Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:24505
2026-08-27
Civiel recht; Insolventierecht
NL:TZ:2615990:R-RK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Toewijzing verzoek WSNP, uit erfenis ontvangen bedrag valt in WSNP-boedel, toewijzing verzoek eerdere ingangsdatum
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2024:1913 Hoge Raad 20-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5966 Rechtbank Den Haag 10-04-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.130 tekens)
vonnis
RECHTBANK
DEN HAAG
Team Toezicht
insolventienummer: NL:TZ:2615990:R-RK
vonnis van 27 augustus 2026
op het verzoek van:
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1De procedure
1.1.
Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 20 augustus 2026. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan mevrouw [verzoekster] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- mevrouw [verzoekster] ,
- de heer [naam 1] , schuldhulpverlener van de gemeente Gouda,
- de heer [naam 2] , beschermingsbewindvoerder van Green Heart bewindvoering.
2De beoordeling van het verzoek
Toelating tot de WSNP
2.1.
Mevrouw [verzoekster] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [verzoekster] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
2.2.
Mevrouw [verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP. Voor alle duidelijkheid wijst de rechtbank er op dat het uit een erfenis ontvangen bedrag (volgens de beschermingsbewindvoerder: € 19.198,37) en de auto in de WSNP-boedel vallen.
2.3.
De verplichtingen waaraan mevrouw [verzoekster] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Deze postblokkade geldt gedurende de materiële looptijd van de schuldsaneringsregeling. Als de schuldsaneringsregeling eerder eindigt, stopt de postblokkade. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan mevrouw [verzoekster] .
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als mevrouw [verzoekster] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op mevrouw [verzoekster] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
2.6.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw.. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
2.7.
Mevrouw [verzoekster] verzoekt de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 29 april 2025.
2.8.
De rechtbank zal het verzoek om een eerdere ingangsdatum te bepalen toewijzen. Als uitgangspunt voor aanvang van het minnelijk traject hanteert de rechtbank het moment waarop de schuldhulpverlener de afloscapaciteit heeft vastgesteld aan de hand van een eerste correcte berekening van het Vrij te laten bedrag (de Vtlb-berekening): zie in dit verband onder meer Rechtbank Den Haag, 10 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5966. Dit geldt ook ingeval van ontbrekende afdrachtcapaciteit. De Vtlb-berekening is vastgesteld in april 2025. Vanaf dat moment is op basis van de normen die gelden voor de berekening van het Vtlb vastgesteld welke afloscapaciteit van mevrouw [verzoekster] mocht worden verwacht. Mevrouw [verzoekster] heeft sindsdien afgelost ten behoeve van haar schuldeisers. Daarnaast is mevrouw [verzoekster] AOW-gerechtigd, zodat van haar geen aanvullende inspanningen gericht op het verwerven van inkomen uit arbeid kunnen worden verlangd. De rechtbank zal daarom bepalen dat de termijn van de WSNP vanaf 29 april 2025 begint te lopen.
Medewerking en informatieplicht
2.9.
De looptijd van de WSNP bedraagt 18 maanden. In deze zaak gaat wordt de ingangsdatum van de WSNP bepaald op 29 april 2025. Dit betekent dat van de looptijd nog 2 maanden resteert. Gedurende die resterende maanden gelden de afdrachtplicht en inspanningsplicht. Wel blijven daarna de medewerkings- en informatieplichten gelden totdat de WSNP formeel is afgewikkeld. Dit is om de WSNP-bewindvoerder in staat te stellen zijn wettelijke taken naar behoren uit te voeren. Die taken bestaan uit het houden van toezicht op de naleving van de WSNP-verplichtingen en het beheer en de vereffening van de goederen die in de boedel vallen.
3De beslissing
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ;
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum toe;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 29 april 2025;
- stelt vast dat er na de einddatum van de looptijd een medewerkingsplicht en een informatieplicht geldt tot het verbindend worden van de slotuitdelingslijst;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. N.E.M. de Coninck en tot bewindvoerder:
B. van Huessen (Advocatenkantoor Loeff),
[adres]
;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden, of zoveel eerder als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van mevrouw [verzoekster] in te zien;
- draagt de bewindvoerder op om binnen vijf maanden na de datum van dit vonnis eindverslag uit te brengen;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met mr. T.R.C. van der Linde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum?
Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.
RECHTBANK
DEN HAAG
Team Toezicht
insolventienummer: NL:TZ:2615990:R-RK
vonnis van 27 augustus 2026
op het verzoek van:
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1De procedure
1.1.
Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 20 augustus 2026. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan mevrouw [verzoekster] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- mevrouw [verzoekster] ,
- de heer [naam 1] , schuldhulpverlener van de gemeente Gouda,
- de heer [naam 2] , beschermingsbewindvoerder van Green Heart bewindvoering.
2De beoordeling van het verzoek
Toelating tot de WSNP
2.1.
Mevrouw [verzoekster] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [verzoekster] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
2.2.
Mevrouw [verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP. Voor alle duidelijkheid wijst de rechtbank er op dat het uit een erfenis ontvangen bedrag (volgens de beschermingsbewindvoerder: € 19.198,37) en de auto in de WSNP-boedel vallen.
2.3.
De verplichtingen waaraan mevrouw [verzoekster] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Deze postblokkade geldt gedurende de materiële looptijd van de schuldsaneringsregeling. Als de schuldsaneringsregeling eerder eindigt, stopt de postblokkade. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan mevrouw [verzoekster] .
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als mevrouw [verzoekster] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op mevrouw [verzoekster] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
2.6.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw.. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
2.7.
Mevrouw [verzoekster] verzoekt de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 29 april 2025.
2.8.
De rechtbank zal het verzoek om een eerdere ingangsdatum te bepalen toewijzen. Als uitgangspunt voor aanvang van het minnelijk traject hanteert de rechtbank het moment waarop de schuldhulpverlener de afloscapaciteit heeft vastgesteld aan de hand van een eerste correcte berekening van het Vrij te laten bedrag (de Vtlb-berekening): zie in dit verband onder meer Rechtbank Den Haag, 10 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5966. Dit geldt ook ingeval van ontbrekende afdrachtcapaciteit. De Vtlb-berekening is vastgesteld in april 2025. Vanaf dat moment is op basis van de normen die gelden voor de berekening van het Vtlb vastgesteld welke afloscapaciteit van mevrouw [verzoekster] mocht worden verwacht. Mevrouw [verzoekster] heeft sindsdien afgelost ten behoeve van haar schuldeisers. Daarnaast is mevrouw [verzoekster] AOW-gerechtigd, zodat van haar geen aanvullende inspanningen gericht op het verwerven van inkomen uit arbeid kunnen worden verlangd. De rechtbank zal daarom bepalen dat de termijn van de WSNP vanaf 29 april 2025 begint te lopen.
Medewerking en informatieplicht
2.9.
De looptijd van de WSNP bedraagt 18 maanden. In deze zaak gaat wordt de ingangsdatum van de WSNP bepaald op 29 april 2025. Dit betekent dat van de looptijd nog 2 maanden resteert. Gedurende die resterende maanden gelden de afdrachtplicht en inspanningsplicht. Wel blijven daarna de medewerkings- en informatieplichten gelden totdat de WSNP formeel is afgewikkeld. Dit is om de WSNP-bewindvoerder in staat te stellen zijn wettelijke taken naar behoren uit te voeren. Die taken bestaan uit het houden van toezicht op de naleving van de WSNP-verplichtingen en het beheer en de vereffening van de goederen die in de boedel vallen.
3De beslissing
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ;
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum toe;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 29 april 2025;
- stelt vast dat er na de einddatum van de looptijd een medewerkingsplicht en een informatieplicht geldt tot het verbindend worden van de slotuitdelingslijst;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. N.E.M. de Coninck en tot bewindvoerder:
B. van Huessen (Advocatenkantoor Loeff),
[adres]
;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden, of zoveel eerder als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van mevrouw [verzoekster] in te zien;
- draagt de bewindvoerder op om binnen vijf maanden na de datum van dit vonnis eindverslag uit te brengen;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met mr. T.R.C. van der Linde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum?
Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.