Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:26134
2026-08-25
Civiel recht
C/09/709055/ KG ZA 26-799
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Kort geding. Eiseres stelt slachtoffer te zijn geworden van boilerroomfraude. Vordering tot bevel aan gedaagde om transactieoverzichten en identificerende gegevens van de bij de fraude betrokken accounts te verstrekken. Toewijzing vordering.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (14.319 tekens)
Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/709055 / KG ZA 26-799
Vonnis in kort geding van 25 augustus 2026
in de zaak van
[eiseres] gehuwd met [naam] te [woonplaats] ,
eiseres,
advocaat: mr. M.A. Hupkes,
tegen:
de vennootschap naar Oostenrijks recht
BYBIT EU GMBH te Wenen, Oostenrijk,
gedaagde,
advocaten: mrs. R.J.G. van Brakel en S.A.S. Sewratan.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘Bybit’.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 juli 2026 met producties 1 tot en met 11;
- de aanvullende producties 12 tot en met 19 van [eiseres] ;
- de akte houdende een vermindering van eis.
1.2.
Op 17 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.
2De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Bybit is een Oostenrijkse entiteit van de Bybit-groep, een wereldwijde KYC-exchange, een cryptobeurs waar klanten digitale valuta kunnen aankopen, verkopen en verzenden naar een blockchainadres van een andere persoon. Ook kunnen klanten van Bybit crypto ontvangen op blockchainadressen die onderdeel zijn van hun account bij Bybit.
2.2.
[eiseres] stelt dat zij naar aanleiding van een online advertentie in mei 2025 is gestart met beleggen in cryptovaluta via (onder meer) Oil3 STO en WithTrader. Volgens [eiseres] werd zij daarin begeleid door personen die zich als ‘cryptoadviseurs’ voordeden.
2.3.
[eiseres] heeft in 2025 en het eerste halfjaar van 2026 grote geldbedragen geïnvesteerd in cryptovaluta. Begin 2026 heeft zij, naar zij stelt op advies van één van de cryptoadviseurs, een account aangemaakt bij Oil3 STO en daar een groot bedrag op ingelegd. Na afloop van het project zouden de ingelegde valuta worden omgewisseld naar euro’s via het platform WithTrader en zou [eiseres] een bedrag van ruim € 900.000 gestort krijgen. De uitbetaling van dit bedrag heeft niet plaatsgevonden. [eiseres] stelt dat haar is voorgespiegeld dat ze hoge bedragen diende bij te storten om haar opbrengst te ontvangen, en dat zij dat ook heeft gedaan. Volgens [eiseres] is haar op deze manier € 2.400.000 afhandig gemaakt. Van haar beleggingen heeft [eiseres] niets meer teruggezien.
2.4.
Op 21 mei 2026 heeft [eiseres] aangifte van fraude gedaan, waarin zij onder meer heeft verklaard dat zij voor € 2.460.000 is opgelicht.
2.5.
[eiseres] heeft DataExpert de opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de verzending over de blockchain vanaf het account van [eiseres] naar andere adressen/accounts. DataExpert heeft op 17 juni 2026 een rapport genaamd ‘Cryptocurrency Investigation Report’ uitgebracht. In dat rapport is, voor zover hier van belang, als volgt geconcludeerd:
“As a result of the DataExpert investigation, we observed that identifiable assets of the client were transferred to Binance, Bybit, FixedFloat, HTX and KuCoin exchanges.”
2.6.
De advocaat van [eiseres] heeft bij e-mailberichten van 19 juni en 6 juli 2026 Bybit verzocht om de betrokken accounts bij Bybit te bevriezen en de gegevens van de gebruikers van de betrokken accounts alsmede transactieoverzichten te verstrekken. [eiseres] stelt dat uit contact met Bybit is gebleken dat de betrokken accounts geen saldo meer bevatten, omdat de ontvangen crypto onmiddellijk na binnenkomst zijn doorgezonden naar adressen buiten Bybit.
2.7.
[eiseres] is vervolgens dit kort geding gestart.
2.8.
