Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:25231

2026-08-24 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/708835 / JE RK 26-1205 en C/09/708822 /JE RK 2601204
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-24
Publicatiedatum
2026-09-02
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/708835 / JE RK 26-1205 en C/09/708822 /JE RK 2601204
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en ambtshalve herbenoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW)

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (17.407 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Jeugd- en Zorgrecht



Zaaknummers:
I C/09/708835 / JE RK 26-1205
II C/09/708822 / JE RK 26-1204
Datum uitspraak: 24 augustus 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en ambtshalve herbenoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW)




in de zaak van




Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling,



over





[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige 1].



en





[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 2],
hierna ook gezamenlijk te noemen: de kinderen.



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1],





[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2].




mr. D.G.M. van den Hoogen,
hierna te noemen de bijzondere curator,
kantoorhoudende te Leiden.





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:


de verzoekschriften met bijlagen, ontvangen op 9 juli 2026;


het verslag van de bijzondere curator over [minderjarige 1] van 5 juli 2026;


het nadere verslag van de bijzondere curator over [minderjarige 1] van 10 augustus 2026;


het tussentijds verslag van de bijzondere curator over [minderjarige 2] van 10 augustus 2026.





1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:



[naam], namens de gecertificeerde instelling;


de vader;


- de moeder;
- de bijzondere curator.



1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft geen mening gegeven.





2De feiten


2.1.
Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.



2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].



2.3.

[minderjarige 1] woont bij de vader.



2.4.

[minderjarige 2] woont bij de moeder.



2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 augustus 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 8 september 2026.



2.6.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 februari 2026 de machtiging verlengd [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader met gezag tot 8 september 2026 en mr. D.G.M. van den Hoogen benoemd als bijzondere curator over [minderjarige 1].



2.7.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 juni 2026 mr. D.G.M. van den Hoogen als bijzondere curator benoemd over [minderjarige 2].





3Het verzoek



Verzoek I:




3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de vader met gezag te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.



3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige 1] wordt nog altijd in zijn ontwikkeling bedreigd. Hij wordt nog steeds belast met de echtscheidingsproblematiek van de ouders. Hierdoor zijn er grote zorgen over zijn emotionele veiligheid. Er zijn veel hulpverlenende instanties betrokken geweest om het gezin te ondersteunen zonder dat dit resulteerde in het veranderen van de basale patronen. Er dient nog altijd zorgvuldig aansluitende hulpverlening te komen voor [minderjarige 1]. Hiervoor is onlangs een aanmelding gedaan bij stichting Jeugdformaat. [minderjarige 1] heeft inmiddels al langere tijd geen contact meer met de moeder. Hij wil dit niet omdat hij te veel spanningen ervaart van dit contact. De ouders hebben andere overtuigingen over of dit samenhangt met de rol van de moeder of de vader. Gezien de grote mate van weerstand van [minderjarige 1], de loyaliteitsproblematiek en de patronen in het contact tussen de moeder en [minderjarige 1] is het niet haalbaar voor [minderjarige 1] om bij de moeder te wonen.



Verzoek II:



3.3.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.



3.4.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Ook [minderjarige 2] wordt nog altijd belast met de echtscheidingsproblematiek tussen de ouders. Er dient ook voor [minderjarige 2] zorgvuldig aansluitende hulpverlening te komen. Voor [minderjarige 2] is een aanmelding gedaan bij stichting Jeugdformaat voor een brede intake waarbij gekeken wordt naar zowel jeugdhulp als GGZ. De positie van [minderjarige 2] is belast vanwege de systemische dynamieken. De doelen van de ondertoezichtstelling zijn deels gericht op de rol van de ouders. Zij dienen hun verantwoordelijkheid te nemen in hun ouderrol zodat [minderjarige 2] geen spanningen meer meekrijgt vanuit de eigen problematieken van de ouders. Voor [minderjarige 2] is het van belang dat zij kan gaan werken aan haar ontwikkeling als het gaat om het verwerken van gebeurtenissen uit het verleden en het voorkomen van eventuele verwijdering tussen haar en de moeder.





