Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:25603
2026-08-19
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL25.54548
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Niet in behandeling nemen asielaanvraag, omdat Spanje daarvoor verantwoordelijk is. Beroep gegrond. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat het BMA de ernstige verslechtering van de geestelijke gezondheid/ substantiële psychiatrische decompensatie van eiseres vanwege de scheiding met haar moeder en broer niet dan wel niet kenbaar heeft meegewogen. Het nakomen door verweerder van de reisvereisten die door het BMA zijn geadviseerd, neemt voor de rechtbank in dit geval dan ook niet de twijfel weg dat overdracht aan Spanje zal leiden tot aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen voor de psychische gesteldheid van eiseres.
Citeert (2)
- ECLI:EU:C:2017:127
- ECLI:NL:RVS:2025:3297 Raad van State 18-07-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (14.387 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.54548
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] ,
geboren op [geboortedag] 1999, van Iraanse nationaliteit, eiseres
(gemachtigde: mr. G. Tuenter),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. D.A.M. Frieser).
Procesverloop
Met het besluit van 6 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres van 30 juli 2025 niet in behandeling genomen, omdat Spanje daarvoor verantwoordelijk is.
Eiseres heeft op 7 november 2025 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat zij niet wordt overgedragen aan Spanje totdat op het beroep is beslist.
De rechtbank/voorzieningenrechter heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 16 december 2025 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Ook waren ter zitting aanwezig de moeder en de broer van eiseres en F. Abazade, als tolk in de taal Farsi. De rechtbank/voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
De rechtbank heeft op 24 december 2025 het onderzoek in onderhavige zaak heropend en eiseres in de gelegenheid gesteld om nadere stukken die haar psychische gesteldheid onderbouwen aan verweerder te sturen. Verweerder krijgt hierna twee weken de tijd om hierop direct schriftelijk te reageren of te laten weten dat hij eerst het BMA om advies zal vragen.
Om die reden heeft de voorzieningenrechter bij uitspraak van 24 december 2025 het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen toegewezen.
Eiseres heeft vervolgens nadere stukken ingediend. Verweerder heeft naar aanleiding van deze stukken op 20 maart 2026 het BMA om advies gevraagd. Met de brief van 4 mei 2026 heeft verweerder het advies van het BMA van 30 april 2026 toegestuurd. Vervolgens heeft de gemachtigde van eiseres op 14 mei 2026 een brief van de psycholoog en psychiater van 7 mei 2026 en op 18 mei 2026 een nadere reactie gestuurd. Verweerder heeft hierop op 19 mei 2026 gereageerd.
Nadat partijen toestemming hebben gegeven als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht om een zitting achterwege te laten, heeft de rechtbank het onderzoek op 6 juli 2026 gesloten.
Overwegingen
Achtergrond
1. Eiseres is in oktober 2024 uit Iran vertrokken en is onder andere via Spanje, Nederland ingereisd. Eiseres heeft op 30 juli 2025 in Nederland verzocht om internationale bescherming. Nadat uit Eurodac is gebleken dat eiseres op 17 december 2024 reeds een verzoek om internationale bescherming had ingediend in Spanje, heeft Nederland de autoriteiten van Spanje op 23 september 2025 verzocht om eiseres terug te nemen. Op 25 september 2025 zijn de Spaanse autoriteiten hiermee akkoord gegaan.
Besluitvorming
2. Verweerder heeft in het bestreden besluit bepaald dat de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling wordt genomen, omdat Spanje daarvoor verantwoordelijk is. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Standpunt eiseres
3. Eiseres heeft onder meer aangevoerd dat zij kampt met psychische klachten zoals depressie en gedachtes aan suïcide. In Iran heeft zij ook een poging tot suïcide gedaan. Volgens eiseres kan de overdracht op zichzelf leiden tot aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen zoals bedoeld in het arrest C.K. tegen Slovenië van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Eiseres heeft dit onderbouwd aan de hand van:
een verklaring van haar psycholoog in Iran [naam 1] van 28 oktober 2025;
een verklaring van psycholoog [naam 2] van 18 november 2025;
een brief van de huisarts van 8 december 2025, met als bijlage het patiëntdossier over de periode 1 augustus 2025 tot en met 2 december 2025; en
verklaringen van psycholoog [naam 2] en psychiater [naam 3] van 19 februari 2026 en 7 mei 2026.
