecombineerde geslachtsnaam heeft.




Beoordeling


Juridisch kader (de wet)

In artikel 1:24, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) is onder andere bepaald dat doorhaling van een in een register van de burgerlijke stand ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie door de rechtbank kan worden gelast.



De wet waarin is opgenomen welke namen mogelijk zijn (het namenrecht) is dwingend recht. Dit betekent dat hiervan niet kan worden afgeweken. In artikel 1:5 BW is bepaald hoe een kind een geslachtsnaam (de achternaam) verkrijgt. Artikel 1:5 BW is vanaf 1 januari 2024 uitgebreid met de gecombineerde geslachtsnaam en geldt voor kinderen geboren vanaf 1 januari 2024.



Er is vanaf 1 januari 2024 een keuzemogelijkheid voor ouders in artikel 1:5 BW opgenomen: ouders kunnen, afhankelijk van hun burgerlijke staat, gezamenlijk een keuze maken voor de geslachtsnaam van hun kind. Een keuze voor een geslachtsnaam gebeurt bij de ambtenaar van de burgerlijke stand en moet door beide ouders worden ondertekend. Dit kan voorafgaand aan de geboorte of uiterlijk bij de geboorteaangifte.



Welke keuzes gemaakt kunnen worden door de ouders is bepaald in artikel 1:5 BW. Als de ouders geen gezamenlijke keuze maken voor een geslachtsnaam, dan zal de ambtenaar de geslachtsnaam geven aan het kind zoals bepaald in de wet, zodat een kind altijd een geslachtsnaam heeft: dit is de vangnetnorm.



Toen [minderjarige] werd geboren mochten de ouders bij de geboorte van hun eerste gezamenlijke kind kiezen of het kind de geslachtsnaam van de vader of van de moeder kreeg. Daarnaast konden de ouders gezamenlijk verklaren dat hun eerste kind een gecombineerde geslachtsnaam zal hebben. De ouders moesten dan ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand gezamenlijk verklaren dat hun kind een gecombineerde geslachtsnaam zou krijgen en dit kan alleen voorafgaand aan de geboorte of uiterlijk bij de geboorteaangifte gedaan worden. Als er geen keuze werd gemaakt, kreeg het kind automatisch de geslachtsnaam van de vader (als de ouders gehuwd waren of als het kind voor de geboorte erkend was) of van de moeder (als de ouders ongehuwd waren of als het kind niet erkend was).



De officier van justitie verzoekt doorhaling te gelasten van de latere vermelding van de naamskeuze behorend bij de geboorteakte van [minderjarige] . Bij het verzoekschrift is een brief gevoegd van de ambtenaar van de gemeente Gouda van 4 september 2025 waarin is onderbouwd waarom de latere vermelding van naamskeuze voor doorhaling in aanmerking komt. Ter onderbouwing van het verzoek is het volgende aangevoerd. De latere vermelding van naamskeuze is opgemaakt op 28 april 2025. Dit is na de geboorte van [minderjarige] , terwijl dit volgens artikel 1:5 BW alleen voorafgaand aan de geboorte of uiterlijk bij de geboorteaangifte kan worden gedaan. Gelet hierop komt de latere vermelding van naamskeuze dus ten onrechte voor in de registers van de burgerlijke stand en moet doorhaling daarvan worden gelast.



De ouders willen niet instemmen met de doorhaling. Zij willen dat [minderjarige] een gecombineerde geslachtsnaam zal hebben, te weten [geslachtsnaam] , zoals nu ook is vastgelegd in de latere vermelding van de naamskeuze.



Op de zitting heeft de vader nader toegelicht dat op het moment van de aangifte van de geboorte de moeder vanwege een keizersnede niet in staat was om mee te gaan naar de gemeente. De vader heeft vervolgens digitaal aangifte gedaan van de geboorte van [minderjarige] , mede omdat een verpleegkundige had gezegd dat de wijziging van de geslachtsnaam later nog mogelijk zou zijn met een medische verklaring. De ambtenaar van de gemeente Woerden heeft vervolgens later de geslachtsnaam van [minderjarige] ook aangepast in de gecombineerde geslachtsnaam zoals de ouders vanaf de geboorte van [minderjarige] wilden.



Bij controle heeft de ambtenaar van Woerden geconstateerd dat de wijziging van de geslachtsnaam van [minderjarige] niet geregistreerd had mogen worden en hij heeft de ambtenaar van de gemeente Gouda hierover geïnformeerd. De ambtenaar van de gemeente Gouda was het hiermee eens en heeft bij de officier van justitie om doorhaling verzocht.



Hoewel de rechtbank begrijpt dat dit moeilijk voor de ouders is, zal de rechtbank het verzoek van de officier van justitie toewijzen. Er zijn helaas geen uitzonderingen mogelijk op het (dwingende) namenrecht. De ouders kunnen slechts gezamenlijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand verklaren dat [minderjarige] een gecombineerde geslachtsnaam zal hebben voorafgaand aan de geboorte of uiterlijk bij de geboorteaangifte en niet nog daarna, zoals in dit geval is gebeurd. Dit betekent dat de latere vermelding op de geboorteakte van [minderjarige] (waarop de gecombineerde geslachtsnaam staat) zal worden verwijderd (doorgehaald). Vanaf dat moment heeft [minderjarige] (weer) de geslachtsnaam van de vader.






Beslissing
De rechtbank:


gelast de doorhaling van de latere vermelding van de naamskeuze behorend bij de geboorteakte, nummer 100267 van het jaar 2025, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente Gouda op 14 februari 2025.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 augustus 2026.