Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:25453
Inhoudsindicatie
Uniemerk. Verkoop van visvazen onder de naam (The) Bubble Jug vormt geen inbreuk (sub b) op het merk Gluggle Jug. Wel merkinbreuk sub a door gebruik van het teken #glugglejug op social media. Wel merkinbreuk sub b door gebruik van het teken gluggle en de tekens gluggling, glug en/of glugging in combinatie met jug in advertenties en metadata. Geen merkinbreuk of oneerlijke handelspraktijk door gebruik van de tekens gluggling, glug en/of glugging zonder jug, omdat hierdoor geen verwarring wordt geschapen. Gebruik van het teken wade wel een oneerlijke handelspraktijk. Geen slaafse nabootsing nu onvoldoende is gebleken dat de Gluggle Jug een eigen gezicht op de markt heeft. Vordering tot nietig- en vervallenverklaring van het Uniemerk Gluggle Jug afgewezen omdat het merk onderscheidend vermogen heeft, niet beschrijvend is en niet is verworden tot gebruikelijke benaming voor (vis)vazen. Benelux-vormmerk (Gluggle Jug) nietig verklaard omdat het elk onderscheidend vermogen mist. Benelux-woordmerk Bubble Jug nietig verklaard omdat de aanvraag daarvan te kwader trouw is ingediend.
Citeert (7)
- ECLI:NL:HR:2024:22 Hoge Raad 12-01-2024
- ECLI:EU:C:2006:422
- ECLI:EU:C:2020:156
- ECLI:EU:C:2006:04
- ECLI:EU:C:2020:156
- ECLI:NL:HR:2000:AA5519 Hoge Raad 14-04-2000
- ECLI:NL:HR:2010:BO1815 Hoge Raad 17-12-2010
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (66.770 tekens)
Team handel
zaak- / rolnummer: C/09/675283 HA ZA 24-958
Vonnis van 2 september 2026
in de zaak van
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
GLUCKIGLUCK GMBH te Berlijn, Duitsland,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
THE GLUGGLE JUG FACTORY, LTD. te Stoke-on-Trent, Verenigd Koninkrijk,
eiseressen in conventie, verweersters in reconventie,
hierna samen te noemen: Gluggle Jug c.s.,
advocaten: mrs. D.M. Breuking, R.D. Krul en A.J. Boot,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
INBOUND TO ANGLIA, LTD. te Southampton, Verenigd Koninkrijk,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
hierna te noemen: ITA,
advocaten: mrs. J.A. Jacobi en M.R. Tol.
1De procedure
1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 1 augustus 2024 met producties EP01 t/m EP20;
- de akte in het geding brengen productie EP21 van Gluggle Jug c.s. van 16 juli 2025;
- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid van ITA van 27 augustus 2025;
- de conclusie van antwoord in incident van Gluggle Jug c.s. van 24 september 2025 met producties EP22;
- het vonnis in incident van 5 november 2025;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie van ITA van 25 februari 2026 (hierna: CvAEiR) met producties GP01 t/m GP14;
- de conclusie van antwoord in reconventie van Gluggle Jug c.s. van 8 april 2026 met producties EP23 t/m EP26;
- de akte overlegging producties EP27 t/m EP38 van Gluggle Jug c.s. van 29 juni 2026;
- de op 25 juni 2026 door ITA ingediende productie GP15 (proceskostenoverzicht);
- de akte overlegging producties EP39 en EP40 van Gluggle Jug c.s. van 8 juli 2025;
- de op 8 juli 2026 door ITA ingediende producties GP16 en GP17;
- de door Gluggle Jug c.s. overgelegde pleitnotitie, voor zover tijdens de mondelinge behandeling voorgedragen;
- de door ITA overgelegde pleitnotitie, tevens inhoudende een vermeerdering van eis.
1.2.
Op 10 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft ITA bezwaar gemaakt tegen de aanvullende productie EP40 van Gluggle Jug c.s. en heeft Gluggle Jug c.s. bezwaar gemaakt tegen de aanvullende productie GP16 van ITA. De rechtbank wijst de bezwaren van beide partijen af, zodat deze producties onderdeel uitmaken van het procesdossier. Hoewel beide producties twee dagen voor de mondelinge behandeling en daarmee binnen de termijn van 10 dagen op grond van artikel 87 lid 6 Rv, zijn overgelegd, verzet de goede procesorde zich ertegen dat de stukken buiten beschouwing worden gelaten. De door Gluggle Jug c.s. overgelegde productie EP40 betreft een kort stuk dat afkomstig is van ITA zelf, zodat ITA met de inhoud daarvan bekend geacht kan zijn. De door ITA overgelegde productie GP16 betreft eveneens een kort stuk dat afkomstig is uit een openbaar register. Beide partijen hebben voldoende de gelegenheid gehad de stukken te bekijken en zich daarop voor te bereiden.
2De feiten
2.1.
Dit geschil heeft betrekking op vazen in de vorm van een rechtopstaande vis met een geopende bek en een omhoog gekrulde staart (hierna: visvazen). Kenmerkend voor visvazen is dat zij door hun vormgeving een gorgelend geluid maken als zij met water (of een andere vloeistof) worden gevuld of als dit eruit wordt geschonken. Visvazen worden sinds de 19e eeuw door verschillende (veelal Engelse) fabrikanten op de markt gebracht, zoals de hieronder weergegeven Victoriaanse ‘majolica’ visvazen uit 1840-1900:
Eiseressen en de Gluggle Jug
2.2.
De in het Verenigd Koninkrijk gevestigde onderneming [bedrijfsnaam] Ltd. (hierna: [bedrijfsnaam] ) produceerde lange tijd een visvaas onder de naam ‘Gluggle Jug’, die zij in 1958 voor de Britse koningin Elisabeth en prins Philip heeft ontworpen. De intellectuele eigendomsrechten op deze visvaas berustten bij [bedrijfsnaam] totdat zij in 2022 failliet werd verklaard.
2.3.
Bij overeenkomst van 20 december 2022 heeft [bedrijfsnaam] alle merkrechten die zijn opgenomen in onderstaand schema overgedragen aan The Gluggle Jug Factory Ltd.:
2.4.
The Gluggle Jug Factory Ltd. is een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde producent en distributeur van de hieronder afgebeelde visvaas onder de naam ‘Gluggle Jug’, die zij aanbiedt in verschillende kleuren en groottes.
2.5.
The Gluggle Jug Factory Ltd. is houdster van het op 12 november 2020 aangevraagde en op 1 april 2021 onder nummer 018337526 voor waren in klasse 21 (kannen, vazen) ingeschreven Uniewoordmerk: ‘GLUGGLE JUG’ (hierna: het Uniemerk).
2.6.
Gluckigluck GmbH is een Duitse onderneming die een exclusieve licentie heeft om de Gluggle Jug in Europa te verkopen en om het Uniemerk in het economisch verkeer te gebruiken voor de waren waarvoor het merk is geregistreerd.
2.7.
Gluckigluck GmbH is houdster van het op 7 januari 2025 aangevraagde en op
20 januari 2026 onder nummer 1536448 voor waren in klassen 21 (kannen, vazen) en
35 (detailhandelsdiensten met betrekking tot serviesgoed) ingeschreven Beneluxmerk (vormmerk met woordelementen) dat als volgt wordt weergegeven (hierna: het Benelux-vormmerk):
2.8.
Gluckigluck GmbH is houdster van het op 12 maart 2026 aangevraagde en op
26 juni 2026 onder nummer 019329636 voor waren in klassen 21 (kannen, vazen) en
42 (ontwerp van porselein) ingeschreven Benelux-woordmerk: ‘BUBBLE JUG’ (hierna: het Benelux-woordmerk).
Gedaagde en de Bubble Jug
2.9.
ITA is een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde onderneming die onder meer via Amazon verschillende producten aanbiedt en verkoopt in de Europese Unie, waaronder in Nederland. ITA verkoopt onder meer de hieronder afgebeelde visvaas onder de naam ‘The Bubble Jug’, althans ‘Bubble Jug’ (zonder ‘The’), die zij aanbiedt in verschillende kleuren en groottes:
2.10.