Standpunt verweerder en het BMA-advies
4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres kan worden overgedragen aan Spanje en verwijst hierbij naar de inhoud van het BMA-advies van 30 april 2026.
4.1.
Uit het BMA-advies volgt dat eiseres lijdt aan een matige tot ernstige depressieve stoornis met psychotische kenmerken. Eiseres ervaart klachten van aanhoudende somberheid, gevoelens van hopeloosheid, angst, slaapproblemen, emotionele instabiliteit en verminderde stressbestendigheid. Ook hoort eiseres stemmen die met haar spreken en haar opdrachten geven, maar die er in werkelijkheid niet zijn (auditieve imperatieve hallucinaties) en heeft zij suïcidale gedachten. Deze klachten nemen toe in perioden van stress en vooral in de avond en nachtelijke uren. In het verleden zou eiseres in Iran een zelfmoordpoging hebben ondernomen door een overdosis medicatie in te nemen. Verdere informatie hierover ontbreekt. In Iran werd zij eveneens behandeld voor haar psychische klachten. Eiseres staat onder actieve medische behandeling door een psychiater. De behandeling bestaat uit medicatie en cognitieve gedragstherapie. Daarnaast is eiseres bekend bij de huisarts.
4.1.1.
Uit het BMA-advies volgt verder dat eiseres alleen kan reizen als er voorafgaand aan de reis een fysieke overdracht is geregeld. Tijdens de reis zal eiseres begeleid moeten worden door een psychiatrisch verpleegkundige. Ook moet zij bij aankomst in Spanje fysiek worden overgedragen aan een psychiater, gelet op het horen van stemmen die met eiseres praten en haar opdrachten geven, maar die er in werkelijkheid niet zijn. Dit verhoogt het risico op onvoorspelbaar gedrag, waaronder de mogelijkheid van een zelfmoordpoging. Verder beveelt het BMA aan dat eiseres een schriftelijke overdracht van medische gegevens meeneemt en medicatie voor tijdens de reis. Zodra een fysieke overdracht is geregeld en aan de reisvoorwaarden is voldaan, kan eiseres reizen.
4.2.
Verweerder stelt dat aan de vergewisplicht is voldaan, omdat hij de in het BMA vastgestelde reisvereisten zal uitvoeren en eiseres niet zal worden overgedragen indien blijkt dat niet aan alle reisvoorwaarden kan worden voldaan.
Het oordeel van de rechtbank
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder er niet in is geslaagd om iedere ernstige twijfel over een schending van artikel 4 van het Handvest als gevolg van de overdracht weg te nemen.
5.1.
Volgens de uitspraak van de Afdeling van 18 juli 2025 volgt uit het arrest C.K. dat, wanneer een asielzoeker objectieve gegevens overlegt die de bijzondere ernst van zijn gezondheidstoestand en ook de aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen aantonen waartoe een overdracht zelf zou kunnen leiden, verweerder bij het nemen van het overdrachtsbesluit moet beoordelen wat het risico is dat die gevolgen zich voordoen. Die vergewisplicht treedt onder meer in wanneer het risico dat een asielzoeker suïcide zal plegen als gevolg van zijn of haar overdracht door een medisch deskundige als reëel of hoog is ingeschat.
5.1.1.
In dat geval vereist de vergewisplicht dat verweerder de gerezen twijfel over de weerslag van de overdracht op de gezondheid van een vreemdeling deugdelijk gemotiveerd wegneemt. Verweerder kan in beginsel met het uitvoeren van de door het BMA vastgestelde reisvereisten, de gerezen twijfel over een schending van artikel 4 van het Handvest als gevolg van de overdracht zelf wegnemen.
