Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:25469

2026-09-02 Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht C/09/689657 en C/09691064
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-09-02
Publicatiedatum
2026-09-03
Rechtsgebied
Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
C/09/689657 en C/09691064
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Rolbeslissing. Schorsing op de voet van artikel 83 lid 4 ROW totdat de TKB van het EOB in de beroepsprocedure een oordeel heeft geveld over de vraag of het octrooi EP 457 stand zal houden, dan wel totdat de beroepsprocedure zal zijn ingetrokken.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.893 tekens)
RECHTBANK Den Haag


Team handel



Zaak-/rolnummers: C/09/689657 / HA ZA 25-689 en C/09/691064 / HA ZA 25-765




rolbeslissing van 2 september 2026





in de zaak met nummer C/09/689657 / HA ZA 25-689




de rechtspersoon naar buitenlands recht

VERTEX PHARMACEUTICALS INCORPORATED,
te Boston (Verenigde Staten van Amerika),
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
eisende partij in het incident ex artikel 195 Rv,
hierna te noemen: Vertex,
advocaat: mr. R.M. Kleemans,



tegen



de rechtspersoon naar buitenlands recht

TOOLGEN INCORPORATED,
te Seoul (Korea),
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
verwerende partij in het incident ex artikel 195 Rv,
hierna te noemen: ToolGen,
advocaat: mr. J.J.E. Bremer LLM.,



en




in de zaak met nummer C/09/691064 / HA ZA 25-765




de rechtspersoon naar buitenlands recht

TOOLGEN, INC.,
te Seoul (Zuid-Korea),
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
verwerende partij in het incident ex artikel 195 Rv,
hierna te noemen: ToolGen,
advocaat: mr. J.J.E. Bremer LLM.,



tegen




de rechtspersoon naar buitenlands recht

LONZA NETHERLANDS B.V.,
te Maastricht,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
eisende partij in het incident ex artikel 195 Rv,
hierna te noemen: Lonza,
advocaat: mr. R.M. Kleemans.



De twee (rol)gevoegde zaken worden hierna aangeduid als ‘de Vertex-zaak’ (zaaknummer 689657) en ‘de Lonza-zaak’ (zaaknummer 691064).






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure in de Vertex-zaak blijkt uit:

- de dagvaarding van 28 februari 2025 met EP01 tot en met EP23 aangebracht tegen de rolzitting van 6 augustus 2025;
- de brief van 10 september 2025 van ToolGen, waarin zij aankondigt het tegen haar verleende verstek te zuiveren, verzoekt Vertex te bevelen een beëdigde vertaling van de dagvaarding te verstrekken en verzoekt tot rolvoeging met de procedure in de Lonza-zaak;
- de brief van 16 september 2026 van Vertex, waarin zij zich verzet tegen zuivering van het verstek en verder pleit voor afwijzing van het verzoek verstrekking beëdigde vertaling;
- het e-mailbericht van de rechtbank van 18 september 2026, waarin zij beslist dat het verstek tijdig is gezuiverd, de verzochte beëdigde vertaling door Vertex dient te worden verstrekt en de onderhavige procedure zal worden gevoegd met de procedure in de Lonza-zaak;
- het e-mailbericht van 15 oktober 2025 van Vertex, waarbij een officiële vertaling van de dagvaarding in de Koreaanse taal is overgelegd;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 26 november 2025 van ToolGen met producties GP01 tot en met GP30;
- de conclusie van antwoord in reconventie van 21 januari 2026 van Vertex met producties EP24 tot en met EP28 (de conclusie is geweigerd, zie hierna 1.3, en op 25 maart 2026 is een vervangend processtuk ingediend);
- Per B7-formulier van 3 februari 2026 heeft Vertex de rechtbank verzocht een mondelinge behandeling te bepalen;
- Per brief van 3 februari 2026 heeft ToolGen verzocht een tweede schriftelijke ronde van conclusies in repliek en dupliek toe te staan, vanwege vermeend nieuwe stellingen en argumenten in de conclusie van antwoord in reconventie en de verwijzing door Vertex naar stellingen en argumenten van Lonza uit haar conclusie van antwoord in de Lonza-zaak met het verzoek die als herhaald en ingelast te beschouwen.



1.2.
Het verloop van de procedure in de Lonza-zaak blijkt uit:



de dagvaarding van 26 augustus 2025 met EP01 tot en met EP28 ;


de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 26 november 2025 van Lonza met producties GP01 tot en met GP20;


de conclusie van antwoord in reconventie van 21 januari 2025 met producties EP 29 t/m EP36.





