Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:25729
2026-08-06
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/09/697689 / FA RK 26-356
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek vervangende toestemming erkenning ingetrokken
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.361 tekens)
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-356
Zaaknummer: C/09/697689
Datum beschikking: 06 augustus 2026
Vervangende toestemming erkenning
Beschikking op het op 6 januari 2026 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] ,
de minderjarige,
in rechte vertegenwoordigd door mr. J.C. Herweijer,
advocaat te Rijswijk,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
het verzoekschrift, met bijlagen;
het F9 formulier van 2 maart 2025, met bijlage, van de man;
het bericht van 8 april 2026 van de bijzondere curator;
het verslag van 4 mei 2026 van de bijzondere curator;
de F9 formulieren van 6 mei en 15 juni 2026 van de man;
het F5 formulier van 15 juni 2026 van de man;
het F9 formulier van 3 juli 2026, met bijlage, van de man.
Feiten
De man en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
De minderjarige is niet erkend.
De moeder heeft van rechtswege het eenhoofdig gezag over de minderjarige.
Bij beschikking van deze rechtbank van 11 maart 2026 is mr. J.C. Herweijer voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 BW te vertegenwoordigen.
Verzoek
Het verzoek strekt tot het verlenen van vervangende toestemming om de minderjarige te mogen erkennen.
Beoordeling
Vervangende toestemming erkenning
Bij F9 en F5 formulier van 15 juni 2026 heeft de man het verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning ingetrokken, nu de man en de moeder de erkenning gezamenlijk geregeld hebben. Bij F9 formulier van 3 juli 2026 heeft de man de geboorteakte met latere vermelding erkenning overgelegd, waaruit blijkt dat hij de minderjarige heeft erkend op 11 mei 2026.
Nu het verzoek is ingetrokken, valt er voor de rechtbank niets meer te beslissen.
Bijzondere curator
Uit het voorgaande volgt dat vertegenwoordiging van de minderjarige door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Beslissing
De rechtbank:
*
stelt vast dat het verzoek van de man tot vervangende toestemming voor erkenning van de minderjarige is ingetrokken, zodat de rechtbank daarop niet meer hoeft te beslissen;
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M. Meijer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 augustus 2026.
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-356
Zaaknummer: C/09/697689
Datum beschikking: 06 augustus 2026
Vervangende toestemming erkenning
Beschikking op het op 6 januari 2026 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] ,
de minderjarige,
in rechte vertegenwoordigd door mr. J.C. Herweijer,
advocaat te Rijswijk,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
het verzoekschrift, met bijlagen;
het F9 formulier van 2 maart 2025, met bijlage, van de man;
het bericht van 8 april 2026 van de bijzondere curator;
het verslag van 4 mei 2026 van de bijzondere curator;
de F9 formulieren van 6 mei en 15 juni 2026 van de man;
het F5 formulier van 15 juni 2026 van de man;
het F9 formulier van 3 juli 2026, met bijlage, van de man.
Feiten
De man en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
De minderjarige is niet erkend.
De moeder heeft van rechtswege het eenhoofdig gezag over de minderjarige.
Bij beschikking van deze rechtbank van 11 maart 2026 is mr. J.C. Herweijer voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 BW te vertegenwoordigen.
Verzoek
Het verzoek strekt tot het verlenen van vervangende toestemming om de minderjarige te mogen erkennen.
Beoordeling
Vervangende toestemming erkenning
Bij F9 en F5 formulier van 15 juni 2026 heeft de man het verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning ingetrokken, nu de man en de moeder de erkenning gezamenlijk geregeld hebben. Bij F9 formulier van 3 juli 2026 heeft de man de geboorteakte met latere vermelding erkenning overgelegd, waaruit blijkt dat hij de minderjarige heeft erkend op 11 mei 2026.
Nu het verzoek is ingetrokken, valt er voor de rechtbank niets meer te beslissen.
Bijzondere curator
Uit het voorgaande volgt dat vertegenwoordiging van de minderjarige door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Beslissing
De rechtbank:
*
stelt vast dat het verzoek van de man tot vervangende toestemming voor erkenning van de minderjarige is ingetrokken, zodat de rechtbank daarop niet meer hoeft te beslissen;
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M. Meijer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 augustus 2026.