Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:25776
2026-08-07
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/09/705510 / FA RK 26-5021
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Gezagsuitoefening en benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (13.156 tekens)
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-5021
Zaaknummer: C/09/705510
Datum beschikking: 7 augustus 2026
Gezagsuitoefening en benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW
Beschikking op het op 19 mei 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.S. van Haeften te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het F9-formulier van 21 mei 2026, ingediend namens de moeder, met bijlage;
het emailbericht van de vader, ontvangen op 17 juli 2026;
De minderjarige [minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 21 juli 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de moeder en haar advocaat;
de vader;
[naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
Partijen zijn ouders van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige] ).
De vader heeft [minderjarige] erkend.
Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de [minderjarige] uit, ingevolge een aantekening in het gezagsregister van 6 november 2022.
Bij beschikking van 5 augustus 2024 van deze rechtbank – met wijziging in zoverre van de onderling getroffen regeling – onder meer een zorgregeling met vakantieregeling bepaald.
Verzoek en verweer
De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht te bepalen dat:
Aan de vrouw vervangende toestemming wordt verleend teneinde [minderjarige] psychologische en/of kindertherapeutische begeleiding/ondersteuning te kunnen laten volgen bij praktijk [zorgpraktijk] en te bepalen dat deze toestemming in plaats treedt van de toestemming van de man. Mocht de behandelaar na aanmelding onverhoopt moeten vaststellen dat een andere vorm van behandeling/therapie bij een andere organisatie passender is en een gerichte doorverwijzing daartoe doen dan verzoekt de vrouw uw rechtbank voor dat geval aan haar eveneens vervangende toestemming te verlenen om behandeling in te zetten bij een behandelaar welke door [zorgpraktijk] wordt geadviseerd.
Aan de vrouw vervangende toestemming wordt verleend teneinde [minderjarige] logopedie te kunnen laten volgen bij [logopediepraktijk] en te bepalen dat deze toestemming in plaats treedt van de toestemming van de man.
De man wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure.
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft ter zitting mondeling verweer gevoerd.
Beoordeling
Juridisch kader
Op grond van artikel 1:253a eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt. Gelet op het vijfde lid van voornoemd artikel beproeft de rechtbank eerst een vergelijk tussen de ouders, voordat zij een beslissing in het belang van de kinderen neemt.
Logopedie
De rechtbank overweegt, gelet op het verhandelde ter zitting, dat de vader niet afwijzend staat tegenover logopedie. Wel heeft hij aangegeven dat de tandarts oro-myofunctionele therapie (OMFT) noodzakelijk vindt. De moeder is daarmee akkoord indien de logopedist de noodzaak voor OMFT ook ondersteunt.
De rechtbank constateert dat partijen geen bezwaar hebben tegen de logopedie, noch tegen OMFT. De rechtbank ziet dat de vader wel tegen de keuze is voor [logopediepraktijk], maar gelet op de dynamiek van partijen ter zitting en het uitvoerige dossier gaat de rechtbank ervan uit dat het partijen sowieso niet lukt om daar gezamenlijk uit te komen. Zij zal daarom een beslissing nemen. Nu de vader geen behandelaar dan wel praktijk heeft voorgesteld en verder tijdsverloop zoals gezegd toch niet tot een gezamenlijk standpunt zal leiden, zal de rechtbank het voorstel van de moeder volgen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen en vervangende toestemming verlenen teneinde [minderjarige] logopedie te kunnen laten volgen bij [logopediepraktijk], waarbij tevens het advies van de tandarts met betrekking tot OMFT aan deze logopedist wordt toegezonden.
Psychologische en/of kindertherapeutische begeleiding/ondersteuning
De moeder heeft het verzoek toegelicht en benoemd dat op school wordt gezien dat de resultaten van [minderjarige] verminderen. De moeder wijst er daarbij op dat Veilig Thuis is betrokken vanwege onder meer de zorgelijke situatie tussen de ouders. Veilig Thuis heeft geadviseerd om [minderjarige] door te verwijzen naar psychologische en/of kindertherapeutische begeleiding/ondersteuning van Jeugdformaat of [zorgpraktijk] . De moeder benoemt dat er nog geen maatwerkvoorstel heeft kunnen plaatsvinden waardoor het onbekend is of een andere vorm van hulpverlening meer passend is. De moeder verzoekt daarom om ook vervangende toestemming te verlenen voor het geval doorverwijzing nodig is.