ITA gebruikt de tekens ‘The Bubble Jug’ en ‘Bubble Jug’ op de volgende wijzen:
In de titel en omschrijving van haar advertenties op Amazon
Op de onderkant van de vazen
Op de verpakking
Op social media (Facebook en Instragram
2.11.
ITA gebruikt in haar advertenties op Amazon en social media de tekens ‘gluggle’, ‘ [bedrijfsnaam] , ‘glug’, ‘GLUGGLING GLUG JUG’, ‘#glugjug’ en ‘#glugglejug’ op de volgende wijzen:
2.12.
Onder advertenties van ITA van visvazen op Amazon staan de volgende recensies:
2.13.
ITA gebruikt in de flyer die zij bij haar verkochte producten voegt de tekens ‘THE GLUGGING JUG’ en ‘glugging fish jugs’:
2.14.
ITA is houdster van het op 6 oktober 2019 onder nummer UK00003434198 voor waren in klasse 21 (kannen, kruiken, vazen) ingeschreven Britse beeld/woordmerk:
Sommatie
2.15.
Bij brief van 27 maart 2024 heeft Gluggle Jug c.s. ITA gesommeerd het gebruik van het teken ‘Bubble Jug’ te staken en gestaakt te houden. Bij brief van 3 april 2024 heeft ITA hierop geantwoord dat zij betwist dat sprake is van enige inbreuk op (merk)rechten en ITA heeft geen gehoor gegeven aan de sommatie.
3Het geschil
in conventie
3.1.
Gluggle Jug c.s. vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat ITA inbreuk heeft gemaakt en/of maakt op de merkrechten van Gluggle Jug c.s.;
II. voor recht verklaart dat de vormgeving van de Bubble Jug als onrechtmatige slaafse nabootsing van de Gluggle Jug kwalificeert;
III. ITA beveelt om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden:
a) elke inbreuk op de merkrechten van Gluggle Jug c.s. in de Europese Unie en/of
b) elk onrechtmatig handelen zoals omschreven in de dagvaarding in Nederland;
waarbij onder inbreukmakend en/of onrechtmatig handelen in ieder geval wordt verstaan ieder gebruik (op internet dan wel anderszins) van het teken ‘Bubble Jug’ en/of het teken ‘The Bubble Jug’ ter onderscheiding van de Bubble Jug;
IV. ITA veroordeelt om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis alle producten die ITA nog in voorraad heeft met daarop het teken ‘Bubble Jug’, dan wel alle producten die overeenstemmen met het product van Gluggle Jug c.s. zoals omschreven in de dagvaarding, te (doen) vernietigen in het bijzijn van een deurwaarder en daarvan binnen vijf werkdagen na vernietiging een door deze deurwaarder opgesteld proces-verbaal van constatering, gespecificeerd naar soort en aantal, te verschaffen aan de advocaten van Gluggle Jug c.s., waarbij ITA de aan de vernietiging verbonden kosten zal dienen te voldoen;
V. ITA veroordeelt om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis opgave te doen van de volgende informatie:
a) het totaal aantal vazen dat door ITA is verkocht;
b) de door ITA betaalde inkoopprijzen voor de verkochte vazen, gespecificeerd per product;
c) de door ITA gehanteerde verkoopprijzen voor de vazen, gespecificeerd per product;
d) de totale door ITA behaalde winst (zijnde het verschil tussen de inkoopprijs en de verkoopprijs) op de vazen;
VI. primair: ITA veroordeelt tot vergoeding van de door Gluggle Jug c.s. gelezen schade in de vorm van (afdracht van) alle door ITA met de inbreuk behaalde winst;
subsidiair: ITA veroordeelt tot vergoeding van de door Gluggle Jug c.s. geleden schade die is veroorzaakt door het inbreukmakende en onrechtmatig handelen zoals omschreven in de dagvaarding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;
VII. een direct opeisbare dwangsom verbindt aan de vorderingen onder II tot en met IV van € 5.000 voor elke overtreding en voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, met een maximum van € 250.000;
VIII. ITA veroordeelt in de proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv,
vermeerderd met de nakosten en wettelijke rente.
3.2.
Gluggle Jug c.s. legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat ITA inbreuk maakt op het Uniemerk in de zin van artikel 9 lid 2 sub b UMVo door zonder haar toestemming de tekens ‘The Bubble Jug’ en ‘Bubble Jug’, die overeenstemmen met het merk, te gebruiken voor het aanbieden en verkopen van dezelfde waren als waarvoor het merk is ingeschreven, waardoor verwarring bij het publiek kan ontstaan.
Ook maakt ITA inbreuk op het merk in de zin van artikel 9 lid 2 sub a en/of b UMVo door zonder toestemming het identieke teken ‘#glugglejug’ en de bijna identieke tekens ‘gluggle’, ‘ [bedrijfsnaam] ’ ‘glug’, ‘GLUGGLING GLUG JUG’, ‘#glugjug’, ‘THE GLUGGING JUG’ en ‘glugging fish jugs’ te gebruiken in haar advertenties, als zoekterm en in metadata ter promotie van dezelfde waren als waarvoor het merk is ingeschreven.
Daarnaast voert Gluggle Jug c.s. aan dat de Bubble Jug een onrechtmatige slaafse nabootsing is van de Gluggle Jug, die een eigen gezicht heeft op de markt, aangezien ITA bij het ontwerpen van de Bubble Jug niet alles heeft gedaan wat redelijkerwijs, zonder afbreuk te doen aan de deugdelijkheid of bruikbaarheid van het product, mogelijk en nodig was om te voorkomen dat door de gelijkheid van beide producten gevaar voor verwarring ontstaat.
Tot slot voert Gluggle Jug c.s. aan dat ITA zich schuldig maakt aan een oneerlijke en/of misleidende handelspraktijk in de zin van artikel 6:193b en 6:193c lid 2 sub a BW, door in haar advertenties en promotiemateriaal te verwijzen naar ‘#glugglejug’, ‘gluggle’, ‘ [bedrijfsnaam] ’ ‘glug’, ‘GLUGGLING GLUG JUG’, ‘#glugjug’, ‘THE GLUGGING JUG’ en ‘glugging fish jugs’ waardoor de indruk wordt gewekt dat er een band bestaat tussen beide ondernemingen en consumenten worden misleid om de Bubble Jug te kopen in plaats van de Gluggle Jug.
Door het handelen van ITA lijdt Gluggle Jug c.s. schade, die ITA dient te vergoeden.
3.3.
ITA voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Gluggle Jug c.s. in de proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv, vermeerderd met de wettelijke rente, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
3.4.
ITA legt daaraan – samengevat – het volgende ten grondslag. ITA betwist dat sprake is van merkinbreuk ‘sub b’ omdat geen gevaar voor verwarring bestaat. Het element ‘bubble’ in het teken ‘Bubble Jug’ verschilt begripsmatig voldoende van ‘gluggle’ en neutraliseert de geringe visuele en auditieve overeenstemming. Bovendien mist het merk ieder onderscheidend vermogen, omdat het beschrijvend is en is verworden tot soortnaam voor een visvaas.
Daarnaast betwist ITA dat sprake is van merkinbreuk ‘sub a’, omdat ITA het teken ‘glugglejug’ gebruikt als soortnaamaanduiding voor een type vaas.
Ten aanzien van de vorderingen op grond van slaafse nabootsing voert ITA aan dat Gluggle Jug c.s. niet ontvankelijk moet worden verklaard, omdat The Gluggle Jug Factory alleen de merkrechten van [bedrijfsnaam] heeft gekocht en geen rechten die rusten op de vormgeving of het ontwerp van de Gluggle Jug. ITA betwist verder dat de Gluggle Jug ten opzichte van het vormgevingserfgoed een eigen gezicht in de markt heeft en stelt dat tussen de Bubble Jug en de Gluggle Jug duidelijke verschillen bestaan, zodat ITA niet nodeloos voor verwarring zorgt.
Tot slot betwist ITA dat sprake is van een oneerlijke handelspraktijk, nu niet is aangetoond dat consumenten een commerciële band tussen Gluggle Jug c.s. en ITA veronderstellen of dat het gebruik van de tekens ‘gluggle’ of ‘gluggle jug’ (die consumenten opvatten als aanduiding van een vaas die een gorgelend geluid maakt) leidt tot een verstoring van het economisch gedrag van de consument.
in reconventie
3.5.
