Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:25586

2026-09-03 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.44309
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-09-03
Publicatiedatum
2026-09-04
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.44309
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep – MOB – niet-ontvankelijk

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.462 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL26.44309


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.R. Klaver),


en


de minister van Asiel en Migratie, verweerder(gemachtigde: mr. I.M.J. Weda).





Procesverloop


Bij besluit van 30 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.



Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.



De rechtbank heeft het onderzoek op 18 augustus 2026 gesloten.



Verweerder heeft bij bericht van 24 augustus 2026 de rechtbank in kennis gesteld dat eiser op 7 augustus 2026 met onbekende bestemming is vertrokken.



De rechtbank heeft op 24 augustus 2026 het onderzoek heropend en de gemachtigde verzocht kenbaar te maken wanneer het laatste contactmoment met eiser heeft plaatsgevonden.



De gemachtigde heeft bij berichten van 28 augustus 2026 en 31 augustus 2026 de rechtbank laten weten dat eiser hem op 25 augustus 2026 heeft verteld dat hij Nederland heeft verlaten.



De rechtbank heeft het onderzoek op 31 augustus 2026 gesloten. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.



Overwegingen



De rechtbank ziet zich in het kader van de ontvankelijkheid van het beroep allereerst voor de vraag gesteld of er sprake is van procesbelang.


Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat als een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit moet worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep. Een vreemdeling heeft belang bij zijn beroep indien uit recente informatie van de gemachtigde van de vreemdeling blijkt dat er na de MOB-melding nog contact wordt onderhouden met de vreemdeling over de procedure. Dit is alleen anders als er andere concrete aanknopingspunten zijn dat een vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland of dat hij anderszins geen actueel en reëel belang meer heeft. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een verblijf van de vreemdeling in het buitenland. Echter, niet onder alle omstandigheden betekent een verblijf buiten Nederland dat het procesbelang is komen te vervallen. Een vreemdeling kan daarvoor immers een goede reden hebben. De bestuursrechter zal dus, als er concrete aanknopingspunten zijn als hiervoor bedoeld terwijl de gemachtigde nog contact heeft met de vreemdeling, eerst bij de gemachtigde van de vreemdeling navraag moeten doen naar de relevante feiten en omstandigheden alvorens te concluderen dat het procesbelang ontbreekt.


3. Bij bericht van 24 augustus 2026 en 31 augustus 2026 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser verzocht om kenbaar te maken wanneer hij voor het laatst in contact is geweest met eiser. De gemachtigde van eiser heeft op 28 augustus 2026 en 31 augustus 2026 laten weten dat hij op 25 augustus 2026 van eiser heeft vernomen dat hij Nederland heeft verlaten en dat hij geen mandaat heeft gekregen om de procedure in te trekken. Daarbij verzoekt de gemachtigde om de zaak zonder zitting af te doen. Nu eiser met onbekende bestemming is vertrokken en de gemachtigde van eiser te kennen heeft gegeven dat eiser Nederland heeft verlaten, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van concrete aanknopingspunten als bedoeld in rechtsoverweging 2. Gesteld noch gebleken is dat eiser contact met zijn gemachtigde onderhoudt over de procedure en of er een goede reden is waarom hij Nederland heeft verlaten. De rechtbank gaat er derhalve vanuit dat eiser geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland en een inhoudelijke behandeling van het beroep.
4. Het beroep is vanwege het ontbreken van procesbelang kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.



Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan op 3 september 2026 door mr. A.J. de Danschutter, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op.



Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.



1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.


MOB = met onbekende bestemming.