Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:24453
2026-07-28
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/09/707202 / JE RK 26-1058
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.413 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/707202 / JE RK 26-1058
Datum uitspraak: 28 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming West Gouda,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
en
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,
beiden wonende in [woonplaats].
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [naam], namens de gecertificeerde instelling.
De vader en de moeder hebben zich bij e-mailbericht van 26 juni 2026 afgemeld voor de zitting.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2De feiten
2.1.
De ouders zijn met elkaar gehuwd.
2.2.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.3.
[minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 augustus 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld en een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 5 augustus 2026.
3Het verzoek
3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot aan haar meerderjarigheid, te weten tot [datum] 2026. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Ondanks de korte betrokkenheid van de gecertificeerde instelling heeft [minderjarige] het afgelopen jaar stappen gezet in haar ontwikkeling. Ze heeft gewerkt aan de communicatie met haar ouders, haar zelfbeeld en traumaverwerking. Ook zal zij binnenkort weer starten met gesprekken bij een psycholoog. [minderjarige] heeft tot maart 2026 verbleven bij [zorginstelling 1] en is daarna doorgestroomd naar [zorginstelling 2]. Er worden nog wel risicofactoren gezien betreffende het zelfstandig functioneren van [minderjarige], onder meer op het gebied van zelfzorg, budgetteren en schoolverzuim dan wel dagbesteding. Hiervoor heeft [minderjarige] begeleiding nodig. De gecertificeerde instelling maakt zich zorgen over het beperkte probleeminzicht van [minderjarige] en haar emotionele ontwikkeling en welzijn. Er zijn signalen zichtbaar van terugvallen in oude patronen ten aanzien van het schoolverzuim en het negeren van regels. Het hebben van dagbesteding is een voorwaarde voor [zorginstelling 2] en daarom maakt de gecertificeerde instelling zich zorgen dat ze haar plek kwijtraakt. De gecertificeerde instelling wil verlengde jeugdhulp aanvragen zodat [minderjarige] ook vanaf haar meerderjarigheid bij [zorginstelling 2] kan blijven. Ook zal er een stevig borgingsplan worden opgesteld voor als [minderjarige] meerderjarig wordt.
4De beoordeling
4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.
4.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De zorgen over de acute veiligheid van [minderjarige] en de zorgen over de ouder-kindrelatie zijn de afgelopen periode afgenomen. Zo is er door de inzet van trauma- en schematherapie gewerkt aan de onderlinge relatie tussen [minderjarige] en de ouders en lijkt er meer rust te zijn tussen hen. [minderjarige] heeft daarnaast individuele hulpverlening gevolgd en er is een diagnostisch onderzoek afgenomen door [zorginstantie]. De aanvullende hulpverlening is nog niet ingezet aangezien [minderjarige] hulpverleningsmoe was. [minderjarige] heeft wel aangegeven behoefte te hebben om weer te spreken met een psycholoog en daarom heeft de gecertificeerde instelling haar hiervoor aangemeld. Er is ondanks deze positieve ontwikkeling nog altijd sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. [minderjarige] heeft een beperkt probleeminzicht en lijkt terug te vallen in haar oude patronen. Ook lukt het haar niet altijd om goed in contact te blijven met haar mentor van [zorginstelling 2] en de jeugdbeschermer. Het is [minderjarige] ook niet gelukt om dit schooljaar haar diploma te behalen vanwege haar hoge schoolverzuim. De kinderrechter begrijpt dat het voor [minderjarige] niet makkelijk moet zijn geweest om haar schoolgang weer op te pakken nadat ze lang thuis heeft gezeten. De kinderrechter hoopt dat het [minderjarige] komend schooljaar beter lukt om onderwijs te volgen en haar verzuim beperkt te houden zodat zij haar diploma kan behalen. Dit is ook belangrijk omdat [zorginstelling 2] als voorwaarde voor haar verblijf stelt dat [minderjarige] een vorm van dagbesteding heeft. Het is vanwege de zorgen die er zijn over het zelfstandig functioneren van [minderjarige] en haar naderende meerderjarigheid wenselijk dat de gecertificeerde instelling de komende maanden betrokken blijft. Er dient een borgingsplan te worden opgesteld en bekeken te worden of verlengde jeugdhulp kan worden verkregen.
4.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot [datum] 2026.