ITA vordert – zakelijk weergegeven en na vermeerdering van eis – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het Uniemerk, het Benelux-vormmerk en het Benelux-woordmerk nietig verklaart, met veroordeling van Gluggle Jug c.s. in de proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.6.
Naast voornoemde nietigheidsvorderingen – die blijken uit het petitum van de CvAEiR en de pleitnotitie van de advocaat van ITA – blijkt uit het lichaam van de CvAEiR en de mondelinge behandeling dat ITA ook een vordering tot vervallenverklaring van het Uniemerk heeft willen instellen. Ook Gluggle Jug c.s. heeft dit zo opgevat. Gluggle Jug c.s. heeft immers uitvoerig gereageerd op een vordering tot vervallenverklaring van het Uniemerk in de conclusie van antwoord in reconventie en tijdens de mondelinge behandeling. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat het niet opnemen van deze vordering in het petitum van de CvAEiR een kennelijke omissie is en ITA ook de vervallenverklaring van het Uniemerk vordert.
3.7.
ITA legt – samengevat – aan haar vorderingen het volgende ten grondslag.
Het Uniemerk is nietig op grond van artikel 59 lid 1 jo. artikel 7 lid 1 sub b t/m d UMVo omdat ‘Gluggle Jug’ beschrijvend is voor de betrokken waren, althans omdat het elk onderscheidend mist. Verder dient het Uniemerk vervallen te worden verklaard op grond van artikel 58 lid 1 sub b UMVo, omdat ‘gluggle jug’ is verworden tot de gebruikelijke benaming voor een vaas die een gorgelend geluid maakt.
Het Benelux-vormmerk is nietig op grond van artikel 2.2bis lid 1 sub b en e onder iii BVIE omdat het onderscheidend vermogen mist en bestaat uit een vorm die wezenlijke waarde aan de waar geeft.
Het Benelux-woordmerk is nietig op grond van artikel 2.2bis lid 2 BVIE omdat de aanvraag om inschrijving van het merk te kwader trouw is ingediend.
3.8.
Gluggle Jug c.s. voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van ITA in de proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.9.
Gluggle Jug c.s. legt daaraan – samengevat – het volgende ten grondslag.
Gluggle Jug c.s. betwist dat ‘gluggle jug’ is verworden tot een soortnaam, nu niet is aangetoond dat het relevante publiek in de Europese Unie ‘gluggle jug’ bij aanvang van de vermeende inbreuk en door toedoen of nalaten van Gluggle Jug c.s. niet als merk opvatte maar als naam voor een vaas in de vorm van een vis. Verder betwist Gluggle Jug c.s. dat ‘gluggle jug’ beschrijvend is of onderscheidend vermogen mist, omdat ‘gluggle’ geen gebruikelijke benaming is voor de betrokken waren en slechts via een denkslag kan worden geassocieerd met ‘glugging’, het woord voor het geluid dat ontstaat als vloeistof uit de vaas stroomt.
Ten aanzien van de vordering tot nietigverklaring van het Benelux-vormmerk voert Gluggle Jug c.s. aan dat ITA daar geen processueel belang bij heeft, omdat Gluggle Jug c.s. in deze procedure geen beroep op dit merk heeft gedaan. Gluggle Jug c.s. betwist dat het Benelux-vormmerk onderscheidend vermogen mist, omdat het merk wordt gekenmerkt door een concrete en consistente vormgeving met een eigen totaalindruk waardoor het relevante publiek in de Benelux het merk kan opvatten als een aanduiding van commerciële herkomst. Ook zijn de intrinsieke kenmerken van de vorm niet zodanig bepalend voor de aankoopbeslissing van de vaas dat de vorm wezenlijke waarde aan de vaas geeft; die wordt daarnaast ook bepaald door bruikbaarheid, materiaal, inhoud, afwerking, prijs en toepassingsdoel.
Tot slot betwist Gluggle Jug c.s. dat het Benelux-woordmerk te kwader trouw is aangevraagd, omdat het merk is aangevraagd om de merkpositie van Gluggle Jug te versterken en om mogelijk in de toekomst als merk te gebruiken.
3.10.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Bevoegdheid
- in conventie
4.1.
Onder verwijzing naar het vonnis in incident stelt de rechtbank vast dat zij internationaal en relatief bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen jegens ITA
die zijn gegrond op inbreuk op het Uniemerk op grond van de artikelen 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 5 UMVo in verbinding met artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening inzake het Gemeenschapsmerk, nu de gestelde inbreuk (mede) in Nederland heeft plaatsgevonden. Op grond van artikel 126 lid 2 UMVo is de bevoegdheid van de rechtbank beperkt tot Nederland en niet, zoals Gluggle Jug c.s. primair heeft betoogd, tot de Europese Unie.
4.2.
Eveneens onder verwijzing naar het vonnis in incident stelt de rechtbank vast dat zij internationaal bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen jegens ITA die zijn gegrond op onrechtmatige daad, op grond van artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo, aangezien de gestelde inbreuk in Nederland heeft plaatsgevonden. Ook ten aanzien van deze vorderingen is de bevoegdheid beperkt tot Nederland.
- in reconventie
4.3.
De rechtbank is internationaal en relatief bevoegd kennis te nemen van de reconventionele vordering tot nietigverklaring van het Uniemerk op grond van de artikelen 123 lid 1, 124 aanhef en onder d en 125 lid 5 UMVo in verbinding met artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening inzake het Gemeenschapsmerk, nu de gestelde inbreuk (mede) in Nederlands heeft plaatsgevonden. Op grond van artikel 126 lid 2 UMVo is de bevoegdheid van de rechtbank beperkt tot Nederland.
4.4.
Nu de rechtbank bevoegd is ten aanzien van de overige vorderingen is zij eveneens internationaal en relatief bevoegd om kennis te nemen van de reconventionele vorderingen tot nietigverklaring van de Beneluxmerken op grond van artikel 4.6 lid 4 BVIE.
in reconventie
Geldigheid Uniemerk
- gebrek aan onderscheid vermogen en uitsluitend beschrijvend?
4.5.
ITA heeft aangevoerd dat het Uniemerk ‘Gluggle Jug’ nietig is omdat het ieder onderscheidend vermogen mist en uitsluitend beschrijvend is in de zin van artikel 59 lid 1 sub a in verbinding met artikel 7 lid 1 sub b en c UMVo. ITA heeft ook een beroep gedaan op de nietigheid van het Uniemerk op grond van artikel 7 lid 1 sub d UMVo, maar dit betoog niet onderbouwd, zodat de rechtbank aan het beroep op dit artikel als onvoldoende onderbouwd voorbijgaat.
4.6.
Een Uniemerk wordt nietig verklaard als het niet voldoet aan de vereisten die voortvloeien uit artikel 7 lid 1 sub b en c UMVo. Het daaraan ten grondslag liggende algemeen belang is dat geen tekens worden ingeschreven die niet in staat zijn de wezenlijke functie van een merk (namelijk het waarborgen van de oorsprong) te vervullen en dat dergelijke tekens of benamingen voor een ieder vrij beschikbaar blijven zodat ook anderen deze tekens en benamingen ongestoord kunnen gebruiken om dezelfde kenmerken van hun eigen waren en diensten te beschrijven. Een Uniemerk heeft onderscheidend vermogen indien het zich ertoe leent de waren waarvoor het is ingeschreven, als afkomstig van een bepaalde onderneming te identificeren en aldus van de waar van andere ondernemingen te onderscheiden. Of het merk deze herkomstfunctie kan vervullen dient daarbij telkens te worden beoordeeld aan de hand van de waren of diensten waarvoor de inschrijving is verricht en uitgaande van de perceptie van het merk door het relevante publiek. Voor het oordeel dat een merk beschrijvend is, is voldoende dat het teken of de benaming in minstens één van de potentiële betekenissen een kenmerk van de betrokken waren of diensten kan aanduiden. De uiteindelijke concrete beoordeling van het merk vindt plaats enerzijds in relatie tot de waren of diensten waarvoor het is ingeschreven en anderzijds in relatie tot de perceptie ervan door het relevante publiek, dat hier kan worden omschreven als (de normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde) consument van visvazen. Hierbij geldt dat het verband voldoende rechtstreeks en concreet moet zijn. Voorts geldt als referentiebasis de wijze waarop het relevante publiek het betrokken woord normaliter opvat en kan dit worden onderbouwd bijvoorbeeld aan de hand van de uitleg in een woordenboek van vergelijkbare termen.
