Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:25510
2026-08-04
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/09/705925 / FA RK 26-5244
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verhuiszaak huiselijk geweld intieme terreur bevel terugverhuizing. afwijzing vaststelling hoofdverblijfplaats en zorgregeling prematuur.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RBROT:2018:9225 Rechtbank Rotterdam 12-09-2018
- ECLI:NL:RBNNE:2025:4843 Rechtbank Noord-Nederland 07-11-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (18.633 tekens)
Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-5244 (bodem) en FA RK 26-5248 (voorlopige voorzieningen)
Zaaknummer: C/09/705925 (bodem) en C/09/705930 (voorlopige voorzieningen)
Datum beschikking: 4 augustus 2026
Vervangende toestemming verhuizing, inschrijving BRP, basisschool en hulpverlening en voorlopige voorzieningen ex 223 Rv
Beschikking op het op 11 mei 2026 bij de rechtbank Overijssel en het op 26 mei 2025 bij de rechtbank Den Haag ingekomen verzoeken van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Dreiling in Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.L. van Dijk in Enschede.
Procedure
Bij beschikking van 22 mei 2026 heeft de rechtbank Overijssel zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de verzoeken, en heeft deze rechtbank de zaak in de stand van zaken waarin die zich op dat moment bevindt naar de rechtbank Den Haag verwezen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het bericht met bijlagen van 14 mei 2026 van de vrouw;
het bericht met bijlagen van 9 juni 2026 van de vrouw;
de berichten met bijlagen van 25 juni 2026 van de vrouw;
verweerschrift met zelfstandig verzoek, met bijlagen;
F9-formulier met bijlagen 34 t/m 36 van de man;
Op 7 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de vrouw en haar advocaat;
de man en zijn advocaat;
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Van de zijde van de vrouw en de man zijn pleitnotities overgelegd.
Feiten
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2019 in [plaats 1].
Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats];
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats].
De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over de kinderen.
De kinderen verblijven bij de vrouw.
Verzoek en verweer
in de voorlopige voorzieningenprocedure met zaaknummer C/09/705930 FA RK 26-5248:
De vrouw verzoekt:
te bepalen dat de vrouw voorlopig met de kinderen in de regio mag verblijven;
vervangende toestemming te verlenen voor een voorlopige schoolinschrijving van [minderjarige 1] in de regio [plaats 2];
vervangende toestemming te verlenen voor het opstarten van noodzakelijke hulpverlening voor beide kinderen;
althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in het belang van de kinderen wenselijk acht.
in de bodemprocedure met zaaknummer C/09/705925 FA RK 26-5244:
De vrouw verzoekt:
aan haar vervangende toestemming te verlenen om zich samen met de kinderen te vestigen in de regio [plaats 2];
aan haar vervangende toestemming te verlenen voor inschrijving van de kinderen in de Basisregistratie Personen in de regio [plaats 2];
aan haar vervangende toestemming te verlenen voor inschrijving van [minderjarige 1] op een basisschool in de regio [plaats 2];
aan haar vervangende toestemming te verlenen voor het aanmelden van beide kinderen bij passende medische, psychologische en/of traumagerichte hulpverlening;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De man voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
De man verzoekt zelfstandig:
in de voorlopige voorzieningenprocedure met zaaknummer C/09/705930 FA RK 26-5248:
te bepalen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig aan hem worden toevertrouwd en de vrouw te bevelen dat zij de kinderen binnen 24 uur zal afgeven op verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag, met een maximum van € 50.000,-;
te bepalen dat een voorlopige zorg- en contactregeling wordt vastgesteld waarbij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vrouw zijn eens per twee weken van vrijdagmiddag uit school tot en met zondag 18 uur en voor zover de vrouw in [plaats 2] verblijft, moet zij de kinderen halen en brengen;
voor zover de kinderen niet aan de man worden toevertrouwd een voorlopige zorgregeling vast te stellen waarbij de kinderen drie weekenden per maand bij de man verblijven van vrijdagmiddag uit school tot en met zondag 18 uur waarbij de vrouw zal zorgen voor het halen en brengen
een zodanige beslissing als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.
