Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:24460

2026-07-28 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/706377 / JE RK 26-968
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-28
Publicatiedatum
2026-08-28
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/706377 / JE RK 26-968
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

verlenging ondertoezichtstelling 1:260 BW en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing 1:265c, tweede lid, BW

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.305 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Jeugd- en Zorgrecht



Zaaknummer: C/09/706377 / JE RK 26-968
Datum uitspraak: 28 juli 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing




in de zaak van




Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,



over





[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].



De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 2].





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 juni 2026;


de brief van dan de moeder van 17 juni 2026;


het rapport van de Raad als bedoeld in artikel 1:265j lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW) van 12 juli 2026;


de brief van de moeder van 27 juli 2026.





1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.



1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.





2De feiten


2.1.
Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.



2.2.
De vader van [minderjarige] is overleden.



2.3.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].



2.4.

[minderjarige] verblijft bij een HAT-woning van [zorginstantie 1].



2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 31 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 2 augustus 2026 en voor dezelfde duur de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.





3Het verzoek


3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.



3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt ter zitting nader toegelicht. Gezien wordt dat [minderjarige] goede stappen zet. De overgang naar de HAT-woning was noodzakelijk, omdat de oude woonsituatie niet langer passend was voor [minderjarige] en hij zich steeds meer ging verzetten tegen het wonen op een groep. Bij de HAT-woning krijgt [minderjarige] de kans om zelf meer regie te voeren over zijn leven met ondersteuning vanuit begeleiding. Bij de HAT-woning is er overdag begeleiding aanwezig en in de nacht op oproepbasis. [minderjarige] laat zich moeilijk sturen en gaat hier net als op de groep ook ’s nachts op stap. De hoop en verwachting is dat zodra [minderjarige] in september start met zijn BBL-opleiding hij wel op tijd naar bed zal gaan. Bij [zorginstantie 2] heeft [minderjarige] bewezen dat hij dit kan. De jeugdbeschermer deelt de zorgen van de moeder, maar vindt het ook belangrijk om [minderjarige] niet te veel te pushen om te voorkomen dat hij zich zal verzetten. [minderjarige] ziet steeds meer in dat hij zelf de regie moet nemen over zijn leven om er wat van te maken. Toen hij zestien werd heeft [minderjarige] aangegeven niet te willen dat er informatie met de moeder wordt gedeeld, waardoor de jeugdbeschermer met haar geen details meer mag delen. De jeugdbeschermer probeert de moeder desalniettemin zo goed mogelijk te informeren. De artsen zijn tevreden over hoe het met [minderjarige] gaat met betrekking tot zijn Colitis. De jongerencoach is bezig met het motiveren van [minderjarige] voor het doen van zijn bloedtest en helpt hem bij het regelen hiervan.






4De standpunten


4.1.
De moeder heeft ingestemd met het verzochte. De moeder vindt het vervelend dat dat negatieve verhalen uit het verleden in de stukken staan, maar niet wordt gekeken naar op welke vlakken de moeder het goed doet. De moeder heeft aangegeven dat zij het ook vervelend vindt dat zij minder contactpersonen heeft en onvoldoende geïnformeerd wordt door de gecertificeerde instelling en de begeleiding vanuit [zorginstantie 1]. De moeder ziet een stijgende lijn in de ontwikkeling van [minderjarige], maar heeft ook haar zorgen over hem geuit. Zij maakt zich zorgen over hoeveel vrijheid [minderjarige] heeft bij de HAT-woning. De begeleiding is niet 24 uur per dag aanwezig. [minderjarige] heeft nog geen werk of dagbesteding en gaat momenteel in de nacht op pad. Ook maakt de moeder zich zorgen over de gezondheid van [minderjarige], omdat hij Colitis en Familiaire hypercholesterolemie (FH) heeft. Hij heeft nog niet zijn bloedtest in het kader van FS gedaan. De moeder heeft het belang van de bloedtest bij de jeugdbeschermer en de jongerencoach van [zorginstantie 1] benadrukt. De moeder maakt zich ook zorgen over de invloed van de drankjes met veel cafeïne die [minderjarige] drinkt voor het sporten.





5De beoordeling


5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.



5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] verblijft bij een HAT-woning, waar hij meer regie krijgt en kan werken aan zijn ontwikkeling richting zelfstandigheid. Gezien wordt dat [minderjarige] een positieve ontwikkeling doormaakt. Zo heeft hij na het positief afronden van het traject bij [zorginstantie 2] een BBL-opleiding uitgekozen. Ook lijkt hij te beseffen dat hij zich moet inzetten om zelfstandiger te worden en wat van zijn leven te maken. [minderjarige] heeft het traject ‘Slapende honden, wakker maken’ afgerond en zal op korte termijn beginnen met traumatherapie. Hij heeft een goede band met het weekendpleeggezin, waar hij wekelijks zal gaan eten. Tegelijkertijd zijn er ook zorgen over [minderjarige]. Zo is hij momenteel ’s nachts op pad met vrienden en blijft de relatie met zijn moeder complex. [minderjarige] vertelt haar veel over zijn leven, maar gaat tegelijkertijd ook vooral naar haar toe als hij geld wil. [minderjarige] geeft sinds hij zestien jaar is geen toestemming meer aan de hulpverlening om dingen te delen met zijn moeder, waardoor zij grotendeels afhankelijk is van de informatie die zij krijgt van [minderjarige] en de weekendpleegouders. Gelet op het bovenstaande is het noodzakelijk en passend dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar worden verlengd. Het is belangrijk dat de jeugdbeschermer regie blijft voeren over de hulpverlening en zicht blijft houden op de ontwikkeling van [minderjarige] richting zelfstandigheid. Het is daarbij van belang dat er blijvend wordt gekeken hoe er zo goed mogelijk met de moeder gecommuniceerd kan worden over het welzijn van [minderjarige] en dat er oog blijft voor de zorgen die de moeder heeft geuit. Hoewel het positief is dat de Colitis onder controle is en dat [minderjarige] veel sport, is het daarbij ook van belang dat zijn gezondheid rondom zijn FS gemonitord wordt.



5.3.
De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van een jaar.


5.4.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.



5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 2 augustus 2027;



6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 2 augustus 2027;


6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 25 augustus 2026.







Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:260 BW.


Artikel 1:265c, tweede lid, BW.


Artikel 2 Besluit gezagsregisters.