Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:24824
2026-07-31
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/09/707841 / JE RK 26-1117
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verlenging ondertoezichtstelling
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.570 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/707841 / JE RK 26-1117
Datum uitspraak: 31 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats 1], [geboorteland],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 1], [geboorteland],
hierna te noemen: [minderjarige 2],
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2015 in [geboorteplaats 1], [geboorteland],
hierna te noemen: [minderjarige 3],
- [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2018 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen: [minderjarige 4],
- [minderjarige 5], geboren op [geboortedatum 5] 2019 in [geboorteplaats 3],
hierna te noemen: [minderjarige 5].
hierna tezamen ook te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Salhi uit Den Haag,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in Leidschendam,
advocaat: mr. B.J. de Bruijn uit Den Haag.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 25 juni 2026;
het nagezonden stuk van de gecertificeerde instelling, ontvangen op 16 juli 2026;
het verweerschrift van de vader van 17 juli 2026;
- het nagezonden stuk van de gecertificeerde instelling, ontvangen op 17 juli 2026;
- het bericht van de advocaat van de moeder van 30 juli 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
[naam 1] namens de gecertificeerde instelling;
de vader, bijgestaan door mr. C.C. Peterse (waarnemend voor mr. B.J. de Bruijn), ondersteund door een tolk en vergezeld van [naam 2], begeleider van [zorginstantie 2].
De advocaat van de moeder heeft de kinderrechter op 30 juli 2026 bericht dat de moeder geen verweer voert tegen het verzoek en dat de moeder en de advocaat daarom niet ter zitting zullen verschijnen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat zij hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.
2.3.
De kinderen wonen bij de moeder.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 augustus 2025 de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd tot 7 augustus 2026.
3Het verzoek
3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van de kinderen te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Het gezin wacht al geruime tijd op passende hulpverlening gericht op het verminderen van de spanningen tussen de ouders en op individuele hulpverlening voor de kinderen. Belangrijke zorgen rondom traumaverwerking, de sociaal-emotionele ontwikkeling, emotieregulatie en het loyaliteitsconflict zijn nog onvoldoende aangepakt. Na de start van de ondertoezichtstelling is gebleken dat beide ouders beperkt vertrouwen hadden in de hulpverlening. De gecertificeerde instelling heeft daarom eerst veel tijd geïnvesteerd in het opbouwen van een samenwerkingsrelatie, het voeren van gesprekken met de ouders en het vergroten van hun vertrouwen in de betrokken instanties. Hoewel de ouders zich inmiddels meer openstellen voor hulpverlening en de vader actief deelneemt aan een traject bij [instantie], blijven er zorgen bestaan over de onderlinge communicatie, het gezamenlijk nemen van beslissingen en het centraal stellen van de belangen van de kinderen. Het is van belang dat de komende periode wordt ingezet op het verminderen van de spanningen tussen de ouders, het doorbreken van de bestaande patronen in het gezin en het bieden van passende ondersteuning aan de kinderen zodat zij gebeurtenissen uit het verleden kunnen verwerken en zich verder kunnen ontwikkelen. Het is daarvoor noodzakelijk dat opvoedondersteuning wordt ingezet bij beide ouders, zodat hun opvoedvaardigheden worden versterkt en een zorgvuldige beoordeling kan plaatsvinden van de ontwikkelingsbehoeften van de kinderen binnen beide opvoedsituaties. Inmiddels is hulpverlening van [zorginstantie 1] gestart. [zorginstantie 1] gaat opvoedondersteuning geven aan beide ouders en daarnaast zullen de oudste drie kinderen een-op-een begeleiding krijgen. Het is noodzakelijk dat er zicht blijft op het verloop van deze hulpverlening. Ten slotte moet er de komende tijd gekeken worden naar de verdeling van de zorg- en opvoedtaken tussen de ouders, waarover duidelijke afspraken moeten worden gemaakt.
4De standpunten
4.1.