in de bodemprocedure met zaaknummer C/09/705925 FA RK 26-5244:
te bepalen dat de vrouw niet is toegestaan om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verhuizen buiten [plaats 1] en te bepalen dat zij binnen 7 dagen na de beschikking moet terugverhuizen naar [plaats 1], althans naar een woning binnen het postcodegebied [postcode] op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag met een maximum van € 50.000,-;
te bepalen dat de kinderen voortaan hun hoofdverblijf hebben bij de man;
te bepalen dat er een zorgregeling zal gelden waarbij de kinderen bij de vrouw zijn van vrijdagmiddag uit school tot zondag 18 uur, waarbij de vrouw voor zover zij in [plaats 2] verblijft, zorg zal dragen voor het halen en brengen
te bepalen dat voor zover het hoofdverblijf van de kinderen bij de vrouw in [plaats 2] zal zijn er een zorg en contactregeling wordt vastgesteld waarbij de kinderen drie weekend per maand bij de man verblijven van vrijdag uit school tot zondagavond 18:00 uur waarbij de vrouw zorgdraagt voor het halen en brengen van de kinderen;
althans een zodanig beslissing die uw rechtbank in goede justitie verneemt de behoren.
Beoordeling
in de bodemprocedure met zaaknummer C/09/705925 FA RK 26-5244:
vervangende toestemming verhuizing / verzoek tot terugverhuizing
De vrouw verzoekt vervangende toestemming om samen met de kinderen naar de regio [plaats 2] te verhuizen. Dit verzoek is niet ingegeven door voorkeur of gemak maar door veiligheid en noodzaak. De vrouw verwijst hierbij naar twee uitspraken (ECLI:NL:RBROT:2018:9225 en ECLI:NL:RBNNE:2025:4843) waaruit volgt dat huiselijk geweld een zwaarwegende factor vormt bij de beoordeling van verhuisgeschillen.
De vrouw stelt dat de relatie van partijen van meet af aan gekenmerkt werd door een duidelijke ongelijkwaardigheid: door het grote leeftijdsverschil had de man een groot overwicht op de vrouw. De vrouw heeft een chronologische tijdlijn opgesteld ten behoeve van haar aangifte van de politie. Die laat zien dat er niet sprake is van losse incidenten, maar van een patroon van psychische druk, vernedering, controle, sociale isolatie, fysiek geweld waarbij de kinderen ook regelmatig getuigen van zijn geweest. De afgelopen periode is de situatie ernstig geëscaleerd. Op 15 april 2026 heeft de man [minderjarige 1] gebeten. Naar aanleiding daarvan is de vrouw gevlucht met de kinderen naar vrienden. De vrouw is daarna teruggekeerd naar de woning van partijen waar zich vervolgens op 22 april 2026 opnieuw een ernstig incident heeft voorgedaan waarbij de man de vrouw heeft vastgepakt, aan de haren heeft getrokken, geslagen en bij de hals vastgepakt en gewurgd. Tijdens het incident zat [minderjarige 2] op de arm van de man en heeft [minderjarige 1] de vrouw horen gillen. De vrouw maakt zich veel zorgen over de psychische impact van de gebeurtenissen op de kinderen. Naar aanleiding hiervan is de vrouw met de kinderen naar [plaats 2] gevlucht. De vrouw probeert daar een veilige, voorspelbare en stabiele leefomgeving te creëren. Daarnaast beschikt de vrouw over een ondersteunend netwerk van familie en vrienden in [plaats 2] waardoor zij beter in staat is de zorg voor de kinderen op zich te nemen.
De man stelt dat de vrouw al geruime tijd met persoonlijkheidsproblematiek en overspannenheidsklachten kampt. Dit heeft geregeld tot discussies geleid met als dieptepunt de escalatie op 22 april 2026. Deze avond hadden partijen ruzie. De man is naar boven vertrokken, maar de vrouw wilde hem niet met rust laten. Hij heeft zich moeten verweren omdat de vrouw steeds op hem afkwam, hem sloeg en in het gezicht spuugde.