In de periode daarna is (met het oog op een minnelijke regeling) overleg geweest tussen de advocaat van [eiseres] en het juridisch team van Bybit.
2.9.
Op 4 augustus 2026 heeft de advocaat van [eiseres] aan het juridisch team van Bybit het volgende geschreven:
“I intend to unilaterally amend the claim through the court's digital portal by withdrawing the claim for penalty payments (section III of the relief sought) and by limiting the period covered by the requested transaction records. This amendment will be combined with the following arrangement, recorded in this correspondence, which will be brought to the judge's attention as evidence of the parties' joint instruction:
1. If the court orders Bybit to comply, Bybit will provide the requested information; as regards the transaction records, these will cover the period from 20 May 2026 up to and including the date of judgment.
2. Claimant withdraws the claim for penalty payments.
3. Bybit will comply within 7 days of the (translated) judgment being sent by email, service is not required.”
2.10.
Op 5 augustus 2026 heeft het juridisch team van Bybit, voor zover hier van belang, als volgt gereageerd:
“First and foremost, we can in principle agree to your proposal to amend your claim in the manner described in your email.”
2.11.
Een kantoorgenoot van de advocaat van Bybit heeft op 7 augustus 2026 aan de advocaat van [eiseres] nog het volgende gemaild:
“It was a pleasure speaking with you just now. For the avoidance of doubt, please find below a brief of recap of our conversation:
You will amend your claim in accordance with your email to Bybit last Tuesday (4 August).
You will provide us with a copy of the amended claim, together with all exhibits submitted to the court, including the correspondence exchanged between you and Bybit over the past week.
My colleague, Robbert van Brakel, will attend the hearing scheduled for 17 August. ln light of the amendment to the claim, no substantive defence will be presented at that hearing on behalf of Bybit.
I will revert to your question regarding whether you may liaise directly with us in future EU-related matters in which Bybit may be involved.”
2.12.
[eiseres] heeft daarop haar eis in dit kort geding verminderd.
3Het geschil
3.1.
[eiseres] vordert - na vermindering van eis - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. Bybit te bevelen om binnen vier dagen na toezending van het vonnis per e-mail aan Bybit, althans na betekening, per e-mail aan de advocaat van [eiseres] mede te delen de volledige voornamen, achternaam, het adres, de postcode en de woonplaats, de nationaliteit en het e-mailadres van de gebruikers die de volgende accounts op hun naam hebben staan:
[account 1]
[account 2]
II. Bybit te veroordelen om binnen vier dagen na toezending van het vonnis via e-mail aan Bybit, althans na betekening, transactieoverzichten inzake de in I bedoelde accounts te verstrekken over de periode 20 mei 2026 tot en met de datum van het vonnis;
III. kosten rechtens.
3.2.
Daartoe voert [eiseres] – samengevat – het volgende aan. [eiseres] heeft een spoedeisend belang bij het verkrijgen van de gegevens van de gebruiker(s) van de betrokken accounts waarop de gestolen crypto van [eiseres] zijn terechtgekomen, omdat zij rechtsmaatregelen wil nemen tegen die gebruiker(s). Zij acht het zeer waarschijnlijk dat de onbekende Bybit gebruiker(s) die de crypto hebben ontvangen van de fraudeur(s) van [eiseres] geen derde(n) te goeder trouw is/zijn. Zij kan de gebruiker(s) alleen achterhalen met de gegevens die in deze procedure worden gevorderd. Ook heeft [eiseres] belang bij inzicht in de gevorderde transactieoverzichten, omdat zij op die manier de volgende schakel in de fraudeketen kan achterhalen en verdere verhaalsmogelijkheden in kaart kan brengen.
3.3.
Bybit refereert zich aan het oordeel van de voorzieningenrechter.
4. De beoordeling van het geschil
Bevoegdheid en toepasselijk recht
4.1.
Bybit is in het buitenland gevestigd. De voorzieningenrechter moet ambtshalve beoordelen of zij rechtsmacht heeft en zo ja, welk recht vervolgens van toepassing is.
