Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:25186

2026-09-02 Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht 699316
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-09-02
Publicatiedatum
2026-09-02
Rechtsgebied
Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
699316
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Intellectuele eigendom. Bevoegdheidsincident. De rechtbank is bevoegd op grond van artikel 125 lid 2 UMVo, omdat gedaagde niet in de EU is gevestigd en eiser een vestiging heeft in Nederland die voldoet aan het door het HvJ geformuleerde vestigingsbegrip.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (17.493 tekens)
RECHTBANK Den Haag


Team handel



zaak- / rolnummer: C/09/699316 / HA ZA 26-153




Vonnis van 2 september 2026




in de zaak van



de rechtspersoon naar buitenlands recht

INTERCONTINENTAL EXCHANGE HOLDINGS, INC. te Delaware, Verenigde Staten van Amerika,
eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het bevoegdheidsincident,
advocaat: mr. N.W. Mulder,



tegen



1. de rechtspersoon naar buitenlands recht

ICE LABS LIMITED te Tortola, Britse Maagdeneilanden,2. [gedaagden, sub 2] te [woonplaats], [land],
gedaagden in de hoofdzaak, eisers in het bevoegdheidsincident,
advocaat: mr. I.A. Hoedemaeker.



Eiseres in de hoofdzaak wordt hierna IEH genoemd. Gedaagden in de hoofdzaak worden hierna samen Ice Labs c.s. genoemd en afzonderlijk Ice Labs en [gedaagden, sub 2].





1De procedure


1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 6 november 2025;
- de akte houdende overlegging producties van 11 februari 2026 met producties EP01 tot en met EP54;- de incidentele vordering tot onbevoegdheid, tevens conclusie van antwoord van 27 mei 2026 met producties GP01 tot en met GP08;
- de conclusie van antwoord in het incident, tevens vermindering van eis van IEH (waarbij de vorderingen jegens [gedaagden, sub 2] niet langer worden gehandhaafd) van 10 juni 2026 met producties EP55 tot en met EP57.



1.2.
Ice Labs c.s. heeft bezwaar gemaakt tegen de omvang van de dagvaarding aangezien die volgens haar (veel) langer is dan de toegestane omvang voor een dergelijk processtuk. Gelet op de in randnummer 165 van de dagvaarding gegeven toelichting, acht de rechtbank de omvang niet zodanig dat een maatregel als het indien van een vervangend processstuk in deze procedure is aangewezen. Het bezwaar wordt derhalve terzijde gelegd.



1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.







2De vorderingen in de hoofdzaak


2.1.
IEH is een internationale financiële dienstverlener gevestigd in de Verenigde Staten. IEH beheert onder meer financiële beurzen en clearing houses, zoals de New York Stock Exchange en de ICE Futures exchanges. Daarnaast biedt IEH wereldwijd technologie en data aan voor onder meer beurzen en clearingfaciliteiten.



2.2.
IEH is houdster van het Uniewoordmerk ‘ICE’ met depotnummer 18668253, ingeschreven op 24 augustus 2022, voor waren en diensten in klassen 9, 35, 36 en 42 (hierna: het ICE-merk).



2.3.
ICE Clear Netherlands B.V. (hierna: ICE Clear NL) is, via de Britse vennootschap Intercontinental Exchange Holdings, een kleindochtervennootschap van IEH. ICE Clear NL is statutair gevestigd te Amsterdam en heeft een kantooradres aan de [adres] te Amsterdam. Op de website van IEH (<www.ice.com>) wordt dit kantooradres genoemd als één van de kantoren van ICE. Verder bevat de website van IEH de volgende webpagina over ICE Clear NL:








2.4.
Ice Labs is een in december 2022 opgerichte onderneming gevestigd op de Britse Maagdeneilanden. [gedaagden, sub 2] is enig bestuurder van Ice Labs. Ice Labs houdt zich onder meer bezig met de ontwikkeling en het aanbieden van een gedecentraliseerd blockchain-netwerk: Ice Open Network. Dit betreft een data- en netwerkmodel waarop software kan worden gebouwd.



2.5.
De website van Ice Labs is beschikbaar via de domeinnaam www.ice.io.



2.6.
Ice Labs biedt tevens een cryptomunt aan, die via verschillende crypto exchanges verkrijgbaar is onder de naam “Ice Open Network” en de ticker “ICE” (hierna: de Munt). Naast het aanbieden van de Munt, biedt Ice Labs c.s. ook een ‘wallet’ aan voor (haar) cryptomunten. Via deze wallet kan de Munt worden opgeslagen en kunnen betalingen worden verricht.