Ter zitting wordt door en namens de vader geen verweer meer gevoerd tegen het verzoek. Het is positief dat de hulpverlening van [zorginstantie 1] inmiddels is gestart. De vader zal hieraan meewerken. De vader wil wel benadrukken dat hij de afgelopen periode al de nodige stappen heeft gezet. Hij volgt behandeling bij [instantie] en heeft begeleiding vanuit [zorginstantie 2]. De vader vindt het noodzakelijk dat er zicht komt op de opvoedsituatie bij de moeder, omdat de vader hier zorgen over heeft. Ook geeft de vader aan dat hij door de moeder onvoldoende op de hoogte wordt gehouden over de kinderen.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De zorgen over de ontwikkeling van de kinderen zijn nog onvoldoende weggenomen. De kinderen hebben in hun leven veel ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt en zij zijn in de thuissituatie blootgesteld aan spanningen en huiselijk geweld tussen de vader en de moeder. Het lukt de ouders nog steeds niet om zonder hulp en sturing van buiten op een constructieve manier met elkaar te communiceren en afspraken met elkaar te maken over de kinderen. Daarbij is er over en weer sprake van wantrouwen, wat de samenwerking bemoeilijkt. Dat neemt niet weg dat er de afgelopen periode ook positieve stappen zijn gezet. Er is inmiddels weer omgang tussen de vader en de kinderen. Ook heeft de vader stappen gezet ten aanzien van zijn persoonlijke problematiek door middel van behandeling bij [instantie] en de begeleiding bij [zorginstantie 2]. Verder staan beide ouders goed in contact met de gecertificeerde instelling en staan zij open voor hulpverlening. De komende tijd is het noodzakelijk dat de kinderen hulp krijgen om de traumatische gebeurtenissen een plek te geven, zodat zij weer volledig toekomen aan hun eigen ontwikkeling. Individuele hulpverlening is eerder niet van de grond gekomen, mede vanwege de forse wachtlijstproblematiek. Het is positief dat de hulpverlening van [zorginstantie 1] recent is gestart in het gezin, waarbij de oudste drie kinderen individuele begeleiding krijgen. De hulpverlening zal zich verder richten op de opvoedvaardigheden van beide ouders en hun onderlinge samenwerking. Om de positieve ontwikkelingen te bestendigen en om ervoor te zorgen dat de hulpverlening voor de kinderen én de ouders gecontinueerd wordt, is de kinderrechter van oordeel dat de betrokkenheid van een jeugdbeschermer nog steeds noodzakelijk is. Deze kan daarnaast toezicht houden op de ontwikkeling van de kinderen. De kinderrechter zal het verzoek daarom toewijzen als verzocht.
5.3.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3], [minderjarige 4] en [minderjarige 5] tot 7 augustus 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026 door
mr. A.M.A. Keulen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Dreef als griffier, en op schrift gesteld op 11 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/707841 / JE RK 26-1117
Datum uitspraak: 31 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats 1], [geboorteland],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 1], [geboorteland],
hierna te noemen: [minderjarige 2],
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2015 in [geboorteplaats 1], [geboorteland],
hierna te noemen: [minderjarige 3],
- [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2018 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen: [minderjarige 4],
- [minderjarige 5], geboren op [geboortedatum 5] 2019 in [geboorteplaats 3],
hierna te noemen: [minderjarige 5].
hierna tezamen ook te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Salhi uit Den Haag,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in Leidschendam,
advocaat: mr. B.J. de Bruijn uit Den Haag.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 25 juni 2026;
het nagezonden stuk van de gecertificeerde instelling, ontvangen op 16 juli 2026;
het verweerschrift van de vader van 17 juli 2026;
- het nagezonden stuk van de gecertificeerde instelling, ontvangen op 17 juli 2026;
- het bericht van de advocaat van de moeder van 30 juli 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
[naam 1] namens de gecertificeerde instelling;
de vader, bijgestaan door mr. C.C. Peterse (waarnemend voor mr. B.J. de Bruijn), ondersteund door een tolk en vergezeld van [naam 2], begeleider van [zorginstantie 2].
De advocaat van de moeder heeft de kinderrechter op 30 juli 2026 bericht dat de moeder geen verweer voert tegen het verzoek en dat de moeder en de advocaat daarom niet ter zitting zullen verschijnen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat zij hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.
2.3.
De kinderen wonen bij de moeder.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 augustus 2025 de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd tot 7 augustus 2026.
