Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:24754
2026-07-30
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/09/707665 / JE RK 26-1100
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.242 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/707665 / JE RK 26-1100
Datum uitspraak: 30 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 2],
hierna ook gezamenlijk te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats].
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de stiefmoeder]
, hierna te noemen: de stiefmoeder.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 juni 2026, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- [naam], namens de gecertificeerde instelling.
De stiefmoeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de stiefmoeder wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
2.3.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 augustus 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 19 augustus 2026.
3Het verzoek
3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd.
3.2.
Er is nog steeds sprake van een ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen. [minderjarige 1] wordt fors belast door de situatie die zich heeft voorgedaan met zijn stiefbroer in de thuissituatie van de vader. [minderjarige 1] heeft geuit hulp nodig te hebben en er wordt gezien dat er sprake is van trauma bij hem. Ook heeft hij aangegeven dat hij soms suïcidale gedachtes heeft. [minderjarige 1] heeft al maanden een psycholoog en zij zijn bezig geweest met het schrijven van een traumaverhaal. De psycholoog heeft aangegeven dat hij denkt dat een aanmelding bij [zorginstantie 1] passend zou zijn, omdat er een lange behandeling nodig is en het ook belangrijk is dat het systeem betrokken wordt. [minderjarige 1] is nu aangemeld bij [zorginstantie 2]. Hiernaast zou [minderjarige 1] starten met EMDR, maar dit is on hold gezet nu [minderjarige 1] heeft besloten aangifte te doen van het seksueel misbruik. De stiefbroer woont niet meer bij de vader in huis. In december 2025 is [zorginstantie 3] gestart in de thuissituatie van vader. Zij zijn erop gericht om zicht te krijgen op de veiligheid. Er is sprake van veel onrust in de thuissituatie van de vader. Er zijn veel discussies tussen de vader en de stiefmoeder, waarbij er ook wordt geschreeuwd naar elkaar, waarbij [minderjarige 2] soms aanwezig is. De vader en de stiefmoeder zitten niet op één lijn over de opvoeding van de (stief)kinderen en de stiefmoeder benoemt regelmatig overbelast te zijn. Ook binnen de dynamiek tussen de ouders bestaat nog veel onrust. De communicatie tussen de ouders is verstoord. Tijdens gesprekken met de ouders over de omgangsregeling komt nog veel onderling wantrouwen naar voren. [minderjarige 2] heeft de wens uitgesproken om de week bij de vader te willen verblijven. De vader heeft aangegeven dit ook graag te willen, maar de moeder heeft aangegeven hier op dit moment nog niet achter te staan door hetgeen [minderjarige 1] in de thuissituatie van de vader heeft meegemaakt en door de onrust die er nog daar in het gezin aanwezig is. Gelet op de onrust en hetgeen nog in werking moet worden gezet met betrekking tot de hulpverlening voor het gezin, de omgangsregeling voor [minderjarige 2] en de aangifte van [minderjarige 1], is een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar noodzakelijk.
4De standpunten
4.1.
De vader heeft ingestemd met het verzoek. Wel zou de vader graag duidelijkheid en perspectief krijgen van de gecertificeerde instelling over wanneer de situatie voldoende is verbeterd om het gezin te kunnen overdragen aan het vrijwillige kader. De vader zou de kinderen hiernaast graag meer zien. Hij kan [minderjarige 2] de zorg en aandacht geven die zij nodig heeft. De vader zou verder graag zien dat [minderjarige 1] meer hulp krijgt.
4.2.
De moeder heeft ook ingestemd met het verzoek en geeft aan blij te zijn met de betrokkenheid van de jeugdbeschermer, omdat de ouders een tussenpersoon nodig hebben en de kinderen veel hebben meegemaakt. [minderjarige 2] heeft niet eerder tegen de moeder gezegd dat ze om de week bij de vader wil zijn. De moeder heeft, naast de eerdere zorgen over de stiefbroer, nog zorgen dat [minderjarige 2] in de thuissituatie van de vader niet voldoende aandacht zal kunnen krijgen. De moeder zou het prima vinden als [minderjarige 2] overdag wat meer naar vader zou gaan, maar wil wel graag dat ze bij de moeder thuis slaapt.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd.
De kinderen hebben beiden veel meegemaakt en worden belast door onrust en instabiliteit in hun opvoedsituatie. [minderjarige 1] heeft besloten aangifte te doen van het seksueel misbruik wat hij heeft meegemaakt, waardoor zijn EMDR-therapie is uitgesteld. Wel is duidelijk dat hij verdere individuele hulpverlening nodig heeft. [minderjarige 1] is hiervoor aangemeld bij [zorginstantie 2]. Ook begrijpt de kinderrechter van haar gesprek met [minderjarige 1] dat hij graag een coach zou willen. Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken komt verder naar voren dat het gezin veel baat zou hebben bij systeemtherapie, wat voor hen nog dient te worden ingezet. De dynamiek tussen de ouders is nog steeds ernstig verstoord en ook tussen de vader en de stiefmoeder is sprake van onrust. De kinderen worden hierdoor belast. [minderjarige 2] heeft aangegeven bij de jeugdbeschermer om de week bij de vader te willen verblijven. Het is voor haar noodzakelijk dat wordt onderzocht of dit op een voor haar veilige wijze gerealiseerd kan worden, of dat hier eventueel een ander compromis in gevonden kan worden. Gelet op hetgeen nog moeten worden uitgezocht en ingezet, blijft de betrokkenheid van de jeugdbeschermer noodzakelijk.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 19 augustus 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026 door mr. J.C. van den Dries, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 11 augustus 2026
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/707665 / JE RK 26-1100
Datum uitspraak: 30 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 2],
hierna ook gezamenlijk te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats].