4.2.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 7 lid 2 van de Brussel I-bis Verordening rechtsmacht en de bevoegdheid om op het gevorderde te beslissen. Op de vorderingen is op grond van artikel 4 lid 1 van de Rome II-Verordening Nederlands recht van toepassing omdat de vorderingen zijn gebaseerd op een (gestelde) onrechtmatige daad en de schade in Nederland, waar [eiseres] woont, is ingetreden.
De vorderingen
4.3.
Het spoedeisend belang van [eiseres] is niet betwist en overigens voldoende aanwezig.
4.4.
Ter beoordeling ligt voor of Bybit de gevraagde gegevens en transactieoverzichten aan [eiseres] moet verstrekken.
4.5.
Om inzage of afschrift van bepaalde gegevens te kunnen verkrijgen, moet op grond van artikel 194 lid 1 Rv worden voldaan aan de volgende voorwaarden: degene die informatie van een ander verlangt moet partij zijn bij een rechtsbetrekking, de gevraagde gegevens moeten op die rechtsbetrekking zien, de verlangde informatie moet voldoende bepaald zijn en een partij moet voldoende belang hebben bij haar informatieverzoek.
4.6.
De voorzieningenrechter zal de vorderingen van [eiseres] toewijzen, nu Bybit zich tegen de vordering niet heeft verzet en voldoende aannemelijk is dat aan alle voornoemde voorwaarden is voldaan. Ter toelichting geldt het volgende. Het is, gelet op het overgelegde onderzoeksrapport en het feit dat [eiseres] aangifte heeft gedaan, vooralsnog voldoende aannemelijk dat [eiseres] het slachtoffer is geworden van een onrechtmatige daad, de rechtsbetrekking, in de vorm van zogenaamde boilerroomfraude en dat zij haar ingelegde geld kwijt is. Het rechtmatig belang van [eiseres] bestaat erin dat zij met behulp van de door Bybit te verstrekken gegevens haar verhaalskansen jegens derden kan onderzoeken en desnoods een vordering tegen die derden kan instellen. Zonder kennis van de gevorderde gegevens, die voldoende specifiek zijn bepaald, is zij daartoe niet in staat. Gebleken is immers dat de betrokken accounts bij Bybit geen saldo meer bevatten, omdat de crypto na binnenkomst zijn doorgezonden naar adressen buiten Bybit. Als onweersproken staat ook vast dat Bybit over de gevraagde gegevens beschikt of kan beschikken. Verder zijn er geen gewichtige redenen gebleken die zich verzetten tegen toewijzing van de vordering. Dat de gevraagde gegevens ook privacygevoelige informatie bevatten, kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aan toewijzing van de vordering in de weg staan omdat het hier gaat om fraude.
4.7.
Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter Bybit bevelen om aan de advocaat van [eiseres] de onder I gevorderde gegevens en de onder II gevorderde transactieoverzichten te verstrekken. De termijn hiervoor zal de voorzieningenrechter - anders dan gevorderd maar overeenkomstig de tussen partijen gemaakte afspraken - bepalen op zeven dagen na toezending per e-mail van het vonnis inclusief vertaling. Uit de e-mailcorrespondentie tussen partijen blijkt dat zij dit zo hebben afgesproken (zie 2.9 t/m 2.11).
4.8.
Uitgangspunt is dat de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten wordt veroordeeld. In dit geval heeft [eiseres] verzocht de proceskosten te compenseren, omdat Bybit volgens haar geen blaam treft. De voorzieningenrechter ziet daarin aanleiding om te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1.
beveelt Bybit om binnen zeven dagen na toezending per e-mail van dit vonnis inclusief Duitse vertaling, aan de advocaat van [eiseres] per e-mail mede te delen de volledige voornamen, achternaam, het adres, de postcode en de woonplaats, de nationaliteit en het e-mailadres van de gebruikers die de volgende accounts op hun naam hebben staan:
[account 1]
[account 2]
5.2.
veroordeelt Bybit om binnen zeven dagen na toezending per e-mail van dit vonnis inclusief Duitse vertaling, per e-mail de transactieoverzichten inzake de in 5.1 bedoelde accounts te verstrekken over de periode van 20 mei 2026 tot en met de datum van dit vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.
yd
Know Your Customer.