1.3.
Op 12 maart 2026 heeft de rechtbank een (gecombineerde) regiezitting (via Teams) gehouden, waarbij in overleg met partijen procesafspraken zijn gemaakt voor het vervolg van de procedures, waaronder:



Vertex/Lonza enerzijds en ToolGen anderszijds zullen een geïntegreerde versie overleggen van alle tot nu toe overlegde processtukken in beide zaken, aangezien de stellingen en weren inzake de vermeende nietigheid van EP 4 357 457 en de vermeende inbreuk door Lonza en Vertex in beide procedures overeenkomen. Die geïntegreerde versies worden zowel in de Vertex-zaak als de Lonza-zaak overgelegd. Daarmee is dan meteen door Lonza gereageerd op de door ToolGen in de Lonza-zaak opgeworpen hulpverzoeken in de conclusie van antwoord in reconventie;


er wordt een datum voor een mondelinge behandeling bepaald en partijen zullen een gezamenlijk voorstel doen voor een processchema, inhoudende de stukken die zij in beide procedures voorafgaand aan de mondelinge behandeling nog zullen indienen en op welke roldata.


Verder heeft de rechtbank de conclusie van antwoord in reconventie van Vertex van 21 januari 2026 geweigerd en Vertex in de gelegenheid gesteld de conclusie van antwoord in reconventie opnieuw in te dienen zonder de verwijzingen naar de conclusie van antwoord in de Lonza-zaak.



1.4.
Het verloop van de procedures in de twee zaken blijkt verder uit:



de vervangende conclusie van antwoord in reconventie van 25 maart 2026 (oorspronkelijke datum: 21 januari 2026) van Vertex (in de Vertex-zaak);


het e-mailbericht van 24 maart 2026, waarin partijen een gezamenlijk processchema hebben voorgesteld, dat de rechtbank heeft geaccordeerd;


het vonnis van 7 april 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald op 3 september 2026;


de op 6 mei 2026 door ToolGen ingediende geïntegreerde versie van alle tot dan toe door haar in beide procedures ingediende processtukken met een overzicht van de hernummering van de reeds overgelegde producties in beide procedures naar TG01 tot en met TG51.15;


de op 6 mei 2026 door Vertex en Lonza ingediende geïntegreerde versie van alle tot dan toe door hen (afzonderlijk) ingediende processtukken in beide procedures met daarbij een overzicht van de reeds ingebrachte producties in beide procedures;


het incidentele verzoek ex artikel 195 Rv van 1 juni 2026 van Vertex en Lonza met producties I tot en met III;


het verweerschrift inzake het incidentele verzoek ex artikel 195 Rv van 24 juni 2026 van ToolGen;


de reactieve conclusie van 1 juli 2026 van ToolGen in reactie op de geïntegreerde versie van Vertex/Lonza van 6 mei 2026, met daarbij producties TPG52 tot en met TPG58;


de reactieve conclusie van 1 juli 2026 van Vertex en Lonza in reactie op de geïntegreerde versie van ToolGen van 6 mei 2026, met daarbij producties EPV29 tot en met EPV36;


de e-mailberichten van 21 juli 2026 (ToolGen), 23 juli 2026 (Vertex/Lonza), 24 juli 2026 (ToolGen) en 3 augustus 2026 (Lonza/Vertex en ToolGen) betreffende het bezwaar van ToolGen tegen een deel van de inhoud van de reactieve conclusie van Vertex en Lonza. ToolGen betoogt dat sprake is van nieuwe uitleg- en niet-inbreukargumenten die wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing moeten worden gelaten dan wel moet ToolGen de gelegenheid krijgen hierop te reageren bij akte. In een bericht van 5 augustus 2026 heeft de rechtbank partijen bericht dat zij de subsidiair door ToolGen gevraagde antwoordakte toestaat;


de akte houdende overlegging productie van 31 juli 2026 van Vertex en Lonza met productie EPV37;


de antwoordakte van 19 augustus 2026 van ToolGen met producties TG59 tot en met TG61;


het e-mailbericht van 25 augustus 2026 van ToolGen met verzoeken met betrekking tot de mondelinge behandeling alsmede de tussen partijen overeengekomen proceskostenafspraak.





1.5.
In een bericht van 25 augustus 2025 heeft de rechtbank partijen laten weten dat zij voornemens is de procedures ambtshalve te schorsen op grond van artikel 83 lid 4 ROW. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich over het voornemen daartoe uit te laten en hebben van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt. Beide partijen kunnen zich verenigen met schorsing van de procedure. Zoals aangekondigd in het bericht van de rechtbank van 26 augustus 2026, strekt deze rolbeslissing ertoe om de beslissing tot het schorsen van de procedures vast te leggen en toe te lichten.