2.7.
Op sociale media hanteert Ice Labs gebruikersnamen met het teken “iceblockchain” of een variatie daarop (gebruikersnaam op Telegram en Reddit: “iceblockchain”, op X/Twitter: “ice_blockchain”, op Facebook, Instagram, TikTok en YouTube: “ice.blockchain” en op Linkedin: “ice-blockchain”). Daarnaast eindigt de e-mailextensie van Ice Labs c.s. op “@ice.io”.



2.8.
In de Google Play appstore biedt Ice Labs applicaties aan onder het teken “Ice Labs”.



2.9.
IEH heeft Ice Labs bij brief van 26 januari 2024 gesommeerd om de inbreuk op het ICE-merk te staken en om de domeinnaam www.ice.io over te dragen aan IEH. Bij brief van 8 februari 2024 heeft Ice Labs de inbreuk betwist. Desondanks liet Ice Labs weten dat zij een ondertitel zou toevoegen aan haar logo, waaruit blijkt dat Ice Labs onderdeel is van de “LeftClick Group” en dat zij een disclaimer op haar website zou plaatsen, waarin staat dat Ice Labs niet gelieerd is aan IEH. Dit heeft zij vervolgens ook gedaan.



2.10.
Op 24 februari 2025 heeft IEH een kort geding aanhangig gemaakt bij deze rechtbank. Na het aanhangig maken van de kort geding procedure heeft Ice Labs de ticker van de Munt (grotendeels) gewijzigd van ‘ICE’ naar ‘ION’.



2.11.
De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 6 mei 2025 (hierna: het kortgedingvonnis) geoordeeld dat sprake is van merkinbreuk en heeft Ice Labs onder meer veroordeeld de merkinbreuk te staken.



2.12.
Op 26 mei 2025 heeft Ice Labs een appeldagvaarding uitgebracht en daarbij tevens een incidentele vordering ingesteld tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het kortgedingvonnis. In het arrest van 7 april 2026 heeft het Gerechtshof Den Haag geoordeeld dat de tenuitvoerlegging van het stakingsbevel niet wordt geschorst en dat de tenuitvoerlegging van het rectificatiebevel voorwaardelijk wordt geschorst.





3De vorderingen in de hoofdzaak


3.1.

In de hoofdzaak vordert IEH – samengevat weergegeven en na vermindering van eis – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. een aan Ice Labs op te leggen inbreukverbod op het ICE-merk;
II. een aan Ice Labs op te leggen bevel om de Munt te delisten en de aanbieders van de Munt te verzoeken de naam en de ticker van de Munt te wijzigen op de in de dagvaarding omschreven wijze;
III. een aan Ice Labs op te leggen veroordeling tot betaling van schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente;
IV. een aan Ice Labs op te leggen rectificatiebevel op de website;
V. een aan Ice Labs op te leggen rectificatiebevel op de sociale media kanalen;
VI. een aan Ice Labs op te leggen dwangsom van € 10.000 per dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat Ice Labs de onder I tot en met III genoemde bevelen overtreedt, met een maximum van € 500.000;
VII. een aan Ice Labs op te leggen dwangsom van € 2.500 per dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat Ice Labs – naar de rechtbank begrijpt – de onder IV en V genoemde bevelen overtreedt, met een maximum van € 100.000;
VIII. een aan Ice Labs op te leggen proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente.




3.2.
IEH legt aan haar vorderingen – zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang – ten grondslag dat Ice Labs inbreuk maakt op het ICE-merk in de zin van artikel 9 lid 2 sub a en/of b UMVo door zonder toestemming van IEH de tekens “ICE” (al dan niet in combinatie met een ijskristal ()) , “Ice Open Network” (al dan niet in combinatie met een ijskristal ()), “Ice Labs”, “ice blockchain”, en in de Europese Unie te gebruiken als handelsnaam, voor het aanbieden van een cryptomunt en verrichten van diensten. De Tekens zijn volgens haar gelijk aan althans stemmen overeen met het ICE-merk, terwijl ook de waren en diensten van Ice Labs gelijk zijn aan althans overeenstemmen met de waren en diensten waarvoor het ICE-merk is ingeschreven. Hierdoor kan verwarring bij het publiek ontstaan.



