Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26017

2026-09-02 Civiel recht; Goederenrecht C/09/670590
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-09-02
Publicatiedatum
2026-09-08
Rechtsgebied
Civiel recht; Goederenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/670590
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

erfrecht - verdeling nalatenschap - eindvonnis - verdeling woning en vakantiehuis - rechtbank komt niet terug op bindende eindbeslissing ten aanzien van de gebruiksvergoeding

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (23.827 tekens)
RECHTBANK Den Haag


Team handel



Zaaknummer: C/09/670590 / HA ZA 24-656





Vonnis van 2 september 2026




in de zaak van





[eiseres]
te [woonplaats 1] ,
eiseres in conventie in en verweerster in reconventie,
advocaat: mr. M.C.G. Stut,



tegen





1
[gedaagde sub 1] te [woonplaats 2],

gedaagde in conventie en eiser in reconventie,
advocaat: mr. J.W. Spanjer,





2
[gedaagde sub 2] te [woonplaats 3],

in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van


[onderbewindgestelde]
te [woonplaats 3],
gedaagde in conventie en eiser in reconventie,
advocaat: mr. J.W. Spanjer.



Eiseres in conventie wordt hierna ‘[eiseres]’ genoemd. Gedaagde sub 1 zal ‘[gedaagde sub 1]’ worden genoemd en gedaagde sub 2 zal worden aangeduid als ‘de bewindvoerder’ (zoon van [onderbewindgestelde]). [onderbewindgestelde] wordt hierna ‘[onderbewindgestelde]’ genoemd.






1Inleiding: waar gaat deze zaak over?


1.1.

[gedaagde sub 1], [eiseres] en [onderbewindgestelde] zijn broer en zussen van elkaar. Zij twisten over de afwikkeling van de nalatenschap van hun ouders die allebei in 2016 zijn overleden. In dit vonnis zal de wijze van verdeling van de nalatenschap worden vastgesteld.






2De verdere procedure


2.1.
Bij tussenvonnis van 19 februari 2025 (hierna: het eerste tussenvonnis) heeft de rechtbank beslist dat de woning in Frankrijk aan [eiseres] zal worden toegedeeld. Bij tussenvonnis van 15 april 2026 (hierna: het tweede tussenvonnis) heeft de rechtbank – voor zover hier van belang – :


de vordering van de bewindvoerder om voor recht te verklaren dat de tuin bij de woning in Frankrijk tot de nalatenschap behoort, afgewezen;


de vordering van de bewindvoerder te bepalen dat [eiseres] bewijs moet leveren van de onvoorwaardelijke opzegging van de huur van haar huidige woning, voordat [onderbewindgestelde] en [gedaagde sub 1] gehouden zijn hun medewerking te verlenen aan de toedeling van de woning in Frankrijk aan [eiseres], afgewezen;


(opnieuw) bepaald op welke wijze de waardebepaling van de woning in Frankrijk dient te geschieden;


de door [onderbewindgestelde] aan [eiseres] te betalen vergoeding voor het gebruik van het vakantiehuis bepaald op € 5.000;


bepaald op welke wijze de ervenrekening moet worden afgewikkeld;


de vorderingen van [eiseres] om voor recht te verklaren dat tot de nalatenschap opeisbare vorderingen op [gedaagde sub 1] en [onderbewindgestelde] behoren, afgewezen;


iedere verdere beslissing in conventie en in reconventie aangehouden in afwachting van het taxatierapport van het vakantiehuis, het taxatierapport van de woning in Frankrijk en de reactie hierop van partijen.





2.2.
Vervolgens zijn de volgende stukken aan het procesdossier toegevoegd:


het taxatierapport van het vakantiehuis in [plaats 1];


de akte tevens vermindering c.q. wijziging van eis van de zijde van [gedaagde sub 1] en de bewindvoerder;


de akte uitlaten met producties 71 tot en met 73 van de zijde van [eiseres].








