Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:24727
2026-07-30
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/09/680520 / FA RK 25-1254 en C/09/689185 / FA RK 25-5685
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Bij de vrouw speelt de angst voor mogelijke eerwraak vanuit de (familie van) de man waar in haar beleving haar zoons mogelijk ook in worden betrokken. Gelasten raadsonderzoek in het kader van de zorgregeling.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (23.625 tekens)
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummers: FA RK 25-1254 (echtscheiding) en FA RK 25-5685 (verdeling)
Zaaknummers: C/09/680520 (echtscheiding) en C/09/689185 (verdeling)
Datum beschikking: 30 juli 2026
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 18 februari 2025 ingekomen verzoek van:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. Aydogan-Kütük te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Erdal te Rotterdam.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het F9-formulier van 3 maart 2025 van de advocaat van de man, met bijlage;
het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
het F9-formulier van 16 juli 2025 van de advocaat van de man, met bijlage;
het F9-formulier van 8 april 2026 van de advocaat van de vrouw;
het F9-formulier van 10 juli 2026 van de advocaat van de man, met bijlagen (o.a. prod. 10 tot en met 14) en het F9-formulier van 10 juli 2026 van de advocaat van de man, met 1 bijlage (prod. 15);
het F9-formulier van 10 juli 2026 van de advocaat van de vrouw, met bijlagen (prod. 1 tot en met 4) het F9-formulier van 10 juli 2026 van de advocaat van de vrouw, met 1 bijlage (prod. 2);
het F9-formulier van 13 juli 2026 van de advocaat van de man, met 1 bijlage (prod. 16).
[minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben in raadkamer hun mening kenbaar gemaakt.
Op 23 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de man, bijgestaan door zijn advocaat;
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
[naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Op grond van artikel 279, zesde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is artikel 87, zesde lid, Rv van overeenkomstige toepassing op verzoekschriftprocedures. Op grond van artikel 87, zesde lid, Rv worden processtukken en andere stukken zoveel mogelijk onmiddellijk en tot uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling in het geding gebracht, tenzij de wet een andere termijn voorschrijft. Stukken die na die termijn of ter zitting in het geding worden gebracht, worden door de rechter buiten beschouwing gelaten, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet. De rechtbank zal, zoals op de zitting medegedeeld, de door de vrouw op 17 juli 2026 en 23 juli 2026 en de door de man op 15 juli 2026 en 20 juli 2026 ingediende stukken buiten beschouwing laten, nu de goede procesorde zich hier niet tegen verzet.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum 1] 2004 te [plaats 1].
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1], hierna: [minderjarige 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1], hierna: [minderjarige 2];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats 2], hierna: [minderjarige 3].
- Zij zijn de ouders van het volgende inmiddels meerderjarige kind:
- [meerderjarige], geboren op [geboortedatum 3] 2006 te [geboorteplaats 1].
- De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij de man.
- Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.
Verzoek en verweer
De man heeft verzocht de echtscheiding uit te spreken met de volgende nevenvoorzieningen:
- te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de man zullen hebben;
- te bepalen dat de man de huurder zal zijn van de woonruimte aan [adres] te [plaats 2];
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De vrouw heeft verzocht de verzoeken ten aanzien van de echtscheiding en de hoofdverblijfplaats toe te wijzen. De vrouw heeft voor het overige verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de vrouw zelfstandig verzocht om de echtscheiding uit te spreken met de volgende nevenvoorzieningen:
- de volgende zorg- en contactregeling tussen de vrouw en [minderjarige 3] vast te stellen:
zolang de vrouw geen woning heeft:
- op een doordeweekse dag na schooltijd tot na het avondeten;
- op de zaterdag of zondag van 12.00 uur tot na het avondeten;
zodra de vrouw een woning heeft:
- om de twee weken van vrijdag na schooltijd tot maandag voor schooltijd;
- verdeling van vakanties en feestdagen bij helfte;
- te bepalen dat de man dient bij te dragen in de kosten van haar levensonderhoud met
€ 5.476,80 netto per maand, te voldoen bij vooruitbetaling aan de vrouw met ingang van de datum van de beschikking, althans een bijdrage en ingangsdatum zoals door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
- te bepalen dat de huurrechten van de woning aan [adres]
te [plaats 2] worden toebedeeld aan de vrouw;
- partijen te bevelen over te gaan tot verdeling van de tussen hen bestaande
huwelijksgoederengemeenschap conform de punten 39 tot en met 56 van het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek, dan wel de verdeling te gelasten conform de punten 39 tot en met 56;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en met compensatie van de proceskosten, in die zin dat iedere partij de hare draagt.
De man heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de man aanvullend verzocht:
- een omgangsregeling tussen de vrouw en de kinderen te bepalen in onderling
overleg tussen partijen en de kinderen;
- een verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap te bepalen conform de punten
27 tot en met 40 van het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
Beoordeling
Echtscheiding
Ontvankelijkheid
Bij het indienen van een verzoek tot echtscheiding is het wettelijk verplicht om een ouderschapsplan over te leggen. De vrouw heeft dat niet gedaan. Gelet op hetgeen in het verleden tussen partijen is voorgevallen is de rechtbank van oordeel dat het ouderschapsplan in redelijkheid niet kon worden overlegd. Daarom beoordeelt de rechtbank het verzoek tot echtscheiding.
