Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:25190
2026-08-20
Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht
707824
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Herstelvonnis.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.830 tekens)
Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: 707824 / KG ZA 26-708
Herstelvonnis in kort geding van 20 augustus 2026
in de zaak van
1AUDI AKTIENGESELLSCHAFTte Ingolstadt, Duitsland,
2. VOLKSWAGEN AKTIENGESELLSCHAFT te Wolfsburg, Duitsland,
eiseressen,
advocaat mr. L. Kroon,
tegen:
[gedaagde] tevens h.o.d.n. [handelsnaam] te [woonplaats],
gedaagde,
die in persoon procedeert.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Audi c.s.’ en ‘[gedaagde]’. Eiseressen worden afzonderlijk aangeduid als ‘Audi’ en ‘Volkswagen’.
1Het verzoek tot verbetering
1.1.
Bij bericht van 3 augustus 2026 heeft Audi c.s. de voorzieningenrechter verzocht om verbetering van het op 27 juli 2026 in deze zaak door hem gewezen vonnis. Volgens Audi c.s. staat in dictumonderdelen 5.5 en 5.6 van het vonnis een kennelijke verschrijving in de volgende zinnen:
“5.5 veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Audi van een direct opeisbare dwangsom van € 250 voor iedere afzonderlijke overtreding van de onder 5.1, 5.4 en 5.4 opgelegde bevelen, of zulks naar keuze van Audi, € 1.000 voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000;”
In plaats van “de onder 5.1, 5.4 en 5.4 opgelegde bevelen” dient hier “de onder 5.1, 5.3 en 5.4 opgelegde bevelen” te staan.
“5.6 veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Volkswagen van een direct opeisbare dwangsom van € 250 voor iedere afzonderlijke overtreding van de onder 5.2, 5.4 en 5.4 opgelegde bevelen, of zulks naar keuze van Volkswagen, € 1.000 voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000;”
In plaats van “de onder 5.2, 5.4 en 5.4 opgelegde bevelen” dient hier “de onder 5.2, 5.3 en 5.4 opgelegde bevelen” te staan.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Bij reactie van 13 augustus 2026 heeft [gedaagde] laten weten dat hij het aan de rechtbank laat om te beoordelen of sprake is van een kennelijke verschrijving in de zin van artikel 31 Rv.
2De beoordeling
2.1.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dictumonderdelen 5.5 en 5.6 van het vonnis van 27 juli 2026 sprake is van een kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv die zich voor eenvoudig herstel leent. In de door Audi c.s. bedoelde zinnen is immers abusievelijk dubbel verwezen naar een opgelegd bevel. Bovendien is in rechtsoverweging 4.13 opgenomen dat de door Audi c.s. onder III gevorderde dwangsommen zullen worden toegewezen De voorzieningenrechter zal het verzoek dan ook toewijzen zoals hierna in de beslissing is weergegeven.
3De beslissing
De voorzieningenrechter:
3.1.
bepaalt dat dictumonderdeel 5.5 van het op 27 juli 2026 tussen Audi c.s. en [gedaagde] gewezen vonnis, waar staat
“veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Audi van een direct opeisbare dwangsom van € 250 voor iedere afzonderlijke overtreding van de onder 5.1, 5.4 en 5.4 opgelegde bevelen, of zulks naar keuze van Audi, € 1.000 voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000;”
wordt gewijzigd in
“veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Audi van een direct opeisbare dwangsom van € 250 voor iedere afzonderlijke overtreding van de onder 5.1, 5.3 en 5.4 opgelegde bevelen, of zulks naar keuze van Audi, € 1.000 voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000;”
3.2.
bepaalt dat dictumonderdeel 5.6 van het op 27 juli 2026 tussen Audi c.s. en [gedaagde] gewezen vonnis, waar staat
“veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Volkswagen van een direct opeisbare dwangsom van € 250 voor iedere afzonderlijke overtreding van de onder 5.2, 5.4 en 5.4 opgelegde bevelen, of zulks naar keuze van Volkswagen, € 1.000 voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000;”
wordt gewijzigd in
“veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Volkswagen van een direct opeisbare dwangsom van € 250 voor iedere afzonderlijke overtreding van de onder 5.2, 5.3 en 5.4 opgelegde bevelen, of zulks naar keuze van Volkswagen, € 1.000 voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000;”
3.3.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 20 augustus 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 27 juli 2026;
3.4.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 27 juli 2026 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra, rechter, bijgestaan door mr. R.W.J. Slits, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2026.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: 707824 / KG ZA 26-708
Herstelvonnis in kort geding van 20 augustus 2026
in de zaak van
1AUDI AKTIENGESELLSCHAFTte Ingolstadt, Duitsland,
2. VOLKSWAGEN AKTIENGESELLSCHAFT te Wolfsburg, Duitsland,
eiseressen,
advocaat mr. L. Kroon,
tegen:
[gedaagde] tevens h.o.d.n. [handelsnaam] te [woonplaats],
gedaagde,
die in persoon procedeert.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Audi c.s.’ en ‘[gedaagde]’. Eiseressen worden afzonderlijk aangeduid als ‘Audi’ en ‘Volkswagen’.