3De nadere feiten


3.1.
Het vakantiehuis is getaxeerd door Makelaars aan Zee. Uit het taxatierapport van 14 april 2026 volgt dat de marktwaarde van het vakantiehuis per waardepeildatum 26 maart 2026 € 195.000 bedraagt.



3.2.
De woning in Frankrijk is getaxeerd door de heer [naam], expert immobilier bij Inter-France. Uit het taxatierapport van 25 juni 2026 blijkt dat de waarde van de woning in Frankrijk op 25 juni 2026 € 190.000 bedraagt. Dit is inclusief de percelen grond die [eiseres] in eigendom heeft.






4Het geschil


4.1.
Na het tweede tussenvonnis en na het opstellen van het taxatierapport van het vakantiehuis heeft de bewindvoerder zijn vordering tot toedeling van het vakantiehuis aan [onderbewindgestelde] ingetrokken.



4.2.
Tevens hebben [gedaagde sub 1] en de bewindvoerder hun eis gewijzigd in die zin dat zij thans – in aanvulling op hun eerdere vorderingen – tevens vorderen, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:


te bepalen dat de makelaar de vraagprijs van het vakantiehuis bindend vaststelt op basis van de marktwaarde;


te bepalen dat een bod door partijen moet worden geaccepteerd als dit maximaal 10% onder de vraagprijs ligt;



[eiseres] te veroordelen tot medewerking aan al hetgeen de verkopende makelaar verzoekt op straffe van verbeurte van een dwangsom.





4.3.

[eiseres] heeft de rechtbank verzocht terug te komen van haar eindbeslissing met betrekking tot de door [onderbewindgestelde] te betalen gebruiksvergoeding.


4.4.
Op de (nadere) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.






5De beoordeling


5.1.
Gelet op de samenhang en voor de overzichtelijkheid zal de rechtbank hierna de overgebleven geschilpunten in conventie en in reconventie zoveel mogelijk gezamenlijk beoordelen.



De woning in Frankrijk





De waarde van de woning





5.2.
De woning in Frankrijk is getaxeerd door de heer [naam], expert immobilier bij Inter-France. Uit het taxatierapport van 25 juni 2026 blijkt dat de waarde van de woning in Frankrijk per die datum € 190.000 bedraagt. Dit is inclusief de percelen grond ([perceel 1] en [perceel 2]) (hierna: de percelen) die [eiseres] in eigendom heeft.



5.3.

[gedaagde sub 1] en [onderbewindgestelde] stemmen in met de waarde die volgt uit het taxatierapport en ook [eiseres] heeft te kennen gegeven dat zij daarmee instemt en bereid en in staat is de woning in Frankrijk tegen de getaxeerde waarde over te nemen. De rechtbank zal het taxatierapport daarom tot uitgangspunt nemen bij de waardering van de woning in Frankrijk.



5.4.
Omdat [eiseres] € 7.620 heeft betaald voor de aankoop van de percelen en de percelen – zoals de rechtbank in randnummer 5.13 van het eerste tussenvonnis en randnummer 6.1 van het tweede tussenvonnis reeds heeft geoordeeld – niet tot de nalatenschap behoren, zal de rechtbank dit aankoopbedrag op de getaxeerde waarde van € 190.000 in mindering brengen. Op deze wijze houdt de rechtbank rekening met het waardeverhogende effect van deze percelen op de waarde van de woning in Frankrijk exclusief deze percelen. Dit betekent dat de woning in Frankrijk aan [eiseres] zal worden toegedeeld tegen een waarde van € 182.380 en dat [onderbewindgestelde] en [gedaagde sub 1] uit dien hoofde ieder een vordering uit hoofde van overbedeling op [eiseres] krijgen van € 60.793,33.