Inhoudelijke beoordeling
De man heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De vrouw heeft dit erkend en heeft eveneens verzocht om de echtscheiding uit te spreken, zodat de verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond kunnen worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats
De man heeft verzocht te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de man zullen hebben. De vrouw heeft hiermee ingestemd. Gelet hierop en nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet, zal de rechtbank het verzoek van de man toewijzen.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Standpunt man
De man heeft verzocht een zorgregeling tussen de vrouw en de kinderen te bepalen, in die zin dat het contact tussen de vrouw en de kinderen in onderling overleg tussen de man, de vrouw en de kinderen wordt bepaald. De man vindt het in het belang van de kinderen dat zij regelmatig contact hebben met de vrouw. De kinderen zoeken volgens de man regelmatig contact met de vrouw, maar de vrouw reageert niet. Zij neemt geen initiatief om de band met hen te herstellen. Volgens de man zijn vooral [minderjarige 1] en [minderjarige 2] boos en teleurgesteld omdat de vrouw geen moeite heeft gedaan om weer in contact met hen te komen. De kinderen kunnen niet worden gedwongen om het contact met de vrouw aan te gaan. De man hoopt dat het contact tussen de vrouw en de kinderen voorzichtig wordt hersteld.
Standpunt vrouw
De vrouw stelt dat zij sporadisch contact heeft met de kinderen. Zij voelt dat de kinderen een wrok koesteren richting haar. Volgens de vrouw komt dit doordat de man de kinderen tegen haar opzet. De kinderen worden volgens haar door de man gemanipuleerd met onwaarheden, en komen vervolgens bij haar verhaal halen. Daarbij is zij voor het contact met [minderjarige 3] afhankelijk van de man. De man probeert de vrouw te straffen door het contact met [minderjarige 3] te belemmeren. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weten hun weg naar de vrouw wel te vinden zodat het niet nodig is om ten aanzien van hen een zorgregeling vast te stellen. Verder heeft de vrouw aangegeven dat zij momenteel geen eigen woning heeft. [minderjarige 3] kan daarom niet bij haar overnachten.
Overwegingen rechtbank
Uitgangspunt is dat er contact moet zijn tussen de vrouw en de kinderen. Daar hebben zij allen recht op, en ook behoefte aan. Voorwaarde is wel dat dit contact in emotioneel en fysiek opzicht veilig is, voor de kinderen, maar ook voor de vrouw. Op de zitting heeft de vrouw aangegeven dat zij bang is voor eerwraak, gelet op de culturele achtergrond van het gezin. De vrouw vreest dat de man de kinderen tegen haar heeft opgezet en zij is in het kader van eerwraak ook bang voor haar oudste zoons. Daarom wil de vrouw dat het contact tussen haar en de kinderen plaatsvindt bij haar ouders thuis. Op de zitting heeft de vrouw verder toegelicht dat zij bij verschillende hulpverleningsinstanties melding heeft gedaan van de bedreigingen die zij ervaart vanuit de man. Deze instanties hebben de vrouw geadviseerd om in deze procedure niet kenbaar te maken bij welke instanties zij melding heeft gedaan. Om die reden heeft de vrouw geen onderliggende stukken in deze procedure overgelegd. De man heeft op de zitting deze stellingen van de vrouw betwist en aangegeven dat de vrouw zich geen zorgen hoeft te maken.
Het is voor de rechtbank niet mogelijk om op basis van de stellingen van de man en de vrouw een gefundeerde beslissing te nemen over het contact tussen de vrouw en de kinderen. Uit de gesprekken met de kinderen is gebleken dat de kinderen leven met het beeld van een moeder die hen, met haar vertrek naar [land] in augustus 2023, in de steek heeft gelaten en die geen moeite doet om het contact te herstellen. Zij missen haar. Zij zouden graag met de moeder ergens ‘buiten’ afspreken, dat wil zeggen: niet bij de grootouders moederszijde thuis. De moeder heeft tegen hun gezegd dat zij ‘buiten’ gevaar loopt, maar de kinderen geloven dat niet. Ook vinden de kinderen het vervelend dat de moeder tegenover hen negatieve uitspraken doet over de vader. Het verhaal van de kant van de vrouw is dat zij destijds naar [land] was vertrokken omdat zij al langere tijd gezondheidsklachten had die zij in [land] wilde laten onderzoeken. Volgens haar liet de man haar, toen zij daarna terugkeerde naar Nederland, niet meer toe tot de kinderen en hij heeft haar ook meermaals bedreigd met de dood. In oktober 2023 is zij gediagnosticeerd met borstkanker en zij is nog steeds herstellende.De rechtbank maakt uit dit alles op dat de vrouw en de kinderen behoefte hebben aan contact. De kinderen en de moeder hebben echter een totaal ander beeld van hoe het komt dat zij elkaar zo weinig zien en spreken. Een goed gesprek tussen de vrouw en ieder van de kinderen, onder bijzijn van een professionele derde, zou mogelijk helpend kunnen zijn. Tegelijkertijd speelt er bij de vrouw de angst voor mogelijke eerwraak vanuit de (familie van) de man, waar, in haar beleving, haar zoons mogelijk ook in worden betrokken. Dit roept de vraag op of en zo ja hoe, dit gesprek op een goede en veilige manier zou kunnen plaatsvinden.