Hij is zich ervan bewust dat zijn reactie daarop jegens de vrouw die avond nooit had mogen gebeuren. De man betwist dat hij een gevaar is voor de vrouw en de kinderen. De vrouw schetst een volkomen onjuist beeld van de relatie tussen partijen. Zij is geen slachtoffer van een gewelddadig huwelijk vol intieme terreur. Er bestaat geen noodzaak voor de vrouw voor een verhuizing. De verhuizing is op geen enkele manier voorbereid en heeft halsoverkop plaatsgevonden. De vrouw heeft niet met de man willen spreken over alternatieven nu zij uit elkaar gaan. De man vindt het belangrijk dat de kinderen in hun vertrouwde omgeving van [plaats 1] kunnen blijven. De man maakt zich ernstige zorgen over de veiligheid van de kinderen. De man heeft veel zorgtaken van de vrouw overgenomen. Gebleken is dat de vrouw verdovende en kalmerende middelen gebruikt; zij kan haar emoties in voor haar stressvolle situaties niet reguleren. De man vreest bovendien dat hij uit het leven van de kinderen wordt gewist.
De rechtbank stelt voorop dat de ouders samen het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uitoefenen. Dit brengt mee dat de vrouw voor verhuizing van de kinderen toestemming van de man nodig heeft. Als de ouders het hierover niet eens worden, zal de rechter hierover een beslissing nemen. De rechter moet bij de beslissing hierover niet alleen het belang van de kinderen, maar alle omstandigheden van het geval in ogenschouw nemen en alle belangen afwegen. Uitgangspunt is dat de ouder in beginsel vervangende toestemming kan krijgen om met de kinderen te verhuizen als de omstandigheden van het geval na een belangenafweging een dergelijke beslissing rechtvaardigen. Die ouder moet bij het maken van die nieuwe start echter niet alleen rekening te houden met de belangen van de kinderen, maar ook met die van hun gewezen partner, met name met het oog op de aard en de omvang van zijn zorgtaken jegens de kinderen. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat verbreking van de continuïteit van de woonomgeving en wijziging van de frequentie van de contacten met de andere ouder voor kinderen heel ingrijpend kunnen zijn.
De rechtbank stelt vast dat uit de overgelegde stukken volgt dat de ouders een relatie hadden waarin veel conflicten voorkwamen. Er was regelmatig alcohol in het spel wat zorgde voor irritaties en conflicten. Uit de overgelegde appberichten kan de rechtbank niet anders afleiden dan dat beide ouders in de ruzies over en weer een flink aandeel hadden. Op een patroon waarin de vrouw en de kinderen stelselmatig door de man werden vernederd en (geestelijk) mishandeld duiden de stukken niet. Wel stelt de rechtbank vast dat op 22 april 2026 een ruzie tussen de ouders ernstig is geëscaleerd, waarbij de vrouw de man een tik heeft gegeven en in het gezicht heeft gespuugd en de man, met het jongste kind op de arm, de vrouw bij de keel en nek heeft gegrepen en haar een duw heeft gegeven. De vrouw heeft de politie moeten bellen. Voor partijen heeft dit incident duidelijk gemaakt dat hun huwelijk voorbij is. De rechtbank begrijpt dat het voor de vrouw, als inmiddels alleenstaande ouder, prettig is om dicht bij haar familie te wonen. De rechtbank ziet ook dat de geëscaleerde ruzie heel heftig is geweest voor de vrouw en voor de kinderen. Evenwel blijkt uit niets dat een definitieve verhuizing naar [plaats 2] voor de vrouw en de kinderen de enige optie is om de veiligheid te waarborgen. De rechtbank begrijpt dat een verblijf van de vrouw met de kinderen bij haar ouders nodig is geweest om afstand te nemen. Zoals de vrouw zelf in een app-bericht schrijft ‘misschien nu even een time out en dan rustig verder kijken’. De vrouw heeft echter vervolgens – zonder overleg – besloten met de kinderen in [plaats 2] te blijven en [minderjarige 1] daar na de meivakantie op een nieuwe school te laten instromen. Een alternatief dichter in de buurt van de voor de kinderen vertrouwde omgeving heeft de vrouw daarin niet onderzocht. De rechtbank overweegt verder dat er geen enkel plan aan de verhuizing ten grondslag ligt en de vrouw er geen rekening mee heeft gehouden met wat een verhuizing op een kleine 200 kilometer afstand van de voormalige echtelijke woning voor het contact tussen de kinderen en de man betekent. Dit contact zal minder intensief en frequent zijn. Datzelfde geldt voor het contact met de in [plaats 1] wonende familie en vrienden. Voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] betekent deze verhuizing dat zij aan een nieuwe school/opvang moeten wennen en daar nieuwe vriendjes en vriendinnetjes moeten maken, en tegelijk moeten wennen aan de scheiding van hun ouders en een beperkt contact met hun vader. Alle omstandigheden en belangen tegen elkaar afwegend is de rechtbank van oordeel dat het belang van de man en de kinderen bij terugverhuizing naar [plaats 1] zwaarder weegt dan het belang van de vrouw om zich met de kinderen in [plaats 2] te vestigen.