De wijze van verdeling





5.5.
De toedeling aan [eiseres] zal plaatsvinden onder de opschortende voorwaarde dat zij binnen vier maanden na heden door middel van een definitieve hypotheekofferte aan [gedaagde sub 1] en de bewindvoerder aantoont dat zij in staat is de volledige eigendom van de woning te verkrijgen tegen betaling van tegen betaling van € 60.793,33 aan zowel [gedaagde sub 1] als [onderbewindgestelde].



5.6.
Als het [eiseres] niet lukt om de benodigde financiering te verkrijgen, dan zal de woning in Frankrijk aan [gedaagde sub 1] worden toegedeeld onder dezelfde voorwaarden. De rechtbank geeft [gedaagde sub 1] en [eiseres] in dat geval in overweging afspraken te maken over het gebruik van de aan [eiseres] toebehorende percelen. Als het ook [gedaagde sub 1] niet lukt om de benodigde financiering te verkrijgen, dan moet de woning in Frankrijk worden verkocht aan een derde, een ander op de wijze zoals hierna in het dictum is uitgewerkt.



Ad b: het vakantiehuis





Verkoop aan een derde





5.7.
De bewindvoerder heeft zijn vordering tot toedeling van het vakantiehuis aan [onderbewindgestelde] ingetrokken. Daarmee ligt de vordering van [eiseres] tot verkoop van het vakantiehuis aan een derde voor toewijzing gereed, waarbij de verkoop zal plaatsvinden op de wijze zoals hierna in het dictum is uitgewerkt.



5.8.
Zowel [gedaagde sub 1] en [onderbewindgestelde] als [eiseres] hebben (onder meer) [makelaarskantoor] te Noordwijkerhout voorgesteld als verkoopmakelaar. De rechtbank zal dan ook beslissen dat partijen deze makelaar een gezamenlijke opdracht tot verkoop van het vakantiehuis zullen verstrekken.



5.9.
Nu alle partijen belang hebben bij een spoedige verkoop van het vakantiehuis, ziet de rechtbank geen aanleiding om één van partijen – al dan niet op straffe van verbeurte van een dwangsom – te veroordelen tot medewerking aan al hetgeen noodzakelijk is om de verkoop en levering van de woning te bewerkstelligen. De vorderingen van partijen op dit punt zullen dan ook worden afgewezen. De rechtbank gaat ervan dat uit dat partijen – in het belang van een spoedige afwikkeling van de nalatenschap – hun medewerking zullen verlenen aan alle feitelijke handelingen en rechtshandelingen die nodig zijn om de verkoop van het vakantiehuis te bewerkstelligen.



Gebruiksvergoeding – de rechtbank komt niet terug van haar bindende eindbeslissing





5.10.
De rechtbank heeft in het tweede tussenvonnis reeds uitdrukkelijk beslist dat [onderbewindgestelde] een vergoeding voor het gebruik van het vakantiehuis aan [eiseres] verschuldigd is van € 5.000. De rechtbank heeft hiermee een bindende eindbeslissing gegeven. Voor dergelijke beslissingen geldt de hoofdregel dat daarvan in dezelfde instantie niet meer kan worden teruggekomen. Dit kan anders zijn indien de beslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. In dat geval brengen de eisen van een goede procesorde mee dat de rechter bevoegd is om, nadat partijen de gelegenheid hebben gekregen zich hierover uit te laten, over te gaan tot heroverweging van die eindbeslissing om te voorkomen dat hij op een ondeugdelijke grondslag een einduitspraak zou doen. Daarbij geldt dat de rechter bevoegd is om aan een verzoek om terug te komen van een eindbeslissing voorbij te gaan, als dat verzoek is gestoeld op feiten en stellingen die al eerder in de procedure ter kennis van de rechter en de wederpartij zijn gebracht of, gelet op het partijdebat, hadden moeten zijn gebracht.



5.11.