Gelet op de complexiteit van de situatie ziet de rechtbank aanleiding om de Raad voor de Kinderbescherming te verzoeken om onderzoek te doen en daarover rapport en advies uit te brengen. Het doel hiervan is om meer zicht te krijgen op de dynamiek en problematiek binnen het gezin, en van daaruit te onderzoeken welke vorm van contact het meest in het belang van de kinderen en de vrouw is. In dit kader wordt de Raad verzocht om de volgende vragen te beantwoorden:
Zijn er zorgen over de veiligheid van de kinderen en/of de vrouw indien er fysiek contact is tussen de vrouw en de kinderen?- Zo ja, welke veiligheidsrisico’s zijn er? Zijn er mogelijkheden om die risico’s weg te nemen en zo ja, welke?
Zo nee, hoe dient de zorgregeling met de vrouw er qua aard, duur en frequentie uit te zien?
Is (nadere) hulpverlening voor de man, de vrouw en/of de kinderen noodzakelijk?
Zo ja, welke hulpverlening wordt geadviseerd?
- Zijn er volgens de Raad nog andere zaken van belang?
Tevens wordt de Raad verzocht om – indien dat veilig en in het belang van de kinderen wordt geacht – proefcontacten tussen de vrouw en de kinderen te faciliteren.
De rechtbank merkt op dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op [datum 2] 2026 18 jaar worden. Toch vindt de rechtbank het van belang dat ook zij in het onderzoek van de Raad worden betrokken omdat de relatie tussen hen en de vrouw nader moet worden bekeken, en dit ook van invloed is op de relatie tussen de vrouw en [minderjarige 3].
Gelet op de door de vrouw geuite zorgen over eerwraak is voorts van belang dat zicht wordt verkregen op de veiligheid van de vrouw. Het is aan de Raad om te beoordelen welk instrument zij daarvoor kan inzetten. In dit kader geeft de rechtbank de Raad in overweging om informatie op te halen bij de hulpverleningsinstanties die de vrouw heeft benaderd. Hiervoor zal echter nodig zijn dat de vrouw haar toestemming geeft voor het delen van informatie door de betreffende instanties.
Gelet op al het voorgaande ziet de rechtbank geen mogelijkheid om, vooruitlopend op het raadsonderzoek en de uitkomst daarvan, te bepalen dat er fysiek contact zal zijn tussen de vrouw en de kinderen. Op de zitting hebben de ouders wel afgesproken dat de vrouw voorlopig iedere woensdag en iedere zaterdag om 16.00 uur belcontact zal hebben met de kinderen. De vrouw zal dan telkens de kinderen bellen.
Iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal pro forma worden aangehouden tot na te melden datum. Na ontvangst van het rapport en het advies van de Raad zal de rechtbank bezien of een nadere mondelinge behandeling nodig is. Indien de behandeling ter zitting wordt voortgezet, zal ook de Raad voor deze zitting worden opgeroepen.
Brieven aan de kinderen
De rechtbank heeft aan [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] een brief geschreven om de beslissing aan hen uit te leggen. Deze brieven worden per heden aan hen opgestuurd. De inhoud van die brieven luidt als volgt:
Brief aan [minderjarige 1]: ‘Beste [minderjarige 1],
We hebben elkaar op 22 juli 2026 gesproken op de rechtbank. Jij hebt mij toen verteld dat je je moeder mist sinds zij in augustus 2023 jouw ouderlijk huis heeft verlaten. Dat voelt voor jou als een lege ruimte in je hart, zei je. Je wil heel graag haar aandacht en liefde voelen.
Je hebt sinds haar vertrek uit huis wel contact met haar, maar niet vaak en altijd bij jouw opa en oma thuis. Jij zou heel graag met haar ergens buiten afspreken maar dat wil zij niet. Zij zegt dat het voor haar gevaarlijk is om naar buiten te gaan. Maar jij hebt van vrienden gehoord dat zij op andere momenten wel gewoon naar buiten gaat. Dat geeft jou het gevoel dat zij niet echt om jou geeft. Verder is het lastig voor jou dat je moeder negatief spreekt over jouw vader. Jij vindt dat jullie als kinderen hier buiten gehouden moeten worden. Je zou wel openstaan voor een gesprek met haar met een derde erbij zodat jullie alles wat er tussen jullie speelt goed kunnen uitpreken.
