Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:25787

2026-08-07 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/710615 / JE RK 26-1418
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-07
Publicatiedatum
2026-09-07
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/710615 / JE RK 26-1418
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Spoed voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.859 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Familie- en Jeugdrecht



Zaaknummer: C/09/710615 / JE RK 26-1418
Datum uitspraak: 7 augustus 2026




Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing




in de zaak van




de Raad voor de Kinderbescherming,
'sGravenhage,
hierna te noemen de Raad,



over




de baby [de pasgeboren baby], geboren op [geboortedatum] 2026 in [geboorteplaats],
hierna te noemen de pasgeboren baby.



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.




Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, hierna te noemen de gecertificeerde instelling.





1Het verloop van de procedure


1.1.
Op [datum] 2026 heeft mr. R. van Zeijst-Repelaer van Driel, kinderrechter in deze rechtbank, mondeling en buiten kantooruren beslist dat:
- de pasgeboren baby voorlopig onder toezicht wordt gesteld van [datum] 2026 tot 7 augustus 2026 om 17:00 uur;
- de pasgeboren baby dag en nacht uit huis wordt geplaatst in het ziekenhuis en aansluitend in een voorziening voor pleegzorg van [datum] 2026 tot 7 augustus 2026 om 17:00 uur en deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad is;- de behandeling van het verzoek voor het overige wordt aangehouden tot het verzoek, met nadere onderbouwing, schriftelijk bij de rechtbank is ingediend.



1.2.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het mondelinge verzoek van de Raad op [datum] 2026;
- de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 7 augustus 2026.





2De feiten


2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over de pasgeboren baby.



2.2.
De pasgeboren baby verblijft in een pleeggezin.





3Het verzoek


3.1.
De Raad verzoekt de pasgeboren baby voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van de pasgeboren baby in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.





4De beoordeling


4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van de pasgeboren baby acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen. Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat de pasgeboren baby uit huis wordt geplaatst.



4.2.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de pasgeboren baby. Vanuit de huisarts, het [ziekenhuis] en Veilig Thuis zijn er grote zorgen over de psychische problematiek van de moeder en de veiligheid en ontwikkeling van de pasgeboren baby. De moeder is bekend met schizofrenie en maakt een verwarde indruk. De moeder is gestopt met haar medicatie die ze voorgeschreven heeft gekregen. Er zijn zorgen bij het medisch personeel over het vermogen van de moeder om zelfstandig de basiszorg te kunnen bieden aan de pasgeboren baby. De moeder vertoont een beperkt inzicht in de behoeften van de pasgeboren baby en lijkt moeite te hebben met het begrijpen en toepassen van praktische informatie. Zo heeft de moeder de pasgeboren baby zonder toezicht op de commode laten liggen en make-up bij de pasgeboren baby aangebracht. De moeder heeft verder geen steunend sociaal netwerk en staat niet open voor de noodzakelijke hulpverlening, waardoor er geen toezicht is in de thuissituatie. Hierdoor kan de veiligheid van de pasgeboren baby onvoldoende worden gewaarborgd. Daarom stelt de kinderrechter de pasgeboren baby voorlopig onder toezicht voor de duur van twee weken. Ook machtigt de kinderrechter de gecertificeerde instelling om de pasgeboren baby uit huis te plaatsen voor de duur van twee weken.



4.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.



4.4.
De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.





5De beslissing


De kinderrechter:



5.1.
bevestigt de buiten kantooruren gedane mondelinge uitspraak, inhoudende dat de pasgeboren baby voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden wordt gesteld met ingang van [datum] 2026 tot 7 augustus 2026 om 17:00 uur;


5.2.
bevestigt de buiten kantooruren gedane mondelinge uitspraak, inhoudende dat de pasgeboren baby dag en nacht uit huis wordt geplaatst in het ziekenhuis en aansluitend in een voorziening voor pleegzorg van [datum] 2026 tot 7 augustus 2026 tot 17:00 uur;


5.3.
stelt de pasgeboren baby voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 7 augustus 2026 tot 20 augustus 2026;



5.4.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van de pasgeboren baby in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 7 augustus 2026 tot 20 augustus 2026;


5.5.
verklaart de beslissing onder 5.4 uitvoerbaar bij voorraad;



5.6.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van mr. J.C. van den Dries op 18 augustus 2026 om 12:00 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Den Haag, locatie Den Haag, aan Prins Clauslaan 60 in Den Haag;


5.7.
gelast de griffier voor die zitting op te roepen:
- de Raad voor de Kinderbescherming;
- de moeder;
- een advocaat voor de moeder;
- Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden.









Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier.








Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.




Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.





Artikel 1:257 BW.


Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).


Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).