3Het verzoek
3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van de kinderen te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Het gezin wacht al geruime tijd op passende hulpverlening gericht op het verminderen van de spanningen tussen de ouders en op individuele hulpverlening voor de kinderen. Belangrijke zorgen rondom traumaverwerking, de sociaal-emotionele ontwikkeling, emotieregulatie en het loyaliteitsconflict zijn nog onvoldoende aangepakt. Na de start van de ondertoezichtstelling is gebleken dat beide ouders beperkt vertrouwen hadden in de hulpverlening. De gecertificeerde instelling heeft daarom eerst veel tijd geïnvesteerd in het opbouwen van een samenwerkingsrelatie, het voeren van gesprekken met de ouders en het vergroten van hun vertrouwen in de betrokken instanties. Hoewel de ouders zich inmiddels meer openstellen voor hulpverlening en de vader actief deelneemt aan een traject bij [instantie], blijven er zorgen bestaan over de onderlinge communicatie, het gezamenlijk nemen van beslissingen en het centraal stellen van de belangen van de kinderen. Het is van belang dat de komende periode wordt ingezet op het verminderen van de spanningen tussen de ouders, het doorbreken van de bestaande patronen in het gezin en het bieden van passende ondersteuning aan de kinderen zodat zij gebeurtenissen uit het verleden kunnen verwerken en zich verder kunnen ontwikkelen. Het is daarvoor noodzakelijk dat opvoedondersteuning wordt ingezet bij beide ouders, zodat hun opvoedvaardigheden worden versterkt en een zorgvuldige beoordeling kan plaatsvinden van de ontwikkelingsbehoeften van de kinderen binnen beide opvoedsituaties. Inmiddels is hulpverlening van [zorginstantie 1] gestart. [zorginstantie 1] gaat opvoedondersteuning geven aan beide ouders en daarnaast zullen de oudste drie kinderen een-op-een begeleiding krijgen. Het is noodzakelijk dat er zicht blijft op het verloop van deze hulpverlening. Ten slotte moet er de komende tijd gekeken worden naar de verdeling van de zorg- en opvoedtaken tussen de ouders, waarover duidelijke afspraken moeten worden gemaakt.
4De standpunten
4.1.
Ter zitting wordt door en namens de vader geen verweer meer gevoerd tegen het verzoek. Het is positief dat de hulpverlening van [zorginstantie 1] inmiddels is gestart. De vader zal hieraan meewerken. De vader wil wel benadrukken dat hij de afgelopen periode al de nodige stappen heeft gezet. Hij volgt behandeling bij [instantie] en heeft begeleiding vanuit [zorginstantie 2]. De vader vindt het noodzakelijk dat er zicht komt op de opvoedsituatie bij de moeder, omdat de vader hier zorgen over heeft. Ook geeft de vader aan dat hij door de moeder onvoldoende op de hoogte wordt gehouden over de kinderen.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De zorgen over de ontwikkeling van de kinderen zijn nog onvoldoende weggenomen. De kinderen hebben in hun leven veel ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt en zij zijn in de thuissituatie blootgesteld aan spanningen en huiselijk geweld tussen de vader en de moeder. Het lukt de ouders nog steeds niet om zonder hulp en sturing van buiten op een constructieve manier met elkaar te communiceren en afspraken met elkaar te maken over de kinderen. Daarbij is er over en weer sprake van wantrouwen, wat de samenwerking bemoeilijkt. Dat neemt niet weg dat er de afgelopen periode ook positieve stappen zijn gezet. Er is inmiddels weer omgang tussen de vader en de kinderen. Ook heeft de vader stappen gezet ten aanzien van zijn persoonlijke problematiek door middel van behandeling bij [instantie] en de begeleiding bij [zorginstantie 2]. Verder staan beide ouders goed in contact met de gecertificeerde instelling en staan zij open voor hulpverlening. De komende tijd is het noodzakelijk dat de kinderen hulp krijgen om de traumatische gebeurtenissen een plek te geven, zodat zij weer volledig toekomen aan hun eigen ontwikkeling. Individuele hulpverlening is eerder niet van de grond gekomen, mede vanwege de forse wachtlijstproblematiek. Het is positief dat de hulpverlening van [zorginstantie 1] recent is gestart in het gezin, waarbij de oudste drie kinderen individuele begeleiding krijgen. De hulpverlening zal zich verder richten op de opvoedvaardigheden van beide ouders en hun onderlinge samenwerking. Om de positieve ontwikkelingen te bestendigen en om ervoor te zorgen dat de hulpverlening voor de kinderen én de ouders gecontinueerd wordt, is de kinderrechter van oordeel dat de betrokkenheid van een jeugdbeschermer nog steeds noodzakelijk is. Deze kan daarnaast toezicht houden op de ontwikkeling van de kinderen. De kinderrechter zal het verzoek daarom toewijzen als verzocht.
5.3.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3], [minderjarige 4] en [minderjarige 5] tot 7 augustus 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026 door
mr. A.M.A. Keulen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Dreef als griffier, en op schrift gesteld op 11 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.