De dag na ons gesprek was de zitting en toen heb ik uitgebreid met jouw ouders gesproken over de situatie. We hebben toen besproken dat het goed zou zijn als de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek gaat doen naar wat voor jou en je moeder het beste zou zijn voor wat betreft een contactregeling. Ook kan de Raad voor de Kinderbescherming een proefcontact organiseren tussen jouw en je moeder, zodat jullie in het bijzijn van een derde kunnen uitpraten wat er tussen jullie allemaal speelt.
Ik wens je voor de komende tijd heel veel succes met school en alle andere dingen!
Met vriendelijke groet, A.C. Olland (de kinderrechter) (…)’
Brief aan [minderjarige 2]:Beste [minderjarige 2],
We hebben elkaar op 22 juli 2026 gesproken op de rechtbank. Jij hebt mij toen verteld dat je je moeder hebt gemist sinds zij in augustus 2023 jouw ouderlijk huis heeft verlaten. Je hebt sindsdien wel contact met haar, maar niet vaak en altijd bij jouw opa en oma thuis. Je hebt mij verteld dat je het jammer vindt dat zij nooit de moeite neemt om contact met jullie op te nemen. Je wil gewoon dat zij jouw moeder is en dat ze laat zien dat ze haar verantwoordelijkheid neemt als moeder. Ook botst het vaak tussen jou en je moeder. Verder heb je er last van dat je door je moeder wordt meegenomen in de ruzies tussen haar en jouw vader. Je zou wel openstaan voor een gesprek met je moeder met een derde erbij zodat jullie alles wat er tussen jullie speelt goed kunnen uitspreken.
De dag na ons gesprek was de zitting en toen heb ik uitgebreid met jouw ouders gesproken over de situatie. We hebben toen besproken dat het goed zou zijn als de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek gaat doen naar wat voor jou en je moeder het beste zou zijn voor wat betreft een contactregeling. Ook kan de Raad voor de Kinderbescherming een proefcontact organiseren tussen jou en je moeder, zodat jullie in het bijzijn van een derde kunnen uitpraten wat er tussen jullie allemaal speelt.
Ik wens je voor de komende tijd heel veel succes met je school en alle andere dingen! (…)
Met vriendelijke groet, A.C. Olland (de kinderrechter) (…)’
Brief aan [minderjarige 3]: ‘Beste [minderjarige 3],
We hebben elkaar op 22 juli 2026 gesproken op de rechtbank. Jij hebt mij toen verteld dat je moeder wegging toen jij nog maar 9 jaar oud was. Vanaf toen moest je alles in je eentje moest doen. Je vader en je broers hielpen je toen wel maar eigenlijk had je je moeder nodig. Je miste haar heel erg maar nu niet meer zo en eigenlijk weet je niet zo goed waarom zij is weggegaan. Je hebt sindsdien wel contact met haar maar, maar niet vaak en altijd bij jouw opa en oma thuis. Je zou heel graag met haar ergens buiten afspreken, privé tijd met haar hebben en samen leuke dingen doen, maar dat wil zij niet. Zij zegt dat jouw vader gevaarlijk is voor haar maar volgens jou is dat niet zo.
Je voelt er niet voor om met haar een gesprek te hebben met een derde erbij. Je kan niet zomaar uit het niets goed contact met haar hebben. Je vindt dat ze haar moedergedrag eerst moet aanpassen.
De dag na ons gesprek was de zitting en toen heb ik uitgebreid met jouw ouders gesproken over de situatie. We hebben toen besproken dat het goed zou zijn als de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek gaat doen naar wat voor jou en je moeder het beste zou zijn voor wat betreft een contactregeling. Ook kan de Raad voor de Kinderbescherming kijken of zij een proefcontact tussen jou en je moeder kunnen organiseren, zodat jullie in het bijzijn van een derde kunnen uitpraten wat er tussen jullie allemaal speelt.
Ik wens je voor de komende tijd heel veel succes met school en alle andere dingen! (…)
Met vriendelijke groet, A.C. Olland (de kinderrechter) (…)’
Partneralimentatie, toedeling huurrecht echtelijke woning, verdeling huwelijksgemeenschap en proceskosten
De rechtbank zal bij beschikking d.d. 20 augustus 2026 beslissen over de partneralimentatie, de toedeling van het huurrecht van de echtelijke woning, de verdeling van de huwelijksgemeenschap en de proceskosten.
Beslissing
De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum 1] 2004 te [plaats 1];
bepaalt dat de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats 2];
de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de man;
bepaalt dat [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voorlopig iedere woensdag en zaterdag om 16.00 uur belcontact met de vrouw zullen hebben, waarbij de vrouw de kinderen zal bellen;
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
houdt de behandeling aan tot na te melden pro formadatum; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
bepaalt dat de behandeling van de zaak, na ontvangst van het rapport en advies, zal worden voortgezet op een nader te bepalen wijze;
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan tot 1 februari 2027 pro forma;
houdt de beslissing over de partneralimentatie, de toedeling van het huurrecht van de echtelijke woning, de verdeling van de huwelijksgemeenschap en de proceskosten aan tot 20 augustus 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 juli 2026.