Een unieke reeks van cijfers en letters.
Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet contractuele verbintenissen.
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/709055 / KG ZA 26-799
Vonnis in kort geding van 25 augustus 2026
in de zaak van
[eiseres] gehuwd met [naam] te [woonplaats] ,
eiseres,
advocaat: mr. M.A. Hupkes,
tegen:
de vennootschap naar Oostenrijks recht
BYBIT EU GMBH te Wenen, Oostenrijk,
gedaagde,
advocaten: mrs. R.J.G. van Brakel en S.A.S. Sewratan.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘Bybit’.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 juli 2026 met producties 1 tot en met 11;
- de aanvullende producties 12 tot en met 19 van [eiseres] ;
- de akte houdende een vermindering van eis.
1.2.
Op 17 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.
2De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Bybit is een Oostenrijkse entiteit van de Bybit-groep, een wereldwijde KYC-exchange, een cryptobeurs waar klanten digitale valuta kunnen aankopen, verkopen en verzenden naar een blockchainadres van een andere persoon. Ook kunnen klanten van Bybit crypto ontvangen op blockchainadressen die onderdeel zijn van hun account bij Bybit.
2.2.
[eiseres] stelt dat zij naar aanleiding van een online advertentie in mei 2025 is gestart met beleggen in cryptovaluta via (onder meer) Oil3 STO en WithTrader. Volgens [eiseres] werd zij daarin begeleid door personen die zich als ‘cryptoadviseurs’ voordeden.
2.3.
[eiseres] heeft in 2025 en het eerste halfjaar van 2026 grote geldbedragen geïnvesteerd in cryptovaluta. Begin 2026 heeft zij, naar zij stelt op advies van één van de cryptoadviseurs, een account aangemaakt bij Oil3 STO en daar een groot bedrag op ingelegd. Na afloop van het project zouden de ingelegde valuta worden omgewisseld naar euro’s via het platform WithTrader en zou [eiseres] een bedrag van ruim € 900.000 gestort krijgen. De uitbetaling van dit bedrag heeft niet plaatsgevonden. [eiseres] stelt dat haar is voorgespiegeld dat ze hoge bedragen diende bij te storten om haar opbrengst te ontvangen, en dat zij dat ook heeft gedaan. Volgens [eiseres] is haar op deze manier € 2.400.000 afhandig gemaakt. Van haar beleggingen heeft [eiseres] niets meer teruggezien.
2.4.
Op 21 mei 2026 heeft [eiseres] aangifte van fraude gedaan, waarin zij onder meer heeft verklaard dat zij voor € 2.460.000 is opgelicht.
2.5.
[eiseres] heeft DataExpert de opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de verzending over de blockchain vanaf het account van [eiseres] naar andere adressen/accounts. DataExpert heeft op 17 juni 2026 een rapport genaamd ‘Cryptocurrency Investigation Report’ uitgebracht. In dat rapport is, voor zover hier van belang, als volgt geconcludeerd:
“As a result of the DataExpert investigation, we observed that identifiable assets of the client were transferred to Binance, Bybit, FixedFloat, HTX and KuCoin exchanges.”
2.6.
De advocaat van [eiseres] heeft bij e-mailberichten van 19 juni en 6 juli 2026 Bybit verzocht om de betrokken accounts bij Bybit te bevriezen en de gegevens van de gebruikers van de betrokken accounts alsmede transactieoverzichten te verstrekken. [eiseres] stelt dat uit contact met Bybit is gebleken dat de betrokken accounts geen saldo meer bevatten, omdat de ontvangen crypto onmiddellijk na binnenkomst zijn doorgezonden naar adressen buiten Bybit.
2.7.
[eiseres] is vervolgens dit kort geding gestart.
2.8.
In de periode daarna is (met het oog op een minnelijke regeling) overleg geweest tussen de advocaat van [eiseres] en het juridisch team van Bybit.
2.9.