[eiseres] heeft de rechtbank gevraagd terug te komen van de eindbeslissing met betrekking tot de door [onderbewindgestelde] te betalen vergoeding voor het gebruik van het vakantiehuis. Zij voert hiertoe aan dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat zij pas bij dagvaarding aanspraak heeft gemaakt op een door [onderbewindgestelde] te betalen gebruiksvergoeding. Zij wijst in dat verband op diverse producties (producties 22, 27 en 40 ) waaruit zou volgen dat zij veel eerder – in 2018 en in 2020 – aanspraak heeft gemaakt op een gebruiksvergoeding. Verder betwist [eiseres] dat [onderbewindgestelde] vóór 2024 reeds kampte met fysieke en mentale problemen.



5.12.
De rechtbank ziet in de stellingen van [eiseres] onvoldoende aanleiding om terug te komen van haar eerder gegeven eindbeslissing. Het is op zichzelf juist dat [eiseres] in de brieven van haar voormalige advocaten van 5 juni 2018 (productie 20) en 29 september 2020 (productie 40) heeft benoemd dat [onderbewindgestelde] voor de duur van de bewoning van het vakantiehuis een gebruiksvergoeding verschuldigd is, maar in deze brieven wordt niet gespecificeerd op welke bedragen [eiseres] aanspraak maakt. Bovendien is in de eerste brief uit 2018 niet aangegeven waarop [eiseres] de gebruiksvergoeding wenst te baseren terwijl in de tweede brief uit 2020 de gebruiksvergoeding wordt gerelateerd aan de verhuurbaarheid (terwijl het vakantiehuis niet werd verhuurd) en de verschuldigde parkkosten, erfpacht en vaste lasten (dit betreffen eigenaarslasten). Hiermee heeft [eiseres] haar aanspraak op een gebruiksvergoeding vóór 2024 onvoldoende gespecificeerd en ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om terug te komen van haar eerdere beslissing. Bij deze stand van zaken is het niet nodig dat de bewindvoerder en [gedaagde sub 1] zich nog uitlaten over het verzoek van [eiseres] om terug te komen op de bindende eindbeslissing.



Ad c: de ervenrekening





5.13.
De ervenrekening zal worden afgewikkeld op de wijze zoals weergegeven in randnummer 5.39 van het tweede tussenvonnis.



De proceskosten





5.14.
Gelet op het feit dat partijen familie van elkaar zijn, zal de rechtbank de proceskosten van partijen compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.






6De beslissing


De rechtbank:




in conventie en in reconventie




6.1.
bepaalt dat de woning in Frankrijk als volgt wordt verdeeld:



primair: toedeling aan [eiseres]



 de woning in Frankrijk wordt aan [eiseres] toegedeeld op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:

a. [eiseres] neemt de woning in Frankrijk over tegen een waarde van € 182.380, onder de opschortende voorwaarde dat zij binnen vier maanden na heden door middel van een definitieve hypotheekofferte of een verklaring van voldoende eigen middelen aan [gedaagde sub 1] en de bewindvoerder aantoont dat zij financieel in staat is de volledige eigendom van de woning in Frankrijk te verkrijgen tegen betaling van een bedrag van € 60.793,33 aan zowel [gedaagde sub 1] als [onderbewindgestelde];

indien aan de voorwaarde onder a. wordt voldaan, zullen [gedaagde sub 1] en (de bewindvoerder van) [onderbewindgestelde] hun aandeel in de woning in Frankrijk zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen een maand na het moment waarop [eiseres] met stukken aantoont dat zij de benodigde financiering kan verkrijgen (hierna: de financieringsstukken [eiseres]), leveren aan [eiseres];

de notariële overdracht zal binnen een maand na verstrekking van de financieringsstukken [eiseres] plaatsvinden bij een door [eiseres] aan te wijzen notaris;

alle kosten van en in verband met de (notariële) overdracht in Frankrijk, waaronder het “droit de partage” worden door [eiseres] gedragen;