Enkelvoudige kamer
Rekestnummers: FA RK 25-1254 (echtscheiding) en FA RK 25-5685 (verdeling)
Zaaknummers: C/09/680520 (echtscheiding) en C/09/689185 (verdeling)
Datum beschikking: 30 juli 2026
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 18 februari 2025 ingekomen verzoek van:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. Aydogan-Kütük te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Erdal te Rotterdam.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het F9-formulier van 3 maart 2025 van de advocaat van de man, met bijlage;
het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
het F9-formulier van 16 juli 2025 van de advocaat van de man, met bijlage;
het F9-formulier van 8 april 2026 van de advocaat van de vrouw;
het F9-formulier van 10 juli 2026 van de advocaat van de man, met bijlagen (o.a. prod. 10 tot en met 14) en het F9-formulier van 10 juli 2026 van de advocaat van de man, met 1 bijlage (prod. 15);
het F9-formulier van 10 juli 2026 van de advocaat van de vrouw, met bijlagen (prod. 1 tot en met 4) het F9-formulier van 10 juli 2026 van de advocaat van de vrouw, met 1 bijlage (prod. 2);
het F9-formulier van 13 juli 2026 van de advocaat van de man, met 1 bijlage (prod. 16).
[minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben in raadkamer hun mening kenbaar gemaakt.
Op 23 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de man, bijgestaan door zijn advocaat;
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
[naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Op grond van artikel 279, zesde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is artikel 87, zesde lid, Rv van overeenkomstige toepassing op verzoekschriftprocedures. Op grond van artikel 87, zesde lid, Rv worden processtukken en andere stukken zoveel mogelijk onmiddellijk en tot uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling in het geding gebracht, tenzij de wet een andere termijn voorschrijft. Stukken die na die termijn of ter zitting in het geding worden gebracht, worden door de rechter buiten beschouwing gelaten, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet. De rechtbank zal, zoals op de zitting medegedeeld, de door de vrouw op 17 juli 2026 en 23 juli 2026 en de door de man op 15 juli 2026 en 20 juli 2026 ingediende stukken buiten beschouwing laten, nu de goede procesorde zich hier niet tegen verzet.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum 1] 2004 te [plaats 1].
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1], hierna: [minderjarige 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1], hierna: [minderjarige 2];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats 2], hierna: [minderjarige 3].
- Zij zijn de ouders van het volgende inmiddels meerderjarige kind:
- [meerderjarige], geboren op [geboortedatum 3] 2006 te [geboorteplaats 1].
- De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij de man.
- Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.
Verzoek en verweer
De man heeft verzocht de echtscheiding uit te spreken met de volgende nevenvoorzieningen:
- te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de man zullen hebben;
- te bepalen dat de man de huurder zal zijn van de woonruimte aan [adres] te [plaats 2];
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De vrouw heeft verzocht de verzoeken ten aanzien van de echtscheiding en de hoofdverblijfplaats toe te wijzen. De vrouw heeft voor het overige verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de vrouw zelfstandig verzocht om de echtscheiding uit te spreken met de volgende nevenvoorzieningen:
- de volgende zorg- en contactregeling tussen de vrouw en [minderjarige 3] vast te stellen:
zolang de vrouw geen woning heeft:
- op een doordeweekse dag na schooltijd tot na het avondeten;
- op de zaterdag of zondag van 12.00 uur tot na het avondeten;
zodra de vrouw een woning heeft:
- om de twee weken van vrijdag na schooltijd tot maandag voor schooltijd;
- verdeling van vakanties en feestdagen bij helfte;
- te bepalen dat de man dient bij te dragen in de kosten van haar levensonderhoud met
€ 5.476,80 netto per maand, te voldoen bij vooruitbetaling aan de vrouw met ingang van de datum van de beschikking, althans een bijdrage en ingangsdatum zoals door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
- te bepalen dat de huurrechten van de woning aan [adres]
te [plaats 2] worden toebedeeld aan de vrouw;
- partijen te bevelen over te gaan tot verdeling van de tussen hen bestaande
huwelijksgoederengemeenschap conform de punten 39 tot en met 56 van het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek, dan wel de verdeling te gelasten conform de punten 39 tot en met 56;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en met compensatie van de proceskosten, in die zin dat iedere partij de hare draagt.
De man heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de man aanvullend verzocht:
- een omgangsregeling tussen de vrouw en de kinderen te bepalen in onderling
overleg tussen partijen en de kinderen;
- een verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap te bepalen conform de punten
27 tot en met 40 van het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
Beoordeling
Echtscheiding
Ontvankelijkheid
Bij het indienen van een verzoek tot echtscheiding is het wettelijk verplicht om een ouderschapsplan over te leggen. De vrouw heeft dat niet gedaan. Gelet op hetgeen in het verleden tussen partijen is voorgevallen is de rechtbank van oordeel dat het ouderschapsplan in redelijkheid niet kon worden overlegd. Daarom beoordeelt de rechtbank het verzoek tot echtscheiding.