Op 4 augustus 2026 heeft de advocaat van [eiseres] aan het juridisch team van Bybit het volgende geschreven:
“I intend to unilaterally amend the claim through the court's digital portal by withdrawing the claim for penalty payments (section III of the relief sought) and by limiting the period covered by the requested transaction records. This amendment will be combined with the following arrangement, recorded in this correspondence, which will be brought to the judge's attention as evidence of the parties' joint instruction:
1. If the court orders Bybit to comply, Bybit will provide the requested information; as regards the transaction records, these will cover the period from 20 May 2026 up to and including the date of judgment.
2. Claimant withdraws the claim for penalty payments.
3. Bybit will comply within 7 days of the (translated) judgment being sent by email, service is not required.”
2.10.
Op 5 augustus 2026 heeft het juridisch team van Bybit, voor zover hier van belang, als volgt gereageerd:
“First and foremost, we can in principle agree to your proposal to amend your claim in the manner described in your email.”
2.11.
Een kantoorgenoot van de advocaat van Bybit heeft op 7 augustus 2026 aan de advocaat van [eiseres] nog het volgende gemaild:
“It was a pleasure speaking with you just now. For the avoidance of doubt, please find below a brief of recap of our conversation:
You will amend your claim in accordance with your email to Bybit last Tuesday (4 August).
You will provide us with a copy of the amended claim, together with all exhibits submitted to the court, including the correspondence exchanged between you and Bybit over the past week.
My colleague, Robbert van Brakel, will attend the hearing scheduled for 17 August. ln light of the amendment to the claim, no substantive defence will be presented at that hearing on behalf of Bybit.
I will revert to your question regarding whether you may liaise directly with us in future EU-related matters in which Bybit may be involved.”
2.12.
[eiseres] heeft daarop haar eis in dit kort geding verminderd.
3Het geschil
3.1.
[eiseres] vordert - na vermindering van eis - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. Bybit te bevelen om binnen vier dagen na toezending van het vonnis per e-mail aan Bybit, althans na betekening, per e-mail aan de advocaat van [eiseres] mede te delen de volledige voornamen, achternaam, het adres, de postcode en de woonplaats, de nationaliteit en het e-mailadres van de gebruikers die de volgende accounts op hun naam hebben staan:
[account 1]
[account 2]
II. Bybit te veroordelen om binnen vier dagen na toezending van het vonnis via e-mail aan Bybit, althans na betekening, transactieoverzichten inzake de in I bedoelde accounts te verstrekken over de periode 20 mei 2026 tot en met de datum van het vonnis;
III. kosten rechtens.
3.2.
Daartoe voert [eiseres] – samengevat – het volgende aan. [eiseres] heeft een spoedeisend belang bij het verkrijgen van de gegevens van de gebruiker(s) van de betrokken accounts waarop de gestolen crypto van [eiseres] zijn terechtgekomen, omdat zij rechtsmaatregelen wil nemen tegen die gebruiker(s). Zij acht het zeer waarschijnlijk dat de onbekende Bybit gebruiker(s) die de crypto hebben ontvangen van de fraudeur(s) van [eiseres] geen derde(n) te goeder trouw is/zijn. Zij kan de gebruiker(s) alleen achterhalen met de gegevens die in deze procedure worden gevorderd. Ook heeft [eiseres] belang bij inzicht in de gevorderde transactieoverzichten, omdat zij op die manier de volgende schakel in de fraudeketen kan achterhalen en verdere verhaalsmogelijkheden in kaart kan brengen.
3.3.
Bybit refereert zich aan het oordeel van de voorzieningenrechter.
4. De beoordeling van het geschil
Bevoegdheid en toepasselijk recht
4.1.
Bybit is in het buitenland gevestigd. De voorzieningenrechter moet ambtshalve beoordelen of zij rechtsmacht heeft en zo ja, welk recht vervolgens van toepassing is.
4.2.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 7 lid 2 van de Brussel I-bis Verordening rechtsmacht en de bevoegdheid om op het gevorderde te beslissen. Op de vorderingen is op grond van artikel 4 lid 1 van de Rome II-Verordening Nederlands recht van toepassing omdat de vorderingen zijn gebaseerd op een (gestelde) onrechtmatige daad en de schade in Nederland, waar [eiseres] woont, is ingetreden.
