Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:24581

2026-04-16 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.5392 en NL26.5393
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-04-16
Publicatiedatum
2026-08-28
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.5392 en NL26.5393
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Asiel, ongegrond.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.488 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummers: NL26.5392 en NL26.5393


uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen




[eiseres]
, V-nummer: [V-nummer], eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp),


en


de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. N.F. van der Gouw).



Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter haar verzoek om een voorlopige voorziening.



1.1
Eiseres heeft op 28 oktober 2025 een opvolgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 26 januari 2026 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.



1.2
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 2 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, A.S. Choukti als tolk en de gemachtigde van verweerder.




Beoordeling door de rechtbank


Waar gaat deze zaak over?



Het asielrelaas
2. Eiseres heeft de Iraakse nationaliteit, behoort tot de Arabische bevolkingsgroep en is geboren op [geboortedatum] 1979. Zij heeft verklaard dat zij aan de Islam begon te twijfelen vanwege de onderdrukking van de vrouw. Dit is aanleiding voor haar geweest om verschillende overleveringen te lezen, podcasts te beluisteren en de Bijbel te lezen. Eiseres heeft zich uiteindelijk afgewend van de Islam en heeft zich kort daarna bekeerd tot het christendom.



2.1
Eiseres verblijft met haar gezin al meer dan tien jaar in Nederland en heeft eerder samen met haar man en twee kinderen vijf asielaanvragen ingediend. Het asielrelaas in deze aanvragen was vooral gericht op de gestelde problemen van haar man met de militie Hashed al Shaabi, op hun vrees voor vervolging vanwege hun etnische afkomst (Soenniet) en dat eiseres als vrouw in Irak geen of minder rechten heeft. Al deze (eerdere) aanvragen zijn afgewezen en staan in rechten vast.Het bestreden besluit3. Het asielrelaas bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:- identiteit, nationaliteit en herkomst;- de afvalligheid van de Islam; - de bekering tot het christendom.



3.1
Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig.Verweerder acht de afvalligheid van de Islam ook geloofwaardig. Verweerder acht de bekering tot het christendom echter niet geloofwaardig. Daarbij is van belang dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Zo heeft eiseres inconsistent verklaard over wanneer zij is bekeerd tot het christendom, heeft zij algemeen verklaard over wat haar aantrok in het christendom, heeft zij geen inzicht gegeven in hoe de podcast over de overleveringen heeft bijgedragen aan haar bekering, heeft zij geen inzicht gegeven in wat de bekering haar heeft gebracht en heeft zij inconsistent verklaard over de problemen met haar man vanwege haar bekering. De activiteiten en kennis over het christendom van eiseres zijn voor verweerder niet voldoende om op basis daarvan de bekering aannemelijk te achten. Verder is van belang dat eiseres in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd en dus niet voldoet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder e, van de Vw. Hierbij betrekt verweerder dat eiseres meerdere asielaanvragen heeft ingediend waarbij telkens een ander asielmotief naar voren is gebracht. Verweerder vindt dat eiseres gelet op de wel geloofwaardig geachte delen bij terugkeer naar Irak geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade. Het enkele feit dat eiseres uit Irak komt is hiervoor onvoldoende. Ten aanzien van de afvalligheid van de Islam stelt verweerder dat eiseres geen risico loopt op vervolging. Hierbij betrekt verweerder dat afvalligheid geen risicoprofiel is in Irak, dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt in de negatieve belangstelling van de autoriteiten te staan en dat de kans op eventuele problemen met familie niet wordt gevolgd. Verweerder stelt dat van eiseres bij terugkeer naar Irak terughoudendheid verwacht mag worden en conformatie aan lokale gebruiken en regels. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit een ernstige schending van de grondrechten van de mens vormt. Wat vindt eiseres in beroep?