Inhoudelijke beoordeling
De man heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De vrouw heeft dit erkend en heeft eveneens verzocht om de echtscheiding uit te spreken, zodat de verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond kunnen worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats
De man heeft verzocht te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de man zullen hebben. De vrouw heeft hiermee ingestemd. Gelet hierop en nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet, zal de rechtbank het verzoek van de man toewijzen.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Standpunt man
De man heeft verzocht een zorgregeling tussen de vrouw en de kinderen te bepalen, in die zin dat het contact tussen de vrouw en de kinderen in onderling overleg tussen de man, de vrouw en de kinderen wordt bepaald. De man vindt het in het belang van de kinderen dat zij regelmatig contact hebben met de vrouw. De kinderen zoeken volgens de man regelmatig contact met de vrouw, maar de vrouw reageert niet. Zij neemt geen initiatief om de band met hen te herstellen. Volgens de man zijn vooral [minderjarige 1] en [minderjarige 2] boos en teleurgesteld omdat de vrouw geen moeite heeft gedaan om weer in contact met hen te komen. De kinderen kunnen niet worden gedwongen om het contact met de vrouw aan te gaan. De man hoopt dat het contact tussen de vrouw en de kinderen voorzichtig wordt hersteld.
Standpunt vrouw
De vrouw stelt dat zij sporadisch contact heeft met de kinderen. Zij voelt dat de kinderen een wrok koesteren richting haar. Volgens de vrouw komt dit doordat de man de kinderen tegen haar opzet. De kinderen worden volgens haar door de man gemanipuleerd met onwaarheden, en komen vervolgens bij haar verhaal halen. Daarbij is zij voor het contact met [minderjarige 3] afhankelijk van de man. De man probeert de vrouw te straffen door het contact met [minderjarige 3] te belemmeren. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weten hun weg naar de vrouw wel te vinden zodat het niet nodig is om ten aanzien van hen een zorgregeling vast te stellen. Verder heeft de vrouw aangegeven dat zij momenteel geen eigen woning heeft. [minderjarige 3] kan daarom niet bij haar overnachten.
Overwegingen rechtbank
Uitgangspunt is dat er contact moet zijn tussen de vrouw en de kinderen. Daar hebben zij allen recht op, en ook behoefte aan. Voorwaarde is wel dat dit contact in emotioneel en fysiek opzicht veilig is, voor de kinderen, maar ook voor de vrouw. Op de zitting heeft de vrouw aangegeven dat zij bang is voor eerwraak, gelet op de culturele achtergrond van het gezin. De vrouw vreest dat de man de kinderen tegen haar heeft opgezet en zij is in het kader van eerwraak ook bang voor haar oudste zoons. Daarom wil de vrouw dat het contact tussen haar en de kinderen plaatsvindt bij haar ouders thuis. Op de zitting heeft de vrouw verder toegelicht dat zij bij verschillende hulpverleningsinstanties melding heeft gedaan van de bedreigingen die zij ervaart vanuit de man. Deze instanties hebben de vrouw geadviseerd om in deze procedure niet kenbaar te maken bij welke instanties zij melding heeft gedaan. Om die reden heeft de vrouw geen onderliggende stukken in deze procedure overgelegd. De man heeft op de zitting deze stellingen van de vrouw betwist en aangegeven dat de vrouw zich geen zorgen hoeft te maken.
Het is voor de rechtbank niet mogelijk om op basis van de stellingen van de man en de vrouw een gefundeerde beslissing te nemen over het contact tussen de vrouw en de kinderen. Uit de gesprekken met de kinderen is gebleken dat de kinderen leven met het beeld van een moeder die hen, met haar vertrek naar [land] in augustus 2023, in de steek heeft gelaten en die geen moeite doet om het contact te herstellen. Zij missen haar. Zij zouden graag met de moeder ergens ‘buiten’ afspreken, dat wil zeggen: niet bij de grootouders moederszijde thuis. De moeder heeft tegen hun gezegd dat zij ‘buiten’ gevaar loopt, maar de kinderen geloven dat niet. Ook vinden de kinderen het vervelend dat de moeder tegenover hen negatieve uitspraken doet over de vader. Het verhaal van de kant van de vrouw is dat zij destijds naar [land] was vertrokken omdat zij al langere tijd gezondheidsklachten had die zij in [land] wilde laten onderzoeken. Volgens haar liet de man haar, toen zij daarna terugkeerde naar Nederland, niet meer toe tot de kinderen en hij heeft haar ook meermaals bedreigd met de dood. In oktober 2023 is zij gediagnosticeerd met borstkanker en zij is nog steeds herstellende.De rechtbank maakt uit dit alles op dat de vrouw en de kinderen behoefte hebben aan contact. De kinderen en de moeder hebben echter een totaal ander beeld van hoe het komt dat zij elkaar zo weinig zien en spreken. Een goed gesprek tussen de vrouw en ieder van de kinderen, onder bijzijn van een professionele derde, zou mogelijk helpend kunnen zijn. Tegelijkertijd speelt er bij de vrouw de angst voor mogelijke eerwraak vanuit de (familie van) de man, waar, in haar beleving, haar zoons mogelijk ook in worden betrokken. Dit roept de vraag op of en zo ja hoe, dit gesprek op een goede en veilige manier zou kunnen plaatsvinden.