De vorderingen
4.3.
Het spoedeisend belang van [eiseres] is niet betwist en overigens voldoende aanwezig.
4.4.
Ter beoordeling ligt voor of Bybit de gevraagde gegevens en transactieoverzichten aan [eiseres] moet verstrekken.
4.5.
Om inzage of afschrift van bepaalde gegevens te kunnen verkrijgen, moet op grond van artikel 194 lid 1 Rv worden voldaan aan de volgende voorwaarden: degene die informatie van een ander verlangt moet partij zijn bij een rechtsbetrekking, de gevraagde gegevens moeten op die rechtsbetrekking zien, de verlangde informatie moet voldoende bepaald zijn en een partij moet voldoende belang hebben bij haar informatieverzoek.
4.6.
De voorzieningenrechter zal de vorderingen van [eiseres] toewijzen, nu Bybit zich tegen de vordering niet heeft verzet en voldoende aannemelijk is dat aan alle voornoemde voorwaarden is voldaan. Ter toelichting geldt het volgende. Het is, gelet op het overgelegde onderzoeksrapport en het feit dat [eiseres] aangifte heeft gedaan, vooralsnog voldoende aannemelijk dat [eiseres] het slachtoffer is geworden van een onrechtmatige daad, de rechtsbetrekking, in de vorm van zogenaamde boilerroomfraude en dat zij haar ingelegde geld kwijt is. Het rechtmatig belang van [eiseres] bestaat erin dat zij met behulp van de door Bybit te verstrekken gegevens haar verhaalskansen jegens derden kan onderzoeken en desnoods een vordering tegen die derden kan instellen. Zonder kennis van de gevorderde gegevens, die voldoende specifiek zijn bepaald, is zij daartoe niet in staat. Gebleken is immers dat de betrokken accounts bij Bybit geen saldo meer bevatten, omdat de crypto na binnenkomst zijn doorgezonden naar adressen buiten Bybit. Als onweersproken staat ook vast dat Bybit over de gevraagde gegevens beschikt of kan beschikken. Verder zijn er geen gewichtige redenen gebleken die zich verzetten tegen toewijzing van de vordering. Dat de gevraagde gegevens ook privacygevoelige informatie bevatten, kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aan toewijzing van de vordering in de weg staan omdat het hier gaat om fraude.
4.7.
Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter Bybit bevelen om aan de advocaat van [eiseres] de onder I gevorderde gegevens en de onder II gevorderde transactieoverzichten te verstrekken. De termijn hiervoor zal de voorzieningenrechter - anders dan gevorderd maar overeenkomstig de tussen partijen gemaakte afspraken - bepalen op zeven dagen na toezending per e-mail van het vonnis inclusief vertaling. Uit de e-mailcorrespondentie tussen partijen blijkt dat zij dit zo hebben afgesproken (zie 2.9 t/m 2.11).
4.8.
Uitgangspunt is dat de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten wordt veroordeeld. In dit geval heeft [eiseres] verzocht de proceskosten te compenseren, omdat Bybit volgens haar geen blaam treft. De voorzieningenrechter ziet daarin aanleiding om te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1.
beveelt Bybit om binnen zeven dagen na toezending per e-mail van dit vonnis inclusief Duitse vertaling, aan de advocaat van [eiseres] per e-mail mede te delen de volledige voornamen, achternaam, het adres, de postcode en de woonplaats, de nationaliteit en het e-mailadres van de gebruikers die de volgende accounts op hun naam hebben staan:
[account 1]
[account 2]
5.2.
veroordeelt Bybit om binnen zeven dagen na toezending per e-mail van dit vonnis inclusief Duitse vertaling, per e-mail de transactieoverzichten inzake de in 5.1 bedoelde accounts te verstrekken over de periode van 20 mei 2026 tot en met de datum van dit vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.
yd
Know Your Customer.
Een unieke reeks van cijfers en letters.
Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet contractuele verbintenissen.