(de bewindvoerder van) [onderbewindgestelde] en [gedaagde sub 1] verlenen op eerste verzoek van [eiseres] hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;


[gedaagde sub 1] en (de bewindvoerder van) [onderbewindgestelde] verkrijgen ieder een vordering uit hoofde van overbedeling op [eiseres] van € 60.793,33. Dit bedrag moet [eiseres] ten tijde van notariële overdracht aan hen voldoen;



subsidiair: toedeling aan [gedaagde sub 1]



 indien niet (tijdig) aan de voorwaarde onder a. wordt voldaan of bij het onbenut laten verstrijken van de onder c. genoemde termijn, wordt de woning in Frankrijk aan [gedaagde sub 1] toegedeeld op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:


[gedaagde sub 1] neemt de woning in Frankrijk over tegen een waarde van € 182.380, onder de opschortende voorwaarde dat hij binnen vier maanden nadat blijkt dat [eiseres] de benodigde financiering niet kan verkrijgen of bij het onbenut laten verstrijken van de onder c. genoemde termijn, door middel van een definitieve hypotheekofferte of een verklaring van voldoende eigen middelen aan [eiseres] en de bewindvoerder aantoont dat hij financieel in staat is de volledige eigendom van de woning in Frankrijk te verkrijgen tegen betaling van een bedrag van € 60.793,33 aan zowel [eiseres] als [onderbewindgestelde];

indien aan de voorwaarde onder g. wordt voldaan, zullen [eiseres] en (de bewindvoerder van) [onderbewindgestelde] hun aandeel in de woning in Frankrijk zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen een maand na het moment waarop [gedaagde sub 1] met stukken aantoont dat hij de benodigde financiering kan verkrijgen (hierna: de financieringsstukken [gedaagde sub 1]), leveren aan [gedaagde sub 1];

i. de (notariële) overdracht zal binnen een maand na verstrekking van de financieringsstukken [gedaagde sub 1] plaatsvinden bij een door [gedaagde sub 1] aan te wijzen notaris;

alle kosten van en in verband met de (notariële) overdracht in Frankrijk, waaronder het “droit de partage” worden door [gedaagde sub 1] gedragen;

(de bewindvoerder van) [onderbewindgestelde] en [eiseres] verlenen op eerste verzoek van [gedaagde sub 1] hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;


[eiseres] en (de bewindvoerder van) [onderbewindgestelde] verkrijgen ieder een vordering uit hoofde van overbedeling op [gedaagde sub 1] van € 60.793,33. Dit bedrag moet [gedaagde sub 1] ten tijde van de notariële overdracht aan hen voldoen;



meer subsidiair: verkoop aan een derde



 indien niet (tijdig) aan de voorwaarde onder g. wordt voldaan of na het onbenut laten verstrijken van de onder i. genoemde termijn, zal de woning in Frankrijk worden verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:

partijen verstrekken binnen twee weken nadat blijkt dat ook [gedaagde sub 1] de woning niet kan overnemen of na het onbenut laten verstrijken van de onder i. genoemde termijn, een gezamenlijke opdracht tot verkoop van de woning in Frankrijk aan [adres] te [plaats 2] (Frankrijk);

de makelaar zal de vraagprijs van de woning in Frankrijk – wanneer partijen het daarover niet eens worden – bindend vaststellen op basis van het taxatierapport van 25 juni 2026;

partijen moeten de verkoopadviezen van de makelaar op eerste verzoek van de makelaar opvolgen en alle medewerking verlenen aan al hetgeen nodig is voor een gunstig verkoopproces, waaronder het bieden van gelegenheid voor het maken van foto’s en bezichtigingen door de makelaar met potentiële kopers, waarbij de woning in Frankrijk in zoveel mogelijk presentabele staat moet verkeren;