4.7.
De stelling van ITA dat ‘Gluggle Jug’ niet onderscheidend want beschrijvend is voor de waren waarvoor het merk is ingeschreven, slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat de benaming ‘gluggle jug’ geen directe betekenis heeft die een kenmerk van de betrokken waren (vazen, of in dit geval meer specifiek: visvazen) kan aanduiden. De rechtbank licht dit als volgt toe.
4.8.
Tussen partijen is onbetwist dat het Engelse woord ‘jug’ beschrijvend is voor de relevante waren. Dit betekent immers ‘kan’ of ‘kruik’. Het debat tussen partijen spits zich toe op de betekenis die toekomt aan het woord ‘gluggle’. Dit woord heeft op zichzelf geen betekenis in de Engelse taal. Zo komt het woord ‘gluggle’ niet voor in een Engels woordenboek. Het Engelse woord voor ‘gorgelen’ is ‘gurgling’. Wel verwijst het woord ‘gluggle’ naar het gorgelende geluid dat hoorbaar is wanneer een vloeistof in of uit een vaas of kan wordt geschonken; dat erkent Gluggle Jug c.s. ook. Echter, anders dan ITA heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat het klanknabootsende woord (ook wel: onomatopee) in de Engelse taal niet het woord ‘gluggle’ is, maar het woord ‘glug’. Bij het uitschenken van vloeistof uit een kan is immers ‘glug glug glug’ te horen, en niet ‘gluggle gluggle gluggle’. Dat ook het relevante publiek deze betekenis aan het woord ‘glug’ toekent volgt uit de door partijen overgelegde stukken, zie bijvoorbeeld de Wikipedia-pagina behorend bij de term ‘glugging’ (“The English word “glug” is onomatopoeic, describing this sound”) en de recensies genoemd in 2.12 (‘Glug er lekker op los’, ‘Vonden het glug geluid erg leuk’ en (anders geschreven) ‘ik had hem gekocht vanwege het bekende geluid van glu glu’). Het woord ‘gluggle’ is afgeleid van dit klanknabootsende Engelse woord ‘glug’. Dat laat echter onverlet dat aan het woord ‘gluggle’ geen zelfstandige betekenis toekomt. Hierdoor is het teken ‘gluggle jug’ ook geen bestaande (beschrijvende) term voor een visvaas die een gorgelend geluid maakt tijdens het in- of uitschenken. Doordat het teken niet uitsluitend beschrijvend is, leent het teken zich er ook toe de waren waarvoor het is ingeschreven als afkomstig van The Gluggle Jug Factory Ltd. te identificeren en aldus van de waar van andere ondernemingen te onderscheiden.
4.9.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het merk Gluggle Jug voor (vis)vazen onderscheidend vermogen heeft en niet beschrijvend is. De vordering om het Uniemerk nietig te verklaren zal dan ook worden afgewezen.
- verworden tot soortnaam?
4.10.
ITA stelt zich verder op het standpunt dat het Uniemerk vervallen moet worden verklaard op grond van artikel 58 lid 1 sub b UMVo, omdat het teken ‘gluggle jug’ door toedoen of nalaten van Gluggle Jug c.s. tot de in de handel gebruikelijke benaming is geworden voor de waar waarvoor het is ingeschreven. Een ‘gluggle jug’ is volgens ITA de gebruikelijke benaming geworden voor een visvaas.
4.11.
De rechtbank is van oordeel dat ITA haar stelling dat het teken ‘gluggle jug’ door het in aanmerking komende publiek wordt gepercipieerd als soortnaam voor dit type vaas, onvoldoende heeft onderbouwd. Met de verwijzing naar een aantal Engelstalige websites waarop visvazen worden aangeduid als ‘gluggle jugs’ (productie GP13) voldoet ITA niet aan haar stelplicht. Met name volgt niet uit deze productie dat het publiek in de Europese Unie het woord ‘gluggle jug’ in het algemeen opvat als de soortnaam voor een visvaas. Daarbij komt dat uit de door ITA overgelegde Engelstalige websites (productie GP13) volgt dat de visvazen ook worden aangeduid met woorden als ‘statement jug’ of ‘decorative jug’. Verder blijkt uit de eveneens door ITA overgelegde advertenties van diverse aanbieders van visvazen (productie GP09) dat de vazen vooral worden beschreven door te verwijzen naar de vorm, namelijk die van een vis. Zo worden in deze productie de visvazen beschreven als: vaas/karaf vis, bloemenvaas, vaas in visvorm, happy fish, mini vaas vis, karaf in de vorm van een vis, vis vormige bloem vaas, vis vorm pitcher vaas, vissenvazen, vaas vis en vis vaas met vissilhouet. Een en ander bevestigt het oordeel van de rechtbank dat ‘gluggle jug’ niet is verworden tot soortnaam van dit type vaas.
4.12.
Gezien het voorgaande zal de rechtbank de vordering tot vervallenverklaring van het Uniemerk afwijzen.
Geldigheid Benelux-vormmerk
4.13.
De rechtbank stelt vast dat ITA ontvankelijk is in haar vordering tot nietigverklaring van het Benelux-vormmerk. Anders dan Gluggle Jug c.s. heeft betoogd, is het niet relevant dat Gluggle Jug c.s. dit merk niet ten grondslag heeft gelegd aan haar vordering in conventie, aangezien op grond van artikel 136 Rv samenhang (connexiteit) van de reconventionele vordering met de conventie geen vereiste is voor het instellen die vordering.
4.14.
ITA heeft aangevoerd dat het Benelux-vormmerk nietig is, primair omdat het elk onderscheidend vermogen mist in de zin van artikel 2.2bis lid 1 sub b en subsidiair omdat het uitsluitend bestaat een vorm die een wezenlijke waarde aan de waren geeft in de zin van artikel 2.2bis e onder iii BVIE.
- gebrek aan onderscheidend vermogen?
4.15.
De onder 4.6 beschreven criteria voor de beoordeling van het onderscheidend vermogen van een merk zijn van toepassing op alle categorieën merken, derhalve niet alleen op (traditionele) woord- en beeldmerken die bestaan uit een van het uiterlijk van de waar onafhankelijk teken, maar ook op vormmerken die juist wel geheel of gedeeltelijk samenvallen met het uiterlijk van de waar. Tegelijkertijd geldt voor deze laatste categorie dat de gemiddelde consument niet gewend is de herkomst van waren zonder enig grafisch of tekstueel element af te leiden uit (een deel van) de waar. Merken die geheel of gedeeltelijk samenvallen met het uiterlijk van de waar zullen derhalve minder snel als herkomstaanduiding worden herkend. Volgens het HvJ moet daarom voor een dergelijk merk de lat hoger worden gelegd, in die zin dat het alleen dan het vereiste onderscheidend vermogen heeft als het op significante wijze afwijkt van de norm of van wat in de betrokken sector gangbaar is.
4.16.
Zoals ITA terecht heeft opgemerkt, heeft het EUIPO tweemaal de aanvraag van Gluggle Jug c.s. voor inschrijving van een vormmerk, bestaande uit precies dezelfde afbeeldingen als het Benelux-vormmerk, afgewezen voor waren in klasse 21 (kannen, vazen). Beide aanvragen betroffen een vormmerk bestaande uit onderstaande afbeeldingen, waarbij het verschil erin is gelegen dat het vormmerk in de eerste aanvraag een blanco onderkant heeft en bij de tweede aanvraag een onderkant waarin een print met de tekst ‘The Gluggle Jug Factory’ is aangebracht:
4.17.