Het vorenstaande betekent dat het verzoek van de vrouw om met de kinderen te verhuizen naar [plaats 2] wordt afgewezen. Het verzochte bevel van de man dat de vrouw met de kinderen moet terugverhuizen naar (de regio) [plaats 1] ligt dan voor toewijzen gereed.
De rechtbank zal de vrouw niet gebieden om met de kinderen terug te verhuizen naar het postcodegebied [postcode] nu onduidelijk is of zij hier woonruimte kan vinden, mocht de vrouw het aanbod van de man om met de kinderen tijdelijk terug te keren naar de echtelijke woning niet accepteren danwel de man dit aanbod niet langer gestand doet. De rechtbank zal bepalen dat de vrouw voor 16 augustus 2026 met de kinderen dient terug te keren naar de regio [plaats 1], zodat [minderjarige 1] na de zomervakantie naar zijn vertrouwde basisschool kan terugkeren.
De rechtbank ziet geen aanleiding om aan dit gebod een dwangsom te verbinden omdat zij ervan uit gaat dat de vrouw aan dit gebod, in het belang van de kinderen, zal voldoen.
Vervangende toestemming inschrijving BRP & basisschool
Omdat het verzoek van de vrouw om vervangende toestemming voor de verhuizing is afgewezen, worden deze verzoeken eveneens afgewezen.
Vervangende toestemming inschrijving hulpverlening
De vrouw vindt het belangrijk dat de kinderen passende hulpverlening krijgen. Zij wil de kinderen dan ook aanmelden voor traumaverwerking, psychologische begeleiding, speltherapie en jeugdhulpverlening. De man is bereid zijn toestemming te verlenen voor hulpverlening aan de kinderen, zij het alleen vanuit de situatie dat de kinderen weer in [plaats 1] wonen. Nu de rechtbank het verzoek ten aanzien van de verhuizing afwijst en de man zijn medewerking aan hulpverlening voor de kinderen in [plaats 1] heeft toegezegd, wordt het verzoek van de vrouw afgewezen.
Hoofdverblijfplaats en zorgregeling
De verzoeken van de man tot vaststelling van het hoofdverblijf en de zorg- en contactregeling worden afgewezen. Partijen zullen het hoofdverblijf en de zorgregeling voor de kinderen in het kader van hun scheiding in een ouderschapsplan verder moeten vormgeven. Partijen hebben hierover nog geen enkel gesprek met elkaar gevoerd, terwijl geenszins is gebleken dat partijen hierover geen afspraken zouden kunnen maken. De rechtbank ziet op dit moment geen aanleiding om hierin voorlopige danwel definitieve beslissingen te nemen.
in de voorlopige voorzieningenprocedure met zaaknummer C/09/705930 FA RK 26-5248:
verzoeken van de vrouw
Nu de rechtbank in de bodemprocedure een beslissing neemt over hetzelfde onderwerp als in de voorlopige voorzieningenprocedure, zal de rechtbank de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening afwijzen.
Verzoeken van de man
Zoals hiervoor al is overwogen acht de rechtbank de verzoeken van de man tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats en zorg- en contactregeling prematuur. Partijen zullen dit in het kader van hun echtscheiding in een ouderschapsplan moeten gaan vormgeven. Partijen hebben hierover nog geen enkel gesprek met elkaar gevoerd. De rechtbank is van oordeel dat partijen dit eerst moeten doen al dan niet met behulp van een mediator of een bemiddelingstraject. De verzoeken van de man worden daarom afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:
in de voorlopige voorzieningenprocedure met zaaknummer C/09/705930 FA RK 26-5248:
wijst af de verzoeken van de vrouw en de man;
in de bodemprocedure met zaaknummer C/09/705925 FA RK 26-5244:
- wijst af de verzoeken van de vrouw;
- gebiedt de vrouw om voor 16 augustus 2026 met de kinderen terug te verhuizen naar de regio [plaats 1];
- verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H.M. Boone, M.F. Baaij en C.G. Meeder, (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 augustus 2026.
Meervoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-5244 (bodem) en FA RK 26-5248 (voorlopige voorzieningen)
Zaaknummer: C/09/705925 (bodem) en C/09/705930 (voorlopige voorzieningen)
Datum beschikking: 4 augustus 2026
Vervangende toestemming verhuizing, inschrijving BRP, basisschool en hulpverlening en voorlopige voorzieningen ex 223 Rv
Beschikking op het op 11 mei 2026 bij de rechtbank Overijssel en het op 26 mei 2025 bij de rechtbank Den Haag ingekomen verzoeken van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Dreiling in Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.L. van Dijk in Enschede.
Procedure
Bij beschikking van 22 mei 2026 heeft de rechtbank Overijssel zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de verzoeken, en heeft deze rechtbank de zaak in de stand van zaken waarin die zich op dat moment bevindt naar de rechtbank Den Haag verwezen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het bericht met bijlagen van 14 mei 2026 van de vrouw;
het bericht met bijlagen van 9 juni 2026 van de vrouw;
de berichten met bijlagen van 25 juni 2026 van de vrouw;
verweerschrift met zelfstandig verzoek, met bijlagen;
F9-formulier met bijlagen 34 t/m 36 van de man;
Op 7 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de vrouw en haar advocaat;
de man en zijn advocaat;
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Van de zijde van de vrouw en de man zijn pleitnotities overgelegd.
Feiten
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2019 in [plaats 1].
Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats];
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats].
De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over de kinderen.
De kinderen verblijven bij de vrouw.
Verzoek en verweer
in de voorlopige voorzieningenprocedure met zaaknummer C/09/705930 FA RK 26-5248:
De vrouw verzoekt:
te bepalen dat de vrouw voorlopig met de kinderen in de regio mag verblijven;
vervangende toestemming te verlenen voor een voorlopige schoolinschrijving van [minderjarige 1] in de regio [plaats 2];
vervangende toestemming te verlenen voor het opstarten van noodzakelijke hulpverlening voor beide kinderen;
althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in het belang van de kinderen wenselijk acht.
in de bodemprocedure met zaaknummer C/09/705925 FA RK 26-5244:
De vrouw verzoekt:
aan haar vervangende toestemming te verlenen om zich samen met de kinderen te vestigen in de regio [plaats 2];
aan haar vervangende toestemming te verlenen voor inschrijving van de kinderen in de Basisregistratie Personen in de regio [plaats 2];
aan haar vervangende toestemming te verlenen voor inschrijving van [minderjarige 1] op een basisschool in de regio [plaats 2];
aan haar vervangende toestemming te verlenen voor het aanmelden van beide kinderen bij passende medische, psychologische en/of traumagerichte hulpverlening;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De man voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
De man verzoekt zelfstandig:
in de voorlopige voorzieningenprocedure met zaaknummer C/09/705930 FA RK 26-5248:
te bepalen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig aan hem worden toevertrouwd en de vrouw te bevelen dat zij de kinderen binnen 24 uur zal afgeven op verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag, met een maximum van € 50.000,-;
te bepalen dat een voorlopige zorg- en contactregeling wordt vastgesteld waarbij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vrouw zijn eens per twee weken van vrijdagmiddag uit school tot en met zondag 18 uur en voor zover de vrouw in [plaats 2] verblijft, moet zij de kinderen halen en brengen;
voor zover de kinderen niet aan de man worden toevertrouwd een voorlopige zorgregeling vast te stellen waarbij de kinderen drie weekenden per maand bij de man verblijven van vrijdagmiddag uit school tot en met zondag 18 uur waarbij de vrouw zal zorgen voor het halen en brengen
een zodanige beslissing als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.
