Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:24429

2026-07-28 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/676838 / FA RK 24-8754
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-28
Publicatiedatum
2026-08-28
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/676838 / FA RK 24-8754
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

verdeling gemeenschap van goederen en vergoedingsrechten

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (28.010 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige Kamer



Rekestnummer: FA RK 24-8754
Zaaknummer: C/09/676838
Datum beschikking: 28 juli 2026




Echtscheiding met nevenvoorzieningen





Beschikking op het op 6 december 2024 ingekomen verzoek van:





[de vrouw]
,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. K.R. Lieuw On te Amsterdam.



Als belanghebbende wordt aangemerkt:





[de man]
,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.K. Bhadai te Den Haag.




Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:



het verzoekschrift;


het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift;


het verweer tegen het zelfstandig verzoek;


- de F9-berichten van de vrouw van 19 juni 2026, met bijlagen;
- het F9-bericht van de man van 19 juni 2026, met bijlagen;
- het F9-bericht van de man van 22 juni 2026, met bijlagen;
- het F9-bericht van de vrouw van 24 juni 2026, met bijlagen.


De minderjarige [de minderjarige] heeft in raadkamer haar mening kenbaar gemaakt.



Op 30 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:



de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;


de man, bijgestaan door zijn advocaat.




Na de zitting heeft de rechtbank ontvangen:



de brief van de vrouw van 7 juli 2026, met bijlagen;


de brief van de man van 16 juli 2026.





Feiten


- Partijen zijn gehuwd op [datum 1] 2012 te [plaats] .
- Zij zijn de ouders van het volgende, nog minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ;
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
- Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen.



Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw, zoals dat na wijziging en aanvulling luidt, strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:

- voor zover tussen partijen een ouderschapsplan wordt overeengekomen: vaststelling van de regeling met betrekking tot het minderjarige kind van partijen conform het ouderschapsplan en aanhechting van het ouderschapsplan aan de beschikking;
- voor zover partijen geen ouderschapsplan overeenkomen:

­ vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw;
­ vaststelling van kinderalimentatie van € 280,- per maand, met ingang van
1 augustus 2024, met betpaling dat hetgeen de man inmiddels al heeft betaald vanaf de ingangsdatum in mindering zal worden gebracht op het verschuldigde en dat de termijnen vanaf 1 januari 2025 moeten worden voldaan, een en ander onderworpen aan de jaarlijkse indexering, voor het eerst op 1 januari 2025;



vaststelling van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, conform het voorstel van de vrouw, althans subsidiair verdeling ten overstaan van een notaris van de huwelijksgemeenschap, met benoeming van een onzijdig persoon om die persoon te vertegenwoordigen die mocht weigeren of nalaten aan de uitvoering van de door de rechtbank vastgestelde verdeling mee te werken;


voortgezet gebruik van de echtelijke woning met inboedel, voor zover de woning niet aan de vrouw wordt toegedeeld


een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.


De man voert – met uitzondering van de echtscheiding– verweer tegen de verzoeken van de vrouw, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.



Bovendien heeft de man zelfstandig verzocht om de echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:

- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform

het voorstel van de man, waarbij:
­ de vrouw wordt veroordeeld om een bedrag van € 154.179,- aan de man te betalen;
­ de vrouw wordt veroordeeld om 50% van alle overdrachts- en notariskosten in Suriname (ten bedrage van € 10.000,-) aan de man te betalen;
­ de gemeenschappelijke goederen van de inboedel, zoals genoemd in productie 2 van de man aan hem toe te delen;
­ het saldo van de bankrekening van de man aan hem toe te delen;
­ de auto die bij de man in gebruik is aan hem toe te delen;
­ de verdeling voor het overige wordt aangehouden totdat de omvang daarvan vaststaat en de vrouw te gelasten om alle informatie in het geding te brengen, waaronder haar banksaldo, de getaxeerde waarde van de woningen (Suriname en Nederland), de waardebepaling van de onderneming en de getaxeerde waarde van de roerende zaken die zij onder zich heeft;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.



De vrouw voert verweer tegen de verzoeken van de man, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.