partijen stemmen zo snel als mogelijk in met een op de woning in Frankrijk uitgebracht bod dat maximaal 10% onder de vraagprijs ligt. Zij ondertekenen binnen vijf dagen na het verzoek hiertoe van het makelaarskantoor de koopovereenkomst waarin dit wordt vastgelegd;

partijen moeten meewerken aan de levering van de woning in Frankrijk op de dag bepaald in de koopovereenkomst of een in afwijking daarvan nader met de koper overeen te komen dag;

bij verkoop van de woning in Frankrijk moeten alle kosten verband houdend met de verkoop en levering (waaronder de bemiddelingsvergoeding van de makelaar) en eventuele andere lasten die op dat moment nog op de woning in Frankrijk rusten uit de verkoopopbrengst worden voldaan. Partijen zijn vervolgens ieder gerechtigd tot een derde deel van de resterende opbrengst;



6.2.
bepaalt dat het vakantiehuis als volgt wordt verdeeld:

 het vakantiehuis wordt verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:

a. partijen verstrekken binnen twee weken na heden aan [makelaarskantoor] te [plaats 1] een gezamenlijke opdracht tot verkoop van het vakantiehuis aan een derde;

de makelaar zal de vraagprijs van het vakantiehuis – wanneer partijen het daarover niet eens worden – bindend vaststellen op basis van het taxatierapport van 14 april 2026;

partijen moeten de verkoopadviezen van de makelaar op eerste verzoek van de makelaar opvolgen en alle medewerking verlenen aan al hetgeen nodig is voor een gunstig verkoopproces, waaronder het bieden van gelegenheid voor het maken van foto’s en bezichtigingen door de makelaar met potentiële kopers, waarbij het vakantiehuis in zoveel mogelijk presentabele staat moet verkeren;

partijen stemmen zo snel als mogelijk in met een op het vakantiehuis uitgebracht bod dat maximaal 10% onder de vraagprijs ligt. Zij ondertekenen binnen vijf dagen na het verzoek hiertoe van het makelaarskantoor de koopovereenkomst waarin dit wordt vastgelegd;

partijen moeten meewerken aan de levering van het vakantiehuis op de dag bepaald in de koopovereenkomst of een in afwijking daarvan nader met de koper overeen te komen dag;

bij verkoop van het vakantiehuis moeten alle kosten verband houdend met de verkoop en levering (waaronder de bemiddelingsvergoeding van de makelaar) en eventuele andere lasten die op dat moment nog op het vakantiehuis rusten uit de verkoopopbrengst te worden voldaan. Partijen zijn vervolgens ieder gerechtigd tot een derde deel van de resterende opbrengst;



6.3.
bepaalt dat de ervenrekening als volgt moet worden afgewikkeld:

a. de door [gedaagde sub 1] opgestelde overzichten worden tot uitgangspunt genomen;

zolang de verdeling van de beide woningen nog niet is afgewikkeld, blijven partijen bijstorten op de ervenrekening, waarbij voor de berekening van het door de erfgenamen bij te storten bedrag als uitgangspunt geldt dat de eigenaarslasten en overige kosten gelijkelijk over de drie erfgenamen worden verdeeld en dat de gebruikerslasten worden doorberekend aan de daadwerkelijke gebruiker;

zodra de notariële overdracht van de beide woningen heeft plaatsgevonden, kan op basis van deze uitgangspunten een eindafrekening worden opgesteld en kan de ervenrekening worden opgeheven;



6.4.
veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van een vergoeding voor het gebruik van het vakantiehuis van € 5.000 aan [eiseres] en bepaalt dat de bewindvoerder deze vergoeding aan [eiseres] moet voldoen ter gelegenheid van de notariële overdracht van het vakantiehuis;



6.5.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;



6.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; en



6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. R.C. Hartendorp en in het openbaar uitgesproken op
2 september 2026.



1366




HR 26 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN8521, r.o. 3.5, en HR 16 december 2022, ECLI:NL:HR: 2022:1873, r.o. 3.3.