Bij beslissingen van 5 augustus 2024 (productie GP08) en 25 juli 2025 (productie GP14) heeft het EUIPO de aanvragen afgewezen op de grond dat het merk geen onderscheidend vermogen heeft in de zin van artikel 7 lid 1 sub b UMVo. Het EUIPO overwoog daartoe dat “het uiterlijk van het merk waarvoor bescherming wordt gevraagd, […] slechts een van de vele varianten [is] in de betrokken sector. Eindverbruikers besteden doorgaans meer aandacht aan het etiket of de naam van de waren dan aan de vorm of de verpakking ervan. Het merk bestaat uitsluitend uit een combinatie van vormgevingselementen, namelijk een waterkan in de vorm van een naar boven kijkende vis, met de bek open in een dynamische en expressieve houding, en de woordelementen ‘The Gluggle Jug Factory THE ORIGINAL HANDMADE IN ENGLAND’ onderaan de kan. De relevante Engelssprekende consument in de Europese Unie zou deze combinatie van vormgevingskenmerken beschouwen als kenmerkend voor de vormen van de waren waartegen bezwaar is gemaakt. Deze vorm wijkt niet wezenlijk af van diverse basisvormen die in de handel voor deze waren gebruikelijk zijn; het betreft slechts een variatie daarop.” Ten aanzien van de bijkomende woordelementen op de onderkant van de vaas in de tweede aanvraag, overwoog het EUIPO dat deze “het betrokken teken geen onderscheidend vermogen [verlenen], aangezien zij slechts zullen worden opgevat als een aanduiding dat de waren handgemaakt zijn en uit Engeland afkomstig zijn. Bijgevolg is het teken als geheel niet in staat de essentiële functie van een merk te vervullen, namelijk het onderscheiden van de waren of diensten van een onderneming van die van andere ondernemingen.”
4.18.
De rechtbank sluit zich aan bij dit oordeel en de overwegingen daartoe en maakt deze tot de hare. Daarbij geldt met betrekking tot de Benelux dat uit het door ITA overgelegde overzicht van advertenties (productie GP09) volgt dat er ook in de Benelux diverse aanbieders zijn van visvazen in de vorm van het Benelux-vormmerk. Het Benelux-vormmerk wijkt dus niet significant af van de vormen die in de handel in de Benelux voor de waren in klasse 21 (kannen, vazen) gebruikelijk zijn. Dat het relevante publiek in de Benelux dit vormmerk anders zou waarnemen dan het relevante publiek van de Europese Unie is door Gluggle Jug c.s. niet duidelijk gemaakt en dit valt voor de rechtbank zonder nadere onderbouwing ook niet in te zien. Verder voegt de rechtbank toe dat de omstandigheid dat op de onderkant van de vaas in het Benelux-vormmerk het (geldige) Uniewoordmerk ‘Gluggle Jug’ staat afgebeeld, niet maakt dat het een geldig Benelux-vormmerk is. Deze enkele print aan de onderkant van de vaas, in combinatie met woorden die verwijzen naar de manier waarop (met de hand) en waar (Engeland) de vazen gemaakt worden, maakt niet dat de vorm als geheel in staat is om de visvazen die worden verkocht onder het merk ‘Gluggle Jug’ te onderscheiden van visvazen van andere ondernemingen.
4.19.
De rechtbank is derhalve van oordeel dat het Benelux-vormmerk nietig is op grond van artikel 2.2bis lid 1 sub b BVIE en zal de vordering om het merk nietig te verklaren voor waren in klasse 21 toewijzen.
Geldigheid Benelux-woordmerk
4.20.
ITA heeft aangevoerd dat het Benelux-woordmerk ‘Bubble Jug’ nietig is omdat de aanvraag daarvan door Gluckigluck GmbH te kwader trouw is ingediend in de zin van artikel 2.2bis lid 2 BVIE.
4.21.
Van een depot te kwader trouw kan - voor zover hier relevant - sprake zijn indien de aanvraag tot inschrijving wordt verricht terwijl de aanvrager weet of behoort te weten dat een derde binnen de laatste drie jaren binnen de Benelux een overeenstemmend merk of teken voor soortgelijke waren te goeder trouwen op normale wijze heeft gebruikt, en die derde geen toestemming heeft verleend voor inschrijving. In dat geval wordt door de inschrijving van het merk ingevolge artikel 2.4 BVIE geen recht op het merk verkregen.
4.22.
De rechtbank stelt vast dat Gluckigluck GmbH ten tijde van de aanvraag tot inschrijving van het merk ‘Bubble Jug’ op 12 maart 2026 wist van het (voor-)gebruik van het merk door ITA. Zo heeft Gluggle Jug c.s. in maart 2024 de eerste sommatie naar ITA gestuurd ter zake van het gebruik van het teken ‘Bubble Jug’ en ITA op 1 augustus 2024 gedagvaard in het kader van onderhavige procedure. In deze procedure neemt Gluggle Jug c.s. het standpunt in dat het gebruik van dit teken inbreuk maakt op haar eigen merk ‘Gluggle Jug’, omdat het volgens haar tot verwarring leidt bij het relevante publiek. Door hangende deze procedure dit (volgens haar inbreukmakende en verwarringwekkende) teken aan te vragen als Beneluxmerk, zonder op enige wijze aan te tonen dat zij voornemens is om dit zelf als merk te gaan gebruiken, heeft Gluggle Jug c.s. het merk te kwader trouw ingediend.
4.23.
De rechtbank is derhalve van oordeel dat het Benelux-woordmerk nietig is op grond van artikel 2.2bis lid 2 BVIE en zal de vordering om het merk nietig te verklaren voor waren en diensten in klassen 21 en 42 toewijzen.
in conventie
Merkinbreuk sub a
4.24.
Van inbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 aanhef sub a UMVo is sprake als het betrokken teken gelijk is aan het merk en wordt gebruikt voor waren die gelijk zijn aan de waren waarvoor het merk is ingeschreven.
4.25.
De rechtbank stelt vast dat ITA het teken ‘#glugglejug’ heeft gebruikt in een post op social media waarin zij haar Bubble Jug-visvaas aanbiedt (zie 2.11 hiervoor). Nu dit teken gelijk is aan het Uniemerk en wordt gebruikt voor het aanbieden van waren waarvoor het merk is ingeschreven (vazen), is sprake van merkinbreuk sub a. De rechtbank zal de vordering om deze inbreuk te staken en gestaakt te houden toewijzen.
Merkinbreuk sub b
4.26.
Van inbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 aanhef sub b UMVo is sprake als het betrokken teken gelijk is aan of overeenstemt met het merk en wordt gebruikt met betrekking tot waren die gelijk zijn aan of overeenstemmen met de waren waarvoor het merk is ingeschreven, indien daardoor bij het in aanmerking komende publiek van de desbetreffende waren (directe of indirecte) verwarring kan ontstaan. Daartoe dient eerst te worden beoordeeld in hoeverre sprake is van visuele, auditieve en/of begripsmatige overeenstemming tussen het merk zoals dat is ingeschreven en het teken zoals dat wordt gebruikt. Deze vergelijking is gebaseerd op de totaalindruk die het merk en het teken in het geheugen van het relevante publiek achterlaten, waarbij in het bijzonder rekening moet worden gehouden met de onderscheidende en dominerende bestanddelen. In deze fase wordt geen rekening gehouden met de omstandigheden waaronder de waren in de handel worden gebracht. Als sprake is van (een zekere mate van) overeenstemming, wordt vervolgens het verwarringsgevaar globaal beoordeeld, waarbij alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen, waaronder de mate van overeenstemming tussen het merk en het teken, de mate van soortgelijkheid van de betrokken waren, de onderscheidingskracht van het merk, de perceptie van het relevante publiek en de wijze waarop het merk en het teken in de praktijk worden gebruikt. Er moet sprake zijn van reëel verwarringsgevaar bij de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument van de betrokken waren of diensten. Er dient evenwel rekening mee te worden gehouden dat de gemiddelde consument slechts zelden de mogelijkheid heeft verschillende merken en/of tekens rechtstreeks met elkaar te vergelijken, maar aanhaakt bij het onvolmaakte beeld dat bij hem is achtergebleven. Bovendien kan het aandachtsniveau van de gemiddelde consument variëren naargelang de aard van de betrokken producten.