Beoordeling

I. Echtscheiding

Ontvankelijkheid (ouderschapsplan)

Op grond van artikel 815 tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan bevatten. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval voldoende aannemelijk geworden dat partijen niet in staat zijn om tot een gezamenlijk opgesteld en ondertekend ouderschapsplan te komen. Gelet hierop zal de rechtbank voorbij gaan aan het vereiste van artikel 815 tweede lid Rv. De rechtbank zal daarom partijen ontvangen in hun verzoeken tot echtscheiding.




Inhoudelijke beoordeling

Beide partijen stellen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zodat de daarop steunende, over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond kunnen worden toegewezen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.





Gezag

De vrouw verzoekt op grond van artikel 1:251a van het Burgerlijk Wetboek (BW) om haar voortaan alleen te belasten met het gezag over [de minderjarige] . De man vervult al langere tijd geen rol meer in haar leven en er is ook geen contact tussen hem en [de minderjarige] . De man toont weinig interesse in [de minderjarige] en blokkeert beslissingen, zoals een buitenlandse vakantie. [de minderjarige] heeft ook zelf kenbaar gemaakt dat zij niet wil dat de vader nog iets over haar te zeggen heeft. De man heeft geen bezwaar tegen het verzoek. Hij erkent dat de vrouw feitelijk al langere tijd alleen belast is met de opvoeding van [de minderjarige] .



De rechtbank overweegt als volgt. De vraag of de ouders samen belast moeten blijven met het gezag is een onderwerp dat niet ter vrije bepaling van partijen staat. De rechtbank moet daarom beoordelen of [de minderjarige] door het voortduren van het gezag klem of verloren zal raken, of dat een wijziging in het gezag anderszins in haar belang noodzakelijk is. Naar oordeel van de rechtbank is hiervan geen sprake. [de minderjarige] wordt in december van dit jaar meerderjarig. Dat betekent dat de termijn waarin de ouders het gezamenlijk gezag uitoefenen nog maar vier maanden duurt. Op de zitting is daarbij besproken dat in deze periode geen belangrijke over [de minderjarige] te nemen beslissingen worden verwacht. Gelet op haar leeftijd zal zij ook steeds meer beslissingen zelfstandig nemen. De man heeft daarbij ook aangegeven constructief te zullen meewerken op het moment dat er nog wel beslissingen genomen moeten worden. Hij heeft daarnaast toegezegd toestemming te verlenen voor de vakantie van [de minderjarige] naar het buitenland in deze zomervakantie. Dit leidt ertoe dat een ingrijpende beslissing als beëindiging van het gezag van de man, niet kan worden gerechtvaardigd. Het verzoek wordt daarom afgewezen.






Hoofdverblijfplaats

De vrouw heeft ook verzocht om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij haar te bepalen. Aangezien de rechtbank het verzoek tot eenhoofdig gezag zal afwijzen, zoals hiervoor besproken, komt zij toe aan de behandeling van het verzoek inzake de hoofdverblijfplaats. De man heeft ingestemd met het verzoek. De rechtbank zal het verzoek toewijzen, omdat dit aansluit bij de feitelijke situatie en ook niet is gebleken dat het belang van [de minderjarige] zich hiertegen verzet.








Kinderalimentatie

Partijen hebben op de zitting overeenstemming bereikt over de kinderalimentatie. Zij zijn daarbij overeengekomen dat de man per 1 juli 2026 een bedrag van € 180,- per maand aan de vrouw zal betalen. Partijen zijn daarbij – conform artikel 1:395b BW – overeengekomen dat deze bijdrage automatisch wordt omgezet in een betaling aan [de minderjarige] zelf, vanaf het moment dat zij meerderjarig wordt op [datum 2] 2026. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.






Afwikkeling huwelijksvermogensregime


Gemeenschap van goederen

Niet gesteld of gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt.
Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 BW – zoals deze artikelen golden tot
1 januari 2018 – moet worden aangenomen dat tussen de echtgenoten een algehele gemeenschap van goederen bestond. Het uitgangspunt is dan dat de (door indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) ontbonden huwelijksgemeenschap (op grond van artikel 1:100 BW (zoals dat gold tot 1 januari 2018) bij helfte tussen de echtgenoten moet worden verdeeld.