Gelet op de complexiteit van de situatie ziet de rechtbank aanleiding om de Raad voor de Kinderbescherming te verzoeken om onderzoek te doen en daarover rapport en advies uit te brengen. Het doel hiervan is om meer zicht te krijgen op de dynamiek en problematiek binnen het gezin, en van daaruit te onderzoeken welke vorm van contact het meest in het belang van de kinderen en de vrouw is. In dit kader wordt de Raad verzocht om de volgende vragen te beantwoorden:
Zijn er zorgen over de veiligheid van de kinderen en/of de vrouw indien er fysiek contact is tussen de vrouw en de kinderen?- Zo ja, welke veiligheidsrisico’s zijn er? Zijn er mogelijkheden om die risico’s weg te nemen en zo ja, welke?
Zo nee, hoe dient de zorgregeling met de vrouw er qua aard, duur en frequentie uit te zien?
Is (nadere) hulpverlening voor de man, de vrouw en/of de kinderen noodzakelijk?
Zo ja, welke hulpverlening wordt geadviseerd?
- Zijn er volgens de Raad nog andere zaken van belang?
Tevens wordt de Raad verzocht om – indien dat veilig en in het belang van de kinderen wordt geacht – proefcontacten tussen de vrouw en de kinderen te faciliteren.
De rechtbank merkt op dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op [datum 2] 2026 18 jaar worden. Toch vindt de rechtbank het van belang dat ook zij in het onderzoek van de Raad worden betrokken omdat de relatie tussen hen en de vrouw nader moet worden bekeken, en dit ook van invloed is op de relatie tussen de vrouw en [minderjarige 3].
Gelet op de door de vrouw geuite zorgen over eerwraak is voorts van belang dat zicht wordt verkregen op de veiligheid van de vrouw. Het is aan de Raad om te beoordelen welk instrument zij daarvoor kan inzetten. In dit kader geeft de rechtbank de Raad in overweging om informatie op te halen bij de hulpverleningsinstanties die de vrouw heeft benaderd. Hiervoor zal echter nodig zijn dat de vrouw haar toestemming geeft voor het delen van informatie door de betreffende instanties.
Gelet op al het voorgaande ziet de rechtbank geen mogelijkheid om, vooruitlopend op het raadsonderzoek en de uitkomst daarvan, te bepalen dat er fysiek contact zal zijn tussen de vrouw en de kinderen. Op de zitting hebben de ouders wel afgesproken dat de vrouw voorlopig iedere woensdag en iedere zaterdag om 16.00 uur belcontact zal hebben met de kinderen. De vrouw zal dan telkens de kinderen bellen.
Iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal pro forma worden aangehouden tot na te melden datum. Na ontvangst van het rapport en het advies van de Raad zal de rechtbank bezien of een nadere mondelinge behandeling nodig is. Indien de behandeling ter zitting wordt voortgezet, zal ook de Raad voor deze zitting worden opgeroepen.
Brieven aan de kinderen
De rechtbank heeft aan [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] een brief geschreven om de beslissing aan hen uit te leggen. Deze brieven worden per heden aan hen opgestuurd. De inhoud van die brieven luidt als volgt:
Brief aan [minderjarige 1]: ‘Beste [minderjarige 1],
We hebben elkaar op 22 juli 2026 gesproken op de rechtbank. Jij hebt mij toen verteld dat je je moeder mist sinds zij in augustus 2023 jouw ouderlijk huis heeft verlaten. Dat voelt voor jou als een lege ruimte in je hart, zei je. Je wil heel graag haar aandacht en liefde voelen.
Je hebt sinds haar vertrek uit huis wel contact met haar, maar niet vaak en altijd bij jouw opa en oma thuis. Jij zou heel graag met haar ergens buiten afspreken maar dat wil zij niet. Zij zegt dat het voor haar gevaarlijk is om naar buiten te gaan. Maar jij hebt van vrienden gehoord dat zij op andere momenten wel gewoon naar buiten gaat. Dat geeft jou het gevoel dat zij niet echt om jou geeft. Verder is het lastig voor jou dat je moeder negatief spreekt over jouw vader. Jij vindt dat jullie als kinderen hier buiten gehouden moeten worden. Je zou wel openstaan voor een gesprek met haar met een derde erbij zodat jullie alles wat er tussen jullie speelt goed kunnen uitpreken.
