Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:24447
2026-07-28
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/09/706520 / JE RK 26-984
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (9.097 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/706520 / JE RK 26-984
Datum uitspraak: 28 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .
[de pleegouder 1]
,
en
[de pleegouder 2]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: de pleegouders..
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 juni 2026;
het rapport van de Raad als bedoeld in artikel 1:265j lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW) van 29 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
[naam] , namens de gecertificeerde instelling;
de vader.
De moeder en de pleegouders zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder en de pleegouders wel juist zijn opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 12 augustus 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 juli 2025 de machtiging verlengd [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 12 augustus 2026.
3Het verzoek
3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [de minderjarige] is in februari gestart bij Family Supporters met PMT-behandeling waarbij het vergroten van zijn lichaamsbewustzijn centraal staat en waarmee een basis wordt gelegd voor het verbeteren van zijn emotieregulatie. Doordat de PMT van [de minderjarige] vraagt dat hij in contact komt met zijn emoties en daarover moet praten is ervoor gekozen om eerst te starten met Integratieve Gehechtheidsbevorderende Traumabehandeling voor kinderen (IGT-K) en daarna de PMT-behandeling verder op te pakken. De IGT-K behandeling combineert gezinstherapie en traumatherapie. De pleegouders zijn intensief betrokken bij de hulpverlening van [de minderjarige] . De pleegouders sluiten daarnaast goed aan bij zijn opvoedbehoeften en er wordt gezien dat [de minderjarige] baat heeft bij de regels en structuur die hem geboden worden. Het contact tussen [de minderjarige] en de moeder verloopt goed. De frequentie van de omgangsmomenten is afgebouwd naar eens in de maand in verband met de behandeling van de moeder. De gecertificeerde instelling geeft aan dat als de moeder weer stabiel is en zij haar behandeling heeft afgerond gekeken zal worden naar de mogelijkheid van uitbreiding in het contact. Met de vader heeft [de minderjarige] al twee jaar geen contact. De gecertificeerde instelling zal advies vragen van de behandelaren van [de minderjarige] voor het contactherstel met de vader – indien de vader bereid is hieraan mee te werken – gelet op het hulpverleningstraject waar [de minderjarige] momenteel mee bezig is.
4De standpunten
4.1.
De vader heeft geen uitdrukkelijk standpunt ingenomen. De vader voelt zich niet gehoord door de gecertificeerde instelling. Hij heeft alles gedaan wat aan hem gevraagd werd, maar dit was niet goed genoeg voor de gecertificeerde instelling. De vader heeft de afgelopen jaren aan zichzelf gewerkt en is van mening dat hij de zorg- en opvoedtaken voor [de minderjarige] kan dragen. Hij ziet graag dat [de minderjarige] op termijn weer bij hem komt wonen.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er is nog altijd sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [de minderjarige] . Hij heeft een belast verleden en een bovengemiddelde opvoedvraag. [de minderjarige] profiteert van de opvoedomgeving in het pleeggezin. De pleegouders sluiten goed aan bij zijn opvoedbehoeften en ondersteunen hem bij zijn hulpverleningstrajecten. [de minderjarige] zet stappen in zijn ontwikkeling en ook op school wordt gezien dat hij goed meekomt. Om de gebeurtenissen in zijn leven een plek te geven en zich verder te kunnen ontwikkelen volgt [de minderjarige] intensieve hulpverleningstrajecten bij Family Supporters. Het is van belang dat [de minderjarige] het komende jaar in het pleeggezin kan verblijven en dat de jeugdbeschermer betrokken blijft om zicht te houden op zijn ontwikkeling. De kinderrechter is positief verrast dat de vader aanwezig is ter zitting en aangeeft weer contact met [de minderjarige] te wensen. Net als de gecertificeerde instelling is de kinderrechter van mening dat hierbij rekening gehouden dient te worden met de hulpverleningstrajecten van [de minderjarige] en zijn belastbaarheid. Het contactherstel mag niet in de weg staan aan het verloop van en de effectiviteit van de behandelingen. Er is gelet op het bovenstaande en gelet op het eerder genomen opvoedbesluit op dit moment geen aanleiding om te veronderstellen dat het in het belang van [de minderjarige] is om te gaan werken aan een plaatsing bij de vader.
5.3.