in de bodemprocedure met zaaknummer C/09/705925 FA RK 26-5244:
te bepalen dat de vrouw niet is toegestaan om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verhuizen buiten [plaats 1] en te bepalen dat zij binnen 7 dagen na de beschikking moet terugverhuizen naar [plaats 1], althans naar een woning binnen het postcodegebied [postcode] op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag met een maximum van € 50.000,-;
te bepalen dat de kinderen voortaan hun hoofdverblijf hebben bij de man;
te bepalen dat er een zorgregeling zal gelden waarbij de kinderen bij de vrouw zijn van vrijdagmiddag uit school tot zondag 18 uur, waarbij de vrouw voor zover zij in [plaats 2] verblijft, zorg zal dragen voor het halen en brengen
te bepalen dat voor zover het hoofdverblijf van de kinderen bij de vrouw in [plaats 2] zal zijn er een zorg en contactregeling wordt vastgesteld waarbij de kinderen drie weekend per maand bij de man verblijven van vrijdag uit school tot zondagavond 18:00 uur waarbij de vrouw zorgdraagt voor het halen en brengen van de kinderen;
althans een zodanig beslissing die uw rechtbank in goede justitie verneemt de behoren.
Beoordeling
in de bodemprocedure met zaaknummer C/09/705925 FA RK 26-5244:
vervangende toestemming verhuizing / verzoek tot terugverhuizing
De vrouw verzoekt vervangende toestemming om samen met de kinderen naar de regio [plaats 2] te verhuizen. Dit verzoek is niet ingegeven door voorkeur of gemak maar door veiligheid en noodzaak. De vrouw verwijst hierbij naar twee uitspraken (ECLI:NL:RBROT:2018:9225 en ECLI:NL:RBNNE:2025:4843) waaruit volgt dat huiselijk geweld een zwaarwegende factor vormt bij de beoordeling van verhuisgeschillen.
De vrouw stelt dat de relatie van partijen van meet af aan gekenmerkt werd door een duidelijke ongelijkwaardigheid: door het grote leeftijdsverschil had de man een groot overwicht op de vrouw. De vrouw heeft een chronologische tijdlijn opgesteld ten behoeve van haar aangifte van de politie. Die laat zien dat er niet sprake is van losse incidenten, maar van een patroon van psychische druk, vernedering, controle, sociale isolatie, fysiek geweld waarbij de kinderen ook regelmatig getuigen van zijn geweest. De afgelopen periode is de situatie ernstig geëscaleerd. Op 15 april 2026 heeft de man [minderjarige 1] gebeten. Naar aanleiding daarvan is de vrouw gevlucht met de kinderen naar vrienden. De vrouw is daarna teruggekeerd naar de woning van partijen waar zich vervolgens op 22 april 2026 opnieuw een ernstig incident heeft voorgedaan waarbij de man de vrouw heeft vastgepakt, aan de haren heeft getrokken, geslagen en bij de hals vastgepakt en gewurgd. Tijdens het incident zat [minderjarige 2] op de arm van de man en heeft [minderjarige 1] de vrouw horen gillen. De vrouw maakt zich veel zorgen over de psychische impact van de gebeurtenissen op de kinderen. Naar aanleiding hiervan is de vrouw met de kinderen naar [plaats 2] gevlucht. De vrouw probeert daar een veilige, voorspelbare en stabiele leefomgeving te creëren. Daarnaast beschikt de vrouw over een ondersteunend netwerk van familie en vrienden in [plaats 2] waardoor zij beter in staat is de zorg voor de kinderen op zich te nemen.
De man stelt dat de vrouw al geruime tijd met persoonlijkheidsproblematiek en overspannenheidsklachten kampt. Dit heeft geregeld tot discussies geleid met als dieptepunt de escalatie op 22 april 2026. Deze avond hadden partijen ruzie. De man is naar boven vertrokken, maar de vrouw wilde hem niet met rust laten. Hij heeft zich moeten verweren omdat de vrouw steeds op hem afkwam, hem sloeg en in het gezicht spuugde.
Hij is zich ervan bewust dat zijn reactie daarop jegens de vrouw die avond nooit had mogen gebeuren. De man betwist dat hij een gevaar is voor de vrouw en de kinderen. De vrouw schetst een volkomen onjuist beeld van de relatie tussen partijen. Zij is geen slachtoffer van een gewelddadig huwelijk vol intieme terreur. Er bestaat geen noodzaak voor de vrouw voor een verhuizing. De verhuizing is op geen enkele manier voorbereid en heeft halsoverkop plaatsgevonden. De vrouw heeft niet met de man willen spreken over alternatieven nu zij uit elkaar gaan. De man vindt het belangrijk dat de kinderen in hun vertrouwde omgeving van [plaats 1] kunnen blijven. De man maakt zich ernstige zorgen over de veiligheid van de kinderen. De man heeft veel zorgtaken van de vrouw overgenomen. Gebleken is dat de vrouw verdovende en kalmerende middelen gebruikt; zij kan haar emoties in voor haar stressvolle situaties niet reguleren. De man vreest bovendien dat hij uit het leven van de kinderen wordt gewist.