5.2.
Dat verweerder, volgens de Afdeling, om gerezen twijfel over een schending van artikel 4 van het Handvest weg te nemen in beginsel kan volstaan met het uitvoeren van de door het BMA vastgestelde reisvereisten, betekent niet dat verweerder daarmee in alle gevallen kan volstaan. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval sprake van feiten en omstandigheden die maken dat de vergewisplicht meer dan dat vereist.
5.3.
Daartoe acht de rechtbank het volgende van belang. Uit de medische stukken komt naar voren dat de aanwezigheid van de moeder en broer van eiseres, die in Nederland wonen, een beschermende factor is en het wegvallen daarvan tot een ernstige verslechtering van de geestelijke gezondheid van eiseres kan leiden.
5.3.1
Zo volgt uit de verklaring van psycholoog [naam 1] van 28 oktober 2025 onder andere dat: “The presence and emotional support of her mother are crucial for maintaining her mental stability and daily functioning. Given her current condition. Ms. [eiseres] is not capable of living independently, and any separation from her family or transfer to another country, especially Spain, could cause a serious deterioration in her mental health, including increased anxiety, depression. and suicidal ideation”.
5.3.2.
In de verklaring van psycholoog [naam 2] en psychiater [naam 3] van 19 februari 2026 staat onder andere het volgende. “Een gedwongen overdracht aan Spanje vormt naar verwachting een ernstige stressor. Gezien haar voorgeschiedenis en huidige klinische toestand kan niet worden uitgesloten dat dit leidt tot substantiële psychiatrische decompensatie, waaronder een toename van suïcidaliteit en de noodzaak tot crisisinterventie of opname. Het risico is primair gerelateerd aan de psychische impact van de overdracht zelf, met name het verlies van de huidige behandelstructuur en het wegvallen van haar moeder als belangrijke regulerende en beschermende factor”.
5.3.3.
In een nadere verklaring van 7 mei 2026 schrijven psycholoog [naam 2] en psychiater [naam 3] onder andere: “Daarnaast verblijven de moeder en broer van betrokkene eveneens in Nederland. Gezien haar huidige psychiatrische kwetsbaarheid en de ernst van de psychische klachten is zij in belangrijke mate afhankelijk van hun emotionele steun, begeleiding en dagelijkse ondersteuning. De aanwezigheid van haar directe familie vormt een beschermende factor en draagt bij aan stabiliteit, veiligheid en continuïteit van zorg. Het is vanuit psychiatrisch oogpunt van groot belang dat betrokkene in de nabijheid van haar moeder en broer kan verblijven. Scheiding van haar directe steunnetwerk of toename van onzekerheid omtrent haar verblijfssituatie kan leiden tot verdere psychische ontregeling en verergering van depressieve en psychotische symptomen”.
5.4.
De rechtbank is met eiseres van oordeel dat het BMA de ernstige verslechtering van de geestelijke gezondheid/ substantiële psychiatrische decompensatie van eiseres vanwege de scheiding met haar moeder en broer niet dan wel niet kenbaar heeft meegewogen. Het nakomen door verweerder van de reisvereisten die door het BMA zijn geadviseerd, neemt voor de rechtbank in dit geval dan ook niet de twijfel weg dat overdracht aan Spanje zal leiden tot aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen voor de psychische gesteldheid van eiseres. De stelling van verweerder dat uit de brief van 7 mei 2026 niet blijkt dat eiseres afhankelijk is van mantelzorg, die verleend zou moeten worden door haar moeder of broer, is onvoldoende.
5.5.
Gelet op het voorgaande heeft verweerder niet voldaan aan de onder 5.1. en 5.1.1. van deze uitspraak uiteengezette vergewisplicht. De beroepsgrond slaagt. De overige beroepsgronden behoeven daarom geen bespreking meer.
Conclusie
6. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.
7. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Met de uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 december 2025 is al een punt toegekend voor het verschijnen ter zitting, zodat de rechtbank die niet opnieuw toekent in deze uitspraak.
Beslissing
De rechtbank,
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak.
veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 934,- te betalen aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, rechter, in aanwezigheid van
L. Verkoeijen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Zaaknummer: NL25.54549.
Bureau Medische Advisering.
16 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:127.
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
ECLI:NL:RVS:2025:3297.
In de brief van 19 mei 2026.
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.54548
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] ,
geboren op [geboortedag] 1999, van Iraanse nationaliteit, eiseres
(gemachtigde: mr. G. Tuenter),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. D.A.M. Frieser).
Procesverloop
Met het besluit van 6 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres van 30 juli 2025 niet in behandeling genomen, omdat Spanje daarvoor verantwoordelijk is.
Eiseres heeft op 7 november 2025 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat zij niet wordt overgedragen aan Spanje totdat op het beroep is beslist.
De rechtbank/voorzieningenrechter heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 16 december 2025 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Ook waren ter zitting aanwezig de moeder en de broer van eiseres en F. Abazade, als tolk in de taal Farsi. De rechtbank/voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
De rechtbank heeft op 24 december 2025 het onderzoek in onderhavige zaak heropend en eiseres in de gelegenheid gesteld om nadere stukken die haar psychische gesteldheid onderbouwen aan verweerder te sturen. Verweerder krijgt hierna twee weken de tijd om hierop direct schriftelijk te reageren of te laten weten dat hij eerst het BMA om advies zal vragen.
Om die reden heeft de voorzieningenrechter bij uitspraak van 24 december 2025 het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen toegewezen.
Eiseres heeft vervolgens nadere stukken ingediend. Verweerder heeft naar aanleiding van deze stukken op 20 maart 2026 het BMA om advies gevraagd. Met de brief van 4 mei 2026 heeft verweerder het advies van het BMA van 30 april 2026 toegestuurd. Vervolgens heeft de gemachtigde van eiseres op 14 mei 2026 een brief van de psycholoog en psychiater van 7 mei 2026 en op 18 mei 2026 een nadere reactie gestuurd. Verweerder heeft hierop op 19 mei 2026 gereageerd.
Nadat partijen toestemming hebben gegeven als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht om een zitting achterwege te laten, heeft de rechtbank het onderzoek op 6 juli 2026 gesloten.
Overwegingen
Achtergrond
1. Eiseres is in oktober 2024 uit Iran vertrokken en is onder andere via Spanje, Nederland ingereisd. Eiseres heeft op 30 juli 2025 in Nederland verzocht om internationale bescherming. Nadat uit Eurodac is gebleken dat eiseres op 17 december 2024 reeds een verzoek om internationale bescherming had ingediend in Spanje, heeft Nederland de autoriteiten van Spanje op 23 september 2025 verzocht om eiseres terug te nemen. Op 25 september 2025 zijn de Spaanse autoriteiten hiermee akkoord gegaan.
Besluitvorming
2. Verweerder heeft in het bestreden besluit bepaald dat de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling wordt genomen, omdat Spanje daarvoor verantwoordelijk is. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Standpunt eiseres
3. Eiseres heeft onder meer aangevoerd dat zij kampt met psychische klachten zoals depressie en gedachtes aan suïcide. In Iran heeft zij ook een poging tot suïcide gedaan. Volgens eiseres kan de overdracht op zichzelf leiden tot aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen zoals bedoeld in het arrest C.K. tegen Slovenië van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Eiseres heeft dit onderbouwd aan de hand van:
een verklaring van haar psycholoog in Iran [naam 1] van 28 oktober 2025;
een verklaring van psycholoog [naam 2] van 18 november 2025;
een brief van de huisarts van 8 december 2025, met als bijlage het patiëntdossier over de periode 1 augustus 2025 tot en met 2 december 2025; en
verklaringen van psycholoog [naam 2] en psychiater [naam 3] van 19 februari 2026 en 7 mei 2026.