Gelet op het bovenstaande verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 12 augustus 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 12 augustus 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026 door mr. M.F. Baaij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 6 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/706520 / JE RK 26-984
Datum uitspraak: 28 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .
[de pleegouder 1]
,
en
[de pleegouder 2]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: de pleegouders..
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 juni 2026;
het rapport van de Raad als bedoeld in artikel 1:265j lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW) van 29 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
[naam] , namens de gecertificeerde instelling;
de vader.
De moeder en de pleegouders zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder en de pleegouders wel juist zijn opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 12 augustus 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 juli 2025 de machtiging verlengd [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 12 augustus 2026.
3Het verzoek
3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [de minderjarige] is in februari gestart bij Family Supporters met PMT-behandeling waarbij het vergroten van zijn lichaamsbewustzijn centraal staat en waarmee een basis wordt gelegd voor het verbeteren van zijn emotieregulatie. Doordat de PMT van [de minderjarige] vraagt dat hij in contact komt met zijn emoties en daarover moet praten is ervoor gekozen om eerst te starten met Integratieve Gehechtheidsbevorderende Traumabehandeling voor kinderen (IGT-K) en daarna de PMT-behandeling verder op te pakken. De IGT-K behandeling combineert gezinstherapie en traumatherapie. De pleegouders zijn intensief betrokken bij de hulpverlening van [de minderjarige] . De pleegouders sluiten daarnaast goed aan bij zijn opvoedbehoeften en er wordt gezien dat [de minderjarige] baat heeft bij de regels en structuur die hem geboden worden. Het contact tussen [de minderjarige] en de moeder verloopt goed. De frequentie van de omgangsmomenten is afgebouwd naar eens in de maand in verband met de behandeling van de moeder. De gecertificeerde instelling geeft aan dat als de moeder weer stabiel is en zij haar behandeling heeft afgerond gekeken zal worden naar de mogelijkheid van uitbreiding in het contact. Met de vader heeft [de minderjarige] al twee jaar geen contact. De gecertificeerde instelling zal advies vragen van de behandelaren van [de minderjarige] voor het contactherstel met de vader – indien de vader bereid is hieraan mee te werken – gelet op het hulpverleningstraject waar [de minderjarige] momenteel mee bezig is.
4De standpunten
4.1.
De vader heeft geen uitdrukkelijk standpunt ingenomen. De vader voelt zich niet gehoord door de gecertificeerde instelling. Hij heeft alles gedaan wat aan hem gevraagd werd, maar dit was niet goed genoeg voor de gecertificeerde instelling. De vader heeft de afgelopen jaren aan zichzelf gewerkt en is van mening dat hij de zorg- en opvoedtaken voor [de minderjarige] kan dragen. Hij ziet graag dat [de minderjarige] op termijn weer bij hem komt wonen.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er is nog altijd sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [de minderjarige] . Hij heeft een belast verleden en een bovengemiddelde opvoedvraag. [de minderjarige] profiteert van de opvoedomgeving in het pleeggezin. De pleegouders sluiten goed aan bij zijn opvoedbehoeften en ondersteunen hem bij zijn hulpverleningstrajecten. [de minderjarige] zet stappen in zijn ontwikkeling en ook op school wordt gezien dat hij goed meekomt. Om de gebeurtenissen in zijn leven een plek te geven en zich verder te kunnen ontwikkelen volgt [de minderjarige] intensieve hulpverleningstrajecten bij Family Supporters. Het is van belang dat [de minderjarige] het komende jaar in het pleeggezin kan verblijven en dat de jeugdbeschermer betrokken blijft om zicht te houden op zijn ontwikkeling. De kinderrechter is positief verrast dat de vader aanwezig is ter zitting en aangeeft weer contact met [de minderjarige] te wensen. Net als de gecertificeerde instelling is de kinderrechter van mening dat hierbij rekening gehouden dient te worden met de hulpverleningstrajecten van [de minderjarige] en zijn belastbaarheid. Het contactherstel mag niet in de weg staan aan het verloop van en de effectiviteit van de behandelingen. Er is gelet op het bovenstaande en gelet op het eerder genomen opvoedbesluit op dit moment geen aanleiding om te veronderstellen dat het in het belang van [de minderjarige] is om te gaan werken aan een plaatsing bij de vader.
5.3.
Gelet op het bovenstaande verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 12 augustus 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 12 augustus 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026 door mr. M.F. Baaij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 6 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.