1.6.
Gelet op deze beslissing behoeven de verzoeken van ToolGen van 25 augustus 2026 met betrekking tot de mondelinge behandeling van 3 september 2026 geen bespreking meer.






2De beoordeling


2.1.
ToolGen is houdster van Europees octrooi met nummer EP 4 357 457 (hierna: EP 457 of het Octrooi), getiteld “Composition for cleaving a target DNA comprising a guide RNA specific for the target DNA and Cas protein-encoding nucleic acid or Cas protein, and use thereof”. Het Octrooi heeft betrekking op CRISPR-Cas-technologie. EP 457 is verleend op 16 oktober 2024 voor onder meer Nederland. Vertex vordert in de Vertex-zaak in conventie vernietiging van het Nederlandse deel van het Octrooi; in reconventie vordert Toolgen Vertex te verbieden onrechtmatig te handelen door inbreuk op EP 457 uit te lokken, te bevorderen en/of te faciliteren. ToolGen vordert in de Lonza-zaak Lonza te verbieden inbreuk te maken op EP 457; in reconventie vordert Lonza vernietiging van het Nederlandse deel van het Octrooi.



2.2.
Tegen de verlening van EP 457 is op 16 oktober 2024, 28 februari 2025 en 6 maart 2025 door een drietal partijen, waaronder Vertex, oppositie ingesteld bij het EOB. De OD van het EOB heeft het Octrooi aan het slot van de mondelinge behandeling op 27 mei 2026 herroepen, omdat het (met hulpverzoeken gewijzigde) Octrooi niet voldoet aan de eisen van het EOV. De motivering van die beslissing is op 28 juli 2026 gepubliceerd. Daaruit blijkt dat de OD vindt dat het Octrooi zoals verleend en in de vorm van de in de oppositieprocedure ingediende hulpverzoeken op meerdere gronden niet voldoet aan de vereisten van artikel 76 (1) EOV en dat sprake is van toegevoegde materie ten opzichte van de oorspronkelijk ingediende aanvraag. ToolGen heeft op 24 augustus 2026 tegen de beslissing van de OD hoger beroep ingesteld bij de TKB van het EOB.



2.3.
Gelet op de (centrale) herroeping van het Octrooi door de OD van het EOB, gezien artikel 50 lid 1 ROW en gelet op bestendige jurisprudentie (zie ECLI:NL:RBDHA:2015:7287, rechtsoverweging 2.12), ziet de rechtbank aanleiding om beide zaken, zowel in conventie als in reconventie, ambtshalve te schorsen op de voet van artikel 83 lid 4 ROW totdat definitief is beslist over de geldigheid van EP 457. De schorsing brengt mee dat de mondelinge behandeling van 3 september 2026 geen doorgang zal vinden.



2.4.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan, verwijst de zaken naar de parkeerrol en bepaalt dat de meest gerede partij de zaken weer kan opbrengen om voort te procederen. Het verzoek om voort te procederen kan ook worden gedaan na eventuele terugverwijzing naar de OD door de TKB. De rechtbank ontvangt tevens graag bericht wanneer het Octrooi definitief wordt herroepen.



2.5.
De rechtbank ziet in dit geval aanleiding, nu jegens Vertex en Lonza ook inbreukvorderingen voorliggen, het EOB schriftelijk te verzoeken om de voortgang van de oppositieprocedure te bespoedigen.





3De beslissing


De rechtbank



3.1.
schorst de behandeling van de zaken, zowel in conventie als in reconventie, op de voet van artikel 83 lid 4 ROW totdat de TKB van het EOB in de beroepsprocedure een oordeel heeft geveld over de vraag of het octrooi EP 457 stand zal houden, dan wel totdat de beroepsprocedure zal zijn ingetrokken;



3.2.
bepaalt dat de mondelinge behandeling van 3 september 2026 geen doorgang zal vinden;



3.3.
bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen en dat de meest gerede partij de zaak weer kan opbrengen om voort te procederen;



3.4.
bepaalt dat partijen dan gelijktijdig een akte mogen nemen over het vervolg van de onderhavige procedures;



3.5.
bepaalt dat de griffier het EOB schriftelijk zal informeren over onderhavige procedures en zal verzoeken de voortgang van de oppositieprocedure bij de TKB van het EOB te bespoedigen;



3.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.










Deze beslissing is gewezen door mr. H.D. Overbeek, mr. H.F.R. van Heemstra en mr.dr.ir. C. Schüller en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.
















































Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering


Tenzij anders vermeld zijn de (proces)stukken ingediend na de regiezitting steeds in beide zaken ingediend.


Europees Octrooibureau


Oppositiedivisie


Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag)


Technische kamer van beroep