- Het teken The Bubble Jug / Bubble Jug
(i) overeenstemming tussen merk en teken
4.27.
De rechtbank zal eerst een vergelijking maken tussen het woordmerk ‘Gluggle Jug’ en het teken ‘The Bubble Jug’ / ‘Bubble Jug’. Zoals gezegd wordt in deze fase geen rekening gehouden met de omstandigheden waaronder de waren in de handel worden gebracht, zoals de vormgeving van de visvazen die onder het merk en teken worden verkocht.
4.28.
De rechtbank is van oordeel dat visueel en auditief sprake is van een geringe mate van overeenstemming tussen ‘Gluggle Jug’ en ‘Bubble Jug’. Zowel merk als teken bestaan uit twee delen, te weten ‘Gluggle’/’Bubble’ en ‘Jug’. Omdat de elementen ‘Gluggle’/’Bubble’ in merk en teken vooraan zijn geplaatst en het element ‘Jug’ voor zowel merk als teken beschrijvend moet worden geacht voor de waren (kannen, kruiken), zijn de elementen ‘Gluggle’/’Bubble’ in zowel merk als teken dominant. Deze elementen verschillen visueel en auditief van elkaar. Gluggle begint met ‘Gl’ en heeft in het midden twee letters ‘gg’, terwijl Bubble begint met een ‘B’ en in het midden twee letters ‘bb’ heeft. In het merk staat dus de letter ‘g’ visueel en auditief centraal, terwijl dit bij het teken de letter ‘b’ is. Hoewel de woorden door de letter ‘u’ tussen de medeklinkers en ‘le’ op het eind enigszins op elkaar lijken, zien zij er – door voornoemde verschillen – anders uit en klinken zij anders als ze worden uitgesproken.
4.29.
Aangezien het element ‘gluggle’ geen vaststaande betekenis heeft in een van de relevante talen van de Europese Unie (zie 4.8 hiervoor), is een begripsmatige vergelijking tussen merk en teken niet mogelijk. Het beroep van ITA op de neutralisatieleer slaagt niet. Toepassing daarvan dient beperkt te blijven tot die uitzonderlijke gevallen waarin ten minste één van de conflicterende tekens in de ogen van het relevante publiek een duidelijke en vaste betekenis heeft, die het publiek onmiddellijk kan begrijpen. In zo’n uitzonderlijk geval kunnen de begripsmatige verschillen opwegen tegen de visuele en/of auditieve gelijkenissen. Hiervan is in dit geval geen sprake. Dat het element ‘bubble’ (het Engelse woord voor ‘bubbel’) de duidelijke en vaste betekenis van luchtbel heeft is door Gluggle Jug c.s. weersproken, door erop te wijzen dat dit woord ook vele andere betekenissen heeft, zoals bruis in frisdrank, een beschermde of afgesloten omgeving of een tekstballon in een strip. Hierdoor is niet komen vast te staan dat het teken ‘bubble’ in de ogen van het relevante publiek de duidelijke en vaste betekenis heeft in de zin als door ITA betoogd.
4.30.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een geringe mate van visuele en auditieve overeenstemming en dat deze overeenstemming niet wordt weggenomen door een begripsmatig verschil.
(ii) overeenstemming tussen waren
4.31.
De rechtbank stelt verder vast dat de waren waarvoor ITA het teken gebruikt identiek zijn aan de waren waarvoor het merk is ingeschreven, te weten vazen en kannen.
(iii) het relevante publiek
4.32.
Het relevante publiek bestaat uit de gemiddelde consument van de betrokken waren in de Europese Unie. In dit geval gaat het om consumenten van decoratieve vazen. Naar het oordeel van de rechtbank betreft dit consumenten met een gemiddeld aandachtsniveau. De rechtbank volgt Gluggle Jug c.s. niet in haar standpunt dat moet worden uitgegaan van consumenten met een laag aandachtsniveau. Decoratieve waren zoals hier aan de orde worden door het relevante publiek immers niet met grote regelmaat gekocht. Op het moment dat een consument wel overgaat tot de aanschaf van een dergelijk product, zal het een zekere mate van aandacht besteden aan de aankoop daarvan.
(iv) onderscheidend vermogen en bekendheid van het merk
4.33.
De rechtbank weegt verder mee dat het merk naar haar oordeel weinig onderscheidend vermogen heeft. Het element ‘jug’ is geheel beschrijvend voor de relevante waren. Het element ‘gluggle’ heeft weliswaar op zichzelf geen betekenis, maar is afgeleid van het klanknabootsende Engelse woord ‘glug’, dat het gorgelende geluid beschrijft wanneer vloeistof uit een visvaas stroomt (zie 4.8 hiervoor). Gluggle Jug c.s. erkent ook dat ‘gluggle’ verwijst naar dit geluid. Het element ‘gluggle’ is hierdoor weinig fantasievol.
4.34.
Gluggle Jug c.s. heeft zich op het standpunt gesteld het merk grote bekendheid heeft onder het betrokken publiek en daardoor onderscheid vermogen heeft gekregen. Ter onderbouwing hiervan heeft zij verwezen naar aanbiedingen van de Gluggle Jug in verschillende Europese landen. Naar het oordeel van de rechtbank kan hieruit niet de conclusie volgen dat ‘Gluggle Jug’ een bekend merk is. Het enkele feit dat het product van Gluggle Jug c.s. te koop is in meerdere landen van de Europese Unie zegt immers niets over de bekendheid van het merk bij het relevante publiek.
(v) verwarringsgevaar
4.35.
Vervolgens zal de rechtbank beoordelen of, gelet op alle omstandigheden van het geval, sprake is van verwarringsgevaar. Nu in deze fase ook meeweegt hoe de waren in de handel worden gebracht, neemt de rechtbank in de beoordeling mee dat onder het merk en het teken in de praktijk visvazen worden gekocht die qua vormgeving sterk op elkaar lijken.
4.36.
Gelet op de geringe mate van overeenstemming tussen het merk en het teken, het gemiddelde aandachtsniveau van het publiek en het weinig onderscheidende vermogen van het merk, is de rechtbank van oordeel dat het gebruik van het teken geen gevaar voor verwarring bij het publiek oplevert. De omstandigheid dat merk en teken beiden worden gebruikt voor het verkopen van visvazen doet hier niet aan af. Het gaat immers om de beoordeling van de woorden ‘Gluggle Jug’ en ‘Bubble Jug’ / ‘The Bubble Jug’. Het verschil tussen deze woorden is dusdanig dat de gemiddelde consument die een visvaas koopt onder de naam ‘Gluggle Jug’, dit naar verwachting niet zal verwarren met een visvaas die onder de naam ‘Bubble Jug’ wordt verkocht. De gemiddelde consument zal daardoor – ook als de aangeboden producten qua vormgeving op elkaar lijken – niet menen dat de producten van dezelfde of met elkaar verbonden ondernemingen afkomstig zijn.
- de tekens gluggle, [bedrijfsnaam] , glug, gluggling glug jug, glugjug, the glugging jug en glugging fish jugs
4.37.
Vervolgens zal de rechtbank een vergelijking maken tussen het woordmerk ‘Gluggle Jug’ en de tekens die ITA gebruikt in haar advertenties en ter promotie van de Bubble Jug.
4.38.
De rechtbank is van oordeel dat visueel en auditief sprake is van een grote mate van overeenstemming tussen ‘Gluggle Jug’ en het teken ‘gluggle’ (zonder ‘jug’). Het dominante element van het merk stemt in dat geval immers geheel overeen met het teken. Ook is sprake van een grote mate van overeenstemming tussen het merk en de tekens ‘gluggling glug jug’, ‘glugjug’, ‘the glugging jug’ en/of ‘glugging fish jugs’. Deze tekens beginnen immers met ‘gluggl’, ‘glug’ of ‘glugg’ en stemmen – gezien de combinatie met ‘jug’ – sterk overeen met het merk. Dit is anders voor zover deze tekens worden gebruikt zonder ‘jug’. In dat geval is de overeenstemming beperkter, omdat slechts een deel van het dominante element van het merk in het teken is overgenomen en het beschrijvende element niet en het deel dat is overgenomen het klanknabootsende Engelse woord ‘glug’ is of een afgeleide daarvan. Een begripsmatige vergelijking tussen het merk en de tekens is niet mogelijk om de reden als hiervoor in 4.29 overwogen.