4De standpunten


4.1.
Door de moeder is naar voren gebracht dat het een hele verdrietige situatie is. De moeder heeft al langere tijd geen contact meer met [minderjarige 1] en dit valt haar heel zwaar. De moeder ervaart geen betrokkenheid vanuit de jeugdbeschermer en deze samenwerking verloopt zeer moeizaam. De moeder heeft geen vertrouwen in de gecertificeerde instelling en vindt dat er de afgelopen periode te weinig voortgang is geboekt. De moeder heeft zelf ondersteuning vanuit een coach van de gemeente geregeld omdat zij er alleen voor stond. De moeder is bereid om gesprekken te voeren met de vader maar daar staat de vader niet voor open. Er is nog geen samenwerking tussen de ouders omdat er geen sprake is van rust in het onderlinge contact. De moeder zou graag een onafhankelijke coach willen voor [minderjarige 1] zodat hij kan praten over zijn ervaringen en hij geholpen kan worden. De moeder staat open voor de hulpverlening vanuit Jeugdformaat. De moeder heeft wel vertrouwen in de betrokkenheid van de bijzondere curator en is bereid deze gesprekken voort te zetten.



4.2.
Door de vader is naar voren gebracht dat de afgelopen periode te weinig is gebeurd. [minderjarige 1] doet het erg goed bij de vader thuis en ook op school. [minderjarige 1] ervaart geen ruimte voor het contact met de moeder. De vader probeert hem hierin aan te moedigen maar dit blijft de keuze van [minderjarige 1]. Er is in het verleden heel veel gebeurd tussen de ouders. Hoe meer contact er tussen de ouders is hoe erger deze situatie wordt. De vader heeft contact met een psycholoog. De vader staat open voor Parallel Solo Ouderschap maar dit is nooit opgepakt door de gecertificeerde instelling. De vader wil voorkomen dat extra trauma’s naar voren komen en staat daarom niet open voor contact met de moeder. De vader wil niet dat de ondertoezichtstelling wordt beëindigd omdat deze wel helpend is op momenten als ouders er onderling niet uit komen. De vader staat open voor de hulpverlening van Jeugdformaat maar wil ook graag een onafhankelijke coach voor [minderjarige 1] die hem verder kan ondersteunen en begeleiden.



4.3.
De bijzondere curator heeft naar voren gebracht dat het zeer zorgelijk is dat het hele gezinssysteem lijkt te zijn vastgelopen. Uit de gesprekken met [minderjarige 1] is duidelijk naar voren gekomen dat hij op dit moment geen ruimte ervaart voor contact met de moeder. De problematiek tussen de ouders maakt dat er veel oud zeer en wantrouwen meespeelt in de contacten. Het kan niet anders dan dat de kinderen dit meekrijgen, al is het in de onderstroom. Voor de moeder is het van belang dat zij iemand naast zich krijgt die haar beter kan begeleiden en kan reguleren. Voor de vader speelt zijn partner voor hem een belangrijke rol als de stress oploopt. In de visie van de bijzondere curator is het van belang dat er doorgepakt en vooruit gekeken gaat worden. De ouders lijken behoefte te hebben aan duidelijkheid, stevige afspraken en geen losse eindjes. Een coach voor [minderjarige 1] kan een belangrijke bijdrage zijn hieraan. De omgangsregeling met [minderjarige 2] verloopt goed genoeg maar door het wantrouwen tussen de ouders is dit een fragiel evenwicht. De bijzondere curator heeft kenbaar gemaakt bereid te zijn langer betrokken te blijven bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2].





5De beoordeling


5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.