De vader vindt hulpverlening niet nodig. [minderjarige] doet het goed op school, is lid van twee sportverenigingen en heeft veel vriendinnen. Ook meent hij dat de hulpverleners van [zorgpraktijk] onvoldoende gekwalificeerd zijn.
De rechtbank heeft ter zitting besproken dat het zonder meer voorstelbaar is dat voor [minderjarige] enige hulpverlening in een moeilijke situatie na de scheiding van haar ouders helpend zou kunnen zijn. Echter, de strijd van de ouders zet zich ook op dit thema voort. De moeder zet zich nadrukkelijk en onder verwijzing van een advies Veilig Thuis in voor psychologische hulp; de vader verzet zich daartegen, even nadrukkelijk en onder verwijzing naar inmiddels verbeterde schoolresultaten. [minderjarige] , een meisje van nog maar negen jaar oud, wordt aldus geconfronteerd met twee ouders die lijnrecht tegenover elkaar staan, en wat er ook gebeurt, wel of geen hulp, wat zij ook doet, het is nooit goed. De rechtbank maakt zich hier grote zorgen over.
De rechtbank acht onder deze omstandigheden, waarbij het draagvlak en draagkracht van [minderjarige] door de strijd ondergesneeuwd raken, een zorgvuldige beslissing niet mogelijk.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder voor vervangende toestemming dan ook aanhouden, mede gelet op het navolgende.
Bijzondere curator
Juridisch kader
Ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank, een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De rechtbank kan dit doen als -in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige- de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouders of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De rechtbank moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht en daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
De rechtbank overweegt dat uit de stukken en op de zitting gebleken is dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:250 BW. Het is onduidelijk of [minderjarige] behoefte heeft aan hulpverlening, althans de mogelijkheid om over de gebeurtenissen uit het verleden te praten, en zo ja, of dit haar gegeven de strijd van haar ouders ook zou helpen of haar alleen maar verder zou belasten. De rechtbank zal daarom een bijzondere curator benoemen. Een bijzondere curator kan met [minderjarige] praten en bespreken waar zij behoefte aan heeft. Zoals besproken ter zitting, kan het ook zijn dat [minderjarige] voldoende heeft aan enkele gesprekken met de bijzondere curator zodat een verder hulpverleningstraject niet noodzakelijk is.
Het is in ieder geval van belang dat er zicht komt op haar ontwikkeling en behoeften.
De rechtbank heeft na de zitting contact opgenomen met mevrouw drs. A. van Teijlingen, kantoorhoudende te [plaats]. Zij is bereid gevonden om vanaf september 2026 als bijzondere curator voor [minderjarige] op te treden. Zij acht een periode van vijf à zes maanden haalbaar. De bijzondere curator zal [minderjarige] vertegenwoordigen en haar belangen behartigen. Concreet verzoekt de rechtbank de bijzondere curator om – voor zover mogelijk – te onderzoeken:
Hoe ervaart [minderjarige] haar sociaal-emotionele welbevinden? Wat is nodig volgens [minderjarige] ?
In hoeverre heeft [minderjarige] last van de strijd van haar ouders en hoe gaat zij met deze strijd om?
Is [minderjarige] zelfstandig in staat om in deze strijd tussen haar ouders te laveren, of heeft zij daarbij (professionele) hulp nodig?
Indien hulpverlening meerwaarde kan hebben, wat voor soort hulpverlening zou dan voor [minderjarige] passend zijn?
