Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:24579

2026-04-16 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.8002
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-04-16
Publicatiedatum
2026-08-28
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.8002
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

MOB, geen procesbelang.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.589 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: NL26.8002


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen



[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh),


en




de minister van Asiel en Migratie, verweerder.



Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.



1.1.
Eiser heeft op 18 februari 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 6 februari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



1.2.
De rechtbank heeft het beroep op verzoek van partijen buiten zitting behandeld.




Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?




2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2007 en heeft de Syrische nationaliteit. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij Syrië heeft verlaten vanwege de oorlog. Verder heeft eiser verklaard dat hij geen persoonlijke problemen heeft ervaren in Syrië. Hij vreest bij terugkeer voor de algemene veiligheidssituatie, waarbij hij net zo veel gevaar loopt als anderen in Syrië.



2.1.
Verweerder heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van een reëel risico op ernstige schade als gevolg van willekeurig geweld zoals bedoeld in artikel 15 van de Kwalificatierichtlijn. Uit het beleid van verweerder volgt dat er sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Nu er sprake is van een lager niveau van willekeurig geweld, dient eiser aan de hand van zijn individuele situatie en persoonlijke omstandigheden aannemelijk te maken dat hij een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Eiser heeft geen risico verhogende individuele omstandigheden aangevoerd.



2.2.
Verweerder heeft in het bericht van 5 maart 2026 aan de rechtbank laten weten dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser via telefonisch contact verzocht om hierop te reageren. De gemachtigde heeft aangegeven geen contact meer te hebben met eiser.



Wat is het oordeel van de rechtbank?





Procesbelang

3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, er in beginsel van uit mag worden gegaan dat hij geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. De vreemdeling heeft in dat geval geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Dit is alleen anders als een vreemdeling laat weten dat hij nog contact met zijn gemachtigde heeft en dus nog steeds prijs stelt op de door hem verzochte bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en dat de gemachtigde nog contact heeft met de vreemdeling over de voortgang van de procedure en de keuzes die daarin moeten worden gemaakt.3.1. Gelet op deze rechtspraak en het feit dat de gemachtigde geen contact meer heeft met eiser, stelt de rechtbank vast dat eiser dan ook kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Als eiser alsnog in beeld komt en stelt te vrezen voor vervolging, kan hij een nieuwe asielaanvraag indienen.






Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk.

5. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van N. Đukić, griffier.



De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:





Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.





Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking).


Zie paragraaf C7/33.4.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).


Zie bijvoorbeeld de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.