Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:24560

2026-02-25 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.29464
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-02-25
Publicatiedatum
2026-08-28
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.29464
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Visum kort verblijf, ongegrond.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.737 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: NL25.29464


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen



[eiseres 1], V-nummer: [V-nummer 1], eiseres 1

mede namens haar meereizende zus:


[eiseres 2]
, V-nummer: [V-nummer 2], eiseres 2hierna tezamen: eiseressen
en hun oom, tevens referent:[referent], eiser
tezamen: eisers
(gemachtigde: mr. M. van Werven),



en




de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.



Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing
van hun aanvraag voor een visum kort verblijf.



1.1

Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 30 augustus 2024 afgewezen.
Met het bestreden besluit van 5 juni 2025 op het bezwaar van eisers is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.




1.2
De rechtbank heeft het beroep op 14 januari 2026 op zitting behandeld. Aanwezig waren eiser en de gemachtigde van eisers. Verweerder is met kennisgeving vooraf niet verschenen.





Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?




2. Eiseres 1 is geboren op [geboortedatum 1] 1990. Eiseres 2 is geboren op [geboortedatum 2] 1996. Zij hebben beiden de Marokkaanse nationaliteit. Eiseressen hebben op 24 juli 2024 een aanvraag ingediend voor de afgifte van een visum kort verblijf voor het bezoeken van eiser, hun oom, [referent] (hierna: referent).



2.1
Verweerder heeft de aanvraag van eiseressen om twee redenen afgewezen. Ten eerste omdat eiseressen het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet zouden hebben aangetoond en ten tweede omdat de tijdige terugkeer van eiseressen naar Marokko onvoldoende is gewaarborgd, nu zij de economische en sociale binding met Marokko niet voldoende aannemelijk hebben gemaakt.



Wat vinden eiseressen in beroep?



3. Eiseressen zijn het niet eens met het bestreden besluit. Zo hebben zij het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf voldoende duidelijk gemaakt: zij willen hun in Nederland wonende oom, referent, bezoeken. De familierechtelijke relatie tussen eiseressen en referent is volgens hen aangetoond door de in bezwaar overgelegde geboorteaktes, welke volgens hen niet kenbaar bij de besluitvorming zijn betrokken. Bovendien is het bezwaar van de vader van eiseressen wel gegrond verklaard en is het onduidelijk waarom in zijn geval het doel en de omstandigheden van het verblijf wél aannemelijk zijn bevonden aangezien zij dezelfde referent hebben opgegeven. Verder is er geen reden te veronderstellen dat eiseressen het Schengengrondgebied niet tijdig zullen verlaten. Daarbij is van belang dat eiseressen zijn geboren en getogen in Marokko, zij de taal spreken en daar hun familieleden en sociale contacten hebben. Ook van belang is dat zij samen met hun vader in Marokko wonen. Wat de economische binding betreft is van belang dat hun vader hen financieel onderhoudt. In bezwaar zijn bewijzen overgelegd met betrekking tot de economische binding van de vader van eiseressen met Marokko. Deze informatie is onvoldoende betrokken bij de besluitvorming. Tot slot heeft verweerder volgens eiseressen de hoorplicht in bezwaar geschonden.



Wat is het oordeel van de rechtbank?



4. De rechtbank stelt voorop dat uit het arrest Koushkaki van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 december 2013 volgt dat verweerder bij het onderzoek van een visumaanvraag, met betrekking tot de beoordeling van de relevante feiten, over een ruime beoordelingsmarge beschikt om te bepalen of een van de in artikel 32, eerste lid, van de Visumcode vermelde gronden voor weigering van een visum aan de aanvrager kan worden tegengeworpen. Dit betekent dat de rechter de beoordeling van verweerder slechts terughoudend kan toetsen.

5. Voor de vraag of er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van eiseressen om het grondgebied van de lidstaten tijdig te verlaten toetst verweerder de sociale en economische binding van eiseressen met het land van herkomst. Naarmate de binding geringer of juist sterker is, zal ook de twijfel over het voornemen van eiseressen om het grondgebied van de lidstaten tijdig te verlaten toe- of afnemen. Het is dan ook aan eiseressen om aannemelijk te maken dat de sociale en/of economische binding met Marokko dusdanig is dat op grond daarvan kan worden aangenomen dat tijdige terugkeer gewaarborgd is.