De dag na ons gesprek was de zitting en toen heb ik uitgebreid met jouw ouders gesproken over de situatie. We hebben toen besproken dat het goed zou zijn als de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek gaat doen naar wat voor jou en je moeder het beste zou zijn voor wat betreft een contactregeling. Ook kan de Raad voor de Kinderbescherming een proefcontact organiseren tussen jouw en je moeder, zodat jullie in het bijzijn van een derde kunnen uitpraten wat er tussen jullie allemaal speelt.
Ik wens je voor de komende tijd heel veel succes met school en alle andere dingen!
Met vriendelijke groet, A.C. Olland (de kinderrechter) (…)’
Brief aan [minderjarige 2]:Beste [minderjarige 2],
We hebben elkaar op 22 juli 2026 gesproken op de rechtbank. Jij hebt mij toen verteld dat je je moeder hebt gemist sinds zij in augustus 2023 jouw ouderlijk huis heeft verlaten. Je hebt sindsdien wel contact met haar, maar niet vaak en altijd bij jouw opa en oma thuis. Je hebt mij verteld dat je het jammer vindt dat zij nooit de moeite neemt om contact met jullie op te nemen. Je wil gewoon dat zij jouw moeder is en dat ze laat zien dat ze haar verantwoordelijkheid neemt als moeder. Ook botst het vaak tussen jou en je moeder. Verder heb je er last van dat je door je moeder wordt meegenomen in de ruzies tussen haar en jouw vader. Je zou wel openstaan voor een gesprek met je moeder met een derde erbij zodat jullie alles wat er tussen jullie speelt goed kunnen uitspreken.
De dag na ons gesprek was de zitting en toen heb ik uitgebreid met jouw ouders gesproken over de situatie. We hebben toen besproken dat het goed zou zijn als de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek gaat doen naar wat voor jou en je moeder het beste zou zijn voor wat betreft een contactregeling. Ook kan de Raad voor de Kinderbescherming een proefcontact organiseren tussen jou en je moeder, zodat jullie in het bijzijn van een derde kunnen uitpraten wat er tussen jullie allemaal speelt.
Ik wens je voor de komende tijd heel veel succes met je school en alle andere dingen! (…)
Met vriendelijke groet, A.C. Olland (de kinderrechter) (…)’
Brief aan [minderjarige 3]: ‘Beste [minderjarige 3],
We hebben elkaar op 22 juli 2026 gesproken op de rechtbank. Jij hebt mij toen verteld dat je moeder wegging toen jij nog maar 9 jaar oud was. Vanaf toen moest je alles in je eentje moest doen. Je vader en je broers hielpen je toen wel maar eigenlijk had je je moeder nodig. Je miste haar heel erg maar nu niet meer zo en eigenlijk weet je niet zo goed waarom zij is weggegaan. Je hebt sindsdien wel contact met haar maar, maar niet vaak en altijd bij jouw opa en oma thuis. Je zou heel graag met haar ergens buiten afspreken, privé tijd met haar hebben en samen leuke dingen doen, maar dat wil zij niet. Zij zegt dat jouw vader gevaarlijk is voor haar maar volgens jou is dat niet zo.
Je voelt er niet voor om met haar een gesprek te hebben met een derde erbij. Je kan niet zomaar uit het niets goed contact met haar hebben. Je vindt dat ze haar moedergedrag eerst moet aanpassen.
De dag na ons gesprek was de zitting en toen heb ik uitgebreid met jouw ouders gesproken over de situatie. We hebben toen besproken dat het goed zou zijn als de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek gaat doen naar wat voor jou en je moeder het beste zou zijn voor wat betreft een contactregeling. Ook kan de Raad voor de Kinderbescherming kijken of zij een proefcontact tussen jou en je moeder kunnen organiseren, zodat jullie in het bijzijn van een derde kunnen uitpraten wat er tussen jullie allemaal speelt.
Ik wens je voor de komende tijd heel veel succes met school en alle andere dingen! (…)
Met vriendelijke groet, A.C. Olland (de kinderrechter) (…)’
Partneralimentatie, toedeling huurrecht echtelijke woning, verdeling huwelijksgemeenschap en proceskosten
De rechtbank zal bij beschikking d.d. 20 augustus 2026 beslissen over de partneralimentatie, de toedeling van het huurrecht van de echtelijke woning, de verdeling van de huwelijksgemeenschap en de proceskosten.
Beslissing
De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum 1] 2004 te [plaats 1];
bepaalt dat de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats 2];
de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de man;
bepaalt dat [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voorlopig iedere woensdag en zaterdag om 16.00 uur belcontact met de vrouw zullen hebben, waarbij de vrouw de kinderen zal bellen;
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
houdt de behandeling aan tot na te melden pro formadatum; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
bepaalt dat de behandeling van de zaak, na ontvangst van het rapport en advies, zal worden voortgezet op een nader te bepalen wijze;
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan tot 1 februari 2027 pro forma;
houdt de beslissing over de partneralimentatie, de toedeling van het huurrecht van de echtelijke woning, de verdeling van de huwelijksgemeenschap en de proceskosten aan tot 20 augustus 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 juli 2026.