De rechtbank stelt voorop dat de ouders samen het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uitoefenen. Dit brengt mee dat de vrouw voor verhuizing van de kinderen toestemming van de man nodig heeft. Als de ouders het hierover niet eens worden, zal de rechter hierover een beslissing nemen. De rechter moet bij de beslissing hierover niet alleen het belang van de kinderen, maar alle omstandigheden van het geval in ogenschouw nemen en alle belangen afwegen. Uitgangspunt is dat de ouder in beginsel vervangende toestemming kan krijgen om met de kinderen te verhuizen als de omstandigheden van het geval na een belangenafweging een dergelijke beslissing rechtvaardigen. Die ouder moet bij het maken van die nieuwe start echter niet alleen rekening te houden met de belangen van de kinderen, maar ook met die van hun gewezen partner, met name met het oog op de aard en de omvang van zijn zorgtaken jegens de kinderen. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat verbreking van de continuïteit van de woonomgeving en wijziging van de frequentie van de contacten met de andere ouder voor kinderen heel ingrijpend kunnen zijn.
De rechtbank stelt vast dat uit de overgelegde stukken volgt dat de ouders een relatie hadden waarin veel conflicten voorkwamen. Er was regelmatig alcohol in het spel wat zorgde voor irritaties en conflicten. Uit de overgelegde appberichten kan de rechtbank niet anders afleiden dan dat beide ouders in de ruzies over en weer een flink aandeel hadden. Op een patroon waarin de vrouw en de kinderen stelselmatig door de man werden vernederd en (geestelijk) mishandeld duiden de stukken niet. Wel stelt de rechtbank vast dat op 22 april 2026 een ruzie tussen de ouders ernstig is geëscaleerd, waarbij de vrouw de man een tik heeft gegeven en in het gezicht heeft gespuugd en de man, met het jongste kind op de arm, de vrouw bij de keel en nek heeft gegrepen en haar een duw heeft gegeven. De vrouw heeft de politie moeten bellen. Voor partijen heeft dit incident duidelijk gemaakt dat hun huwelijk voorbij is. De rechtbank begrijpt dat het voor de vrouw, als inmiddels alleenstaande ouder, prettig is om dicht bij haar familie te wonen. De rechtbank ziet ook dat de geëscaleerde ruzie heel heftig is geweest voor de vrouw en voor de kinderen. Evenwel blijkt uit niets dat een definitieve verhuizing naar [plaats 2] voor de vrouw en de kinderen de enige optie is om de veiligheid te waarborgen. De rechtbank begrijpt dat een verblijf van de vrouw met de kinderen bij haar ouders nodig is geweest om afstand te nemen. Zoals de vrouw zelf in een app-bericht schrijft ‘misschien nu even een time out en dan rustig verder kijken’. De vrouw heeft echter vervolgens – zonder overleg – besloten met de kinderen in [plaats 2] te blijven en [minderjarige 1] daar na de meivakantie op een nieuwe school te laten instromen. Een alternatief dichter in de buurt van de voor de kinderen vertrouwde omgeving heeft de vrouw daarin niet onderzocht. De rechtbank overweegt verder dat er geen enkel plan aan de verhuizing ten grondslag ligt en de vrouw er geen rekening mee heeft gehouden met wat een verhuizing op een kleine 200 kilometer afstand van de voormalige echtelijke woning voor het contact tussen de kinderen en de man betekent. Dit contact zal minder intensief en frequent zijn. Datzelfde geldt voor het contact met de in [plaats 1] wonende familie en vrienden. Voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] betekent deze verhuizing dat zij aan een nieuwe school/opvang moeten wennen en daar nieuwe vriendjes en vriendinnetjes moeten maken, en tegelijk moeten wennen aan de scheiding van hun ouders en een beperkt contact met hun vader. Alle omstandigheden en belangen tegen elkaar afwegend is de rechtbank van oordeel dat het belang van de man en de kinderen bij terugverhuizing naar [plaats 1] zwaarder weegt dan het belang van de vrouw om zich met de kinderen in [plaats 2] te vestigen.