Sociale en economische binding




5.1
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseressen onvoldoende sociale binding hebben met Marokko. Daarbij is van belang dat eiseressen ongehuwd zijn en niet de verantwoordelijkheid hebben voor een eigen gezin. Ook is van belang dat de omstandigheid dat eiseressen zijn geboren en getogen in Marokko en zij de taal spreken, onvoldoende is om een tijdige terugkeer naar Marokko te kunnen waarborgen. Dit geldt ook ten aanzien van de niet onderbouwde stelling dat eiseressen samenwonen met hun vader. Wat betreft de stelling van eiseressen dat zij in Marokko familieleden en sociale contacten hebben, heeft verweerder er op kunnen wijzen dat dit niet is onderbouwd. Daarbij is ook van belang dat eiseressen de vragenlijst niet hebben overgelegd, wat voor hun eigen rekening en risico komt. Verder is niet gebleken dat eiseressen zorg dragen voor familieleden of in staat zouden zijn hen te onderhouden. Ook is niet gebleken van zwaarwegende maatschappelijke verplichtingen die maken dat eiseressen om die reden tijdig zullen terugkeren naar Marokko.


5.2
De rechtbank is verder van oordeel dat eiseressen niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij een voldoende economische binding hebben met Marokko. Daarbij is van belang dat niet is gebleken dat eiseressen een regelmatig en substantieel inkomen genieten. Ook is van belang dat eiseressen, anders dan hun vader, geen stukken of informatie hebben overgelegd ten aanzien van hun eigen economische binding met Marokko. Dat verweerder aan de vader van eiseressen wel een visum heeft verleend, maakt het voorgaande daarom niet anders. Er is immers geen sprake van een gelijke situatie. Voor zover eiseressen hebben gesteld dat hun vader voorziet in hun levensonderhoud, overweegt de rechtbank dat dit niet in bezwaar naar voren is gebracht. Dat betekent dat verweerder hier gelet op de ex-tunc toetsing geen rekening mee kon houden in het bestreden besluit. Bovendien is het naar het oordeel van de rechtbank niet relevant, nu dit niet ziet op de economische binding van eiseressen zelf. Daar komt bij dat eiseressen de vragenlijst niet hebben overgelegd, waar wellicht meer informatie over de economische binding uit had gebleken. De uitspraak waar eiseressen naar hebben verwezen, maakt het voorgaande niet anders, nu geen sprake is van een vergelijkbare situatie.


5.3
Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat niet zonder meer kan worden aangenomen dat eiseressen een zodanige sociale en economische binding hebben met Marokko dat tijdige terugkeer redelijkerwijs gewaarborgd is te achten. Verweerder heeft hierbij de sociale en economische binding in onderlinge samenhang getoetst, zoals voortvloeit uit het arrest Koushkaki.



5.4

Nu de hiervoor besproken weigeringsgrond de afwijzing van het visum zelfstandig kan dragen, behoeft de andere weigeringsgrond geen bespreking.


Hoorplicht

6. Dat de hoorplicht is geschonden volgt de rechtbank niet. De hoogste
bestuursrechter heeft overwogen dat het horen in bezwaar een essentieel onderdeel is van de
bezwaarschriftenprocedure en dat de vreemdeling in beginsel wordt gehoord. Verweerder
mag slechts van het horen afzien als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de gronden van bezwaar niet tot een ander besluit kunnen leiden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, gelet op wat in het primaire besluit is overwogen en hetgeen in bezwaar is aangevoerd, zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat van dergelijke twijfel geen sprake is.

Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.Eiseressen krijgen daarom geen vergoeding van de proceskosten.









Beslissing



De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Holleman, rechter, in aanwezigheid vanN. Đukić, griffier.



De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:






Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.











Artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, onder ii van de Visumcode.


Zie artikel 32, eerste lid, onder b van de Visumcode.


Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 december 2013 (ECLI:EU:C:2013:862).


ECLI:NL:RBDHA:2013:19294.


Uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 6 juli
2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918.