De rechtbank verzoekt de bijzondere curator binnen het kader van deze opdracht al datgene te doen wat in het belang van de minderjarige kan worden geacht. De rechtbank merkt hierbij evenwel op dat de strijd tussen ouders extreem is; grove diskwalificaties worden niet geschuwd. Gelet op het geschil tussen de ouders ligt het voor de hand om met de school van [minderjarige] contact op te nemen om te bezien of haar resultaten al dan niet achterblijven mogelijk als gevolg van de strijd van haar ouders. Echter, mede omdat kennelijk de moeder van [minderjarige] daar werkzaam is, is dit voor de vader een volstrekt onbespreekbare optie. Richting Veilig Thuis heeft de vader een klachtprocedure gevoerd. Met andere woorden, het benaderen van derden is een precaire aangelegenheid.
De rechtbank verzoekt de ouders hun telefoonnummer en e-mailadres zo spoedig mogelijk naar de bijzondere curator te sturen (naar het in het dictum opgenomen e-mailadres), zodat de bijzondere curator hen kan uitnodigen voor een eerste gesprek.
Van haar bevindingen dient de bijzondere curator uiterlijk op 15 februari 2027, of zoveel eerder als mogelijk, schriftelijk verslag te doen aan de rechtbank en aan de ouders, waarop de ouders binnen twee weken kunnen reageren.
In afwachting van het onderzoek door en het verslag van de bijzondere curator, zal de rechtbank de zaak pro forma aanhouden tot 15 februari 2027. De behandeling ter zitting zal (indien nodig) op een nader te bepalen datum en tijdstip worden voortgezet in aanwezigheid van de bijzondere curator.
Beslissing
De rechtbank:
*
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – ten behoeve van de behandeling van logopedie voor de [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats], bij logopediepraktijk [logopediepraktijk];
*
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats]: mw. drs. A. van Teijlingen, kantoorhoudende te [plaats] aan de [adres], telefoonnummer: [telefoonnummer], e-mailadres: [e-mailadres];
*
verzoekt de advocaten van de vader en de moeder het telefoonnummer en het e-mailadres van de ouders zo spoedig mogelijk naar de bijzondere curator te sturen;
*
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de bijzondere curator zal toesturen;
*
bepaalt dat de bijzondere curator vóór 15 februari 2027 schriftelijk verslag dient te doen aan de rechtbank en aan partijen, en daarbij dient te laten weten of haar taak is volbracht of dat zij langer de tijd nodig heeft;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 augustus 2026.
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-5021
Zaaknummer: C/09/705510
Datum beschikking: 7 augustus 2026
Gezagsuitoefening en benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW
Beschikking op het op 19 mei 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.S. van Haeften te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het F9-formulier van 21 mei 2026, ingediend namens de moeder, met bijlage;
het emailbericht van de vader, ontvangen op 17 juli 2026;
De minderjarige [minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 21 juli 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de moeder en haar advocaat;
de vader;
[naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
Partijen zijn ouders van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige] ).
De vader heeft [minderjarige] erkend.
Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de [minderjarige] uit, ingevolge een aantekening in het gezagsregister van 6 november 2022.
Bij beschikking van 5 augustus 2024 van deze rechtbank – met wijziging in zoverre van de onderling getroffen regeling – onder meer een zorgregeling met vakantieregeling bepaald.
Verzoek en verweer
De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht te bepalen dat:
Aan de vrouw vervangende toestemming wordt verleend teneinde [minderjarige] psychologische en/of kindertherapeutische begeleiding/ondersteuning te kunnen laten volgen bij praktijk [zorgpraktijk] en te bepalen dat deze toestemming in plaats treedt van de toestemming van de man. Mocht de behandelaar na aanmelding onverhoopt moeten vaststellen dat een andere vorm van behandeling/therapie bij een andere organisatie passender is en een gerichte doorverwijzing daartoe doen dan verzoekt de vrouw uw rechtbank voor dat geval aan haar eveneens vervangende toestemming te verlenen om behandeling in te zetten bij een behandelaar welke door [zorgpraktijk] wordt geadviseerd.
Aan de vrouw vervangende toestemming wordt verleend teneinde [minderjarige] logopedie te kunnen laten volgen bij [logopediepraktijk] en te bepalen dat deze toestemming in plaats treedt van de toestemming van de man.
De man wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure.
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft ter zitting mondeling verweer gevoerd.