Peildatum

Voor de omvang en samenstelling van de ontbonden gemeenschap geldt als peildatum
6 december 2024, zijnde de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen dan wel de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen – de datum van feitelijke verdeling.




Omvang

Door partijen zijn de volgende bestanddelen en schulden naar voren gebracht:



de echtelijke woning aan de [adres] ;


de inboedel van de echtelijke woning;


de woning in Suriname;


e inboedel van de woning in Suriname;


de onderneming van de man ( [bedrijf 1] );


de onderneming van de vrouw ( [bedrijf 2] );


de banksaldi van de bankrekeningen van partijen;


de auto’s.




Daarnaast zijn nog vergoedingsrechten ter beoordeling voorgelegd:

i. het uitkoopbedrag voor de erfenis aan de broer van de vrouw;

de overdrachts- en notariskosten voor de woning in Suriname;
investeringen in de woning in Suriname;




ad a) Partijen zijn het erover eens dat de vrouw in de gelegenheid zal worden gesteld om te bezien of zij de echtelijke woning kan overnemen. Op de zitting hebben zij hierover nadere afspraken gemaakt, zoals opgenomen in het in het dictum opgenomen spoorboekje.



Daarbij geldt dat de vrouw binnen drie weken drie NVM-makelaars met plaatselijke bekendheid zal voorstellen aan de man, waaruit de man binnen één week één makelaar-taxateur zal kiezen. Uit de stukken die de rechtbank na de zitting heeft ontvangen, volgt dat de vrouw al drie makelaars heeft uitgekozen. De man heeft daarbij gekozen voor DOEN-makelaars. Deze makelaar-taxateur zal een bindende waarde van de woning vaststellen. De kosten van deze taxatie worden door partijen bij helfte gedeeld. Tot slot zullen partijen in afwijking van de peildatum voor de hypotheekstand aansluiten bij het jaaroverzicht van Florius over 2024, waarbij de hypotheekstand per 1 januari 2025 wordt gehanteerd. Deze bedroeg op dat moment € 233.757,-. Alle aflossingen die door de vrouw na 1 januari 2025 zijn verricht, komen ten goede aan de vrouw.



Daarnaast zullen partijen in afwijking van de peildatum voor het bankspaarrekening ook het saldo per 1 januari 2025 hanteren. Dit saldo bedroeg op dat moment € 10.838,-.
Er wordt volgens afspraak tussen partijen rekening gehouden met het bedrag van € 111,- per maand dat steeds door de man is betaald en betaald zal blijven worden tot de dag van notarieel transport. Bij de notariële afwikkeling zal de vrouw een bedrag van € 111,- voor elke maand vanaf 1 januari 2025 tot aan de datum van het notarieel transport vergoeden aan de man.



Tussen partijen is de betaling van de notariskosten in geschil in de situatie waarin de vrouw de alleen-eigenaar wordt. De vrouw stelt zich op het standpunt dat deze kosten bij helfte gedeeld moeten worden omdat het om de verdeling van een gemeenschappelijk goed gaat. De man vindt dat deze kosten voor rekening van de vrouw komen als zij de woning in eigendom overneemt. De rechtbank beslist dat de vrouw – als de partij die de woning overneemt – de notariskosten zal dragen.



Ingeval de vrouw er niet in slaagt om de woning over te nemen, zullen partijen deze verkopen aan een derde, zoals ook is opgenomen in het spoorboekje in het dictum.



Op de zitting is naar voren gekomen dat er mogelijk nog een aan de hypotheek gekoppelde verzekering bestaat bij Reaal. Het is onbekend wat voor verzekering dit is. Mocht deze een waarde vertegenwoordigen, dan wordt deze waarde bij helfte verdeeld per de datum van het notarieel transport.




Ad b) Op de zitting hebben partijen afgesproken dat zij de inboedel van de echtelijke woning in onderling overleg zullen verdelen volgens de lijsten die al door beide partijen zijn overgelegd en zonder onderlinge verrekening van de waarde. De rechtbank zal deze overeenstemming vastleggen.