4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Zij stelt dat verweerder ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van de compensatie-optie zoals opgenomen in WI 2022/3. Eiseres kan verweerder niet volgen in zijn standpunt dat uit de inhoud van punt 3 van dit beleid zou volgen dat in het geval van het bestaan van eerdere en/of andere gebreken, de compensatie-optie niet van kracht zou zijn. Dit blijkt volgens eiseres niet uit de tekst van de desbetreffende werkinstructie. Hierbij wijst eiseres ook naar de uitspraken van de Afdeling van 12 mei 2021, waaruit blijkt dat de compensatie-optie altijd moet worden toegepast. Eiseres stelt dat, nu verweerder onterecht van de compensatie-optie heeft afgezien, er sprake is van een onvolledig onderzoek. Eiseres stelt verder dat de tegenwerping van verweerder dat eiseres niet of niet voldoende heeft gemotiveerd waarom ze zich heeft gewend tot het christelijke geloof en niet tot een andere religie niet gebaseerd is op WI 2025/9. Dit zegt volgens eiseres ook niks over de geloofwaardigheid van het besluit om christen te worden. Eiseres stelt duidelijk aangegeven te hebben waarom zij christen is geworden. De situatie rond de positie van een vrouw speelt daarin een rol, maar is niet de enigste reden. Eiseres heeft in haar aanvullende gronden nog aangevoerd dat zij zichzelf beschouwt als een verwesterde vrouw en dat zij vanwege de problemen met haar man inmiddels een alleenstaande vrouw is. Verder heeft zij nog enkele stukken overgelegd, zoals een doopakte, brieven van de kerk en een brief van de psycholoog.



Wat is het oordeel van de rechtbank?





Mocht verweerder de bekering van eiseres tot het christendom ongeloofwaardig vinden?


5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder mogen vinden dat de bekering van eiseres tot het christendom ongeloofwaardig is. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. In wat eiseres in beroep naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat verweerder niet vast mocht houden aan de tegenwerpingen zoals verweerder die in dit verband heeft opgenomen in het voornemen en het bestreden besluit. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.


5.1

Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eiseres inconsistent heeft verklaard over wanneer zij is bekeerd tot het christendom. Eiseres heeft in oktober 2025 een asielaanvraag ingediend en heeft daarbij als reden haar bekering opgegeven, terwijl dat nog niet het geval was. Eiseres heeft immers verklaard dat zij pas in november 2025 een kerk heeft bezocht. Verder mocht verweerder tegenwerpen dat eiseres algemeen heeft verklaard over wat haar aantrok in het christendom. Zij heeft onder andere verklaard dat zij een vergelijking heeft gemaakt met de Islam, dat er bij de Islam sprake was van geweld en (vrouwen)onderdrukking en dat het christendom het geloof is van vrede en saamhorigheid. Verweerder heeft mogen vinden dat de verklaringen van eiseres algemeen blijven, omdat eiseres geen vertaalslag kan maken naar haar persoonlijke situatie waarom de positie en de behandeling van vrouwen in het christendom haar dusdanig aanspreekt dat zij zich specifiek tot het christendom wendde en niet een andere religie. De verklaringen van eiseres zijn immers veelal gebaseerd op de Islam en de dingen die zij hierbij negatief vindt, en niet op wat de bekering haar zou hebben gebracht. Voor zover eiseres in beroep stelt dat niet tegengeworpen kan worden dat zij niet heeft gemotiveerd waarom zij zich heeft gewend tot het christelijke geloof en niet tot een andere religie, heeft verweerder ter zitting voldoende onderbouwd dat niet als zodanig is tegengeworpen dat zij zich niet heeft verdiept in andere religies, maar dat onvoldoende inzichtelijk is waarom zij juist voor het christendom heeft gekozen. Dit geldt temeer nu eiseres meerdere keren de kans heeft gekregen om dit uit te leggen. Verder heeft verweerder erop kunnen wijzen dat, hoewel eiseres activiteiten verricht die samenhangen met het christelijke geloof, dit onvoldoende is om uitsluitend op basis hiervan de bekering aannemelijk te achten. De innerlijke beleving van eiseres, alsmede het proces en het motief dat aan de bekering ten grondslag ligt, is immers doorslaggevend. Dit geldt ook ten aanzien van de algemene kennis van het christendom.
Over de in beroep overgelegde doopakte en brief van de kerk overweegt de rechtbank dat deze weliswaar kunnen dienen ter staving van een bekering, maar dat het aan eiseres zelf is om tegenover verweerder overtuigende verklaringen af te leggen over haar bekering en het proces dat daartoe heeft geleid. Verweerder heeft daarom mogen vinden dat de doopakte en brief niet doorslaggevend zijn als er geen inzicht is gegeven in het innerlijke proces van de bekering.