5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De kinderrechter overweegt daartoe dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] al langere tijd vastlopen in een zeer ingewikkelde gezinsdynamiek. De kinderen hebben veel onrust en incidenten meegemaakt en de vechtscheiding tussen ouders heeft voor hen nog altijd een nasleep. De kinderrechter is van oordeel dat deze onderliggende problematiek effect heeft op beide kinderen. Het is positief dat de omgangsregeling voor [minderjarige 2] op dit moment relatief goed verloopt en zij contact heeft met allebei de ouders. Zoals al door de bijzondere curator benadrukt is dit echter een wankel evenwicht omdat de ouders tot op heden niet in staat zijn om in overleg gezamenlijke beslissingen te nemen over de kinderen. Bij [minderjarige 1] wordt een duidelijk loyaliteitsconflict gezien waarbij hij aangeeft op dit moment geen ruimte te ervaren voor het contact met de moeder. De kinderrechter ziet dat de hulpverlening voor zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] de afgelopen periode onvoldoende van de grond is gekomen en dat deze trajecten stagneren. De gecertificeerde instelling wil de komende periode gaan werken aan een traject bij Jeugdformaat zodat zowel gekeken kan worden naar de inzet van jeugdhulp als GGZ. De kinderrechter acht deze trajecten in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De kinderrechter is echter ook van oordeel dat het voor [minderjarige 1] van belang is dat hij een onafhankelijke (mannelijke) coach geboden krijgt die hem kan ondersteunen. [minderjarige 1] ervaart veel stress en spanning en moet een neutrale partij geboden krijgen die er enkel voor hem is. De kinderrechter is gelet op al het voorgaande van oordeel dat er nog een noodzaak is voor een verlenging van de ondertoezichtstelling voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De kinderrechter ziet aanleiding om de ondertoezichtstelling te beperken tot een duur van zes maanden met aanhouding van het verzoek voor het overige. De afgelopen tijd zijn er onvoldoende stappen gezet en lijkt het systeem enkel verder vast te lopen in patronen en problemen. De kinderrechter wil zicht houden op de nieuwe ontwikkelingen. Naast de trajecten van de kinderen is het van belang dat de vader zijn hulpverlening bij de psycholoog voort kan zetten en de moeder aan de slag kan met haar coach vanuit de gemeente. De trauma’s uit het verleden dienen behandeld te worden om verder te kunnen werken.



5.3.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. Gelet op de eerdere overwegingen is het op dit moment niet mogelijk voor [minderjarige 1] om bij de moeder te wonen. [minderjarige 1] krijgt bij de vader rust en stabiliteit geboden die hij nodig heeft om te werken aan zijn verdere ontwikkeling. Een voortzetting van dit verblijf is in zijn belang.



5.4.
De vader en de moeder hebben aangegeven allebei vertrouwen te hebben in de betrokkenheid van de bijzondere curator. De kinderrechter verlengt om die reden de benoeming van de bijzondere curator tot de volgende zittingsdatum. De kinderrechter geeft opdracht aan de bijzondere curator en de gecertificeerde instelling om twee weken voorafgaand aan de nieuwe zittingsdatum een verslag te doen toekomen aan de rechtbank en de belanghebbenden. De kinderrechter verzoekt de bijzonder curator om ‘de leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 BW in acht te nemen en wijst de betrokkenen erop dat zij gevolg dienen te geven aan de door de bijzondere curator te geven instructies. Indien de rechtbank van oordeel is dat de bijzondere curator haar taak heeft volbracht, zal de rechtbank haar werkzaamheden voor deze procedure bij nadere beschikking als beëindigd beschouwen.



5.5.
De beslissing tot de verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.



5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 8 maart 2027;



6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de vader met gezag tot 8 maart 2027;



6.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.



6.4.

houdt de verzoeken voor het overige aan tot een nader te bepalen zittingsdatum gelegen voor 8 maart 2027;


6.5.
herbenoemt mevrouw mr. D.G.M. van den Hoogen, kantoorhoudende te Leiden, als bijzondere curator voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2];



6.6.
bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk twee weken voorafgaand aan de nieuwe zittingsdatum schriftelijk verslag dient te doen aan de rechtbank, verzoeker en de belanghebbenden;


bepaalt dat de verzoeker en de belanghebbenden na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator, desgewenst, hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie dient binnen één week na ontvangst aan de rechtbank, de bijzondere curator, de verzoeker en de belanghebbenden te worden toegezonden;




6.7.
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling om twee weken voorafgaand aan de nieuwe zittingsdatum een schriftelijke update aan de rechtbank en belanghebbenden te doen toekomen;



6.8.
gelast de griffier tegen de nieuwe zittingsdatum op te roepen:


- de gecertificeerde instelling;
- de moeder;
- de vader;
- de bijzondere curator, mr. D.G.M. van den Hoogen;
- [minderjarige 1] voor een kindgesprek











Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van D. Debets als griffier, en op schrift gesteld op 1 september 2026.







Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:260 BW.


Artikel 1:265c, tweede lid, BW.


Artikel 2 Besluit gezagsregisters.