Beoordeling
Juridisch kader
Op grond van artikel 1:253a eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt. Gelet op het vijfde lid van voornoemd artikel beproeft de rechtbank eerst een vergelijk tussen de ouders, voordat zij een beslissing in het belang van de kinderen neemt.
Logopedie
De rechtbank overweegt, gelet op het verhandelde ter zitting, dat de vader niet afwijzend staat tegenover logopedie. Wel heeft hij aangegeven dat de tandarts oro-myofunctionele therapie (OMFT) noodzakelijk vindt. De moeder is daarmee akkoord indien de logopedist de noodzaak voor OMFT ook ondersteunt.
De rechtbank constateert dat partijen geen bezwaar hebben tegen de logopedie, noch tegen OMFT. De rechtbank ziet dat de vader wel tegen de keuze is voor [logopediepraktijk], maar gelet op de dynamiek van partijen ter zitting en het uitvoerige dossier gaat de rechtbank ervan uit dat het partijen sowieso niet lukt om daar gezamenlijk uit te komen. Zij zal daarom een beslissing nemen. Nu de vader geen behandelaar dan wel praktijk heeft voorgesteld en verder tijdsverloop zoals gezegd toch niet tot een gezamenlijk standpunt zal leiden, zal de rechtbank het voorstel van de moeder volgen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen en vervangende toestemming verlenen teneinde [minderjarige] logopedie te kunnen laten volgen bij [logopediepraktijk], waarbij tevens het advies van de tandarts met betrekking tot OMFT aan deze logopedist wordt toegezonden.
Psychologische en/of kindertherapeutische begeleiding/ondersteuning
De moeder heeft het verzoek toegelicht en benoemd dat op school wordt gezien dat de resultaten van [minderjarige] verminderen. De moeder wijst er daarbij op dat Veilig Thuis is betrokken vanwege onder meer de zorgelijke situatie tussen de ouders. Veilig Thuis heeft geadviseerd om [minderjarige] door te verwijzen naar psychologische en/of kindertherapeutische begeleiding/ondersteuning van Jeugdformaat of [zorgpraktijk] . De moeder benoemt dat er nog geen maatwerkvoorstel heeft kunnen plaatsvinden waardoor het onbekend is of een andere vorm van hulpverlening meer passend is. De moeder verzoekt daarom om ook vervangende toestemming te verlenen voor het geval doorverwijzing nodig is.
De vader vindt hulpverlening niet nodig. [minderjarige] doet het goed op school, is lid van twee sportverenigingen en heeft veel vriendinnen. Ook meent hij dat de hulpverleners van [zorgpraktijk] onvoldoende gekwalificeerd zijn.
De rechtbank heeft ter zitting besproken dat het zonder meer voorstelbaar is dat voor [minderjarige] enige hulpverlening in een moeilijke situatie na de scheiding van haar ouders helpend zou kunnen zijn. Echter, de strijd van de ouders zet zich ook op dit thema voort. De moeder zet zich nadrukkelijk en onder verwijzing van een advies Veilig Thuis in voor psychologische hulp; de vader verzet zich daartegen, even nadrukkelijk en onder verwijzing naar inmiddels verbeterde schoolresultaten. [minderjarige] , een meisje van nog maar negen jaar oud, wordt aldus geconfronteerd met twee ouders die lijnrecht tegenover elkaar staan, en wat er ook gebeurt, wel of geen hulp, wat zij ook doet, het is nooit goed. De rechtbank maakt zich hier grote zorgen over.
De rechtbank acht onder deze omstandigheden, waarbij het draagvlak en draagkracht van [minderjarige] door de strijd ondergesneeuwd raken, een zorgvuldige beslissing niet mogelijk.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder voor vervangende toestemming dan ook aanhouden, mede gelet op het navolgende.