Het vorenstaande betekent dat het verzoek van de vrouw om met de kinderen te verhuizen naar [plaats 2] wordt afgewezen. Het verzochte bevel van de man dat de vrouw met de kinderen moet terugverhuizen naar (de regio) [plaats 1] ligt dan voor toewijzen gereed.
De rechtbank zal de vrouw niet gebieden om met de kinderen terug te verhuizen naar het postcodegebied [postcode] nu onduidelijk is of zij hier woonruimte kan vinden, mocht de vrouw het aanbod van de man om met de kinderen tijdelijk terug te keren naar de echtelijke woning niet accepteren danwel de man dit aanbod niet langer gestand doet. De rechtbank zal bepalen dat de vrouw voor 16 augustus 2026 met de kinderen dient terug te keren naar de regio [plaats 1], zodat [minderjarige 1] na de zomervakantie naar zijn vertrouwde basisschool kan terugkeren.
De rechtbank ziet geen aanleiding om aan dit gebod een dwangsom te verbinden omdat zij ervan uit gaat dat de vrouw aan dit gebod, in het belang van de kinderen, zal voldoen.
Vervangende toestemming inschrijving BRP & basisschool
Omdat het verzoek van de vrouw om vervangende toestemming voor de verhuizing is afgewezen, worden deze verzoeken eveneens afgewezen.
Vervangende toestemming inschrijving hulpverlening
De vrouw vindt het belangrijk dat de kinderen passende hulpverlening krijgen. Zij wil de kinderen dan ook aanmelden voor traumaverwerking, psychologische begeleiding, speltherapie en jeugdhulpverlening. De man is bereid zijn toestemming te verlenen voor hulpverlening aan de kinderen, zij het alleen vanuit de situatie dat de kinderen weer in [plaats 1] wonen. Nu de rechtbank het verzoek ten aanzien van de verhuizing afwijst en de man zijn medewerking aan hulpverlening voor de kinderen in [plaats 1] heeft toegezegd, wordt het verzoek van de vrouw afgewezen.
Hoofdverblijfplaats en zorgregeling
De verzoeken van de man tot vaststelling van het hoofdverblijf en de zorg- en contactregeling worden afgewezen. Partijen zullen het hoofdverblijf en de zorgregeling voor de kinderen in het kader van hun scheiding in een ouderschapsplan verder moeten vormgeven. Partijen hebben hierover nog geen enkel gesprek met elkaar gevoerd, terwijl geenszins is gebleken dat partijen hierover geen afspraken zouden kunnen maken. De rechtbank ziet op dit moment geen aanleiding om hierin voorlopige danwel definitieve beslissingen te nemen.
in de voorlopige voorzieningenprocedure met zaaknummer C/09/705930 FA RK 26-5248:
verzoeken van de vrouw
Nu de rechtbank in de bodemprocedure een beslissing neemt over hetzelfde onderwerp als in de voorlopige voorzieningenprocedure, zal de rechtbank de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening afwijzen.
Verzoeken van de man
Zoals hiervoor al is overwogen acht de rechtbank de verzoeken van de man tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats en zorg- en contactregeling prematuur. Partijen zullen dit in het kader van hun echtscheiding in een ouderschapsplan moeten gaan vormgeven. Partijen hebben hierover nog geen enkel gesprek met elkaar gevoerd. De rechtbank is van oordeel dat partijen dit eerst moeten doen al dan niet met behulp van een mediator of een bemiddelingstraject. De verzoeken van de man worden daarom afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:
in de voorlopige voorzieningenprocedure met zaaknummer C/09/705930 FA RK 26-5248:
wijst af de verzoeken van de vrouw en de man;
in de bodemprocedure met zaaknummer C/09/705925 FA RK 26-5244:
- wijst af de verzoeken van de vrouw;
- gebiedt de vrouw om voor 16 augustus 2026 met de kinderen terug te verhuizen naar de regio [plaats 1];
- verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H.M. Boone, M.F. Baaij en C.G. Meeder, (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 augustus 2026.