Ad c) Tussen partijen is niet in geschil dat de woning in Suriname onder uitsluitingsclausule is geërfd door de vrouw en haar broer. De vrouw heeft haar broer op enig moment uitgekocht en is de alleen-eigenaar van deze woning geworden. De woning in Suriname maakt geen onderdeel uit van de gemeenschap van goederen en hoeft daarom niet te worden verdeeld. Voor zover de man zich na de zitting in de brief van 16 juli 2026 voor het eerst op het standpunt heeft gesteld dat hij recht heeft op de helft van de overwaarde, geldt dat de rechtbank dit verzoek als onvoldoende onderbouwd zal afwijzen. De door de man gestelde vergoedingsrechten, komen hierna aan de orde.




Ad d) Ten aanzien van de inboedel van de woning in Suriname zijn partijen overeengekomen dat de Nissan X-trail zal worden toegedeeld aan de man. De man heeft daarnaast ook de andere spullen die hij uit deze inboedel toegedeeld wil krijgen, al uit de woning gehaald. Alle overige inboedelgoederen worden toegedeeld aan de vrouw, een en ander zonder nadere verrekening.







Ad e) en f) Beide partijen hebben een eenmanszaak op hun naam staan. De rechtbank overweegt hierbij dat een eenmanszaak geen afgescheiden vermogen heeft. In de verdeling moeten daarom de goederen en schulden betrokken worden die op peildatum aanwezig waren.



Partijen zijn het eens dat de man zijn onderneming ( [bedrijf 1] ) zal voortzetten en dat alle activa aan hem worden toegedeeld. Hieronder valt ook de bankrekening bij de ING-bank, eindigend op 509. Daarbij zal de man de vrouw vrijwaren voor alle schulden van de onderneming, inclusief eventuele belastingschulden. De man is hiervoor geen vergoeding verschuldigd aan de vrouw.



Gebleken is dat de onderneming van de vrouw ( [bedrijf 2] ) feitelijk niet langer actief is en geen waarde vertegenwoordigt. De activa van de onderneming worden daarom toegedeeld aan de vrouw een en ander zonder nadere verrekening.




Ad g) Partijen zijn ten aanzien van hun bankrekeningen overeengekomen dat zij elk hun eigen bankrekeningen voortzetten, zonder nadere verrekening. De gezamenlijke rekening is al opgeheven, zodat de rechtbank hierover geen beslissing meer hoeft te nemen.



Voor zover de vrouw heeft gesteld dat de man geld heeft onttrokken aan de spaarrekening van [de minderjarige] (met rekeningnummer [spaarrekening] ) betreft dit geld dat toebehoort aan [de minderjarige] . Het valt daarom buiten de gemeenschap van goederen en kan niet worden verdeeld. Ingeval de vrouw het geld dat volgens haar door de man naar zijn eigen rekening is overgemaakt, wil terugvorderen van de man zal zij hierover zolang [de minderjarige] minderjarig is namens [de minderjarige] een aparte procedure moeten starten, omdat een terugvordering niet ziet op de rechtsverhouding tussen de ouders waarover in de procedure over de echtscheiding van de ouders een nevenvoorziening kan worden gegeven.




Ad h) Tot de gemeenschap behoren zes auto’s: een BMW, een Mercedes Benz, een Nissan Note, een Chevrolet, een Chrysler le Baron en een Nissan X-trail. Laatstgenoemde auto is al verdeeld in het kader van de verdeling van de inboedel van de woning in Suriname. De overige auto’s worden aan de man toegedeeld zonder nadere verrekening.




Vergoedingsrechten

Door de man zijn verschillende vergoedingsrechten gesteld. Deze vergoedingsrechten hebben allemaal betrekking op de woning in Suriname, die de vrouw en haar broer onder uitsluitingsclausule van hun moeder hebben geërfd en waarvan de vrouw later door uitkoop van haar broer de alleen-eigenaar is geworden. Deze woning behoort daarom tot haar privévermogen. De man stelt dat vanuit de gemeenschap is geïnvesteerd in de woning, zodat er vergoedingsrechten zijn ontstaan van de gemeenschap op de vrouw.