4.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
4.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot [geboortedatum] 2026;
5.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot [geboortedatum] 2026;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026 door mr. M.F. Baaij, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 6 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/707202 / JE RK 26-1058
Datum uitspraak: 28 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming West Gouda,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
en
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,
beiden wonende in [woonplaats].
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [naam], namens de gecertificeerde instelling.
De vader en de moeder hebben zich bij e-mailbericht van 26 juni 2026 afgemeld voor de zitting.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2De feiten
2.1.
De ouders zijn met elkaar gehuwd.
2.2.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.3.
[minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 augustus 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld en een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 5 augustus 2026.
3Het verzoek
3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot aan haar meerderjarigheid, te weten tot [datum] 2026. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Ondanks de korte betrokkenheid van de gecertificeerde instelling heeft [minderjarige] het afgelopen jaar stappen gezet in haar ontwikkeling. Ze heeft gewerkt aan de communicatie met haar ouders, haar zelfbeeld en traumaverwerking. Ook zal zij binnenkort weer starten met gesprekken bij een psycholoog. [minderjarige] heeft tot maart 2026 verbleven bij [zorginstelling 1] en is daarna doorgestroomd naar [zorginstelling 2]. Er worden nog wel risicofactoren gezien betreffende het zelfstandig functioneren van [minderjarige], onder meer op het gebied van zelfzorg, budgetteren en schoolverzuim dan wel dagbesteding. Hiervoor heeft [minderjarige] begeleiding nodig. De gecertificeerde instelling maakt zich zorgen over het beperkte probleeminzicht van [minderjarige] en haar emotionele ontwikkeling en welzijn. Er zijn signalen zichtbaar van terugvallen in oude patronen ten aanzien van het schoolverzuim en het negeren van regels. Het hebben van dagbesteding is een voorwaarde voor [zorginstelling 2] en daarom maakt de gecertificeerde instelling zich zorgen dat ze haar plek kwijtraakt. De gecertificeerde instelling wil verlengde jeugdhulp aanvragen zodat [minderjarige] ook vanaf haar meerderjarigheid bij [zorginstelling 2] kan blijven. Ook zal er een stevig borgingsplan worden opgesteld voor als [minderjarige] meerderjarig wordt.
4De beoordeling
4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.
4.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De zorgen over de acute veiligheid van [minderjarige] en de zorgen over de ouder-kindrelatie zijn de afgelopen periode afgenomen. Zo is er door de inzet van trauma- en schematherapie gewerkt aan de onderlinge relatie tussen [minderjarige] en de ouders en lijkt er meer rust te zijn tussen hen. [minderjarige] heeft daarnaast individuele hulpverlening gevolgd en er is een diagnostisch onderzoek afgenomen door [zorginstantie]. De aanvullende hulpverlening is nog niet ingezet aangezien [minderjarige] hulpverleningsmoe was. [minderjarige] heeft wel aangegeven behoefte te hebben om weer te spreken met een psycholoog en daarom heeft de gecertificeerde instelling haar hiervoor aangemeld. Er is ondanks deze positieve ontwikkeling nog altijd sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. [minderjarige] heeft een beperkt probleeminzicht en lijkt terug te vallen in haar oude patronen. Ook lukt het haar niet altijd om goed in contact te blijven met haar mentor van [zorginstelling 2] en de jeugdbeschermer. Het is [minderjarige] ook niet gelukt om dit schooljaar haar diploma te behalen vanwege haar hoge schoolverzuim. De kinderrechter begrijpt dat het voor [minderjarige] niet makkelijk moet zijn geweest om haar schoolgang weer op te pakken nadat ze lang thuis heeft gezeten. De kinderrechter hoopt dat het [minderjarige] komend schooljaar beter lukt om onderwijs te volgen en haar verzuim beperkt te houden zodat zij haar diploma kan behalen. Dit is ook belangrijk omdat [zorginstelling 2] als voorwaarde voor haar verblijf stelt dat [minderjarige] een vorm van dagbesteding heeft. Het is vanwege de zorgen die er zijn over het zelfstandig functioneren van [minderjarige] en haar naderende meerderjarigheid wenselijk dat de gecertificeerde instelling de komende maanden betrokken blijft. Er dient een borgingsplan te worden opgesteld en bekeken te worden of verlengde jeugdhulp kan worden verkregen.
4.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot [datum] 2026.
4.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
4.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot [geboortedatum] 2026;
5.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot [geboortedatum] 2026;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026 door mr. M.F. Baaij, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 6 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.