Bijzondere curator
Juridisch kader
Ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank, een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De rechtbank kan dit doen als -in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige- de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouders of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De rechtbank moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht en daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
De rechtbank overweegt dat uit de stukken en op de zitting gebleken is dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:250 BW. Het is onduidelijk of [minderjarige] behoefte heeft aan hulpverlening, althans de mogelijkheid om over de gebeurtenissen uit het verleden te praten, en zo ja, of dit haar gegeven de strijd van haar ouders ook zou helpen of haar alleen maar verder zou belasten. De rechtbank zal daarom een bijzondere curator benoemen. Een bijzondere curator kan met [minderjarige] praten en bespreken waar zij behoefte aan heeft. Zoals besproken ter zitting, kan het ook zijn dat [minderjarige] voldoende heeft aan enkele gesprekken met de bijzondere curator zodat een verder hulpverleningstraject niet noodzakelijk is.
Het is in ieder geval van belang dat er zicht komt op haar ontwikkeling en behoeften.
De rechtbank heeft na de zitting contact opgenomen met mevrouw drs. A. van Teijlingen, kantoorhoudende te [plaats]. Zij is bereid gevonden om vanaf september 2026 als bijzondere curator voor [minderjarige] op te treden. Zij acht een periode van vijf à zes maanden haalbaar. De bijzondere curator zal [minderjarige] vertegenwoordigen en haar belangen behartigen. Concreet verzoekt de rechtbank de bijzondere curator om – voor zover mogelijk – te onderzoeken:
Hoe ervaart [minderjarige] haar sociaal-emotionele welbevinden? Wat is nodig volgens [minderjarige] ?
In hoeverre heeft [minderjarige] last van de strijd van haar ouders en hoe gaat zij met deze strijd om?
Is [minderjarige] zelfstandig in staat om in deze strijd tussen haar ouders te laveren, of heeft zij daarbij (professionele) hulp nodig?
Indien hulpverlening meerwaarde kan hebben, wat voor soort hulpverlening zou dan voor [minderjarige] passend zijn?
De rechtbank verzoekt de bijzondere curator binnen het kader van deze opdracht al datgene te doen wat in het belang van de minderjarige kan worden geacht. De rechtbank merkt hierbij evenwel op dat de strijd tussen ouders extreem is; grove diskwalificaties worden niet geschuwd. Gelet op het geschil tussen de ouders ligt het voor de hand om met de school van [minderjarige] contact op te nemen om te bezien of haar resultaten al dan niet achterblijven mogelijk als gevolg van de strijd van haar ouders. Echter, mede omdat kennelijk de moeder van [minderjarige] daar werkzaam is, is dit voor de vader een volstrekt onbespreekbare optie. Richting Veilig Thuis heeft de vader een klachtprocedure gevoerd. Met andere woorden, het benaderen van derden is een precaire aangelegenheid.
De rechtbank verzoekt de ouders hun telefoonnummer en e-mailadres zo spoedig mogelijk naar de bijzondere curator te sturen (naar het in het dictum opgenomen e-mailadres), zodat de bijzondere curator hen kan uitnodigen voor een eerste gesprek.
Van haar bevindingen dient de bijzondere curator uiterlijk op 15 februari 2027, of zoveel eerder als mogelijk, schriftelijk verslag te doen aan de rechtbank en aan de ouders, waarop de ouders binnen twee weken kunnen reageren.
In afwachting van het onderzoek door en het verslag van de bijzondere curator, zal de rechtbank de zaak pro forma aanhouden tot 15 februari 2027. De behandeling ter zitting zal (indien nodig) op een nader te bepalen datum en tijdstip worden voortgezet in aanwezigheid van de bijzondere curator.
Beslissing
De rechtbank:
*
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – ten behoeve van de behandeling van logopedie voor de [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats], bij logopediepraktijk [logopediepraktijk];
*
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats]: mw. drs. A. van Teijlingen, kantoorhoudende te [plaats] aan de [adres], telefoonnummer: [telefoonnummer], e-mailadres: [e-mailadres];
*
verzoekt de advocaten van de vader en de moeder het telefoonnummer en het e-mailadres van de ouders zo spoedig mogelijk naar de bijzondere curator te sturen;
*
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de bijzondere curator zal toesturen;
*
bepaalt dat de bijzondere curator vóór 15 februari 2027 schriftelijk verslag dient te doen aan de rechtbank en aan partijen, en daarbij dient te laten weten of haar taak is volbracht of dat zij langer de tijd nodig heeft;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 augustus 2026.