4.39.
Tussen het merk en het teken ‘ [bedrijfsnaam] ’, dat verwijst naar de oorspronkelijke fabrikant van de Gluggle Jug, bestaat geen auditieve en visuele overeenstemming. Het gebruik van dit teken levert dus geen merkinbreuk op.
4.40.
Voor de beoordeling van het verwarringsgevaar verwijst de rechtbank naar hetgeen zij hiervoor heeft overwogen over het gebruik voor dezelfde waren als waarvoor het merk is ingeschreven (4.31), het gemiddelde aandachtsniveau van het betrokken publiek (4.32) en het weinig onderscheidende vermogen van het merk (4.33).
4.41.
Gelet op de grote mate van overeenstemming tussen het merk en het teken ‘gluggle’ en de tekens ‘gluggling’, ’glug’ en/of ’glugging’ in combinatie met ‘jug’, het feit dat de tekens voor dezelfde waren worden gebruikt en het gemiddelde aandachtsniveau van het publiek, is de rechtbank van oordeel dat het gebruik van deze tekens gevaar voor verwarring bij het publiek oplevert. Dit geldt – gezien de beperktere mate van overeenstemming – niet voor het gebruik van de tekens ‘gluggling’, ’glug’ en ’glugging’ zonder ‘jug’.
- conclusie merkinbreuk sub b
4.42.
De slotsom van dit alles is dat de rechtbank van oordeel is dat ITA geen merkinbreuk sub b maakt door de tekens ‘The Bubble Jug’ / ‘Bubble Jug’ te gebruiken voor het aanbieden en verkopen van visvazen, maar wel door het teken ‘gluggle’ of de tekens ‘gluggling’, ’glug’ en/of ’glugging’ in combinatie met ‘jug’ hiervoor te gebruiken. De rechtbank zal de vordering om deze inbreuk te staken en gestaakt te houden in zoverre toewijzen.
Slaafse nabootsing
4.43.
Gluggle Jug c.s. heeft aangevoerd dat de Bubble Jug een onrechtmatige slaafse nabootsing is van de Gluggle Jug. ITA heeft gesteld dat Gluggle Jug c.s. niet ontvankelijk moet worden verklaard in deze vordering, aangezien er geen intellectuele eigendomsrechten (meer) rusten op de vormgeving of het ontwerp van de Gluggle Jug en dat The Gluggle Jug Factory Ltd. alleen de merkrechten van [bedrijfsnaam] heeft gekocht. Een vordering op grond van slaafse nabootsing kan echter ook worden ingesteld als een product niet (meer) beschermd wordt door enig intellectueel eigendomsrecht. Bovendien volgt uit vaste rechtspraak dat een dergelijke vordering niet alleen kan worden ingesteld door de ontwerper of fabrikant van een product maar ook door de partij die het product verhandelt. Gluggle Jug c.s. heeft als producent, distributeur en verkoper van de Gluggle Jug voldoende belang bij haar vordering en de rechtbank acht haar ontvankelijk.
4.44.
Verder heeft ITA aangevoerd dat sinds het uitbrengen van de dagvaarding in de literatuur en jurisprudentie heel anders wordt gekeken naar de slaafse nabootsingsleer en dat deze zelfs in strijd is met het EU-merkenrecht en het vrije verkeer van goederen. De rechtbank kan deze stelling echter onbesproken laten, gelet op het navolgende.
4.45.
Om tot een geslaagd beroep op slaafse nabootsing te komen, dient Gluggle Jug c.s. allereerst aan te tonen dat de Gluggle Jug een eigen gezicht op de Nederlandse markt heeft. De rechtbank is van oordeel dat dit onvoldoende is gebleken. Uit het vormgevingserfgoed dat is aangedragen door zowel Gluggle Jug c.s. als ITA (met name in productie GP09) blijkt immers dat op de Nederlandse markt tal van vazen bestaan in de vorm van een rechtopstaande vis met een geopende bek en een omhoog gekrulde staart, waarvan er hieronder ter illustratie een aantal worden weergegeven:
4.46.
Niet gebleken is dat de Gluggle Jug zich ten opzichte van dit grote aanbod aan visvazen qua vormgeving voldoende onderscheidt om te kunnen spreken van een eigen gezicht op de markt. Derhalve kan geen sprake zijn van slaafse nabootsing en zal de rechtbank de vordering op dit punt afwijzen.
Oneerlijke handelspraktijk
4.47.
Gluggle Jug c.s. heeft aangevoerd dat ITA zich schuldig maakt aan een oneerlijke en/of misleidende handelspraktijk in de zin van artikel 6:193b en 6:193c lid 2 sub a BW, door in haar advertenties en promotie van de Bubble Jug te verwijzen naar termen die lijken op of te maken hebben met de Gluggle Jug, zoals ‘#glugglejug’, ‘gluggle’, ‘ [bedrijfsnaam] ’, ‘glug’, ‘gluggling glug jug’, ‘#glugjug’, ‘the glugging jug’ en ‘glugging fish jugs’. Gluggle Jug c.s. stelt dat hierdoor de indruk wordt gewekt dat er een band bestaat tussen beide ondernemingen en dat consumenten worden misleid om de Bubble Jug te kopen in plaats van de Gluggle Jug.
4.48.
Uit artikel 6:193b en 6:193c lid 2 sub a BW volgt dat een handelspraktijk oneerlijk is als een handelaar het aankoopgedrag van een consument beïnvloedt en door de marketing van het product verwarring wordt geschapen ten aanzien van producten, handelsmerken, handelsnamen of andere onderscheidende kenmerken van een concurrent.
4.49.
De rechtbank heeft hiervoor een inbreukverbod voor het gebruik van de tekens ‘gluggle jug’ en ‘gluggle’ en de tekens ‘gluggling’, ’glug’ en/of ’glugging’ in combinatie met ‘jug’ op de merkenrechtelijke grondslag toegewezen, waardoor Gluggle Jug c.s. geen belang meer heeft bij een beoordeling van haar vorderingen voor zover gebaseerd op het bestaan van een oneerlijke handelspraktijk. Dit is slechts anders voor de tekens ‘ [bedrijfsnaam] ’ en de tekens ‘gluggling’, ’glug’ en/of ’glugging’ zonder ‘jug’ ten aanzien waarvan de rechtbank heeft geoordeeld dat het gebruik van die tekens geen merkinbreuk oplevert. De rechtbank zal de vordering van Gluggle Jug c.s. ex artikel 6:193b en 6:193c BW derhalve beoordelen voor zover het deze tekens betreft.
4.50.
De rechtbank is van oordeel dat het gebruik van het teken ‘ [bedrijfsnaam] ’ bij het aanbieden van de Bubble Jug een oneerlijke handelspraktijk oplevert. Dit teken verwijst immers naar de oorspronkelijke fabrikant van de Gluggle Jug en de partij van wie The Gluggle Jug Factory Ltd. het merk ‘Gluggle Jug’ heeft overgenomen. De rechtbank ziet niet in met welk ander doel ITA deze vermelding in haar marketing heeft opgenomen dan te pogen het economisch gedrag van consumenten te beïnvloeden en een commerciële band tussen Gluggle Jug c.s. en ITA en haar producten te veronderstellen. Door deze markteling van Bubble Jug heeft ITA verwarring geschapen ten aanzien van de producten, merken en handelsnamen van Gluggle Jug c.s. Hierdoor is sprake van een oneerlijke handelspraktijk in de zin van artikel 6:193b en 6:193c BW.
4.51.
Het voorgaande geldt evenwel niet voor het gebruik van de tekens ‘gluggling’, ’glug’ en/of ’glugging’ zonder ‘jug’. Het gebruik van dergelijk tekens op zichzelf, dus zonder de combinatie met ‘jug’, verwijst onvoldoende naar Gluggle Jug c.s. (zie ook 4.38 hiervoor), zodat hiermee geen verwarring wordt geschapen.