Standpunt verweerder en het BMA-advies
4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres kan worden overgedragen aan Spanje en verwijst hierbij naar de inhoud van het BMA-advies van 30 april 2026.
4.1.
Uit het BMA-advies volgt dat eiseres lijdt aan een matige tot ernstige depressieve stoornis met psychotische kenmerken. Eiseres ervaart klachten van aanhoudende somberheid, gevoelens van hopeloosheid, angst, slaapproblemen, emotionele instabiliteit en verminderde stressbestendigheid. Ook hoort eiseres stemmen die met haar spreken en haar opdrachten geven, maar die er in werkelijkheid niet zijn (auditieve imperatieve hallucinaties) en heeft zij suïcidale gedachten. Deze klachten nemen toe in perioden van stress en vooral in de avond en nachtelijke uren. In het verleden zou eiseres in Iran een zelfmoordpoging hebben ondernomen door een overdosis medicatie in te nemen. Verdere informatie hierover ontbreekt. In Iran werd zij eveneens behandeld voor haar psychische klachten. Eiseres staat onder actieve medische behandeling door een psychiater. De behandeling bestaat uit medicatie en cognitieve gedragstherapie. Daarnaast is eiseres bekend bij de huisarts.
4.1.1.
Uit het BMA-advies volgt verder dat eiseres alleen kan reizen als er voorafgaand aan de reis een fysieke overdracht is geregeld. Tijdens de reis zal eiseres begeleid moeten worden door een psychiatrisch verpleegkundige. Ook moet zij bij aankomst in Spanje fysiek worden overgedragen aan een psychiater, gelet op het horen van stemmen die met eiseres praten en haar opdrachten geven, maar die er in werkelijkheid niet zijn. Dit verhoogt het risico op onvoorspelbaar gedrag, waaronder de mogelijkheid van een zelfmoordpoging. Verder beveelt het BMA aan dat eiseres een schriftelijke overdracht van medische gegevens meeneemt en medicatie voor tijdens de reis. Zodra een fysieke overdracht is geregeld en aan de reisvoorwaarden is voldaan, kan eiseres reizen.
4.2.
Verweerder stelt dat aan de vergewisplicht is voldaan, omdat hij de in het BMA vastgestelde reisvereisten zal uitvoeren en eiseres niet zal worden overgedragen indien blijkt dat niet aan alle reisvoorwaarden kan worden voldaan.
Het oordeel van de rechtbank
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder er niet in is geslaagd om iedere ernstige twijfel over een schending van artikel 4 van het Handvest als gevolg van de overdracht weg te nemen.
5.1.
Volgens de uitspraak van de Afdeling van 18 juli 2025 volgt uit het arrest C.K. dat, wanneer een asielzoeker objectieve gegevens overlegt die de bijzondere ernst van zijn gezondheidstoestand en ook de aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen aantonen waartoe een overdracht zelf zou kunnen leiden, verweerder bij het nemen van het overdrachtsbesluit moet beoordelen wat het risico is dat die gevolgen zich voordoen. Die vergewisplicht treedt onder meer in wanneer het risico dat een asielzoeker suïcide zal plegen als gevolg van zijn of haar overdracht door een medisch deskundige als reëel of hoog is ingeschat.
5.1.1.
In dat geval vereist de vergewisplicht dat verweerder de gerezen twijfel over de weerslag van de overdracht op de gezondheid van een vreemdeling deugdelijk gemotiveerd wegneemt. Verweerder kan in beginsel met het uitvoeren van de door het BMA vastgestelde reisvereisten, de gerezen twijfel over een schending van artikel 4 van het Handvest als gevolg van de overdracht zelf wegnemen.
5.2.
Dat verweerder, volgens de Afdeling, om gerezen twijfel over een schending van artikel 4 van het Handvest weg te nemen in beginsel kan volstaan met het uitvoeren van de door het BMA vastgestelde reisvereisten, betekent niet dat verweerder daarmee in alle gevallen kan volstaan. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval sprake van feiten en omstandigheden die maken dat de vergewisplicht meer dan dat vereist.