3.3.
Ice Labs c.s. voert verweer.





4De vorderingen in het incident


4.1.
Ice Labs c.s. vordert in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van de vorderingen van IEH kennis te nemen, met veroordeling van IEH in de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv.



4.2.

Ice Labs c.s. legt hieraan het volgende ten grondslag. Het uitgangspunt van artikel 125 UMVo is dat de zaak aanhangig wordt gemaakt in een lidstaat waar de gedaagde woonplaats of vestiging heeft. Voor toepassing van artikel 125 lid 2 UMVo is vereist dat gedaagde geen woonplaats of vestiging heeft in een lidstaat van de Europese Unie. IEH heeft niet aangetoond dat daaraan is voldaan. Sterker nog, IEH stelt dat Ice Labs via handelsplatformen actief is in de Europese Unie, waarvan wordt gesteld dat die als verlengstuk voor Ice Labs optreden. IEH heeft niet uiteengezet waarom die niet aangemerkt kunnen worden als vestigingsplaats. Voor zover de rechtbank van oordeel is dat Ice Labs geen vestiging heeft in een lidstaat van de Europese Unie, vereist artikel 125 lid 2 UMVo voor bevoegdheid van de Nederlandse rechter dat eiser een vestiging heeft in Nederland. Daarvan is in het geval van IEH geen sprake, nu onder meer werkelijke en stabiele aanwezigheid en een materiële uitrusting van ICE Clear NL in Nederland ontbreken.
Ten aanzien van de door IEH subsidiair ingeroepen bevoegdheidsgrondslag van artikel 125 lid 5 UMVo stelt Ice Labs c.s. zich op het standpunt dat er geen inbreukmakende handelingen plaatsvinden in Nederland. Volgens Ice Labs c.s. moet niet gekeken worden naar het Erfolgsort, maar naar het Handlungsort, waar een actieve gedraging plaatsvindt. Het enkele feit dat de website, sociale media en een Google Play appstore product van Ice Labs raadpleegbaar zijn vanuit Nederland is daarom onvoldoende.



4.3.
IEH voert verweer dat strekt tot afwijzing van de incidentele vordering tot onbevoegdheid met veroordeling van Ice Labs in de proceskosten. Nu IEH bij conclusie van antwoord in het incident, tevens vermindering van eis haar vorderingen jegens [gedaagden, sub 2] heeft ingetrokken, is IEH bereid de proceskosten in het bevoegdheidsincident ten aanzien van [gedaagden, sub 2] te vergoeden tot een hoogte van liquidatietarief conform het indicatietarief (zeer eenvoudige zaak).



4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





5De beoordeling in het incident


5.1.
Na de eisvermindering van IEH ligt nog de vraag voor of deze rechtbank bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen jegens Ice Labs.



5.2.
IEH grondt haar vorderingen op (inbreuk op) het ICE-merk. De rechtbank is internationaal en relatief bevoegd om van de vorderingen jegens Ice Labs kennis te nemen op grond van artikel 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 2 UMVo in verbinding met artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-Verordening inzake het Gemeenschapsmerk, aangezien Ice Labs niet in de Europese Unie is gevestigd en IEH een vestiging in Nederland heeft, namelijk ICE Clear NL. Die bevoegdheid strekt zich gelet op artikel 126 lid 1 UMVo uit tot het grondgebied van alle lidstaten. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.



5.3.
Artikel 125 lid 2 UMVo bepaalt dat wanneer verweerder geen vestiging heeft in een van de lidstaten van de Europese Unie, de rechtbank van de lidstaat bevoegd is waar de eiser een vestiging heeft. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) volgt dat het begrip ‘vestiging’ zo moet worden uitgelegd dat het een vorm van werkelijke en stabiele aanwezigheid vereist, van waaruit een bedrijfsactiviteit wordt verricht, hetgeen blijkt uit de aanwezigheid van personeel en van een materiële uitrusting. Verder moet deze vestiging zich naar buiten duurzaam manifesteren als het verlengstuk van een moederbedrijf.



5.4.
Voor wat betreft de vestigingsplaats van Ice Labs overweegt de rechtbank dat zij primair gevestigd is op de Britse Maagdeneilanden. Ice Labs heeft niet gesteld of onderbouwd dat zij daarnaast een vestiging heeft in de Europese Unie. Voor het geval Ice Labs heeft willen stellen dat de Europese handelsplatformen – die als verlengstuk van Ice Labs gezien kunnen worden – kunnen gelden als vestiging, volgt de rechtbank dat standpunt niet. Het vestigingsbegrip van artikel 125 lid 2 UMVo vereist immers een centrum van werkzaamheden dat zich naar buiten toe manifesteert als verlengstuk van de betrokken onderneming. De handelsplatformen zijn daarentegen onafhankelijke partijen die zelfstandig opereren en die – los van het listen van de Munt van Ice Labs – geheel zelfstandig en onafhankelijk van Ice Labs naar buiten treden.