Vorderingen
in conventie
4.52.
Voor zover ITA heeft aangevoerd dat Gluckigluck GmbH als licentienemer geen vorderingen kan instellen, heeft Gluggle Jug c.s. voldoende onderbouwd dat Gluckigluck GmbH daar als exclusieve Europese distributeur van de Gluggle Jug voldoende belang bij heeft.
4.53.
De rechtbank is van oordeel dat Gluggle Jug c.s. naast het merkinbreukverbod geen belang heeft bij toewijzing van haar gevorderde verklaring voor recht dat sprake is van merkinbreuk, zodat vordering I zal worden af gewezen.
4.54.
De rechtbank zal de onder II gevorderde verklaring voor recht dat de Bubble Jug kwalificeert als slaafse nabootsing van de Gluggle Jug afwijzen nu zij van oordeel is dat geen sprake is van slaafse nabootsing.
4.55.
Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat ITA inbreuk heeft gemaakt op het Uniemerk door het gebruik van de tekens ‘glugglejug‘ en ’gluggle‘ en de tekens ’gluggling’, ’glug’, en/of ’glugging’ in combinatie met ‘jug’, zal zij het onder III a gevorderde inbreukverbod in zoverre toewijzen. Onder verwijzing naar hetgeen in 4.1 is overwogen geldt dit inbreukverbod voor Nederland. Naast dit merkinbreukverbod heeft Gluggle Jug c.s. geen belang meer bij toewijzing van het onder III b gevorderde verbod op onrechtmatig handelen (in de zin van het voeren van een oneerlijke handelspraktijk), behalve voor wat betreft het gebruik van het teken ‘ [bedrijfsnaam] ’ voor de marketing van visvazen, zodat dit verbod in zoverre zal worden toegewezen. Onder verwijzing naar hetgeen in 4.2 is overwogen geldt ook dit inbreukverbod voor Nederland. De vraag of bepaalde aanbiedingen van ITA op buitenlandse domeinnamen of platforms (van Amazon) onder dit inbreukverbod vallen dient aan de orde te komen in de executiefase.
4.56.
Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van dit inbreukverbod, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.
4.57.
Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat ITA geen merkinbreuk sub b heeft gemaakt door de tekens ’The Bubble Jug‘ / ’Bubble Jug‘ te gebruiken voor het aanbieden en verkopen van visvazen, zal de rechtbank het onder IV gevorderde bevel om de voorraad producten met daarop het teken ’Bubble Jug‘ te vernietigen, afwijzen.
4.58.
Zoals hiervoor is besproken acht de rechtbank alleen sprake van merkinbreuk doordat ITA de tekens ’glugglejug‘, ’gluggle‘ of ’gluggling‘, ’glug‘ en/of ’glugging‘ in combinatie met ’jug‘ heeft gebruikt bij het aanbieden van haar Bubble Jug, maar niet door het gebruik van het teken ’Bubble Jug‘ op zichzelf. De rechtbank is van oordeel dat het onder V gevorderde bevel om opgave te doen van informatie over alle vazen die ITA heeft verkocht en de daarmee behaalde winst, niet in verhouding staan tot de omvang van de vastgestelde inbreuk en zal de vordering daarom afwijzen.
4.59.
Gluggle Jug c.s. heeft onder VI gevorderd om ITA te veroordelen tot vergoeding van de door Gluggle Jug c.s. geleden schade, primair in de vorm van winstafdracht en subsidiair nader op te maken bij staat. Hoewel de aannemelijkheid van het ontstaan van schade naar het oordeel van de rechtbank voldoende is gebleken, is de hoogte van de door ITA behaalde winst – mede op de (beperkte) omvang van de merkinbreuk – op dit moment niet te begroten. Derhalve zal de rechtbank het primair gevorderde afwijzen en partijen verwijzen naar de schadestaatprocedure voor het begroten van de geleden schade, zodat in die procedure over de (hoogte van) de schadevergoeding althans winstafdracht kan worden beslist, een en ander binnen de door de Hoge Raad uitgezette grenzen waar het cumulatie met schadevergoeding betreft. Ook de wettelijke rente kan in de schadestaatprocedure aan de orde komen.
in reconventie
4.60.
Gelet op hetgeen hiervoor in 4.9 is overwogen, zal de rechtbank de vordering om het Uniemerk nietig te verklaren, afwijzen. Gelet op hetgeen hiervoor in 4.12 is overwogen, zal de rechtbank de vordering om het merk vervallen te verklaren eveneens afwijzen.
4.61.
Gelet op hetgeen hiervoor in 4.19 is overwogen, zal de rechtbank de vordering om het Benelux-vormmerk nietig te verklaren voor waren in klasse 21, toewijzen.
4.62.
Gelet op hetgeen hiervoor in 4.23 is overwogen, zal de rechtbank de vordering om het Benelux-woordmerk nietig te verklaren voor waren en diensten in klasse 21 en 42, toewijzen.
4.63.
De rechtbank zal tevens de doorhaling van de inschrijvingen van deze nietig verklaarde merkinschrijvingen bevelen. De rechtbank merkt op dat het op de weg ligt van de meest gerede partij een om een afschrift van de beslissing over de reconventionele vordering tot nietigverklaring van het Uniemerk het EUIPO toe te zenden indien het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan op grond van artikel 128 lid 6 UMVo.
4.64.
De rechtbank zal de beslissingen tot nietigverklaring en doorhaling gezien de aard daarvan niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
in conventie en reconventie
Proceskosten
4.65.
Partijen zijn in conventie en in reconventie over en weer in het (on)gelijk gesteld. De rechtbank ziet daarom aanleiding om te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten van deze procedure draagt.
5De beslissing
De rechtbank
in conventie
5.1.
beveelt ITA om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden iedere inbreuk op de merkrechten van Gluggle Jug c.s. in Nederland en ieder onrechtmatig handelen jegens Gluggle Jug c.s. in Nederland, waaronder in ieder geval het gebruik van de tekens 'gluggle jug’ en ‘gluggle’, de tekens ’gluggling‘, ’glug‘ en/of ’glugging‘ in combinatie met ’jug‘, en het teken ‘ [bedrijfsnaam] ’, voor zover dit gebruik betrekking heeft op vazen in de vorm van een vis, onder verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 1.000 voor iedere overtreding van dit verbod en voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, met een maximum van € 100.000;
5.2.
veroordeelt ITA tot vergoeding van de door Gluggle Jug c.s. geleden schade die is veroorzaakt door het inbreukmakende en onrechtmatige handelen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;
in reconventie
5.3.
verklaart nietig voor waren in klassen 21: het op 7 januari 2025 aangevraagde en op 20 januari 2026 onder nummer 1536448 ingeschreven Beneluxmerk dat als volgt wordt weergegeven:
5.4.
verklaart nietig voor waren en diensten in de klassen 21 en 42: het op 12 maart 2026 aangevraagde en op 26 juni 2026 onder nummer 019329636 ingeschreven Benelux-woordmerk: ‘BUBBLE JUG’;
5.5.
beveelt de doorhaling van de inschrijvingen van deze nietig verklaarde merkinschrijvingen;
in conventie en in reconventie
5.6.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.7.
verklaart het bepaalde in 5.1 en 5.2 uitvoerbaar bij voorraad;
5.8.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Hoefnagel, rechter, bijgestaan door mr. J.M.N. van Limpt-Schrover, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk.
Burgerlijk Wetboek.
Vgl. HR 12 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:22, r.o. 3.1.2.
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen).
Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen).
HvJEU 22 juni 2006, C-25/05 P, ECLI:EU:C:2006:422 (Storck / BHIM).
HvJ 4 maart 2020, C 328/18 P, ECLI:EU:C:2020:156 (EUIPO / Equivalenza Manufactory) en de daarin genoemde oudere rechtspraak.
HvJ 12 januari 2006, ECLI:EU:C:2006:04 (Picasso/Picaro), HvJ 4 maart 2020, ECLI:EU:C:2020:156 (EUIPO / Equivalenza Manufactory).
HR 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5519 (H.B.S. en Spendax – Danestyle).
Vgl. HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1815, r.o. 3.10.2.