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de stiefmoeder]
, hierna te noemen: de stiefmoeder.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 juni 2026, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- [naam], namens de gecertificeerde instelling.
De stiefmoeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de stiefmoeder wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
2.3.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 augustus 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 19 augustus 2026.
3Het verzoek
3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd.
3.2.
Er is nog steeds sprake van een ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen. [minderjarige 1] wordt fors belast door de situatie die zich heeft voorgedaan met zijn stiefbroer in de thuissituatie van de vader. [minderjarige 1] heeft geuit hulp nodig te hebben en er wordt gezien dat er sprake is van trauma bij hem. Ook heeft hij aangegeven dat hij soms suïcidale gedachtes heeft. [minderjarige 1] heeft al maanden een psycholoog en zij zijn bezig geweest met het schrijven van een traumaverhaal. De psycholoog heeft aangegeven dat hij denkt dat een aanmelding bij [zorginstantie 1] passend zou zijn, omdat er een lange behandeling nodig is en het ook belangrijk is dat het systeem betrokken wordt. [minderjarige 1] is nu aangemeld bij [zorginstantie 2]. Hiernaast zou [minderjarige 1] starten met EMDR, maar dit is on hold gezet nu [minderjarige 1] heeft besloten aangifte te doen van het seksueel misbruik. De stiefbroer woont niet meer bij de vader in huis. In december 2025 is [zorginstantie 3] gestart in de thuissituatie van vader. Zij zijn erop gericht om zicht te krijgen op de veiligheid. Er is sprake van veel onrust in de thuissituatie van de vader. Er zijn veel discussies tussen de vader en de stiefmoeder, waarbij er ook wordt geschreeuwd naar elkaar, waarbij [minderjarige 2] soms aanwezig is. De vader en de stiefmoeder zitten niet op één lijn over de opvoeding van de (stief)kinderen en de stiefmoeder benoemt regelmatig overbelast te zijn. Ook binnen de dynamiek tussen de ouders bestaat nog veel onrust. De communicatie tussen de ouders is verstoord. Tijdens gesprekken met de ouders over de omgangsregeling komt nog veel onderling wantrouwen naar voren. [minderjarige 2] heeft de wens uitgesproken om de week bij de vader te willen verblijven. De vader heeft aangegeven dit ook graag te willen, maar de moeder heeft aangegeven hier op dit moment nog niet achter te staan door hetgeen [minderjarige 1] in de thuissituatie van de vader heeft meegemaakt en door de onrust die er nog daar in het gezin aanwezig is. Gelet op de onrust en hetgeen nog in werking moet worden gezet met betrekking tot de hulpverlening voor het gezin, de omgangsregeling voor [minderjarige 2] en de aangifte van [minderjarige 1], is een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar noodzakelijk.
4De standpunten
4.1.
De vader heeft ingestemd met het verzoek. Wel zou de vader graag duidelijkheid en perspectief krijgen van de gecertificeerde instelling over wanneer de situatie voldoende is verbeterd om het gezin te kunnen overdragen aan het vrijwillige kader. De vader zou de kinderen hiernaast graag meer zien. Hij kan [minderjarige 2] de zorg en aandacht geven die zij nodig heeft. De vader zou verder graag zien dat [minderjarige 1] meer hulp krijgt.
4.2.
De moeder heeft ook ingestemd met het verzoek en geeft aan blij te zijn met de betrokkenheid van de jeugdbeschermer, omdat de ouders een tussenpersoon nodig hebben en de kinderen veel hebben meegemaakt. [minderjarige 2] heeft niet eerder tegen de moeder gezegd dat ze om de week bij de vader wil zijn. De moeder heeft, naast de eerdere zorgen over de stiefbroer, nog zorgen dat [minderjarige 2] in de thuissituatie van de vader niet voldoende aandacht zal kunnen krijgen. De moeder zou het prima vinden als [minderjarige 2] overdag wat meer naar vader zou gaan, maar wil wel graag dat ze bij de moeder thuis slaapt.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd.
De kinderen hebben beiden veel meegemaakt en worden belast door onrust en instabiliteit in hun opvoedsituatie. [minderjarige 1] heeft besloten aangifte te doen van het seksueel misbruik wat hij heeft meegemaakt, waardoor zijn EMDR-therapie is uitgesteld. Wel is duidelijk dat hij verdere individuele hulpverlening nodig heeft. [minderjarige 1] is hiervoor aangemeld bij [zorginstantie 2]. Ook begrijpt de kinderrechter van haar gesprek met [minderjarige 1] dat hij graag een coach zou willen. Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken komt verder naar voren dat het gezin veel baat zou hebben bij systeemtherapie, wat voor hen nog dient te worden ingezet. De dynamiek tussen de ouders is nog steeds ernstig verstoord en ook tussen de vader en de stiefmoeder is sprake van onrust. De kinderen worden hierdoor belast. [minderjarige 2] heeft aangegeven bij de jeugdbeschermer om de week bij de vader te willen verblijven. Het is voor haar noodzakelijk dat wordt onderzocht of dit op een voor haar veilige wijze gerealiseerd kan worden, of dat hier eventueel een ander compromis in gevonden kan worden. Gelet op hetgeen nog moeten worden uitgezocht en ingezet, blijft de betrokkenheid van de jeugdbeschermer noodzakelijk.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 19 augustus 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026 door mr. J.C. van den Dries, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 11 augustus 2026
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.