5.5.
Ten aanzien van de gestelde Nederlandse vestigingsplaats van IEH is de rechtbank van oordeel dat IEH voldoende heeft onderbouwd dat ICE Clear NL aan het door het HvJ geformuleerde vestigingsbegrip voldoet. IEH heeft een verklaring overgelegd waaruit volgt dat de Nederlandse ICE-entiteiten (ICE Clear NL, ICE Endex Markets B.V. en ICE Securities Neterlands B.V.) ongeveer dertig werknemers in dienst hebben, waaronder bestuurders, commissarissen, een Chief Compliance Officer & Company Secretary en een Head of Legal & Company Secretary. De door IEH overgelegde LinkedIn pagina’s onderschrijven dat de twee werknemers die de hiervoor genoemde verklaring hebben afgegeven al enkele jaren werkzaam zijn voor een Nederlandse ICE-entiteit. Bovendien heeft IEH foto’s overgelegd waarop onder meer te zien is dat het bedrijf vermeld staat op het toegangsbord van het Asia-gebouw van het Atlas-complex in Amsterdam, hetgeen werkelijke aanwezigheid van het bedrijf bevestigt. Ten slotte manifesteert ICE Clear NL zich naar buiten toe als het verlengstuk van IEH, zoals blijkt uit het feit dat het kantooradres van ICE Clear NL op de website van IEH wordt genoemd als één van de kantoren van IEH en uit de hiervoor onder 2.3 weergegeven webpagina van de website van IEH, waarin ICE Clear NL wordt aangeduid als het Europese ‘clearing house’ van IEH (“our continental European clearing house”).



5.6.
Uit het vorenstaande volgt dat het incident wordt afgewezen.





6De beoordeling in de hoofdzaak


6.1.
Ice Labs c.s. althans [gedaagden, sub 2] zal in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte uit te laten omtrent de in r.o. 4.3. bedoelde vermindering van eis van IEH van 10 juni 2026 en waarbij IEH zich bereid heeft verklaard de proceskosten in het bevoegdheidsincident ten aanzien van [gedaagden, sub 2] te vergoeden tot een hoogte van liquidatietarief conform het indicatietarief (zeer eenvoudige zaak).



6.2.
Nadat Ice Labs c.s. althans [gedaagden, sub 2] de in 6.1. bedoelde akte heeft genomen, zal de zaak worden verwezen naar de rol van twee weken nadien voor de opgave van verhinderdata in de periode november 2026 tot en met maart 2027, zodat een mondelinge behandeling kan worden bepaald.



6.3.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.





7De beslissing


De rechtbank




in het incident




7.1.
wijst de vordering van Ice Labs c.s. af;



7.2.
houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident tot onbevoegdheid aan;



in de hoofdzaak





7.3.
verwijst de zaak naar de rol van 16 september 2026 voor akte uitlaten vermindering van eis aan de zijde van Ice Labs c.s. (vgl. r.o. 6.1.);



7.4.
bepaalt dat de zaak daarna wordt verwezen naar de rol van twee weken nadien voor opgave verhinderdata van partijen in de periode november 2026 tot en met maart 2027, zodat een datum voor een mondelinge behandeling kan worden bepaald.



7.5.
houdt iedere beslissing aan.


Dit vonnis is gewezen door mr. J.Th. van Walderveen, rechter, bijgestaan door mr. R.W.J. Slits, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.




Een blockchain is een gedistribueerde database (of grootboek) waarin transacties of gegevens permanent en onveranderlijk worden opgeslagen in “blokken” die cryptografisch met elkaar zijn verbonden.


Een ticker symbol is een afkorting waarmee publiek verhandelde cryptomunten op handelsplatformen worden aangeduid.


Rb. Den Haag (vzr.) 6 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:7975.


Hof Den Haag 7 april 2026, ECLI:NLGHDHA:2026:546.


Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.


Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk.


HvJ EU 18 mei 2017, C-617/15 (Hummel Holding / Nike), ECLI:EU:C:2017:390.