1Het verzoek tot verbetering
1.1.
Bij bericht van 3 augustus 2026 heeft Audi c.s. de voorzieningenrechter verzocht om verbetering van het op 27 juli 2026 in deze zaak door hem gewezen vonnis. Volgens Audi c.s. staat in dictumonderdelen 5.5 en 5.6 van het vonnis een kennelijke verschrijving in de volgende zinnen:
“5.5 veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Audi van een direct opeisbare dwangsom van € 250 voor iedere afzonderlijke overtreding van de onder 5.1, 5.4 en 5.4 opgelegde bevelen, of zulks naar keuze van Audi, € 1.000 voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000;”
In plaats van “de onder 5.1, 5.4 en 5.4 opgelegde bevelen” dient hier “de onder 5.1, 5.3 en 5.4 opgelegde bevelen” te staan.
“5.6 veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Volkswagen van een direct opeisbare dwangsom van € 250 voor iedere afzonderlijke overtreding van de onder 5.2, 5.4 en 5.4 opgelegde bevelen, of zulks naar keuze van Volkswagen, € 1.000 voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000;”
In plaats van “de onder 5.2, 5.4 en 5.4 opgelegde bevelen” dient hier “de onder 5.2, 5.3 en 5.4 opgelegde bevelen” te staan.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Bij reactie van 13 augustus 2026 heeft [gedaagde] laten weten dat hij het aan de rechtbank laat om te beoordelen of sprake is van een kennelijke verschrijving in de zin van artikel 31 Rv.
2De beoordeling
2.1.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dictumonderdelen 5.5 en 5.6 van het vonnis van 27 juli 2026 sprake is van een kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv die zich voor eenvoudig herstel leent. In de door Audi c.s. bedoelde zinnen is immers abusievelijk dubbel verwezen naar een opgelegd bevel. Bovendien is in rechtsoverweging 4.13 opgenomen dat de door Audi c.s. onder III gevorderde dwangsommen zullen worden toegewezen De voorzieningenrechter zal het verzoek dan ook toewijzen zoals hierna in de beslissing is weergegeven.
3De beslissing
De voorzieningenrechter:
3.1.
bepaalt dat dictumonderdeel 5.5 van het op 27 juli 2026 tussen Audi c.s. en [gedaagde] gewezen vonnis, waar staat
“veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Audi van een direct opeisbare dwangsom van € 250 voor iedere afzonderlijke overtreding van de onder 5.1, 5.4 en 5.4 opgelegde bevelen, of zulks naar keuze van Audi, € 1.000 voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000;”
wordt gewijzigd in
“veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Audi van een direct opeisbare dwangsom van € 250 voor iedere afzonderlijke overtreding van de onder 5.1, 5.3 en 5.4 opgelegde bevelen, of zulks naar keuze van Audi, € 1.000 voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000;”
3.2.
bepaalt dat dictumonderdeel 5.6 van het op 27 juli 2026 tussen Audi c.s. en [gedaagde] gewezen vonnis, waar staat
“veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Volkswagen van een direct opeisbare dwangsom van € 250 voor iedere afzonderlijke overtreding van de onder 5.2, 5.4 en 5.4 opgelegde bevelen, of zulks naar keuze van Volkswagen, € 1.000 voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000;”
wordt gewijzigd in
“veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Volkswagen van een direct opeisbare dwangsom van € 250 voor iedere afzonderlijke overtreding van de onder 5.2, 5.3 en 5.4 opgelegde bevelen, of zulks naar keuze van Volkswagen, € 1.000 voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000;”
3.3.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 20 augustus 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 27 juli 2026;
3.4.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 27 juli 2026 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra, rechter, bijgestaan door mr. R.W.J. Slits, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2026.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.