5.3.
Daartoe acht de rechtbank het volgende van belang. Uit de medische stukken komt naar voren dat de aanwezigheid van de moeder en broer van eiseres, die in Nederland wonen, een beschermende factor is en het wegvallen daarvan tot een ernstige verslechtering van de geestelijke gezondheid van eiseres kan leiden.
5.3.1
Zo volgt uit de verklaring van psycholoog [naam 1] van 28 oktober 2025 onder andere dat: “The presence and emotional support of her mother are crucial for maintaining her mental stability and daily functioning. Given her current condition. Ms. [eiseres] is not capable of living independently, and any separation from her family or transfer to another country, especially Spain, could cause a serious deterioration in her mental health, including increased anxiety, depression. and suicidal ideation”.
5.3.2.
In de verklaring van psycholoog [naam 2] en psychiater [naam 3] van 19 februari 2026 staat onder andere het volgende. “Een gedwongen overdracht aan Spanje vormt naar verwachting een ernstige stressor. Gezien haar voorgeschiedenis en huidige klinische toestand kan niet worden uitgesloten dat dit leidt tot substantiële psychiatrische decompensatie, waaronder een toename van suïcidaliteit en de noodzaak tot crisisinterventie of opname. Het risico is primair gerelateerd aan de psychische impact van de overdracht zelf, met name het verlies van de huidige behandelstructuur en het wegvallen van haar moeder als belangrijke regulerende en beschermende factor”.
5.3.3.
In een nadere verklaring van 7 mei 2026 schrijven psycholoog [naam 2] en psychiater [naam 3] onder andere: “Daarnaast verblijven de moeder en broer van betrokkene eveneens in Nederland. Gezien haar huidige psychiatrische kwetsbaarheid en de ernst van de psychische klachten is zij in belangrijke mate afhankelijk van hun emotionele steun, begeleiding en dagelijkse ondersteuning. De aanwezigheid van haar directe familie vormt een beschermende factor en draagt bij aan stabiliteit, veiligheid en continuïteit van zorg. Het is vanuit psychiatrisch oogpunt van groot belang dat betrokkene in de nabijheid van haar moeder en broer kan verblijven. Scheiding van haar directe steunnetwerk of toename van onzekerheid omtrent haar verblijfssituatie kan leiden tot verdere psychische ontregeling en verergering van depressieve en psychotische symptomen”.
5.4.
De rechtbank is met eiseres van oordeel dat het BMA de ernstige verslechtering van de geestelijke gezondheid/ substantiële psychiatrische decompensatie van eiseres vanwege de scheiding met haar moeder en broer niet dan wel niet kenbaar heeft meegewogen. Het nakomen door verweerder van de reisvereisten die door het BMA zijn geadviseerd, neemt voor de rechtbank in dit geval dan ook niet de twijfel weg dat overdracht aan Spanje zal leiden tot aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen voor de psychische gesteldheid van eiseres. De stelling van verweerder dat uit de brief van 7 mei 2026 niet blijkt dat eiseres afhankelijk is van mantelzorg, die verleend zou moeten worden door haar moeder of broer, is onvoldoende.
5.5.
Gelet op het voorgaande heeft verweerder niet voldaan aan de onder 5.1. en 5.1.1. van deze uitspraak uiteengezette vergewisplicht. De beroepsgrond slaagt. De overige beroepsgronden behoeven daarom geen bespreking meer.
Conclusie
6. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.
7. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Met de uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 december 2025 is al een punt toegekend voor het verschijnen ter zitting, zodat de rechtbank die niet opnieuw toekent in deze uitspraak.
Beslissing
De rechtbank,
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak.
veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 934,- te betalen aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, rechter, in aanwezigheid van
L. Verkoeijen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Zaaknummer: NL25.54549.
Bureau Medische Advisering.
16 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:127.
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
ECLI:NL:RVS:2025:3297.
In de brief van 19 mei 2026.