Ad i) en j) Partijen zijn op de zitting overeengekomen dat de vrouw de kosten voor de overdracht aan haar van het eigendomsaandeel van de broer van de vrouw ter zake de woning in Suriname op zich zal nemen. Uit de stukken die de rechtbank na de zitting heeft ontvangen, blijkt dat het gaat om een bedrag van in totaal omgerekend € 8.448,-, bestaand uit notariskosten, overdrachtskosten en taxatiekosten. Omdat het gaat om kosten die zijn verbonden aan een goed dat door de vrouw onder uitsluiting is verkregen, en aldus haar privévermogen betreft, dient zij ook deze kosten als privéschuld te voldoen. Zij moet dit bedrag daarom vergoeden aan de gemeenschap, aldus dat zij de helft daarvan (€ 4.224,-) is verschuldigd aan de man.



Verder is gebleken dat de vrouw met haar broer een uitkoopbedrag van € 42.000,- is overeengekomen voor de eigendomsoverdracht van zijn aandeel in de woning in Suriname. Zij loste hierop vanaf december 2019 aanvankelijk € 500,- per maand af, maar dit is per
6 september 2023 verlaagd naar € 250,- per maand. Daarnaast heeft nog een eenmalige aflossing van € 1.000,- plaatsgevonden. Dat betekent dat tot aan de peildatum in totaal
€ 26.600,- vanuit de gemeenschap is afgelost op een privéschuld van de vrouw. Immers, nu de woning onder uitsluiting is verkregen, is ook de daaraan verbonden schuld een privéschuld van de vrouw. Zij zal dit bedrag daarom moeten vergoeden aan de gemeenschap, aldus dat zij de helft daarvan (€ 13.300,-) is verschuldigd aan de man.



Op grond van het voorgaande heeft de man een vergoedingsrecht jegens de vrouw voor de overdracht en uitkoop van de broer van de vrouw van in totaal (€ 4.224 + € 13.300) =
€ 17.524,-.




Ad k) Tot slot heeft de man gesteld dat hij een vergoedingsrecht heeft op basis van investeringen en verbouwingswerkzaamheden die zijn gedaan vanuit de gemeenschap van goederen. Volgens de man gaat het om een bedrag van circa € 154.000,- dat uit de gemeenschap aan de woning is besteed. De vrouw erkent wel dat er gelden van de gemeenschap aan de verbouwing van de woning in Suriname zijn besteed, maar betwist de door de man gestelde omvang. Partijen hebben hierover op de zitting overeenstemming bereikt. Zij zijn daarbij overeengekomen dat zij voor deze kosten een nominaal bedrag van
€ 60.000,- zullen hanteren. De man heeft aldus recht op een vergoeding van de helft van dit bedrag ofwel € 30.000,-.






Voortgezet gebruik echtelijke woning

Partijen hebben tot slot overeenstemming bereikt over het voortgezet gebruik van de echtelijke woning, zoals verzocht door de vrouw. De man stemt ermee in dat zij de woning na de inschrijving van de echtscheiding gedurende maximaal zes maanden mag blijven bewonen, ingeval zij er niet in slaagt om de woning over te nemen binnen deze termijn. De rechtbank zal dit verzoek daarom toewijzen.




Beslissing

De rechtbank:



*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum 1] 2012 te [plaats] ;



*
bepaalt dat de minderjarige:

- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ;
de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vrouw;


*
bepaalt dat de man met ingang van 1 juli 2026 een bedrag van € 180,- per maand aan kinderalimentatie moet betalen aan de vrouw, vanaf nu steeds voor de eerste van de maand;




*
bepaalt dat de vrouw jegens de man [adres] , en het gebruik van de zaken die behoren bij deze woning en tot de inboedel daarvan, voort te zetten gedurende zes maanden na de inschrijving van deze beschikking, onder de voorwaarde dat de vrouw deze woning op het moment van die inschrijving bewoont en aan de man uitsluitend of mede toebehoort of ten gebruike toekomt;



*
stelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:

- met betrekking tot de woning, gelegen aan de [adres]
en de daaraan gekoppelde hypothecaire geldlening(en):
1. de woning wordt toegedeeld aan de vrouw op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:

a) partijen verstrekken binnen één week na de datum van deze beschikking een gezamenlijke opdracht aan de tussen partijen overeengekomen makelaar-taxateur DOEN makelaars tot taxatie van de woning. Deze makelaar-taxateur zal tussen partijen bindend de waarde vaststellen waartegen de vrouw de woning zal overnemen;
b) de vrouw dient binnen vier maanden na de inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand aan de man aan te tonen dat zij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen;
c) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de getaxeerde waarde, te vermeerderen met de waarde op 1 januari 2025 van de bankspaarrekening en de eventuele waarde van de aan de woning gekoppelde polissen ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen naar de stand op 1 januari 2025 (zodat de aflossingen die door de vrouw na 1 januari 2025 zijn verricht ten goede komen aan de vrouw) en minus de kosten van de makelaar-taxateur;
d) de vrouw zal over de periode 1 januari 2025 tot de dag van notarieel transport een bedrag van € 111,- per maand aan de man vergoeden;
e) de kosten van de notariële overdracht worden door de vrouw als kosten koper, voldaan;
f) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;

2) indien de vrouw de woning niet kan overnemen onder bovengenoemde voorwaarden dan wordt de woning verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:

a) partijen dienen binnen één week nadat de onder 1) genoemde termijn is verstreken of nadat de vrouw kenbaar heeft gemaakt de woning niet te kunnen overnemen aan de onder 1) genoemde makelaar-taxateur een gezamenlijke opdracht te verstrekken tot verkoop van de woning aan een derde. Deze makelaar-taxateur zal – als partijen het niet eens zijn – partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;
b) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, te vermeerderen met de waarde op 1 januari 2025 van de bankspaarrekening en de eventuele waarde van de aan de woning gekoppelde polissen ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen naar de stand op 1 januari 2025 ( zodat de aflossingen die door de vrouw na 1 januari 2025 zijn verricht ten goede komen aan de vrouw) en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;
c) de vrouw zal over de periode 1 januari 2025 tot de dag van notarieel transport een bedrag van € 111,- per maand aan de man vergoeden;
d) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;


- en voor het overige:

a) deel toe aan de man:
­ de helft van de inboedel van de echtelijke woning, in onderling overleg te verdelen en zonder nadere verrekening;
­ de inboedelgoederen van de woning in Suriname, die de man al in zijn bezit heeft en de Nissan X-trail, een ander zonder nadere verrekening;
­ de activa van de eenmanszaak [bedrijf 1] , waarbij de man de schulden van de eenmanszaak als eigen schulden voor zijn rekening zal nemen, zonder nadere verrekening;
­ de saldi van de op zijn naam staande bankrekening(en), een en ander zonder nadere verrekening;
­ de auto’s, te weten: een BMW, een Mercedes Benz, een Nissan Note, een Chevrolet, een Chrysler le Baron, een en ander zonder nadere verrekening;



b) deelt toe aan de vrouw:
­ de helft van de inboedel van de echtelijke woning, in onderling overleg te verdelen en zonder nadere verrekening;
­ de overige inboedelgoederen van de woning in Suriname, een en ander zonder nadere verrekening;
­ de activa van de eenmanszaak [bedrijf 2] , waarbij de vrouw de schulden van de eenmanszaak als eigen schulden voor haar rekening zal nemen, zonder nadere verrekening;
­ de saldi van de op haar naam staande bankrekening(en), een en ander zonder nadere verrekening;



*
bepaalt dat aan de man vergoedingsrechten jegens de vrouw toekomen:



van in totaal € 17.524,- voor de notaris-, overdrachts- en taxatiekosten van de woning in Suriname en de aflossingen die vanuit gemeenschapsvermogen zijn gedaan op de schuld aan de broer van de vrouw ter zake de overdracht aan de vrouw van zijn aandeel in de eigendom van de woning in Suriname;


van € 30.000,- voor de verbouwingskosten en investeringen die vanuit gemeenschapsvermogen zijn gedaan in de woning in Suriname;




*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;




*
wijst af het meer of anders verzochte.










Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 28 juli 2026.