5.2

Gelet op wat hiervoor is overwogen volgt de rechtbank niet de stelling van eiseres dat zij voldoende diepgaand en overtuigend heeft verklaard over het bekeringsproces. De stelling van eiseres dat verweerder ten onrechte geen gevolg heeft gegeven aan de compensatie-optie, volgt de rechtbank evenmin. De rechtbank leest de uitspraak van de Afdeling van 12 mei 2021 zo dat de verklaringen van een vreemdeling over de kennis en activiteiten niet kunnen compenseren, als een vreemdeling met zijn verklaringen in het geheel geen proces van bekering met eigen ervaringen en persoonlijke beleving inzichtelijk heeft gemaakt. Als een vreemdeling onvoldoende kan verklaren over de motieven en het proces en een genoegzame verklaring heeft waarom hij minder goed kan verklaren, is er de mogelijkheid om dit te compenseren met verklaringen over kennis en activiteiten. Zoals reeds overwogen, heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat de verklaringen van eiseres over haar motieven en proces van bekering in het geheel niet inzichtelijk heeft gemaakt, waardoor haar verklaringen over de kennis en activiteiten dit niet kunnen compenseren.


Afvalligheid en de uiting daarvan
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder mogen vinden dat eiseres ten aanzien van haar afvalligheid geen risico loopt op vervolging. Daarbij is van belang dat afvalligheid geen risicoprofiel is in Irak en eiseres geen individuele bijzonderheden heeft aangedragen waarom juist zij vervolgd zal worden. Voor zover eiseres stelt dat zij bedreigd wordt door haar familie in Irak, heeft verweerder erop kunnen wijzen dat dit al bij haar vorige asielaanvraag is beoordeeld en dat met de uitspraak van 13 mei 2025 in rechte vaststaat dat de problemen met haar familie ongeloofwaardig zijn. Dit betekent ook dat eiseres, anders dan zij stelt, bij terugkeer geen alleenstaande vrouw is. Zij kan immers terugkeren naar haar familie. Bovendien heeft eiseres twee zonen die bij haar verblijven. Verder heeft verweerder er ter zitting op kunnen wijzen dat de verklaring van de psycholoog het voorgaande niet anders maakt. In de verklaring staat immers niet dat eiseres zich bij terugkeer niet staande kan houden. Ook heeft verweerder er ter zitting op kunnen wijzen dat, hoewel verweerder in het bestreden besluit niet expliciet is ingegaan op verwestering nu dit (ook in de zienswijze) niet als apart element is aangevoerd, verweerder dit wel in de beoordeling over de afvalligheid heeft betrokken.



7. Verweerder heeft zich gelet op al het voorgaande niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Irak te maken zal krijgen met vervolging of ernstige schade.









Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft.

9. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor de gevraagde voorlopige voorziening. Het verzoek hiertoe wordt daarom afgewezen.

10. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.




Beslissing



De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van N. Đukić, griffier.



De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:






Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening is geen hoger beroep mogelijk.




Zie artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).


Werkinstructie.


Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.


Zie ECLI:NL:RVS:2021:977 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/) en ECLI:NL:RVS:2021:978 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/).